8 minuten

Arbeidsmarktbeleid moet anders

Hoe het zover gekomen is en wat we er aan kunnen doen

In economische zin is het doel van een bedrijf continuïteit ten behoeve van werknemers en aandeelhouders. Om het eigen voortbestaan te kunnen garanderen is het noodzakelijk om een gezond rendement te realiseren. Ondernemingen zijn economisch ook van belang, omdat ze werkgelegenheid bieden voor haar inwoners, waardoor deze inwoners inkomsten generen, waarmee ze goederen en diensten kunnen aanschaffen. Dit maatschappelijke belang van bedrijven is essentieel voor de toekomstige welvaart van een land. In Nederland wordt hier bijzonder weinig op aangestuurd. Hoe komt dat toch en is het niet hoog tijd dat dit verandert?

10 jaar stilstand

De afgelopen 10 jaar heeft Nederland het werkgelegenheidsbeleid verwaarloosd. Drie belangrijke redenen zijn het ongebreidelde geloof in marktwerking, de bankencrisis en de politieke afleiding doordat de PVV het islam- en asielzoekersdebat belangrijk wist te maken. Vernieuwing van ons economische beleid raakte daardoor onderbelicht. Tegelijkertijd werd de Europese Unie uitgebreid met nieuwe lidstaten. De open binnengrenzen hebben een dramatisch effect gehad op werkgelegenheid van Nederlanders in de primaire sector, de sector waar van oudsher veel laaggeschoolde banen zijn te vinden. De lonen en levensstandaard in Oost-Europa zijn zoveel lager dan in het nog rijke Nederland, dat het aantrekkelijk is om als arbeidsmigrant in Nederland aan de slag te gaan. In tegenstelling tot vluchtelingen en asielzoekers buiten Europa zijn deze nieuwe werknemers met open armen ontvangen door het Nederlandse bedrijfsleven. De politiek was met de aandacht ergens anders en de werkgevers? Die vonden het wel prima en toen de ontwikkeling inzette was het ook noodzakelijk. De Nederlanders lieten deze banen immers links liggen en politici deden bijzonder weinig. Ondertussen bleken de Oost-Europeanen niet alleen relatief goedkope arbeidskrachten. Ze waren ook bereid om lange dagen te maken, bleken aan te kunnen pakken, waren geen klagers en bovendien waren ze niet georganiseerd. Daarnaast wisten werkgevers zich gesteund door burgers die zelf ook gebruik maakten van diensten door arbeidsmigranten. De open binnengrenzen en het geloof in de vrije markt hebben ervoor gezorgd dat in amper 10 jaar tijd een bizar proces heeft plaatsgevonden. De Oost-Europeaan vond de weg naar Nederland en werd steeds meer gezien als aantrekkelijke werknemer. Werkgevers bleven concurrerend, ook toen door de bankencrisis extra druk op de marges ontstond. De status van seizoenarbeider groeide in Oost-Europa, zodat meer migranten deze kant op wilden komen. En de werkgevers..? Het aanbod aan werknemers was groot genoeg en de vraag groeide door, zelfs toen in Nederland de werkeloosheid fors begon op te lopen. En geleidelijk zijn steeds meer sectoren aangestoken om hetzelfde proces te doorlopen.

Het gekookte kikker-effect

Dit proces heeft geleid tot "het gekookte kikker effect". Als je een pannetje met water langzaam opwarmt blijft een kikker zitten in het behaaglijk warme water. Maar na verloop van tijd wordt het ongezond warm voor de kikker. Door de geleidelijke opwarming blijft de kikker zitten en sterft. In onze economie zijn de Nederlandse werknemers in de primaire sector de gekookte kikker. We hebben het laten gebeuren. Grote delen van het werk in bijvoorbeeld de bollenteelt, glastuinbouw, in kwekerijen, in de harde en zachte fruitsector, de bouwnijverheid, de metaalindustrie, varkens- en kippenslachterijen, de viswerking, de schoonmaakindustrie, het wegtransport en tuinonderhoud wordt niet langer door Nederlandse arbeidskrachten verricht. En naast de genoemde branches kunnen ook andere sectoren zoals thuiszorg, verpleging, postbezorging, installatietechniek en productiewerkplaatsen gemakkelijk worden aangestoken. Zeker als op 1 januari 2014 de Bulgaren en Roemenen nog meer vrijheid krijgen om als arbeidsmigrant te gaan werken.

