10 minuten

Zweven is hip

4 politicologen over 2 verkiezingen

Is Nederland een jojo-democratie geworden, een spektakelmaatschappij, een mediacratie? Het zijn termen waarmee commentatoren pogen de recente ontwikkelingen in het politieke landschap te beschrijven. Maar is er wel zoveel veranderd? Was de Nieuwe Politiek geen bevlieging, een kortstondige rimpeling in de verder zo stabiele verhoudingen in Den Haag? Zijn we niet weer terug bij zoals het altijd al was: links en rechts polariseren en het CDA weer prinsheerlijk in het midden? 

We praten erover met vier politieke wetenschappers: Jantine Oldersma, als politicoloog verbonden aan de Universiteit Leiden waar ze zich onder meer bezighoudt met  besluitvormingsprocessen en emancipatie; Cees van der Eijk, hoogleraar politicologie, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en in januari voorzitter van de Nieuwspoortjury voor de beste verkiezingscampagne (de PvdA kreeg de eerste prijs); Eelke Heemskerk, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, medeorganisator van het in mei vorig jaar opgerichte actieplatform Keer ‘t Tij; en Paul Lucardie, politicoloog, verbonden aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Universiteit Groningen, auteur van onder meer de geschiedenis van GroenLinks.

Over de verkiezingen van 15 mei 2002 is steeds gesproken als over de opstand der burgers. Nu, driekwart jaar later, stemmen de kiezers massaal voor de gevestigde partijen. Is de revolutie gesmoord?
Lucardie: “Het is een haast mystiek begrip maar ik geloof in zoiets als ‘de tijdgeest’. Na de jaren negentig, een periode van liberalisme zowel in culturele als in economische zin, heeft er nu een omslag plaatsgehad in het geestelijke klimaat. Die omslag heeft vele oorzaken, van 11 september tot aan de invoering van de euro. Mensen zoeken naar geborgenheid, veiligheid, ze verlangen naar gemeenschap. We zijn nu aangeland in een periode van communitarisme. Het CDA heeft daarvan het meest geprofiteerd.”

Oldersma: “Dat is mij te algemeen. In mei vorig jaar is er een mobilisatie geweest van rechtse kiezers die achter Pim aanliepen. Het succes van Wouter Bos en gedeeltelijk dat van de SP in januari was een mobilisatie van linkse kiezers die zich daar juist tegen keerden. Zo hoort politiek te werken. Politiek hoort kiezers de gelegenheid te geven om elkaar eens flink tegen te spreken. Dat kan in ons stelsel prima en ook met veel variaties binnen links en rechts. Ik denk wel dat Paul gelijk heeft dat datgene waar de meeste mensen het over eens zijn naar rechts is opgeschoven.”

Van der Eijk: “Een revolutie? Omdat 17 procent van het electoraat ‘boe’ roept? De schrik na 15 mei en het gebruik van woorden als ‘opstand’ betekenen dat we in Nederland gewend zijn aan een gezapig politiek klimaat. In andere landen zie je wel gekkere dingen. In Canada werd een partij met een bijna absolute meerderheid op twee zetels na weggeveegd. Oostenrijk beleefde de opkomst van de FPÖ. Ik vind ‘revolutie’ een volstrekt overtrokken term. We hebben het bovendien alleen over electorale ontwikkelingen, het gaat niet om een massabeweging die ook buiten de politiek actief is.”
Heemskerk: “15 mei gold ook als een afstraffing van de Paarse partijen. Inmiddels zijn de LPF-stemmers gedesillusioneerd en gaan ze terug naar de oude partijen.”

Van der Eijk: “De meeste kiezers kennen twee of drie partijen waar ze wel wat in zien. Eelke spreekt terecht over ‘afstraffing’ als een bijna pedagogisch motief. Een partij waar jij wat in ziet, maar die het tijdelijk heeft verbruid, verdient een tik op zijn vingers. Dat is gedaan, de partijen geven de indruk het begrepen te hebben en geven de indruk dat ze op het punt van de integratie, migratie en veiligheid een rechtsere koers gaan varen. Dan kunnen de kiezers weer terugkeren – in het jargon heet dat homing – naar de traditionele partijen.”

Sluit dat aan bij de analyse van de Leidse politicologen Irwin en Van Holsteyn die zich beroepen op de resultaten van het Nationaal Kiezersonderzoek en vaststellen dat de kiezers niet rechtser zijn geworden behalve in lichte mate ten aanzien van asielzoekers en minderheden.
Heemskerk: “Kiezers zijn niet zo veranderd in hun standpunten, wel in hoe ze hun stem uitbrengen. Zweven is hip. Peilingen spelen daarin een steeds grotere rol. De politiek heeft tegenwoordig dagkoersen.”

