2 minuten

Dromer en doordouwer

recensie

Een gedachtenexperiment. Stel je voor, eind jaren vijftig ben je op tweejarige leeftijd met je ouders geëmigreerd van Amsterdam naar München. Jullie zijn nooit meer teruggegaan. Amsterdam ken je slechts van de verhalen. Met weemoed beschreef je moeder hoe zij vroeger over de karakteristieke grachten fietste op weg naar haar oudste zus. 

Iedere zondagochtend haalde zij haar zus op uit het statige herenhuis waar zij woonde. Beeldend vertelde ze dan hoe de zussen naar de Onze Lieve Vrouwekerk liepen terwijl zij omhoog keken naar de trapgevels en de rondvliegende duiven.

Nu ben je bijna vijftig jaar. Met de trein ben je voor het eerst onderweg naar de Nederlandse hoofdstad. Vol verwachting naar deze oude, bijzondere en pittoreske stad stap je Amsterdam Centraal uit. Met een oude vergeelde stadskaart in de hand oriënteer je je op de route die je zult lopen naar de Onze Lieve Vrouwekerk. Als je om je heen kijkt zie je tot je verbazing dat de plattegrond niet overeenkomt met de werkelijkheid. De door je moeder beschreven grachtenpanden zijn nergens te bekennen. De grachten zelf trouwens ook niet. Het enige dat nog aan de kronkelige waterslingers doet herinneren zijn de straatnamen die eindigen op 'gracht'. In de binnenstad hoor je ronkende auto's, gehaast op zoek naar een plekje op parkeergelegenheid 'De Dam'. Het is donker. De zon verstopt zich achter de talloze slanke kantoortorens. Aan een voorbijganger vraag je verschrikt waarAmsterdam is. Lachend krijg je het antwoord dat je daar bent.

Als het aan Joop den Uyl had gelegen was het niet bij een gedachtenexperiment gebleven, zo blijkt uit het proefschrift van journalist Anet Bleich. Toen Den Uyl begin jaren zestig een ongekend machtige wethouder was, droomde hij van een 'moderne, groeiende, dynamische stad'. Dat wilde hij realiseren door het dempen van verschillende grachten. Ook moesten dertig- tot veertigduizend oude stadswoningen tegen de grond. Dit alles moest resulteren in ruim 550 hectare grootschalige complexen met hoogbouw. Met benzinestations op de meest fantastische locaties. Voordat zijn droom werkelijkheid werd ruilde Den Uyl zijn functie in voor minister van Economische Zaken. En dat is achteraf gezien misschien maar goed ook.

Na het verschijnen van de biografie over Den Uyl is er al veel gezegd en geschreven over dit boek. Voor degenen die denken genoeg te hebben aan de recensies en debatten: koop het boek alsnog, al is het maar voor hoofdstuk zeven 'Manhattan aan de Amstel'.

Anet Bleich, 'Joop den Uyl, 1919-1987, Dromer en doordouwer', uitgeverij Balans, 2008

Deze boekbespreking verscheen eerder in De Helling.

Gerelateerde artikelen