7 minuten

GroenLinks heeft haar idealen verkwanseld

Marius de Geus mengt zich in het debat over de koers van de partij: 'Een kerntaak van groene partijen in het algemeen is dat zij creatieve, aansprekende en opbouwende ideeën dienen te formuleren om de moderne ecologische problemen onder controle te krijgen'. 

Ideologische kwesties

Na het dramatische verlies van GroenLinks bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer is de vraag gerechtvaardigd wat de vooruitzichten zijn van deze partij. Veel is al geschreven over de rol van personen zoals Femke Halsema en haar opvolgster Jolande Sap binnen GroenLinks, en de betekenis van enkele 'affaires' zoals het stemmen voor de Afghaanse Kunduz politietrainingsmissie en de minder gelukkige strijd om het leiderschap door Tofik Dibi. Van veel groter belang is echter de vraag welke rol ideologische kwesties en onduidelijkheden op het vlak van de groene politieke filosofie hebben gespeeld. Welke lessen zou GroenLinks op basis van een kritische analyse dienen te trekken? En wat zijn enkele van de meer praktische onderwerpen die in de nabije toekomst bij GroenLinks onvermijdelijk aan de orde dienen te komen?

Ideologische leegte

Om maar direct met de deur in huis te vallen: naar mijn analyse is vooral de 'ideologische leegte' van GroenLinks van doorslaggevende betekenis geweest voor het verkiezingsverlies. Het valt moeilijk te ontkennen dat de partij al langere tijd tamelijk futloos en krachteloos overkwam, en in ideologisch en politiek- filosofisch opzicht in een staat van verwarring verkeerde. Terwijl over onze grenzen partijen als Bündnis 90/ Die Grünen en het Belgische Groen (voorheen Agalev) de laatste jaren zwaar hebben geïnvesteerd in een ideologische herijking van het groene en progressieve gedachtegoed, heeft GroenLinks op dit vlak de nodige steken laten vallen.

Om te beginnen heeft de partij met haar toenemende voorkeur voor vrijzinnig liberale culturele en sociaal-economische denkbeelden, in het laatste decennium vele traditionele kiezers van de partij vervreemd. Een groot aantal GroenLinks kiezers heeft van oudsher bewust gekozen voor een uitgebalanceerde combinatie van sociale rechtvaardigheid aan de ene kant en ecologische verandering in de richting van een duurzame economie aan de andere kant. 

De vrijzinnig liberale denkbeelden met een primaire focus op groen hedonisme, 'groen is leuk' en niet te vergeten een verstrekkende flexibilisering van de arbeidsmarkt, waren weinig consistent. De bereidheid van de partijleiding om de ontslagregels te versoepelen en de duur van ontslaguitkeringen drastisch te verkorten viel bij menig GroenLinks aanhanger niet bepaald in goede aarde.

Hetzelfde geldt feitelijk voor de openlijke vrijage met het zogenaamd 'baanbrekende' Deense arbeidsmarktmodel, dat als een soort panacee voor ongeveer alle kwalen van de hedendaagse Nederlandse economie werd gepresenteerd. Deze optelsom van in sociaal opzicht veel te weinig geëngageerde ideeën en beleidsvoorstellen, leidde ertoe dat grotere groepen in principe honkvaste GroenLinks stemmers hebben afgehaakt en veelal tegen wil en dank hebben gekozen voor een 'strategische stem' op andere politieke partijen.

Een gemiste kans

Op het zelfde moment dat binnen andere Europese groene partijen diepgaande discussies over de kernthema's van de groene politieke filosofie werden gevoerd en ideeën werden ontwikkeld over een duurzame, 'circulaire economie', bleven deze onderwerpen bij GroenLinks sterk onderbelicht. Waar het Belgische Groen regelmatig congressen, studie- en discussiedagen organiseerde en wetenschappers uit binnen- en buitenland uitnodigde om de groen-ecologische ideologie kritisch te onderzoeken en te herijken, maakte GroenLinks zich nauwelijks druk over haar traditionele en toekomstige ideologische veren.

Het is duidelijk een gemiste kans dat in de laatste jaren geen ruimte is gemaakt voor een meer diepgravende en 'ideologisch bewogen' groene benadering. Mijn Engelse collega Andrew Dobson maakt in zijn Green Political Thought de leerzame vergelijking tussen enerzijds milieubestuur ('environmentalism') en anderzijds ecologisme ('ecologism'). Groene politieke partijen moeten vermijden om louter en alleen te kiezen voor die eerste, 'milieubestuurlijke' visie. Dat wil zeggen: het op een pragmatische wijze zoeken naar milieuoplossingen binnen de huidige institutionele kaders, zonder aandacht te besteden aan diepgaande waardenveranderingen of een meer radicale wijziging van levenswijzen en productie- en consumptiepatronen.

Meegezogen in de milieubestuurlijke aanpak

Wat al langere tijd bij GroenLinks systematisch ontbreekt, is een meer veranderingsgezinde, 'ecologistische' benadering. Daar wordt mee bedoeld: een omvattende en coherente visie op de hedendaagse problemen van natuur, milieu en klimaat en de denkbare oplossingsrichtingen. Een dergelijke visie gaat uit van de wenselijkheid van een verandering van waarden en normen, en brengt nieuwe wijzen van leven met zich mee: eenvoudiger, dichter bij de natuur, met ecologisch verantwoorde vormen van productie en consumptie, en met werkelijk respect voor de notie van 'grenzen aan de groei'.