Van der Eijk: “Links-rechts structureert stemgedrag, maar verklaart niet alles. Naast standpunten spelen ook de persoonskenmerken van leiders een rol. Verder kan de verdeling van opvattingen hetzelfde blijven terwijl één onderwerp, in dit geval immigratie en integratie, veel centraler komt te staan in het publieke debat en toeneemt in gewicht voor de partijkeuze. Tenslotte was de PvdA die de kiezers zagen op 15 mei niet dezelfde PvdA die ze zagen op 22 januari. En dat geldt eveneens voor een aantal andere partijen.”

Oldersma: “De PvdA-campagne van vorig jaar was een drama. Kok, Benschop en Melkert namen voortdurend foute beslissingen. Vervolgens heeft de PvdA perfect ingespeeld op de kritiek. Dat begon al toen voorzitter Koole de partij nieuw leven inblies door een lijsttrekkerverkiezing te houden. Dat genereerde extra publiciteit. Vervolgens deed Wouter Kok, eh…,  Bos [gelach] het uitstekend. In de Volkskrant zette hij zijn ideeën voor de intellectuelen uiteen, en op straat zocht hij het volk op. Alle PvdA-leden die ik sprak waren enorm opgetogen want ze zaten lekker te debatteren en konden aan de slag in de campagne. Ze gingen de straat op met opgeschilderde karren. De allereerste onderzoeken over de vraag waarom mensen lid worden van een politieke partij wezen al uit dat gezelligheid een belangrijk motief is. Je wilt plakken, je wilt op straat staan, je wilt mensen aanspreken. Dat sluit prima aan bij Paul Lucardie’s communautarisme, zou ik zeggen.”

Van der Eijk: “Ik wil toch nog een ander structurele verklaring geven voor het kiezersgedrag. Wat gebeurt er met democratische samenlevingen waarin geen parlementaire oppositie is? Daar ontstaat onvrede. In een democratie telt niet alleen de uitkomst, maar ook hoe die is ontstaan. Het aardige van Paars is dat het zich heeft gericht op zaken die onder het CDA niet konden worden afgehandeld. Maar voor het overige werd door Paars het politieke spectrum vrijwel afgedekt. Niet alleen krijg je dan een oversized coalition, het wordt bijna een nationaal kabinet. Waarom is Haider zo opgekomen in Oostenrijk? Voornamelijk vanwege een jarenlange historie van een grote coalitie. Waarom kon Le Pen als tweede kandidaat naar voren komen? Hoofdzakelijk omdat centrum-rechtse en centrum-linkse politieke krachten voor mensen vrijwel verwisselbaar waren geworden.”

Lucardie sprak over de tijdgeest en het verlangen naar gemeenschap. Zien we niet vooral ook een opkomend nationalisme en partijen die daar op inspelen?
Van der Eijk: “Ik heb Fortuyn geen campagne zien voeren met de Nederlandse vlag of het Wilhelmus. In Frankrijk is dat heel gebruikelijk.”

Het kan altijd nog erger, maar het debat ging toch over het sluiten van grenzen, over aanpassing, over moslims die hun geloof moeten opgeven?
Lucardie: “Het multiculturele debat, aangezwengeld door Paul Scheffer, gaat over waarden en normen, over de scheiding kerk en staat, over individuele vrijheid. Niemand heeft het over klompen en kaas.”

Oldersma: “Maar het gaat wel over het afschermen van onze verzorgingsstaat voor buitenlanders en ook wel degelijk over de vraag wat je belangrijk vindt aan het Nederlanderschap.”

Lucardie: “Ja, in die zin kun je spreken van een zwak nationalisme.”

Leven we zo langzamerhand in een drama-democratie waar de media, zeker sinds de komst van de commerciële televisie, een zeer centrale rol spelen? Een Belgische onderzoeker stelde vast dat commerciële televisiezenders een negatief effect hebben op het vertrouwen van kijkers in de politiek en op hun denkbeelden over allochtonen.
Van der Eijk: “Door de concurrentie om kijkerspubliek krijg je hype-gedrag. Daar doet overigens ook de publieke omroep aan mee. Een zender laat iets zien en een andere wil niet achterblijven en laat hetzelfde zien, liefst in overtreffende trap. Alles zingt dus een week lang rond. Of dat het nu zinloos geweld is of de kwestie wie voor de PvdA kandidaatpremier is. Maar het zijn wel zaken die echt zijn gebeurd. Er is iemand doodgeslagen in Venlo en Bos is gevraagd wie PvdA-premier moest worden.”

Lucardie: “Politieke correctheid speelt hier ook een rol, na de spiraal van het zwijgen kwam die van het spreken. Tot voor kort mocht je in de media niets slechts zeggen over allochtonen, en als Fortuyn dat taboe doorbreekt gaan de media die breuk keer op keer versterken. Dat maakt hun invloed vrij groot.”

Veel media maken van politiek entertainment. Is dat verontrustend?
Heemskerk: “Zie de hoge kijkcijfers. Beter kijken naar infotainment, dan helemaal niet kijken. Veel mensen praten weer met elkaar over politiek.”

