10 minuten

Immoreel moralisme

Een kritiek op de nieuwe anti-sekswerk retoriek

Het nieuwe moralisme van GroenLinksers over prostitutie verzwakt de positie van sekswerkers, versterkt de legitimiteit van hun uitbuiting en ondermijnt het respect voor seksueel dienstverlenend werk. Dreigt GroenLinks het ideologisch slachtoffer te worden van een christelijke war on trafficking?

Er waait een neopuriteinse wind in Nederland. Hij waait nu zelfs ook uit ooit verlichte, groene hoek. Daar zwelt hij aan tot cycloonkracht in een ouderwets tendentieuze anti-sekswerk retoriek. 'Er moet weer meer worden gemoraliseerd over seks', roepen Dick Pels en Marina Lacroix in hun hoofdstuk in Vrijzinnig Paternalisme (2011): laten we de 'morele onverschilligheid' achter ons laten en prostituees weer kritisch gaan aanspreken op de 'vermoedelijke misvatting' van hun levenskeuze. In Het Parool (23.12.11) oordeelt Pels dat de 'verkoop van vrouwenlichamen niet normaal' is. Ik informeer hem bij deze dat prostituees niet hun lichaam maar een seksuele dienst verkopen. Tonkens (2011a en 2011b) maakt het nog bonter en vindt de legalisering van prostitutie medeschuldig aan de 'pervertering van de seksuele moraal'. In haar columns bekent ze zich met populistische stemmingmakerij ('prostitutie is verkrachting tegen betaling'; 'seksuele slavernij') definitief tot het allerkortzichtigste slachtofferfeminisme, ook wel fundamentalistisch feminisme genoemd vanuit het 'powerfeministische' kamp. In míjn feministische grondwet staat dat protectionisme en de behoefte om vrouwen te 'redden' per definitie a-feministisch zijn en steevast, zo leert ons de geschiedenis, vrouwen geen goed doen. En welk moralisme wordt hier nou eigenlijk aangehangen, welke 'morele knop' moet om? Kennelijk niet die van de morele verontwaardiging dat miljoenen vrouwen wereldwijd gekoeioneerd, gechanteerd en uitgebuit worden omdat ze geen rechtmatige poot hebben om op te staan? En waar is de morele woede om de onrechtvaardige maatschappelijke uitsluiting, stigmatisering en discriminatie vanwege het feit dat iemand met seksuele dienstverlening in haar levensonderhoud voorziet? Sinds wanneer hebben we niet meer het morele gelijk aan onze zijde als we protesteren tegen alle vormen van minachting, intimidatie en geweld die prostituees dagelijks aan den lijve ondervinden enkel en alleen omdat ze prostituee zijn? In het moralisme van Tonkens, Pels en Lacroix kan ik niets anders zien dan een trieste herleving van een al te bekende antiseks-moraliteit, van een ultiem conservatieve moraal die seks voor vrouwen in eerste én in laatste instantie als schadelijk ziet. En ik kan het ook niet anders duiden dan dat nu ook GroenLinks ideologisch slachtoffer is geworden van de christelijke war on trafficking die recentelijk vooral in de VS onder Bush opnieuw aan kracht heeft gewonnen en die, dé grote fout in het wereldwijde prostitutiedebat, het onderscheid tussen migratie, sekswerk en mensenhandel niet kan maken.

