8 minuten

“Het loslaten is de enige manier om de decentralisatie richting te geven”

Ideologische standvastigheid is een groot goed. Dat blijkt eens te meer uit het verhaal van Judo Bakker (1949). Twintig jaar was hij actief als raadslid in de gemeente Noordoostpolder. Al die jaren zat hij voor GroenLinks met één zetel in de raad, waarvan acht jaar in een fractie met de PvdA. Daarvoor was hij al jarenlang actief voor de PPR. Hoe hield hij het al die jaren vol en hoe blikt hij terug op veertig jaar politiek?

Hoe bent u in de politiek terecht gekomen?

Ik ben een kind van de studentenrevolutie in de jaren zeventig. In die tijd zat ik op de kweekschool in Beverwijk en in deze periode is mijn politieke visie veranderd. Daarvoor wist ik niet dat er meer partijen bestonden dan de KVP. Ik kom uit een heel katholieke omgeving in West-Friesland, waar in de gemeente vijf katholieke partijen in de gemeenteraad zaten. Tijdens mijn studie ben ik vol op de staking en bezetting voor democratisering en modernisering van het onderwijs ingesprongen, zonder enige kennis of achtergrond, maar wel met het gevoel dat ik daarbij moest zijn. Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een politieke partij waar ik betrokken bij wilde zijn en kwam ik eerst bij de PSP uit.

U wilde wel gelijk verdergaan met de politiek?

Ik vond gewoon dat het moest gebeuren op dat politieke, bestuurlijke vlak. Bij de PSP voelde ik me ook niet zo thuis want ze waren in mijn ogen niet zo parlementair gericht; het was een echte oppositiepartij. Ik ben toen overgestapt naar de PPR. Nadat ik een jaar in Hoorn heb gewoond, ben ik begin jaren zeventig verhuisd naar de Wieringermeer en daar was nog nauwelijks een afdeling van de PPR, alleen een actiegroep. Op een gegeven moment hebben we onszelf de vraag gesteld of we een actiegroep wilden blijven of lokaal de politiek in wilden gaan. Ik was zelf voorstander van dat laatste omdat elke actie zijn eigen dynamiek heeft en je dat niet als politieke groepering kunt blijven claimen. Als je als actiegroep functioneert is je levensduur ook niet langer dan een paar jaar. Bij een politieke partij moet je achterban zich blijven inzetten, dat is een voorwaarde om je te kunnen ontwikkelen als groepering. Iets later zijn we ook gaan samenwerken met de PSP en CPN en daar is de lokale politieke groepering Progressief Wieringermeer uitgekomen.

Hoe bent u in de gemeente Noordoostpolder terecht gekomen?

Begin jaren negentig ben ik hiernaartoe verhuisd omdat mijn geliefde hier woonde. We hebben toen de afdeling GroenLinks opgericht en in 1994 meegedaan aan de verkiezingen. De stap van PPR naar GroenLinks was voor mij een heel logische ontwikkeling, ook in het kader van wat we in Wieringermeer hadden gedaan: het bundelen van progressieve mensen. De afgelopen twintig jaar hebben we een aantal keer zelfstandig meegedaan aan de verkiezingen, de rest in combinatie met de PvdA. Nu was er weer een samenwerking, met als resultaat dat we geen raadslid meer hebben. Onze combinatie heeft twee zetels gehaald, en de derde op de lijst was van GroenLinks. Maar goed, zo is de politiek ook natuurlijk; de ongewisheid.

Heeft u geen spijt van de samenwerking met de PvdA?

Toen we het besluit tot een combinatie met de PvdA namen, waren de verhoudingen op landelijk niveau heel anders. GroenLinks zat op één procent in de peilingen en de PvdA nog op vijftien. Dat het voor de PvdA toch gekelderd is het afgelopen half jaar was op dat moment niet te voorzien. We waren er zelf van uitgegaan dat er mogelijk toch vier zetels behouden zouden blijven. Er is fors campagne gevoerd, ook heel veel gecanvast, maar dat zo weinig resultaat heeft opgeleverd is echt teleurstellend. In de besluitvorming naar de raadsvergadering toe zal er nog wel een plek zijn voor ons, want er wordt genoeg gediscussieerd in de fractie over wat het standpunt zou moeten zijn. Ik denk niet dat het GroenLinks-geluid uit de raad zal verdwijnen omdat we als burgerraadslid nog wel een rol zullen spelen. Ook is er nog een tweede medewerker die als steunfractielid zal optreden. Zelf zal ik als fractiesecretaris ook een rol blijven vervullen.

Twintig jaar met één zetel in de raad, is dat niet eenzaam?

Ik heb me altijd gesteund gevoeld door de afdeling en vind het raadswerk ook gewoon heel interessant. Het is een leuke hobby en het gedachtegoed van GroenLinks – aandacht voor milieu en sociale omstandigheden – boeit me nog steeds en kan ik ook goed kwijt in deze gemeente. Over het algemeen kan ik goed tot de kern doordringen en mezelf beperken. Daardoor gaan mensen naar je luisteren en weten ze dat je je erin hebt verdiept en geen kulverhalen zit te vertellen. Dat wil niet zeggen dat ik gelijk krijg. Vaak heb ik toch net een andere visie op de zaak, maar dat werd ook geaccepteerd. Ik bracht wel eens dingen naar voren die anderhalf jaar later ineens door andere partijen opgepikt werden. Blijkbaar ben ik een soort voorloper in bepaalde ontwikkelingen.

Heeft u de betrokkenheid van de burger met de politiek zien afnemen de afgelopen jaren?

