7 minuten

D66-achtige naïviteit rukt op binnen GroenLinks

Prominenten reageren op het pamflet van Wijnand Duyvendak. Vandaag Maarten van Poelgeest: 'Het is mij opgevallen dat voor steeds meer GroenLinksers het 'linkse gedachtengoed' allerminst vanzelfsprekend is. Het credo 'succes is een keuze' vindt steeds breder ingang binnen GroenLinks.' 

Het heilige vuur

Het is mooi dat Wijnand een uitgebreid pamflet heeft geschreven over 'wie wij zijn' en 'wat wij willen'. Daarmee kunnen we een gesprek starten over de toekomst en de inhoudelijke koers van de partij. Dat was ook mijn intentie toen ik zei dat we maar eens goed moeten na denken over 'wie wij zijn' en 'wat wij willen'. Ik denk dat de crisis bij GroenLinks over meer gaat dan alleen het 'gedoe' in de periode voorafgaand aan de laatste verkiezingen. Natuurlijk, we hebben het beste programma van Nederland. Goedgekeurd door het CPB en onderbouwd met allerlei prachtige cijfers op voor ons relevante thema's als groen, werk en een eerlijke verdeling. Maar is dit verhaal ook niet wat braaf geworden? Daagt ons verhaal nog wel voldoende uit? Schuurt het wel voldoende? En, en dat is misschien nog wel het belangrijkste, weten wij zelf nog wel waar we het verschil willen maken? Waar vechten we voor? Waar vechten we tegen? Waar is het heilige vuur gebleven?

Dit alles is slechts een persoonlijke indruk. Ze wordt niet onderbouwd door onderzoek. Het was voor mij de reden op te merken dat we eens goed moesten nadenken over 'wie we zijn' en 'wat we willen'. Kortom, wel degelijk een fundamentele vraag, maar niet een vraag naar ons bestaansrecht. Wat mij betreft een vraag naar onze diepste motivatie om politiek actief te zijn en ons te verenigen in een partij. Ik denk dat de potentiële kiezer meer passie wil proeven en meer een 'eigen oorsprong' wil zien.

Ideeënpartij

Bestaansrecht is er altijd. Een programma, een paar mensen die zich er op willen verenigen en voldoende handtekeningen om een lijst te kunnen indienen. Ik wil echter meer en ben minder geïnteresseerd in alleen maar getuigen. GroenLinks moet iets van een zelfstandige stroming zijn die breed genoeg is om invloed uit te oefenen. Geen volkspartij, dat lijkt mij behalve weinig realistisch ook te veel beperkingen met zich mee brengen. Een volkspartij moet linksom of rechtsom toch meer het volk vertegenwoordigen en daarmee soms tegen wil en dank een doorgeefluik zijn de Vox Populi. Een ideeënpartij kan meer haar eigen idealen tegen de tijdsgeest in centraal stellen.

GroenLinks zou wat mij betreft altijd een grootte moeten hebben ergens tussen de 7 en 15 zetels. Logischerwijs betekent dat ook dat de partij lokaal op een aantal plekken groter is. Het electoraat is immers nooit gelijkelijk verdeeld en zal in ons geval meer geconcentreerd zijn in in steden. Daarmee is GroenLinks dus idealiter een middelgrote ideeënpartij die niet institutioneel geworteld is in de macht, maar altijd wel verbindingen heeft met de macht. Deze positionering is een keus. Er zijn ook andere keuzes mogelijk zoals analoog aan bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren het getuigen centraal te stellen.

Links

Ik heb ook een opmerking gemaakt over het begrip 'links' in onze naam. Ik zelf zie mij als een 'links' politicus, staand in een lange traditie van links denken. Binnen 'links' heb ik mij altijd meer verwant gevoeld met de meer vrijheidslievende, libertaire of anarchistische stroming. In die zin is 'links' natuurlijk ook maar een containerbegrip en gaan hieronder vele verschillende gedachten schuil. De retoriek van die Grünen in Duitsland, zoals ook door Wijnand geciteerd, is zeker niet minder links dan die van GroenLinks. Hun kritiek op de bestaande economische orde is behalve 'ecologisch' van aard ook doordrenkt met 'marxistische' noties. Daar doet het soms zelfs wat archaïsch aan. Ook voor Groen! in Vlaanderen geldt dat zij niet minder links is dan GroenLinks. Tegelijk suggereren de namen 'die Grünen' en 'Groen!' meer het zijn van een zelfstandige stroming, terwijl de naam GroenLinks ook begrepen kan worden als zou de partij een afgeleide zijn van de sociaaldemocratie 1 (PvdA) en/of de sociaaldemocratie 2 (SP).

Het is mij echter ook opgevallen dat voor steeds meer GroenLinksers het 'linkse gedachtengoed' allerminst vanzelfsprekend is. De bijna D66-achtige naïviteit waarmee tegen machtsverhoudingen wordt aangekeken rukt ook op binnen GroenLinks. Het credo 'succes is een keuze' vindt steeds breder ingang binnen GroenLinks.