Overdrijving van cijfers

Laten we díe koe eerst maar even bij de horens pakken, want ultiem argument van de nieuwe moraalridders is uiteraard steeds de veronderstelde hoge mate van dwang in de prostitutie. Ik heb in de loop van de bijna dertig jaren dat ik me met prostitutie bezighoud geleerd vrijwel alle cijfers over aantallen en percentages slachtoffers van trafficking in de prostitutie te wantrouwen, zeker als ze extreem hoog zijn. Ze kunnen de toets van gedegen onderzoek, als dat al mogelijk is, vrijwel nooit doorstaan. Overdrijving van die cijfers kent vele redenen. Om te beginnen is er de definitiekwestie. In sommige statistieken wordt gemakshalve alle migratie ten behoeve van sekswerk als trafficking gedefinieerd. Puur politieke angst voor een ongewenste en toenemende toestroom van (im)migranten stuwt de trafficking-cijfers verder op. Anti-trafficking politiek valt nu eenmaal veel beter te verkopen dan anti-(im)migratiepolitiek. Overdrijving van traffickingcijfers valt ook terug te voeren op het kennelijke onvermogen van betrokkenen om actieve (promiscue, laat staan commerciële) vrouwelijke seksualiteit, ook maar enigszins als positief, krachtig of eervol te zien. Er moet wel sprake zijn van dwang, want geen vrouw in her right mind zou daar zelf voor kiezen, toch? Prostituees misbruiken het dwangargument zelf ook wel eens, om het zwaardere stigma vanwege de bewuste keuze af te zwakken. Tot slot gaat het trafficking-debat gebukt onder een gebrek aan inzicht in de werking van illegaliteit en sociaal stigma, zo lijkt het. Als er sprake is van rechteloosheid en criminalisering, zijn posities van tussenpersonen en bemiddelaars in 'de markt' per definitie ook illegaal en automatisch 'crimineel'. Hoewel financiële exploitatie in een dergelijke situatie erg voor de hand ligt, zijn feitelijk bedrog, dwang en geweld geenszins per definitie gegeven en ook lang niet altijd aan de hand. Maar de kwetsbaarheid van migranten, zeker als het sekswerkers zijn, maakt misbruik wél waarschijnlijker. In een situatie van wereldwijd toenemende migratie hijsen illegaliteit en stigma de migrant als het ware op een presenteerblaadje voor afnemers variërend van niet al te gewetensvolle individuen tot meedogenloze criminele netwerken. Het wrange is echter, dat de bijdrage van het eigen repressieve beleid aan deze kwetsbaarheid door overheden meestal niet wordt erkend. Sterker, terwijl repressie in tijden van toenemende migratie precies de ruimte creëert die criminelen nodig hebben om te manoeuvreren, wordt 'krachtig' repressief beleid met de populistische illusie van effectiviteit opnieuw van stal gehaald, gelegitimeerd met het bekende protectionistische (ik zou bijna zeggen debiliserende) argument. Het versterkt precies datgene wat men beoogt te bestrijden: de kwetsbaarheid van de sekswerker.

