11 minuten

Groen succes en falen

Wat verklaart het succes en falen van de Duitse Groenen, het Vlaamse Groen! en de Deense Socialistische Volkspartij? Hoe leerden deze partijen van hun fouten en op welke manieren boekten ze succes? Annie van de Pas heeft onderzoek gedaan naar de politieke praktijk in drie West-Europese democratieën.

 

De Duitse Groenen: succesvol door zichzelf te blijven

De Duitse Groenen, de meest succesvolle groene partij, weten sinds 2008 kiezers uit alle kiezersgroepen (van conservatieve CDU-stemmers tot zeer linkse Die Linke-stemmers) in meer of mindere mate aan zich te binden. Een deel van de kiezers die het in bepaalde opzichten niet eens zijn met de Groenen, stemt toch op hen. Deels uit onvrede met de andere partijen, maar in niet onbelangrijke mate ook omdat meer kiezers overtuigd zijn geraakt van hun politieke agenda. De Duitse Groenen hebben een voortrekkersrol gespeeld en kiezers van hun agenda overtuigd. De Duitse Groenen zijn numeriek zeker niet de grootste, maar de partij heeft in vergelijking tot haar omvang buitensporig veel invloed gehad op Duitsland. De enorme banengroei in de groene economische sector, de vergroening van het belastingstelsel en de energiesector, de uitstap op kernenergie: zonder de jarenlange inzet en realisatie van de Groenen op deze dossiers zou Duitsland er nu anders uitzien. Milieubewustzijn heeft er de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Sinds 2008 zijn niet langer slechts 5 maar ruim 20 procent van de Duitse kiezers ervan overtuigd dat het milieu buitengewoon belangrijk is. Vanzelfsprekend profiteren de Groenen van die toename, maar ook kan worden betoogd dat ze die toename zelf hebben beïnvloed.

Hoe hebben zij dat voor elkaar gekregen? Hun geleidelijke maar gestage opmars hangt samen met de consequente en consistente manier waarop ze hun verhaal de afgelopen jaren op de kiezer hebben overgebracht. Kiezers blijken bereid om op een samenhangend politiek verhaal te stemmen. De Duitse Groenen zijn daar een schoolvoorbeeld van. Als geen andere Duitse partij heeft ze consequent gebouwd aan haar inhoudelijke verhaal en is ze moeilijke discussies in grote openheid aangegaan. Vanwege een roerig verleden van interne strijd tussen fundi's en realo's hebben de Duitsers geleerd hoe het interne debat open te voeren en (toch) tot gemeenschappelijke uitgangspunten te komen. Door die traditie van inhoudelijke politiek, discussie en de open evolutie van (toch altijd herkenbare) standpunten worden de Groenen nu door vriend en vijand beschouwd als de meest geloofwaardige partij in Duitsland.

Geloofwaardigheid is alles, zeggen alle Duitse Groenen die ik voor mijn onderzoek heb gesproken; de partij is dan ook tot diep in haar organisatorische vezels van dat begrip doordrongen. De Duitse Groenen hebben begrepen dat ze inhoudelijk 'de beste' moeten zijn om die geloofwaardigheid te bereiken. Want juist Groene partijen moeten een tandje harder lopen dan andere om te voorkomen dat ze worden weggezet als naïef, strategisch irrelevant en eendimensionaal. Daarom hebben de Duitsers jarenlang geïnvesteerd in het opbouwen van een solide verhaal en zijn inhoud, strategie en communicatie een onlosmakelijke drie-eenheid die door hen altijd in acht wordt genomen. De Duitse Groenen zijn ook geloofwaardig omdat ze aan de kern van hun gedachtegoed trouw zijn gebleven en standvastig zijn op dossiers zoals kernenergie. Tegelijk doen ze het meest van alle Duitse partijen aan inhoudelijke vernieuwing en de evolutie van hun gedachtegoed. Maar dan wel zo dat hun kiezers er een herkenbare Groene signatuur in kunnen zien. Zo is de partij erin geslaagd 'marktleider' te worden op zowel het gebied van innovatieve politiek als op betrouwbaarheid: termen die op een positieve manier met de partij worden geassocieerd.

