5 minuten

Het CPB en de Absolute Economische Waarheid

In de wereld van het Centraal Planbureau (CPB) passen er best wat meer kinderen in de klas en gaan afgestudeerden lachend de arbeidsmarkt op, ondanks een studieschuld van 30.000.

Dromenland

In de ideale wereld passen er best wat meer kinderen in de klas, krijgen de beste docenten het meeste loon en gaan afgestudeerden lachend de arbeidsmarkt op, ondanks een studieschuld van 30.000 euro in de achterzak. Tenminste, in de wereld van het Centraal Planbureau (CPB), het bureau dat beleid vertaalt naar keiharde euro's.

Laat leraren maar zeuren over volle klassen, economisch gezien zijn die juist gunstig. Want iets vollere klassen leveren maar een 'gering' kwaliteitsverlies op. Een duidelijke win-winsituatie: de leraar werkt wat harder en de kosten per kind kunnen omlaag. En het is maar een klein beetje slechter voor de kwaliteit van het onderwijs.

Een soortgelijke redenering gaat op voor de prestatiebeloning voor leraren. Want als je iemand beter beloont, gaat hij natuurlijk harder werken. Dat onderzoek in de Verenigde Staten duidelijk aangeeft dat het niet helemaal zo werkt, doet er uiteraard niet toe. Dat bestuurders aangeven niet in staat te zijn hun docenten objectief te vergelijken, dat leraren aangeven niet op prestatieloon te wachten en dat de praktijk uitwijst dat de geschiedenisdocent altijd populairder is dan de wiskundedocent, al helemaal niet. Het economische model achter prestatiebeloning staat als een huis en daar gaat het om!

Politieke beloning

Politieke partijen die bij de laatste verkiezingen de studiefinanciering wilden afschaffen en in plaats daarvan een leenstelsel in hun programma hadden staan, werden daarvoor beloond door het CPB. Immers: 'Studeren is een investeringsbeslissing. Een scholier weegt de kosten van hoger onderwijs af tegen de opbrengsten (verwacht loon).' Ja, het CPB weet als geen ander de motivatie van 17- en 18-jarige om wel of niet te gaan studeren.

Dat bovenstaande redeneringen voor veel mensen niet opgaan, is duidelijk. De echte wereld zit anders in elkaar. Helaas voor Nederland leven veel CPB-economen niet in de echte wereld, maar in de heilstaat Economië, waar alle mensen voorspelbaar handelen, enkel en alleen op basis van rationele en financiële argumenten. Dat gaat zelfs zo ver dat wanneer de werkelijkheid niet past in het model van het CPB, het de werkelijkheid is die wordt aangepast en niet het model.

Frappant voorbeeld daarvan is het recente onderzoek van het CPB naar de gevolgen van de invoering van een leenstelsel. Om maar uit te komen bij de gewenste uitkomst ('nee hoor, hoge schulden hebben helemaal geen nadelig effect') zijn de rekenmeesters van het CPB uitgegaan van een driejarige hbo-bachelor. Maar er bestaat helemaal geen driejarige hbo-bachelor. Toch hebben de onderzoekers de situatie waarin studenten drie jaar lenen in plaats van vier als uitgangspunt genomen. Hierdoor is de uiteindelijke studieschuld in hun berekening veel lager dan in werkelijkheid. De redenering daarachter is dat er op veel hogescholen stages zijn van een jaar, waarvoor vaak een stagevergoeding wordt gegeven, en er dus gerekend kan worden met een driejarige hbo-bachelor. Die, nogmaals, niet bestaat. En waarmee alle studenten die geen of een lage stagevergoeding krijgen, of die geen of slechts kort stage lopen, vakkundig buiten de berekening worden gehouden. Bovendien zijn de rekenwonders er in hun onderzoek van uitgegaan dat alle studenten thuis wonen en is dus gerekend met de lage beurs voor thuiswonende studenten en niet met de veel hogere beurs die uitwonende studenten krijgen. Het verschil na vier jaar studie is ongeveer 9.000 euro. Iedere student kan immers kiezen om thuis te blijven wonen, zal het CPB hebben gedacht. Maar zelfs al zouden alle studenten dat doen, dan hebben ze wel extra reiskosten. Die heeft het CPB voor het gemak even buiten beschouwing gelaten.

Losgezongen

Het is duidelijk dat dit soort onderzoek enkel dient om vooraf getrokken conclusies te bevestigen. Desondanks wordt het CPB over het algemeen als betrouwbaar gezien en is het vaak leidend voor politieke partijen bij het opstellen van de verkiezingsprogramma's. De geloofwaardigheid van het CPB is zelfs zo groot dat politieke partijen hun eigen idealen aan de kant zetten, om op die manier zo veel mogelijk aan de ideale wereld van het planbureau te voldoen. GroenLinks gooide bijvoorbeeld het idee om in plaats van de studiefinanciering een studieloon in te voeren overboord op aandringen van het CPB. Niet omdat het idee achterhaald of niet werkbaar is (dat is immers nooit fatsoenlijk onderzocht), maar omdat het CPB van mening is dat studieloon niet deugt en het weigert door te rekenen. Een dergelijk stelsel opnemen in je verkiezingsprogramma zorgt voor een lagere score op het CPB-lijstje en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Eigenlijk had GroenLinks zich niets aan moeten trekken van het CPB. Met hun van de werkelijkheid losgezongen economisch wensdenken en selectieve blindheid voor onderzoek dat niet in hun straatje past. En eigenlijk hadden álle politieke partijen dat moeten doen, nu steeds duidelijker wordt dat het CPB met hun beperkte modellen het politieke debat gijzelt. Zelfs de Koninklijke Academie voor de Wetenschappen (KNAW), niet het meest activistische gezelschap, luidde onlangs de noodklok over de manier waarop het CPB zijn werk doet en de negatieve gevolgen die dat heeft voor onderwijs, onderzoek en samenleving. Ook elders klinkt kritiek. Het is te hopen dat partijen de politieke moed vinden om dit aan te pakken.

Overigens, mocht het 'leenstelsel', liever gezegd schuldenstelsel, voor studenten sneuvelen in de Eerste Kamer, ondanks de lobby van ons economisch onderzoeksinstituut, dan hebben wij wel een suggestie voor een alternatieve bezuiniging. U mag raden: het doet economisch onderzoek, zou onafhankelijk moeten zijn en er werken meer dan honderd goedbetaalde mensen, aangevoerd door een directie in schaal 19. Daar moet toch aardig wat geld te halen zijn, dat beter besteed kan worden aan de toegankelijkheid van ons onderwijs dan aan een club die adviezen schrijft voor Economië in plaats van de werkelijke wereld.

 

Lisa Westerveld en Janos Betko zaten van 2007-2009 in het bestuur van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Momenteel zijn beiden actief in het kernteam van de landelijke werkgroep onderwijs van GroenLinks. Lisa stond bij de vorige Tweede Kamer-verkiezingen als 17e op de kieslijst. Dit weblog is ook te lezen op www.vrij-zinnig.nl

Gerelateerde artikelen