9 minuten

Het goede leven: heel wat meer dan een groeiend BNP

De crisis, een moment van bezinning? Niets lijkt minder waar. Systeemvragen worden niet gesteld en Den Haag gaat verder op het oude pad. Gammele groeicijfers van 0,1% worden met luid institutioneel gejubel onthaald. De schijnbare hamvraag: hoe krijgen we die stijgende lijn weer terug? Het hele ‘hoe en waarom’ van groei komt niet aan bod. Dit kan zo niet langer, volgens DWARS en Hellingproef; het economisch en monetair ecosysteem moet op de schop.

Wat willen mensen?

In wiens belang is economische groei? Wat willen mensen? En wat is dat eigenlijk, een groeiende economie? Als we de beleidsmakers en journalisten moeten geloven, gaat het dan om de groei van het bruto nationaal product (BNP). Het overheersende dogma is dat mensen groei van het BNP moeten willen, anders zullen ze ongelukkig worden. Het BNP is een doel op zichzelf geworden en de echte problemen – de systeemfouten - worden afgedaan als onbelangrijk of genegeerd: groeiende ongelijkheid, uitbuiting, milieucrisis, dierenmoord, klimaatverandering en banken die machtiger en groter zijn dan staten.

In plaats van te beginnen met wat we zouden moeten willen en de angst voor verlies van groei of welvaart, moeten we beginnen met wat we echt willen. Wat is er belangrijk voor ons? En wat is genoeg? Mensen hechten waarde aan een gezond leven, veiligheid, respect, identiteit, vriendschap, zinvolle tijdsbesteding en leven in harmonie met de natuur. Deze factoren maken mensen ‘gelukkig’. Volgens ons zou het doel van de economie het bereiken van dit goede leven moeten zijn. Een economie waarin het geluk van mensen centraal staat. De huidige focus op groei van het BNP zorgt voor een grote onbalans. Hellingproef en DWARS vinden dat de politiek stelling moet nemen door voorlopers te bevorderen, de rol van geld te verkleinen en zelf in al haar beleid de vraag stellen: wat levert dit de maatschappij op? Wij willen een economie waarin centraal staat wat mensen van waarde vinden. Een nieuwe economie vraagt om een systeemverandering. In dit artikel gaan we in op wat de nieuwe economie inhoudt, wat deze betekent voor de rol van banken en geld – en hoe de overheid deze transitie kan bevorderen.

(De waarde van) geld

Geld. Alles draait erom in de huidige samenleving. We verliezen de eigenlijke, meer zinvolle, doelen en waarden uit het oog. De waarde van mensen, dieren, natuur en dingen wordt steeds meer uitgedrukt in geld. Dat is makkelijk, want iedereen wil het hebben en als je dingen in geld uitdrukt wordt dat door het gros van de mensen gezien als objectief. Zo proberen we bijvoorbeeld een prijs te zetten op ecosysteemdiensten, omdat we geloven dat we alleen dán echt de waarde van de natuur kunnen bepalen. Terwijl we eigenlijk willen laten zien dat natuur ook een intrinsieke waarde heeft en vaak onvervangbaar is. Omdat we niet weten hoe we het anders kunnen waarderen, zetten we alles om in geld. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen.

Geld is echter, zeker in onze huidige economie, helemaal niet zo objectief en neutraal. Het wordt gecreëerd door particuliere en centrale banken. Het wordt vaak ingezet op plaatsen waar ‘t het meest kan vermeerderen. Liever worden investeringen gedaan die de gevestigde belangen steunen dan dat de vraag in wat voor samenleving we willen leven wordt gesteld. Hierdoor ontstaat er een domino-economie en is reële waarde ondergeschikt aan geldwaarde. Dat dit vervolgens gepaard gaat met werkloosheid, ongelijkheid en ecocide is van ondergeschikt belang. Sterker nog, de ECB stuurt erop dat er altijd een minimum aantal werklozen moet zijn, anders zou de inflatie namelijk teveel oplopen. Zo blijken er achter de neutraliteit toch verborgen politieke keuzes te zitten. Doordat het echter wel neutraal lijkt, kunnen mensen die belang hechten aan zaken die zij van waarde vinden, maar die moeilijk in geld te meten zijn, zoals bijvoorbeeld gelijkheid, vrije tijd of het milieu, door de zogenaamde 'realisten' makkelijk weggezet worden als irrationeel of niet goed voor de economie. Hiermee slaat alle discussie dood: economisch beleid is deels ‘gedepolitiseerd’.