De Deens Socialistische Volkspartij: een kostbare draai

Daar waar de Duitsers koersvast en herkenbaar zijn gebleven, heeft de Deense Socialistische Volkspartij (SF) een radicaal andere koers gekozen. De SF had net als de andere linkse Deense partijen te lijden van de opkomst en vestiging van cultureel conservatief populisme in het Deense politieke centrum. De SF dreigde te worden gemarginaliseerd en richtte zich daarom zichtbaar op samenwerking met de (eveneens noodlijdende) sociaaldemocraten. Ook probeerde de SF om weer een 'volkspartij' te worden. Ze is verschoven van links en cultureel progressief naar links en meer cultureel conservatief. Aanvankelijk leverde dat succes op. In 2007 won de partij stevig, wat overigens sterk werd verbonden met de no-nonsense en niet-elitaire houding van lijsttrekker Willy Søvndal. In 2011 verloor ze echter met diezelfde linkse en cultureel conservatieve agenda. Als belangrijke verklaring hiervoor geeft de SF zelf aan dat de partij teveel is geschoven op migratie en integratie. Kiezers twijfelden in toenemende mate aan de koersvastheid en 'normen en waarden' van de partij, vertelde onder andere een SF-Europarlementariër.

Twee zaken kunnen uit het verlies van de SF worden opgemaakt. De eerste is dat schuiven riskant is en dat teveel luisteren naar de kiezer niet noodzakelijkerwijs succesvol is (in dat opzicht zijn kiezers nog minder koersvast dan partijen zelf). In 2007, toen het cultureel conservatief populisme in Denemarken een hoogtepunt kende na de Mohammed-cartoonaffaire in Jillands Posten oogstte de SF nog succes met haar nieuwe koers. Maar in 2011 vond men dat de partij te ver was gegaan op het migratiedossier - met name op het 'importbruiden-puntenplan' van de SF dat qua framing direct was ontleend aan de populistische Deense Volkspartij. Consistentie duurt uiteindelijk het langst. Niet zozeer omdat de kiezer dat zelf is, maar omdat een partij herkenbaar moet blijven om kiezers aan te spreken. Het is in dit verband opvallend dat de SF veel oorspronkelijke kiezers, met name hoogopgeleide vrouwen, is kwijtgeraakt aan partijen die niet zijn gaan schuiven op de culturele dimensie: de sociaal liberalen en de linkse eenheidslijst. Het signaal dat de partij afgeeft door te schuiven op een deel van de kernidentiteit is onbetrouwbaarheid. Nu is gekozen voor schuiven op de cultureel conservatieve as, en de kiezer vraagt zich af waar de partij straks op zal schuiven. Zo'n potentiële electorale 'vreemdganger' is minder aanlokkelijk voor kiezers.

Ten tweede betekent dit dat het representatieprobleem niet noodzakelijkerwijs wordt opgelost door te schuiven op de as progressief/conservatief. De SF is meer gaan lijken op de doorsnee kiezer. Maar de kiezer waardeert dit niet. Er zit meer licht tussen hoe een kiezer zichzelf plaatst in het politieke spectrum en wat zij wil dat een politieke partij doet dan onderzoekers geneigd zijn te denken. Opmerkelijk in dit verband is de electorale winst voor de drie liberale partijen in Denemarken, die hun bereidheid om de pensioenleeftijd te verhogen niet onder stoelen of banken staken. Hoewel dit onderwerp buitengewoon moeilijk lag in alle opiniepeilingen in Denemarken, hebben deze partijen toch de verkiezingen gewonnen. Dat onderstreept maar weer dat de kiezer ook daadwerkelijk kan worden meegenomen. Kortom: partijen moeten weten waar hun kiezer zich bevindt, maar er niet noodzakelijkerwijs hun oren naar laten hangen.