In de lokale gemeenschappen, zeker bij de plattelandsgemeenschappen, zijn burgers erg betrokken. Niet zozeer bij het gemeentelijke, politieke gebeuren. De ene keer gaat het over de wegen, de andere keer over milieu, dan weer over de bijstand. Mensen denken: dat zal allemaal wel. En wanneer wordt het interessant? Als er een speeltuintje in de buurt wordt opgeheven. Dan vormen ze een actiegroep en komt er een partij die zo'n actie kaapt en is die hartstikke goed. Terwijl het beleid dat erachter zit al een jaar geleden is vastgesteld. Het aantal mensen dat lid is van een politieke partij is afgenomen, maar de betrokkenheid van de leden is denk ik zelfs groter geworden. De verhouding is wel anders. Als er geen plek meer is voor de mensen die actief zijn, bijvoorbeeld als steunfractielid, stapten ze ook gelijk uit de partij. In de zin van: als ik ergens in zit, wil ik me er ook voor inzetten, maar niet om als stemvee te fungeren. 

Is de politiek te complex geworden voor de burger?

Ik weet niet in hoeverre dat in het verleden anders was. Naar mijn gevoel is er niet zoveel veranderd, alleen dat er nu meer over wordt gepubliceerd. In de tijd van mijn vader was het college van burgemeester en wethouders nog echt de baas. Als de wethouder zei: we gaan links, dan ging je links. Dat is veel meer mijn beeld van de jaren vijftig, zestig. Je had de hotemetoten: de doctor, de pastoor en de burgemeester en wethouders. Zij bepaalden wat er gebeurde. De raad was er natuurlijk wel, maar wie er in zat wisten ze toen denk ik ook niet.

Is de politiek zelf veranderd?

Lokaal heb je veel meer te vertellen. Er zijn meer onderwerpen en deze zijn ingewikkelder geworden. In mijn eerste periode dat ik in de raad zat, veertig jaar geleden in de Wieringermeer, hadden we één keer in de maand raadsvergadering en handelden we in een uur of anderhalf de hele agenda van vijftien punten af. Geen enkel probleem. Nu heb je voorafgaand aan de raadsvergaderingen eerst commissievergaderingen, en soms daaraan voorafgaand thema-bijeenkomsten om dieper op de problematiek in te gaan. Dat is echt een gigantische verandering.

Vindt u dat een goede ontwikkeling?

Op zich vind ik dat goed. Ik denk dat de kwaliteit van de gemeenteraden ook hoger geworden is en je als gemeenteraad diepere besluiten neemt. De relatie met de bevolking kan nog wel een knelpunt zijn, want het draagvlak is soms moeilijk te vinden als het gaat om ingewikkelde onderwerpen. Dan is het als oppositie makkelijk om via een bepaalde insteek een besluit belachelijk te maken: deze investering is zinloos, nutteloos en belachelijk en klopt alleen maar geld uit de zak van de burgers! Dat is te begrijpen, de juridische complicaties van zaken zijn bijna niet uit te leggen. En als je dat toch probeert krijg je vaak te horen: dat hoef ik helemaal niet te weten, dat zoeken jullie maar uit. Waar je de burger bij kan betrekken is op het hele concrete vlak. In de tien dorpen rond Emmeloord is een sterke  verenigingscultuur met een prominente plaats voor de dorpsraden. Deze fungeren zo langzaam maar zeker steeds meer als spreekbuis van de bevolking naar de gemeente toe. Het wordt meer een informele structuur.

Is dat niet slecht voor de democratische controle?

Als gemeente is het cruciaal om de democratische legitimering van die groeperingen te toetsen. Bij de afgelopen verkiezingen zag je bij verschillende partijen dat mensen uit het sociale werkveld hoog op de lijst werden gezet, dat vind ik een goede zaak. De grote vraag wordt hoe de Tweede Kamer om zal gaan met de nieuwe situatie. Er komen incidenten, onherroepelijk. Nemen ze dat dan voor kennisgeving aan en laten ze dat over aan de gemeentes, of gaan ze die toch ter verantwoording roepen en allerlei systemen inbouwen ter controle en sturing? Het loslaten is de enige manier om de decentralisatie richting te geven, anders is het gewoon verlengd landelijk bestuur. Daar hoeven ze geen gemeente tussen te zetten en dan moeten ze gewoon de ambtelijke organisatie anders inrichten.

Gezien alle veranderingen, is het niet extra jammer dat u juist nu weggaat?

Wat dat betreft is ieder moment een verkeerd moment en ieder moment een goed moment. GroenLinks heeft denk ik terecht een limiet gesteld aan het aantal periodes dat je jezelf verkiesbaar mag stellen. Ik heb al twee keer dispensatie gekregen en een derde keer lijkt mij zelf ook een beetje veel. Je kunt natuurlijk allerlei argumenten naar voren brengen waarom het juist nu nodig is; bijvoorbeeld vanwege de decentralisatie. Voor mezelf was het na vijf periodes ook wel een keer goed om afstand te nemen en een andere fase van mijn leven in te gaan. Ik heb veertig jaar in de politiek gezeten, nu is het tijd voor pensioen. Ik heb me voorgenomen om in ieder geval tot aan de zomer geen toezeggingen te doen voor activiteiten en daarna wel eens kijken wat er op mijn pad komt. Wel heb ik mij beschikbaar gesteld als fractiesecretaris voor de nieuwe fractie. De voorzitter heeft mijn benoeming in de eerste raadsvergadering van de nieuwe gemeenteraad bekend gemaakt. 

Gerelateerde artikelen