De waardevolle economie: de transitie is al begonnen!

Aan de andere kant kan dat vastgeroeste economische (wens)denkbeeld op een steeds sterker tegengeluid rekenen. Overal zijn al tekenen van de beweging richting een nieuwe economie. Mensen willen verandering en gaan er zelf mee aan de slag. Terwijl de overheid nog in vaste patronen en gevestigde belangen denkt wordt er op kleine schaal al hard gewerkt aan alternatieven. Sociaal, lokaal, duurzaam, kleinschalig en circulair zijn de belangrijkste kenmerken van deze beweging. Balans tussen mens, milieu en winst staat centraal. Dat is triple duurzaamheid - de echte betekenis van het woord.

Duurzame, sociale ondernemingen als ECOVER en Interface Flor laten zien dat je ook op deze manier een succesvol bedrijf kan zijn. Deze ondernemingen hanteren andere bedrijfsmodellen en dagen zichzelf uit om op zowel ecologisch, sociaal en economisch gebied waarde toe te voegen. Daarnaast is er een snel groeiende groep kleinschalige, deel- en/of circulaire initiatieven zoals ruilkringen, Peerby (spullen lenen van je buren), Mud Jeans (huur een jeans) en het GEEF café (betaal je eten met tijd of geld).

Ook bedrijven die niet vanuit de oorsprong duurzaamheid hebben geïntegreerd, zien dat deze transitie noodzakelijk is. De Dutch Sustainable Growth Coalition, een coalitie van Nederlandse multinationals waar onder andere Unilver, Philips, DSM en AkzoNobel deel van uitmaken, zegt nu te streven naar een ander begrip van groei: een groei waarin waarde centraal staat. Philips wil bijvoorbeeld samen met TurnToo lampen van een (lineair) product naar een (circulaire) dienst van licht om vormen. Unilever zet stappen via hun Sustainable Living Plan, om in de complete bedrijfsvoering sociale en duurzame factoren mee te laten wegen.

De financiële sector vertoont ook beweging in deze richting: banken als Triodos en ASN groeien enorm en islamitisch en rentevrij bankieren is in opkomst. Daarnaast zie je steeds meer lokale geldsystemen opkomen om de waarde in de regio te houden. Zowel in het groot (voor heel Catalonië) als in het klein: in Amsterdam is er bijvoorbeeld een lokale geldeenheid die je kan verdienen door je in te zetten voor de gemeenschap en waarmee je korting krijgt bij lokale winkels.

Economisch en monetair beleid: radicaal anders

Politieke inertie kan deze transitie niet tegenhouden, maar het is wel zorgbarend dat de politiek niet meebeweegt. Het is tijd voor fundamentele systeemkritiek, en GroenLinks is daar bij uitstek de geschikte partij voor. Echte duurzame en sociale initiatieven moeten de basis van onze nieuwe economie worden. Of we het willen zien of niet: onze oude economie, afhankelijk van groei van het BNP, fossiele brandstoffen en minder ontwikkelde economieën leidt ons naar een permanente triple crisis: economisch, ecologisch en sociaal. Deze omslag is mogelijk, maar vraagt wel om drastische aanpassingen aan het huidige systeem. De genoemde (bottom up) bewegingen moeten worden aangemoedigd, gefaciliteerd en gestimuleerd door de overheid. Dit kan op verschillende manieren: door de dialoog aan te gaan en spelers aan elkaar te verbinden, door subsidies voor lokale duurzame en sociale initiatieven te bevorderen, door wet- en regelgeving aan te passen om dit soort bedrijvigheid te stimuleren (bijvoorbeeld grondstoffen hoger belasten dan arbeid), en door de toon te veranderen. Moeten mensen in de bijstand de arbeidsmarkt opgejaagd worden, omdat alleen een betaalde baan geaccepteerd is, zelfs als deze vernederend is? Je zou je ook eerst af kunnen vragen wat deze mensen nodig hebben om het goede leven te bereiken. Daarnaast heeft de overheid op macro-economisch niveau de verantwoordelijkheid om het debat te voeren en sturen. DWARS en Hellingproef vinden dat de volgende veranderingen door de overheid in gang gezet moeten worden om ruimte te bieden aan deze nieuwe economie:

  1. De rol van de financiële sector en geld moet verkleind worden. Ze zijn middelen om schaarse middelen te verdelen en geen doel op zichzelf. De overheid moet de macht over de schepping van geld terug veroveren op particuliere banken en zo de strategische macht om te beslissen over collectieve investeringen terug krijgen. Het is tijd dat de overheid weer bepaalt of en hoeveel geld er geschapen wordt en aan wie dat gegeven wordt. De financiële sector moet zich meer richten op het faciliteren van de reële groene economie en niet op het investeren in 'foute' sectoren, zoals fossiele brandstoffen of wapens, en niet langer schulden en zeepbellen creëren. De bestrijding van inflatie, zelfs als dat leidt tot werkloosheid, zou niet langer het hoofddoel van de ECB moeten zijn, maar het bijdragen aan een gelukkige en duurzame economie op de lange termijn. De financiële sector kan dan teruggebracht worden tot haar kerntaken: Geld beheren van mensen en bedrijven die sparen en dat geld uitlenen aan mensen die ondernemen of een duurzaam consumptiegoed willen kopen. Zo hoeven overheden zichzelf niet in een bepaald keurslijf te persen en hebben ze hun handen vrijer om te sturen op andere zaken dan geld.
  2. We moeten ervoor kiezen om het BNP niet langer heilig te verklaren. De overheid en banken moeten niet sturen op inflatie of de groei van het BNP, maar op intrinsieke doelen die gemeten kunnen worden door andere maatstaven dan het BNP. Het beste zou het zijn om een soort dashboard te hebben van allerlei verschillende parameters voor overheden en banken om op te sturen. Als je alleen naar BNP kijkt, wordt exploitatie van de aarde een positieve waarde, want dan is er groei. Maar zou je sturen op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk, dan zou de balans er anders uit zien. Een ander voorbeeld is de Happy planet index, die meet geluk dat niet ten koste van de aarde gaat. Deze index relateert het geluk vervolgens aan de ecologische voetafdruk om te zien hoeveel ‘happy life years’ mensen hebben (zie ook de blog van Michel Hobbelt). 

Overheden zouden deze indexen moeten inzetten bij het nemen van beleidsbeslissingen (berekeningen van het PBL zouden bijvoorbeeld naast de berekeningen van het CPB kunnen worden gebruikt) en regelgeving ook banken moeten gestimuleerd worden om bij het uitlenen van geld deze factoren mee te nemen. Een combinatie van al deze parameters kan het debat een andere kant op sturen; richting het goede leven.

Het is tijd om visie te tonen en door te pakken

We zien dus dat steeds meer spelers bezig zijn met de transitie naar een nieuwe duurzame economie. De overheid moet ruimte en ondersteuning geven aan de initiatieven, banken en bedrijven die wel gedurfde stappen ondernemen, en niet langer de spelers die nog niet bewegen een hand boven het hoofd houden. Ruimte en ondersteuning bieden gaat een stuk verder dan wat woorden over duurzaamheid, innovatie en een mager energie-akkoord. Het gaat om een duidelijke visie en concrete beleidsaanpassingen die een nieuwe economie mogelijk maken. Dit betekent dat de overheid het economisch en monetair beleid weer in de hand moet nemen. Dus geen geldcreatie meer om de geldcreatie, maar ten dienste van de reële economie en in die sectoren die van waarde zijn. De rol van geld moet verkleind worden en er kan op alternatieve indicatoren gestuurd worden. De tijd van afwachten en marginale beleidsveranderingen is voorbij. De economie zelf beweegt al, nu de overheid nog: op naar het goede leven!

Gerelateerde artikelen