Nog een ding over schuiven. In het publieke debat merken commentatoren dikwijls op dat partijen veel te vaak verkiezingsbeloftes breken, vooral partijen die (gaan) regeren. En de casus van de SF laat zien dat schuiven op punten die tot het DNA van de partij horen gevaarlijk is en de betrouwbaarheid van een partij aantast. Maar helemaal niet schuiven is onmogelijk, zowel als het gaat om regerende partijen in coalitie of als het oppositiepartijen betreft. Daarom moeten de kleinere Groene partijen goed weten wat tot hun intrinsieke DNA behoort, waar ze niet op kunnen schuiven en waar wel. Op die punten waarop dat niet kan (bijvoorbeeld kernenergie of vergroening van het belastingstelsel), moeten ze er zorg voor dragen dat hun boodschap permanent over het voetlicht wordt gebracht. Te vaak presenteren Groene partijen een nieuw idee om het vervolgens meteen over iets anders te gaan hebben. In mijn onderzoek hebben alleen de Duitse Groenen echt begrepen dat eindeloze herhaling een noodzakelijke voorwaarde voor succes is.

Daar waar wel geschoven moet worden is een goed en eerlijk verhaal nodig. Dat is zichtbaar in de strategie van de Duitse Groenen. Zij hebben tijdens hun tweede regeringsdeelname op miraculeuze wijze een periode van keiharde sociaal economische saneringen overleefd. Ze hadden als enige (!) Duitse partij een inhoudelijk verhaal over sociaal-economische hervormingen klaarliggen en hebben dit gekoppeld aan een uitgekiende communicatiestrategie. De pijn werd niet verzacht: de Groenen draaiden er niet omheen dat de hervormingen hard aan zouden komen bij de Duitse bevolking. Maar wel wisten ze mensen er van te overtuigen dat het 'niet anders kon' en dat het land er op de langere termijn beter van zou worden. De diepe kritiek in Duitsland op de hervormingen richtte zich daardoor vooral op de SPD, en de Groenen wisten de dans – terecht of onterecht – tot op zekere hoogte te ontspringen door hun relatief eerlijke en relatief onderbouwde verhaal. Sterker nog, zij wisten zich ondanks de negatieve bezuinigingen toch als innovatief te profileren door als enige partij een inhoudelijk verhaal klaar te hebben. Dat maakt eens te meer duidelijk hoe onlosmakelijk inhoud en communicatie bij de Duitse Groenen onderling verbonden zijn.

Soms moet je schuiven, maar in zijn algemeenheid zijn geduld en standvastigheid cruciaal om de band met de kiezer te bestendigen. En dat is nu net waar het veel Groene partijen aan ontbeert. Zijn wij, GroenLinks, ook echt in staat om bijvoorbeeld net als de deelstaatpremier van Baden-Württemberg Winfried Kretschmann dertig jaar lang iets geduldig op te bouwen alvorens succes te oogsten? Dat betekent dat een kleinere partij ook moet accepteren dat zij heel lang kan blijven hangen in een bepaald percentage van de stemmen, dat zij heel lang aan haar eigen verhaal moet blijven vasthouden en dat over het voetlicht moet blijven brengen voordat zij er enig succes mee kan oogsten. De Duitse Groenen kunnen dat omdat ze als geen ander echt geloven in hun boodschap en er – zelfs tegen de verdrukking in – vierkant achter bleven staan. Ze willen graag meeregeren, maar niet als dat ten koste gaat van hun Markenkernen: de cruciale onderdelen van hun politieke identiteit. Ze wilden graag meer kiezers, maar die wilden ze niet bereiken door significant te schuiven op inhoud. De Duitse Groenen zijn dus inderdaad gegroeid door een consistent en consequent verhaal te hebben. Ze hebben hun trouwe electoraat weten te behouden. Alle electorale winst is bovenop die trouwe kiezer gekomen als gevolg van bewuste keuzes van de Groenen.

Ook de SF is in dit verband interessant. Het gaat niet alleen om schuiven, maar ook om hoe je doorkomt met een eigen verhaal en consistent blijft als alle aandacht een andere kant uitgaat. Toen het de (linkse) oppositie duidelijk werd dat ze niet op eigen houtje door het populistische discours heen kon breken hebben de oppositiepartijen onderling achter de schermen afgesproken niet elke keer in te gaan op de populistische waan van de dag, maar de nadruk te leggen op de eigen sociaal-economische verhalen. Dat is na lang volhouden succesvol geweest. Bij de verkiezingen van 2011 is het voor het eerst in meer dan een decennium gegaan over sociaal economische (pensioen)hervormingen en niet alleen over migratie en integratie. Het vasthouden aan het eigen verhaal, in plaats van je mee laten slepen door de waan van de dag, kan echt zin hebben. Ook hier duurde consistentie het langst.