Halfslachtig beleid

Die blindheid voor de negatieve gevolgen van het eigen beleid blijkt in het prostitutiedebat wel vaker een manco, doet zich wellicht automatisch voor als op een beleidsterrein moraliteit belangrijker wordt dan. Momenteel wordt de nieuwe 'reddelijkheid', het protectionisme, in Nederland aan de man gebracht vanuit een bijna triomfantelijke constatering dat de legalisering van de prostitutie, in de woorden van Evelien Tonkens, 'duidelijk' een 'onbetwiste flop' is. Asscher verwijt het liberale prostitutiebeleid een kwalijk ivorentorengehalte, gevoerd vanuit het 'comfort' van de liberaal-feministische studeerkamer en ongevoelig voor de dagelijkse ellende van prostituees. Hem is kennelijk nog niet ter ore gekomen dat de motor achter de powerfeministische sekswerkpolitiek sinds de jaren zeventig een wijdverbreide internationale hoerenbeweging is. Ook van Tonkens, Pels en Lacroix waag ik te betwijfelen wie van dezen ooit een peeskamer van binnen gezien dan wel een sekswerker gesproken hebben, maar dat terzijde. Het punt dat ik hier wil maken is dat het falen van 'de legalisering', voor zover aan de hand (ok, er blijft beslist nog veel te wensen over in termen van zelforganisatie en positieversterking), voor een belangrijk deel gevolg is van de uitvoering van die legalisering zelf. We hadden in 2000 weliswaar, met een CDA-loos Paars, even een window of opportunity om de wetswijziging gerealiseerd te krijgen, maar al snel bleek hoe halfslachtig dit nieuwe beleid feitelijk werd vormgegeven. Met het leggen van de verantwoordelijkheid voor het vergunningensysteem bij de gemeenten, bleven er, om te beginnen, vele verwarrende mogelijkheden voor regionale variatie. Ook de belastingdienst was verre van klip en klaar over de wijziging en heeft gedurende die eerste jaren meer goedwillende prostituees het vage bos ingestuurd dan geregistreerd. Ik schat verder dat bij een gemiddelde herinrichting van het straatmeubilair de wijkbewoners beter geïnformeerd worden dan sekswerkers werden bij deze potentiele aardverschuiving in hun werkomstandigheden. Regelgeving omtrent arbeidsverhoudingen werd sowieso een te hete aardappel gevonden en 'aan de markt overgelaten' (nou, dan weet je het wel..). De doelstelling van de wetswijziging om 'de sociale positie van prostituees te verbeteren' werd vooral vertaald naar een ondersteuning van exit-programma's. Disproportionele dotering daarvan ging uiteraard ten koste van programma's ter versterking van de arbeidspositie van prostituees, van bevordering van de controle van prostituees over hun werk en werkomstandigheden, of van emancipatieprogramma's anderszins. Op geen enkele manier was of is er ooit sprake geweest van enige structurele voorlichting of flankerende infrastructuur om sekswerkers te ondersteunen bij het benutten van de veranderingen, de kansen en de rechten die in principe voor hen beschikbaar kwamen. De positie van migrantenprostituees leed bovendien uiteraard sterk onder de anti-immigratiebedoelingen van de wetswijziging. De bestrijding van mensenhandel was in Nederland van oudsher al niet zo effectief vanwege het zwakke punt (als zodanig ook bekritiseerd als in strijd met de UN Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women, CEDAW), dat de medewerking van het slachtoffer nodig is voor de vervolging van de daders terwijl dat slachtoffer tegelijkertijd veel te weinig bescherming krijgt. Dat verlaagt de aangiftebereidheid enorm, om van veroordelingseffectiviteit nog maar te zwijgen. Gerichte bestrijding van pooierdom en andere vormen van criminaliteit liet sinds de wetswijziging ook te wensen over omdat, zoals exploitanten klaagden in het evaluatieonderzoek van het WODC in 2007, politie en gemeentes meer investeerden in geld en middelen voor de controle van de legale dan van de illegale sector. Onder dergelijke omstandigheden is 'falen van beleid' niet verwonderlijk. Aan voorwaarden om de met de toenemende migratie oprukkende opportunistische criminaliteit efficiënt het hoofd te bieden, is al helemaal niet voldaan. Wie wil constateren dat 'de legalisering' mislukt is, doet er goed aan eerst zorgvuldig te bekijken hoe halfhartig en dus ineffectief die is vormgegeven.

Zweedse model

Ook doet diegene er goed aan zorgvuldig te bekijken wat de gevolgen van het zogenaamde Zweedse model zijn alvorens dat zo enthousiast als wenselijk alternatief te omarmen, zoals ook Tonkens nu meent te moeten doen. Erg genoeg doet ze dat in het kielzog van het goede deel van de beleidsmakers die het momenteel in Nederland voor het zeggen hebben op dit vlak. Al mijn betrouwbare en deskundige bronnen oordelen echter dat er in Zweden, op zijn best, niets is veranderd sinds het kopen van seksuele diensten in 1999 is strafbaar gesteld. In 2009 werd door Susanne Dodillet onderzocht en geconcludeerd dat er in tien jaar tijd weliswaar 1800 gevallen van illegaal klantgedrag zijn gerapporteerd maar dat er echt niemand heeft vastgezeten en dat er geen enkele geloofwaardige indicatie is dat het sekswerk in Zweden in omvang is afgenomen, ondanks claims van de Zweedse overheid dat dit wel het geval is. Er zijn wel aanwijzingen dat sekswerkers verder 'ondergronds' zijn gegaan (en dus kwetsbaarder zijn, slechter bereikbaar voor overheden en gezondheidszorg). Mogelijk zou de bizniz deels naar naburige landen zijn verplaatst. Jottem, wat een succes!