De goedkope arbeidsmigrant is duur voor de BV Nederland

Veel bedrijven hebben hun productie de afgelopen jaren verplaatst naar andere landen. Daardoor is de werkgelegenheid in een aantal sectoren al sterk verkleind in Nederland. Naast verplaatsing van werk uit Nederland verliezen Nederlanders ook steeds meer werkgelegenheid in Nederland. Het belang van de arbeidswaarde van bedrijven voor Nederlanders wordt steeds kleiner. Als 300.000 arbeidsmigranten jaarlijks € 18.000,-- netto verdienen, komt al € 5,4 miljard in handen van niet- Nederlanders. Een groot deel van dit inkomen, wordt niet in Nederland besteed. Maar als daarnaast nog eens 300.000 Nederlanders een uitkering ontvangen van circa € 10.000,- per jaar, omdat ze niet aan het werk zijn, is het economische verlies nog € 3 miljard groter. De goedkope arbeidsmigrant is zo bezien inmiddels duurkoop voor de BV Nederland aan het worden. Zo is een ondernemersklimaat aan het ontstaan, waar steeds meer arbeidsmigranten en werkgevers misschien baat bij hebben, maar BV Nederland juist steeds minder.

Aannames veroorzaken lamlendige overheid

De vraag dringt zich op waarom deze ontwikkeling niet allang met allerlei beleidsinitiatieven wordt tegengegaan? Het wordt door bestuurders kennelijk nog steeds niet als een urgent probleem ervaren. Dat lukt alleen als we een doorbraak in ons denken maken. Concreet dienen drie aannames te worden doorbroken. In de eerste plaats de aanname dat onze handen gebonden zijn: dat we niets kunnen doen aan deze ontwikkeling. De gedachte "zo gaat dat nu eenmaal" is funest en niet terecht.
Toen de schappen met babyvoeding in supermarkten steeds leger werden door massale opkoopacties van Chinese inkopers werd er toch ook opgetreden? En nu er teveel buitenlandse hockeyers in de Nederlandse clubs dreigen te komen denkt de KNHB toch ook over het instellen van quota per club? Europese wetgeving is wel een obstakel, maar als we de urgentie van nieuw beleid zien, dan kan er veel meer dan we nu doen.
In de tweede plaats moet een andere vorm van gebonden-handenbeleid worden doorbroken. De vorm van "we zien het probleem niet, we willen niet optreden". Immers, dit is de nieuwe tijd, het vrije spel van vraag en aanbod bepaalt de gang van zaken.
Een sterk staaltje van dit denken troffen we recent aan in Houten. Een half jaar geleden gaf VVD-wethouder Geerdes namens het college 10 fruittelers toestemming om een permanente locaties voor huisvesting van buitenlandse seizoenarbeiders te creëren. Begin juli werd door dezelfde wethouder besloten om nog 10 telers toestemming te geven om permanente huisvesting te realiseren voor nog eens in totaal 150 arbeidsmigranten. Maar alleen al het aantal WW-uitkeringen in Houten steeg met ruim 30%. Het argument van de wethouder: er is vraag naar extra huisvesting. Op geen enkele manier is rekening gehouden met de oplopende werkloosheid. 20 fruittelers in het buitengebied (alleen al in Houten) als pensionhouder voor buitenlandse arbeidskrachten en met geen woord wordt gerept over de wenselijkheid van dit beleid? Als bovendien bedacht wordt dat er steeds meer verborgen werkloosheid bestaat, dan lijkt het toch zinnig om wel door te denken of deze ontwikkeling nog wel wenselijk is?
In de derde plaats moet het "we durven niet"-syndroom worden doorbroken. Ook dit is een vorm van gebonden-handen beleid. Het debat over de effecten van arbeidsmigratie durven politieke partijen in Nederland slecht te voeren. Dit komt mede door het anti-Europa beleid van de PVV. Uit angst voor enerzijds de eigen achterban (voor de VVD de ondernemers, voor andere partijen Europa) en anderzijds de vrees de PVV de wind in de zeilen te geven, worden noodzakelijke keuzes door rechtse én linkse partijen niet gemaakt. De problemen onder ogen zien is nu noodzakelijk, maar niet zonder ook te komen met oplossingen.