Het Vlaamse Groen!: ondoordacht de regering in

Maar vaker dan gedacht geven Groene partijen delen van hun 'kernverhaal' op of verzwijgen ze het. Omdat succes uitblijft, vanwege de machtsvraag of uit angst te worden weggezet als naïef. Die laatste twee motieven speelden de Vlaamse Groenen parten tijdens en na hun regeringsdeelname tussen 1999 en 2003. De partij was zo gericht op een tweede Paars-Groene regeringstermijn dat ze zich onvoldoende bekommerde om de kiezer in verkiezingstijd en onvoldoende het eigen gezicht toonde. De regerende liberale partij wist de Groenen weg te zetten als utopisch, en in combinatie met zowel inhoudelijke als communicatieve politieke fouten van de partij ging dit aan haar kleven. Dat resulteerde in een desastreuze nederlaag in 2003. Tot op de dag van vandaag zijn de Vlaamse Groenen onzeker om gevoelige dossiers uit het verleden aan te snijden, zoals ecotax of kernenergie. Pas na Fukushima ging de partij weer met dit laatste onderwerp de boer op. Dat was te laat om het onderwerp succesvol te claimen, want na een lang zwijgen was de geloofwaardigheid op dit onderwerp voor kiezers te veel aangetast.

Het is onterecht om het Vlaamse Groen! weg te zetten als een mislukking, want (los van het feit dat ze het vandaag de dag prima doen in de peilingen) is deze reactie eerder regel dan uitzondering. De meeste groene partijen vinden het lastig om hun verhaal met overtuiging uit te dragen, zwijgen over de zaken die moeilijk liggen en wachten totdat de buit overwaait. Maar eenmaal begonnen aan een dergelijk verhaal kan men beter consistent blijven dan de dans proberen te ontspringen, want juist uit de Belgische casus blijkt dat ontwijkend gedrag als een boemerang bij een partij terugkomt en de geloofwaardigheid ervan ernstig aantast. Dit geldt dus ook voor moeilijke onderwerpen als het ontslagrecht. Ten positieve kan nog over Groen! worden vermeldt dat de partij net als de Duitse Groenen laat zien dat consistentie van groot belang is. Het gaat nu redelijk goed omdat ze op een op dit moment buitengewoon belangrijk onderwerp, dat van de staatshervormingen, haar wijze van communiceren heeft aangepast, maar in de kern vasthoudt aan samenwerking met haar Waalse zusterpartij. Als enige partij werkt ze nog steeds samen met Ecolo en is ze pragmatisch en oplossingsgericht. Daar waar andere partijen als de NV-A van Bart de Wever dit proces vooral lijken te willen saboteren, is het redelijke en consistente geluid van Groen! aantrekkelijk voor kiezers.

Groene kansen

In dit veldonderzoek is gekeken naar de rol van partijen zelf. Het is evident dat Groene partijen, los van politieke systemen en politieke persoonlijkheden, zelf veel meer kunnen doen om hun aantrekkelijkheid te vergroten. Juist Groene partijen die met hun idealen iets willen veroveren op de werkelijkheid moeten een uiterst doordacht en consistent verhaal blijven uitdragen en blijven ontwikkelen – en vooral achter hun grote verhaal blijven staan. Groene partijen zijn per definitie veroordeeld tot een voortrekkersrol omdat ze grote maatschappelijke veranderingen ambiëren. Deze partijen kunnen het zich niet veroorloven om zich conservatief of afwachtend op te stellen. Ze moeten hun voortrekkersrol als hervormingsgezinde partij met verve op zich nemen. Er zijn wat dat betreft lichtpunten. De traditionele middenpartijen hebben zich kapot geregeerd, terwijl het groene gedachtegoed nog steeds fris is. Het ongebreidelde maakbaarheidsdenken van de sociaaldemocratie is een gepasseerd station, en alles overlaten aan de staat zoals de SP wil is niet haalbaar. Juist de middenweg van het groene gedachtegoed dat zowel opkomt voor duurzaamheid en de zwakkeren, maar ook eigen verantwoordelijkheid en ontplooiing stimuleert kan in deze eeuw nog heel lang meegaan.

Gerelateerde artikelen