Nieuwe taal

Ik maak de twee opmerkingen over 'bestaansrecht' en 'links' in relatie tot positionering van GroenLinks en niet alleen omdat ik daar de laatste maanden op aan gesproken ben. Ik maak ze ook omdat Wijnand in zijn pamflet er naar mijn smaak te weinig op in gaat. Voor Wijnand lijdt het geen twijfel dat GroenLinks bestaansrecht heeft zonder dat hij zich uit laat over het 'machtspolitieke' profiel. En nogmaals, een programma dat de moeite waard is is zo geschreven, maar een eigenzinnige stroming met invloed willen zijn brengt meer met zich mee. We moeten de lat dus in het vervolggesprek hoger leggen. Daarbij spreekt uit het stuk van Wijnand onmiskenbaar de wens meer een zelfstandige stroming in het politieke landschap te willen zijn.

De vijf inhoudelijke punten van Wijnand spreken mij inhoudelijk aan. Zo opgesomd kan wel het gevoel van 'restauratie' ontstaan. GroenLinks grijpt terug op vertrouwde recepten uit het verleden en wordt weer wat klassieker. Dat zouden we toch niet moeten willen. De opgesomde punten zijn zeer actueel en bijzonder urgent, maar vragen hier en daar om een 'nieuwe taal'. Een taal die moderner aan doet. Jazeker, ook de vorm is belangrijk!

Eigen verantwoordelijkheid

Op één punt voorzie ik een grote interne strijdigheid. Een strijdigheid waar links niet voor het eerst mee worstelt. Terecht stelt Wijnand dat uitkomsten van het maatschappelijk proces van onderhandelen, invloed uitoefenen, keuzes maken, menselijk gedrag, ook achteraf gecorrigeerd moeten worden. Er zijn terechte gronden om inkomensverschillen niet te groot te laten worden en het eerder genoemde maatschappelijke proces is niet vrij van 'geweld' en 'uitsluiting'. Tegelijk betoont Wijnand zich ook een groot voorstander van de 'vrije ontplooiing' zonder dat dit gericht hoeft te zijn op 'meer geld' verdienen. Hij huldigt terecht een breed welvaartsbegrip en een breed vrijheidsbegrip. Waar de schoen echter wringt is dat vrijheid en persoonlijke keuzes in mijn beleving niet los gezien kunnen worden van 'eigen verantwoordelijkheid'. Niet dat deze zaken één op één met elkaar verbonden zijn, maar ze kunnen ook niet los van elkaar staan. Volledig uitgaan van 'eigen verantwoordelijk' sluit het achteraf corrigeren, het sturen op uitkomsten uit. Deze gespannen relatie tussen het ontplooiingsideaal en het gelijkheidsideaal wordt niet alleen niet opgelost (maar dat kan natuurlijk ook niet), maar ook niet besproken. Daarmee stapt het stuk wel heel zonnig over een heikele kwestie heen.

Unieke waarden

Ik wil afsluiten met opnieuw de vraag hoe uniek de vijf punten van Wijnand GroenLinks maken. De vijf lijnen verwijzen naar een gedeelde set van waarden. Ik denk dat het goed is nog een laag dieper te spitten en explicieter te worden over die waarden. Ik denk zelf dat die waarden ons niet uniek maken. Ik weet dat ook delen van de PvdA duurzaamheid, 'do it yourself', 'moderne gelijkheid' etc. centrale waarden vinden voor links het komende decennium. Met die delen van de PvdA verschillen wij in termen van centrale waarden en politieke idealen niet zo heel veel. Natuurlijk, op de politieke markt van alledag snap ik het mechanisme om alle sociaaldemocratie op één hoop van regentesk, biefstuksocialisme, autoliefhebbers en asocialen te vegen om daarmee het eigen territorium nog eens stevig te markeren. Ik zie met de vooruitstrevende delen van de PvdA een heel ander verschil. Er bestaat beleidsconcurrentie tussen landen. Het gebeurt dat het kapitaal en het werk naar het laagste putje loopt. Daarin is Nederland, is Europa kwetsbaar. De mate waarin men zich hiervan rekenschap wil geven, de mate waarin men rekening wil houden met veronderstelde kapitaalvlucht, maakt wellicht het verschil tussen iets meer of iets minder reformistisch. Tussen sneller en iets minder snel willen veranderen. 

Deze keuzes rechtvaardigen heel goed ieder een eigen partij te zijn. Tegelijk zijn we ook lid van de dezelfde familie. Wij wat meer georiënteerd op vernieuwing, ideeën en het experiment en zij meer georiënteerd op de instituties en de macht. Het zou interessant zijn om hiervoor een vorm te vinden.

Het pamflet van Wijnand is een mooie start van een discussie die nog niet afgerond is. Dit is geen pleidooi om ons nog een paar maanden in de studeerkamer te verschansen. Sterker nog, vernieuwen gebeurt in de praktijk, in een bestaande politieke context. Wordt het niet tijd voor een hernieuwd 'verkiezingsprogramma'? Een mooi voertuig om én antwoord te geven op actuele kwesties én tegelijk het eigen gedachtengoed nog eens goed tegen het licht te houden.

Gerelateerde artikelen