5 minuten

De neocons kunnen wel inpakken

De politieke macht van de neoconservatieven loopt ten einde. Na de Verenigde Staten verliest de maakbaarheidsdrift nu ook in Nederland terrein.

Ruim vijftien jaar na zijn essay 'The End of History' is Francis Fukuyama opnieuw een hype. Zijn nieuwe boek 'America at the Crossroads' moet in Nederland nog uitkomen, maar trekt al veel aandacht. In de New York Times schreef hij een groot verhaal - After Neoconservatism - waarin hij afstand neemt van zijn neoconservatieve vrienden. Hij wil terug naar een gematigd conservatisme, waarbij realisme belangrijker is dan ideologie. Hij ziet vooral het buitenlands beleid van president George Bush niet zitten. Het idee dat democratie met militaire macht aan een land als Irak kan worden opgelegd, past niet bij Fukuyama's gedachtengoed. De samenleving is niet maakbaar. Sterker nog, als de staat zich  teveel met de samenleving bemoeit, kan dat averechtse gevolgen hebben. Daarom zijn conservatieven ook tegen een uitgebreide verzorgingsstaat. Sociale regelingen tasten namelijk het gevoel van eigen verantwoordelijkheid aan.

Naast dit ideologische argument, hekelt Fukuyama de feitelijke argumenten van Bush voor de oorlog in Irak. Hij vindt dat het gevaar van de radicale Islam sterk is overdreven en er met veel militaire macht een ineffectieve war on terror wordt gevoerd. Bovendien maakt hij zich zorgen over de verhouding tussen de burger en de staat. Op basis van overdrijving van het terroristisch gevaar, heeft de regering Bush vergaande maatregelen kunnen nemen die ten koste gaan van burgerlijke vrijheden. Het gaat bijvoorbeeld om de rechten van gevangenen en de afluisterpraktijken die de privacy van mensen aantasten.

Een vergelijking tussen het neoconservatisme van Bush en dat van het kabinet Balkenende gaat op veel punten mank. Toch zijn er overeenkomsten. Evenals Bush heeft Balkenende een groot vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving. Het gaat dan niet om de buitenlandse politiek, maar om het Nederland achter de dijken. Balkenende ziet een gebrek aan gemeenschappelijke normen en waarden als de voedingsbodem voor maatschappelijk verval. Op het terrein van de immigratie en integratie moeten daarom maatregelen worden genomen die nieuwe Nederlanders  'onze' normen bijbrengen. Als we migranten maar voldoende regeltjes opleggen en hen met verplichte cursussen het onderscheid leren tussen blauwe en roze muisjes, komt het wel goed met de gemeenschapszin. Dat suggereert geen maakbare maar zelfs een kneedbare samenleving. Vooral VVD-minister Rita Verdonk past bij het harde neoconservatisme. Denk bijvoorbeeld aan de waarde die zij hecht aan de nationale identiteit. Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit vergelijkt ze met het winnen van de hoofdprijs.

De tweede overeenkomst is het schetsen van doembeelden om beleid te verkopen. Bush zaaide angst met het gevaar van het islamitisch terrorisme en met het bezit van massavernietigingswapens van Sadam Hoessein. Ook in Nederland heeft het kabinet de neiging om het gevaar van het islamitisch terrorisme te overdrijven. Daarmee kan de overheid, net als in de Verenigde Staten, de macht van de staat vergroten ten koste van burgerlijke vrijheden. Door te hameren op het belang van de eigen verantwoordelijkheid, volgt het kabinet bij zijn sociale politiek wel de gematigd conservatieve route van Fukuyama. Maar ook hier wordt het beleid met behulp van doemscenario's verkocht. We kunnen niet anders, zo is het betoog, want anders is onze vergrijzende samenleving niet opgewassen tegen de economische concurrentie uit China of India.

In de Verenigde Staten is het neoconservatisme zeer verbonden met president Bush en zijn naaste medewerkers. Bij de volgende presidentsverkiezingen maakt een neoconservatieve havik weinig kans om kandidaat te zijn voor de Republikeinen. Daarvoor heeft Bush zich met de oorlog in Irak te impopulair gemaakt. Zelfs allerlei hoge militairen vragen nu om het aftreden van de minister van defensie Donald Rumsfeld, de rechtlijnige rechterhand van Bush. Dat moet Fukuyama als muziek in de oren klinken.

Ook in Nederland lijkt het einde van de politieke macht van het neoconservatisme nabij. De coalitiepartijen zijn bij de gemeenteraadsverkiezingen flink afgestraft. Zelfs de charismatische Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam heeft de verkiezingen niet kunnen winnen. Terwijl Rotterdam toch de thuisbasis was van de Fortuynbeweging, de aanjager van het Nederlandse neoconservatisme. Rotterdammers vinden praktische maatregelen voor de leefbaarheid blijkbaar belangrijker dan polariserende uitspraken over moslims.

Opmerkelijk is dat de gemeenteraadsverkiezingen draaiden om klassiek sociaal-economische thema's en niet om vreemdelingenbeleid en integratie. Burgers zijn  meer bevreesd voor het verlies van werk of inkomen dan voor het gevaar van terrorisme of de Islam. De VVD neemt nog wel stelling tegen de WRR die kritiek levert op de spookbeelden van sommige politici over de Islam, maar in het CDA is men de harde confrontatie zat. CDA-leiders Balkenende en Verhagen worden na het verlies in de gemeenteraadsverkiezingen door de achterban opgeroepen om een meer verzoenende toon aan te slaan. Het debat in het CDA gaat nu over koopkrachtverbetering voor mensen met lage inkomens en over hoe de partij weer haar sociale gezicht kan laten zien. Dat laat zien dat de politiek weer meer gaat over concrete resultaten dan om ideologische tegenstellingen. 

De strijd om het leiderschap bij de VVD doet daarom anachronistisch aan. Natuurlijk is Verdonk populair bij de rechtse kiezers. Met haar trekt de VVD die kiezers weg bij het CDA, Wilders, de LPF en anderen die willen strijden in de rechtse arena. Maar deze arena trekt minder publiek dan een aantal jaren geleden. Al in geen tijden stijgt het rechtse blok in de opiniepeilingen. Het maakt daarbij niet uit of Wilders in beeld is, Pastors zich aanmeldt voor de nationale politiek of Verdonk zich in de strijd werpt om het lijsttrekkerschap van de VVD. De winst in de peilingen voor de een is het verlies voor de ander.

De kans op een nieuw kabinet met VVD en CDA volgend jaar is erg klein. Wouter Bos (PvdA) zal naar alle waarschijnlijkheid de kleur van het nieuwe kabinet gaan bepalen. Hij houdt alle opties open, maar neoconservatief zal het niet worden. Bos kan een links kabinet vormen, maar kan ook gaan samenwerken met het CDA of zelfs de VVD van de ‘linkse’ Mark Rutte. Een kabinet met de VVD van Rita Verdonk is echter ondenkbaar. Misschien wint Verdonk de strijd om het lijsttrekkerschap bij de VVD, maar dan zet ze de partij politiek buitenspel. Fukuyama’s 'After Neoconservatism' kondigt zo ook het einde aan van het neoconservatieve tijdperk in Nederland.

Verschenen in Trouw, 29 april 2006.

Gerelateerde artikelen