Van der Eijk: “De rol van de media is groot, maar de vraag is of het een slechte rol is. Het allereerste RTL 4-debat heeft de PvdA op het schild getild. In de nabeschouwing zaten Jan Tromp en Heinsbroek. Die wezen Bos aan als winnaar. Interview/NSS heeft een peiling gehouden onder kijkers die door die nabeschouwing werden beïnvloed. Bos wint, dat wordt door de peiling bevestigd en dat krijgt in de media een eigen dynamiek. Bos zit in de volgende programma’s er zelfverzekerder bij, andere partijen denken ‘wat moeten we hiermee’. Maar het kan ook andersom, geen lancering maar een natte dweil. Denk aan Ad Melkert.”

Dat heeft allemaal toch weinig met inhoud te maken?
Heemskerk: “Verkiezingen gaan over vertrouwen winnen, dat is niet alleen inhoud.”

Van der Eijk: “Kiezers kijken naar een combinatie van inhoud en persoonlijkheid. Heeft iemand een verhaal dat overtuigt, kan hij of zij goed debatteren? De media testen dat. Politiek is voor een deel theater, kijk maar naar de plenaire vergadering van de Tweede Kamer. Politiek is iets anders dan besturen.”

De socioloog Gabriël van den Brink heeft voor de WRR een studie geschreven getiteld ‘Mondiger of moeilijker’ waarin hij stelt dat burgers zijn veranderd. Ze zijn hoger opgeleid, geëmancipeerder en mondiger. Hij vraagt zich af of de wijze waarop de democratie is georganiseerd nog wel past bij dergelijke burgers en hij pleit ervoor hen meer te laten participeren.
Van der Eijk: “Ik sta daar ambivalent tegenover. Natuurlijk moeten mensen de mogelijkheid krijgen zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op onderwijs, zorg en ruimtelijke ordening. Dat kan echter alleen als er sprake is van een geringe machtsongelijkheid tussen burgers. En die situatie lijkt mij buitengewoon onwaarschijnlijk. In delen van de VS bestaat zo'n directe democratie. De overheid is veel verder teruggetrokken en zegt: zoeken jullie het zelf maar uit. We weten wie daarvan de dupe worden. In het electorale proces worden ongelijkheden gelijkgeschakeld door het feit dat we allemaal maar één stem hebben.”

Lucardie: “De moderne burger is een monitoring citizen, dat betekent dat hij negentig procent van de tijd wil consumeren en geen gezeur aan zijn hoofd. Pas als er wat mis dreigt te gaan wil hij ingrijpen. Dan moet er inspraak zijn. Is de crisis opgelost, dan wil hij weer gewoon achter zijn tv zitten.”

Het actieplatform Keer ’t Tij, opgericht na 15 mei vorig jaar, ageert tegen de verrechtsing. In hoeverre heeft de beweging effect gehad op de electorale omslag?
Heemskerk: “In die zin is de beweging weinig effectief geweest. Keer ’t Tij is een platform dat is opgericht als reactie op de demonisering van links, om weer te durven vertellen wat onze idealen zijn. Maar vernieuwing van de politiek vind je daar absoluut niet. Actievoerend Nederland greep terug op de vertrouwde middelen: de straat op, acties organiseren, een demonstratie tegen de kabinetsplannen op Prinsjesdag.”

Vlak daarna viel het kabinet…
Heemskerk: “Ik vraag me af of er een relatie bestaat. Ik heb er sindsdien voor gepleit om door te gaan, want het is niet alleen een politiek tij dat we moeten keren, maar een maatschappelijk tij. Het gaat om het bestrijden van xenofobie, van de neiging de grenzen te sluiten. Het gaat om tolerantie in Nederland zelf en natuurlijk om het bevechten van sociale ongelijkheid.”

Is bestrijding van ongelijkheid nog altijd het centrale thema voor links?
Oldersma: “Het probleem van links is het succes van de sociale welvaartstaat. Als je het in eigen land goed hebt geregeld, wil je dan nog wel delen met anderen? Natuurlijk bestaan hier ook nog ongelijke kansen, zijn er klasse- en man-vrouwverschillen. Maar de grote vraagstukken liggen bij het vinden van een evenwicht tussen nationaal eigenbelang en de internationale ongelijkheid.

Over man-vrouwverschillen: er is een lijst gepresenteerd van 100 ministeriabele vrouwen. Levert dat meer vrouwen op in het kabinet?
Oldersma: “Hopelijk. Het kan bijna niet minder dan de laatste keer. Maar die neergang was te wijten aan de LPF en aan de VVD, andere partijen deden het wel goed. En hoe belangrijk ik het aantal vrouwen ook vind, ik zou toch vooral graag meer aandacht willen voor emancipatie als inhoudelijk thema. Wat dóen die vrouwen?”

Gerelateerde artikelen