In Nederland stevenen we niettemin en onder invloed van hernieuwd moralisme en slachtofferretoriek, onafwendbaar ook af op een gedeeltelijke criminalisering, waarbij zelfs niet alleen klanten, als ze niet geregistreerde en daarmee 'illegale' prostituees bezoeken, maar ook die prostituees zelf zullen worden gecriminaliseerd. Wat een vooruitgang om voor het eerst sinds 1911 weer een categorie illegale sekswerkers te doen ontstaan! Pooiers en handelaren zullen de eersten zijn die 'hun vrouwen' ter registratie sturen. De illusie dat ambtenaren daarmee een moment hebben om handel te herkennen is jammerlijk naïef. Vervolgens zouden exploitanten en klanten er op toe moeten zien dat ze zich niet met illegale sekswerkers inlaten! Stel je die gesprekken voor, nieuwe mogelijkheden voor druk en afpersing! Een dergelijk systeem brengt allerlei partijen voordeel en macht, behalve sekswerkers zelf. Nederland heeft haar koploperpositie, haar window of opportunity niet benut, te grabbel gegooid. We hebben onze unieke positie om iets positiefs bij te dragen aan de versterking van de positie van sekswerkers wereldwijd met dit nieuwe beleid totaal verkwanseld.

Zwaar en dapper werk

Omdat repressie en criminalisering onder de noemer van protectionisme zo overduidelijk níet beschermend werken, is 'het nieuwe groene moraliseren' wat mij betreft puur immoreel. Ik zou het graag afdoen als prietpraat van onwetenden, maar daar is het té schadelijk voor. Het nieuwe moralisme verzwakt de positie van sekswerkers, versterkt uitsluitend de legitimiteit van hun uitbuiting en ondermijnt de erkenning en het respect dat zo vitaal is voor hun sociale positie en hun onderhandelingsruimte met exploitanten, klanten en ieder ander met wie prostituees iets te verhapstukken hebben. Het stigmatiseert en marginaliseert verder. Het miskent dat prostitutie werk is, weliswaar geen beroep als ieder ander maar wel degelijk werk, seksueel dienstverlenend werk dat erkenning en rechten verdient. Het miskent dat het vaak zwaar werk is, dapper werk, dat prostituees vaak spitsroeden lopen, maar dat het werk mits uitgevoerd onder gunstige condities, in meerdere opzichten lonend en bevredigend kan zijn. Het nieuwe groene moraliseren huilt mee met de wolven dat prostitutie moreel onacceptabel is en miskent daarmee dat in de menselijke seksualiteit vaak allerlei (liefde, zekerheid, traditie, gezelligheid, de lieve vrede) tegen seks wordt uitgeruild. De verbijzondering van de uitruil van seks-tegen-geld heb ik altijd uitermate wonderlijk gevonden, getuigend van een onrealistische, naïeve romantische inslag. Het schadelijke is dat het afleidt van de problemen waar het écht om gaat. Als prostitutie als het ultieme geweld gezien wordt, krijgt zowel feitelijk geweld tegen prostituees als feitelijk geweld buiten de prostitutie te weinig prioriteit. Meisjes kunnen door hun vriendjes gekoeioneerd, mishandeld en verkracht worden maar pas als daarbij éénmaal seks-tegen-geld aan de orde is staat de loverboybrigade klaar. Ik zou wensen dat GroenLinks de partij bleef die zich profileert tegen álle misbruik, exploitatie, geweld, chantage, onrechtvaardigheid en discriminatie op seksueel vlak, ongeacht of deze in een commerciële context plaatsvinden of niet. Ik zou wensen dat GroenLinks de morele knop de juiste kant opdraait en zich (als vanouds) sterk zou maken voor empowerment en positieversterking van prostituees, want in de bestrijding van misstanden in de prostitutie is dat echt de enige realistische weg: RIGHTS, NO RESCUE!! 

Gerelateerde artikelen