De milieubestuurlijke aanpak is een benadering die de bestaande maatschappelijke ordening als gegeven beschouwt en waarin wordt geprobeerd om met behulp van technologische middelen en een geleidelijk milieubeleid de ergste vormen van vervuiling tegen te gaan. Van dit pragmatische en op stapsgewijze veranderingen gerichte milieubeleid hoeft men even wel niet al te veel te verwachten, omdat de diepgewortelde oorzaken van natuur- en milieuaantasting en klimaatverandering (onder meer onze groei-economie, het permanente winststreven, het heersen van de mens over de natuur, de op massaconsumptie gerichte levensstijl van de westerse mens) niet worden weggenomen.

Het heeft er alle schijn van dat GroenLinks te ver is 'meegegaan' in deze lijn van denken, en als het ware is 'meegezogen' in de nadrukkelijk milieubestuurlijke aanpak waar de afgelopen Nederlandse kabinetten consequent voor hebben gekozen. De vraag naar een diepgaande verandering van waarden en normen, van productie- en consumptiepatronen en het formuleren van sociale en ecologische grenzen aan de groei is zodoende uit het zicht verdwenen. Al met al is er onvoldoende sprake van een intern consistente en helder uitgewerkte politieke theorie van natuur-, milieu- en klimaatbeleid. Wat bij GroenLinks overheerst is een overwegend pragmatische benadering om in kleine stappen de ergste vormen van vervuiling en bederf tegen te gaan en de grootste lekken van het schip te dichten.

Leerzame lessen

Welke lessen zou GroenLinks op basis van een kritische analyse dienen te trekken? Laat ik een eerste en bescheiden aanzet geven door aan de hand van een vijftal stellingen en discussiepunten het veel te lang uitgestelde politiek-ideologische debat binnen deze partij te bevorderen:

- Het huidige natuur-, milieu-, en klimaatbeleid (in Nederland, maar ook op Europees en globaal niveau) is gebaseerd op onjuiste vooronderstellingen over de relatie mens-natuur, de haalbaarheid van puur technologische oplossingen, en de mogelijkheden van 'piecemeal engineering' (dat betekent een beleid van kleine stappen en aanpassingen).

- Wat fundamenteel ontbreekt, is een meer ideologische en geëngageerde benadering van de genoemde beleidsproblemen, waardoor werkelijk fundamentele vragen aan de orde worden gesteld over de noodzakelijke verandering van de moderne groei-economie, de huidige hoog-consumptieve levenswijze, en de bestaande productie- en consumptiepatronen: waar zijn de bezielde en grotere 'verhalen' over deze groene sleutelonderwerpen gebleven?

- Wat ook noodzakelijk lijkt, is het ontwikkelen van doordachte en breder uitgewerkte, 'gevarieerde' visies op 'het goede leven'. Wat maakt burgers nu echt gelukkig? Wat betekent 'goed en moreel verantwoord' leven in een tijdperk van toenemende schaarste aan hulpbronnen en bedreigende klimaatverandering? Welke waarden, normen en idealen kunnen in dit verband een doorslaggevende rol spelen?

- Het is en blijft discutabel of de gesignaleerde problemen van natuur, milieu en klimaat eigenlijk wel zijn op te lossen binnen de kaders van de steeds verder globaliserende vrije markt economie en de institutionele inrichting van de westerse liberale democratieën. Zijn er alternatieve institutionele mogelijkheden denkbaar waardoor de kwetsbare toekomstige generaties wel een duidelijke stem krijgen en dientengevolge invloed op het beleid kunnen uitoefenen?

- En last but not least: om werkelijk effectief te kunnen zijn, zal GroenLinks bij het denken over natuur-, milieu- en klimaatbeleid stelselmatig rekening moeten houden met het dichten van de kloof tussen de arme en de rijke wereld. Een rechtvaardige verdeling van natuurlijke hulpbronnen en uitstootrechten van klimaatgassen, impliceert dat Westerse landen een stap terug moeten doen om de Derde Wereld de gelegenheid te geven voor verdere economische ontwikkeling en ecologisch verantwoorde groei.

Rond het armoede-onderwerp en het vraagstuk van intra- en intergenerationele rechtvaardigheid (gerechtigheid binnen de nu levende, en tussen de huidige en toekomstige generaties) is het al langere tijd oorverdovend stil bij de door GroenLinks gevoerde partijpolitieke en strategische discussies.

Praktische onderwerpen

En wat zijn enkele van de meer praktische onderwerpen die in de nabije toekomst bij GroenLinks onvermijdelijk aan de orde dienen te komen?

Een kerntaak van groene partijen in het algemeen is dat zij creatieve, aansprekende en opbouwende ideeën dienen te formuleren om de moderne ecologische problemen onder controle te krijgen. Idealiter zouden zij permanent de maatschappelijke discussies over duurzaamheid dienen te voeden met prikkelende ideeën, om ook andere politieke partijen te stimuleren met vernieuwende denkbeelden te komen.

Zoals ik in deze bijdrage heb beargumenteerd, is het formuleren van abstracte idealen, concepten en groene maatschappijbeelden van grote waarde, maar het is óók essentieel om met heel concrete oplossingen en suggesties te komen om de huidige natuur- en milieuproblemen effectief te bestrijden.

In moderne public relations termen gesteld: het zal er uiteindelijk vooral om gaan om degelijke en plausibele analyses van de oorzaken van de crisis van natuur, milieu en klimaat te verbinden met een meer 'aantrekkelijk en overtuigend' image wat betreft de te nemen beleidsmaatregelen. Naar mijn stellige idee ligt juist op dit terrein van strategieontwikkeling en het opbouwen van een positievere beeldvorming een van de cruciale uitdagingen voor de partij. 

Gerelateerde artikelen