Oplossingsrichtingen

Problemen die we in 10 jaar hebben laten ontstaan zijn niet van vandaag op morgen opgelost. We overschatten vaak wat we snel kunnen doen.. én we onderschatten vaak wat we in enkele jaren wel kunnen bereiken. Essentieel is dat het debat op gang komt en visieontwikkeling plaatsvindt. Voor sommige oplossingen moet wetgeving worden aangepast en is nadere uitwerking noodzakelijk, maar bovenal is visieontwikkeling door onze regering nodig. Ik reik graag een zestal suggesties aan:
Start een discussie over verantwoord werkgeverschap in relatie tot werkgelegenheid. In hoeverre behoort het tot maatschappelijk verantwoord ondernemen om Nederlandse werknemers aan het werk te houden? Is het wenselijk om lange werkdagen toe te staan als arbeidsmigranten dit zelf willen? Laat bedrijven jaarlijks rapporteren over kengetallen (vacatures, gewerkte uren, loon) rond inzet van arbeidsmigranten zodat het potentieel aan arbeidswaarde zichtbaarder wordt.
Ooit wilden Nederlandse werknemers bepaalde werkzaamheden niet doen. Toen hadden werkgevers gelijk dat ze zochten naar nieuwe tijdelijke arbeidskrachten. Maar de tijd van hoogconjunctuur ligt achter ons. De verwende Nederlander is nu de werkloosheid stijgt in hoog tempo aan het verdwijnen. Maar onbekend maakt onbemind, zeker onder jongeren. Start daarom in samenwerking met werkgeversservicepunten nieuwe campagnes om mensen te introduceren in de sectoren waar nu veel arbeidsmigranten werkzaam zijn.
Is het nog logisch om alleenstaande jongeren een uitkering te geven, waarmee ze werkeloos thuis zitten, terwijl buitenlandse arbeidsmigranten hier aan het werk zijn? Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als de bijstand voor alleenstaande jongeren tot 30 jaar wordt afgeschaft en bijvoorbeeld een 100-uur-per-maand-plan wordt opgestart? Overheid, bedrijfsleven en onderwijs maken afspraken over de bemiddeling naar banen in de eerder genoemde sectoren in ruil voor een garantie-inkomen ter hoogte van de huidige uitkering. Deelnemers ontvangen na afloop van de werkzaamheden een werkcertificaat (verworven vaardigheden, talenten, kwaliteiten), zodat ze ook een cv opbouwen.
Het gaat niet alleen over laaggeschoolde werkgelegenheid. Werkgevers klagen regelmatig dat bijvoorbeeld technisch geschoold personeel niet beschikbaar is. Eigen initiatieven om personeel te scholen worden nu vaak ontmoedigd. Maak het gemakkelijker voor bedrijven om intern personeel op te leiden.
Geef steviger sturing aan beroepskeuzes. Hoe logisch is vrije opleidingskeuze als dit ertoe leidt dat banen niet ingevuld kunnen worden? Mag je talenten ook actief belonen om juist voor een opleiding te kiezen waar vraag naar bestaat? Mag je ze ook sanctioneren als ze niet voor zo'n opleiding kiezen?
Kan maatschappelijke werkplicht bijdragen aan een oplossing? Vroeger hadden we dienstplicht. Misschien niet de leukste tijd van je leven, maar de krijgsmacht moest bemand worden. Wat zou er gebeuren als iedere Nederlander in de leeftijd van 18 tot 30 voor 6 maanden aan het werk moet gaan bij werkgevers die extra handen kunnen gebruiken? Zou dat niet ook positief kunnen uitpakken? Ook voor de werknemer die leert werken en iets terugdoet voor Nederland?

Ideeën genoeg. Het belangrijkste is eerst dat we erover in gesprek willen en durven te gaan.
Hiervoor kijk ik naar de leiders en bestuurders van ons land.

 

Gerelateerde artikelen