7 minuten

Liberalisme is niet eng

Trouw blijven aan de vrijzinnigheidstraditie van GroenLinks

Binnen GroenLinks wordt sinds een aantal jaren een levendige discussie gevoerd over de uitgangspunten van de partij. Is de partij nu links-liberaal, vrijzinnig-links of links-libertair? Bij deze discussie lijkt het brandpunt van onenigheid en verwarring zich te bevinden bij het gebruik van de term 'liberalisme'. 

Positieve en negatieve vrijheid

De belangrijkste oorzaak van het hevige verzet binnen GroenLinks tegen het gebruik van de term liberalisme kan naar mijn idee uiteindelijk worden teruggevoerd op vooral een semantische kwestie. De tegenstanders van het gebruik hanteren een andere betekenis dan de voorstanders eigenlijk bedoelen. De voorstanders van de liberale koers doelen hiermee op de omarming van het autonomiebegrip, waar de tegenstanders in hun kritiek uitgaan van een groot geloof in de werking van de markt.

Het liberalisme volgens de voorstanders zweert – in de woorden van de politiek-filosoof John Rawls – bij een 'priority of the right over the good': een politieke autoriteit legt geen conceptie van het goede leven op aan haar burgers, maar garandeert rechten en vrijheden waarbij rechtvaardigheid voorop staat.1 Dit concept heet wel het 'liberale paradigma'. De tegenstanders associëren het liberalisme daarentegen met het radicale vrijemarktdenken van bijvoorbeeld Adam Smith. Dit 'liberalisme in enge zin' kenmerkt zich vooral door een duidelijke visie op de economische ordening van de samenleving gebaseerd op een kapitalistische vrije markteconomie met minimale overheidsingrijpen.

Isaiah Berlin is wel te beschouwen als één van de meest vooraanstaande liberale denkers van de 20e eeuw. Die bekendheid verwierf hij voornamelijk door zijn formulering van een conceptuele tweedeling in het liberale vrijheidsbegrip2. Enerzijds is er volgens hem de zogenaamde negatieve vrijheid, dat bestaat in een vrijwaring van externe belemmeringen die het handelen van een persoon in de weg staan. Anderzijds is er de zogenaamde positieve vrijheid, die bestaat in de mogelijkheid om een autonoom en zelfbeschikkend individu te kunnen zijn. De theorie van Berlin wordt door liberalen van alle snit graag uit de kast gehaald om met behulp van een bepaalde interpretatie van Berlin's tweedeling te beargumenteren waarom uitgerekend hún uitleg van het liberalisme te verkiezen valt boven een andere.

Kiezen voor het liberale paradigma

Liberalen zijn in de meest algemene zin verenigd in hun streven een samenleving te creëren waarin eenieder in staat is zijn of haar potentie ten volste te benutten, zich te ontwikkelen en zodoende een 'bloeiend' leven te leiden. Dit streven wordt in de visie van klassieke ('rechtse') liberalen het beste gediend door het verschaffen van de grootst mogelijke negatieve vrijheid: het beschermen van haar burgers tegen externe belemmeringen en bedreigingen in het private domein. Maar negatieve vrijheid krijgt pas substantie in de vorm van het actief en autonoom verwezenlijken van gestelde doelen: het invulling kunnen geven aan de mogelijkheden die geschapen worden in een samenleving. Wat gechargeerd gesteld is negatieve vrijheid in feite een hol begrip wanneer het niet direct gevolgd wordt door een streven deze vrijheid vorm te geven in sociale praktijken en instituties die mensen in staat stellen, helpen en stimuleren een vrij, autonoom leven te leiden (positieve vrijheid).

Het is deze verhouding tussen negatieve en positieve vrijheid die mijns inziens GroenLinks en het liberalisme het best met elkaar verenigt. Kiezen voor het liberale paradigma betekent trouw blijven aan de vrijzinnigheidstraditie van GroenLinks. Vanuit sociaaleconomische én de sociaal-culturele dimensie is deze keuze te begrijpen.

Sociaaleconomisch

Allereerst de sociaaleconomische dimensie. Individuen mogen in hun sociaaleconomische positie niet lijden onder de gebrekkige verdiensten van anderen.3 Belangrijker is dat het liberale paradigma meer dan voldoende mogelijkheden biedt voor gelegitimeerde herverdelingsmechanismen. Hierbij helpt het de nadruk te leggen op positieve vrijheid in het scheppen van de grootst mogelijke solidariteit, met inachtneming van bepaalde meritocratische principes. Gelijkheid van vrijheid is het uitgangspunt in het verantwoorden van sociaal economische herverdelingsmechanismen. Er dient voor eenieder zo gelijkwaardig mogelijke omstandigheden te bestaan die eenieder in staat stellen zijn of haar positieve vrijheid te benutten. Dit behelst dus meer dan de louter formele 'gelijke uitgangspositie' maar legt juist de nadruk op gelijkheid van vrijheid in de praktijken die een uiting van deze vrijheid zijn.

Door dit idee te beredeneren vanuit het liberaal paradigma wordt voorkomen dat het leidt tot een staatspaternalisme dat afhankelijkheid en inactiviteit kweekt. De praktijken waarop de herverdeling van toepassing is, zijn namelijk vanuit liberale doelstelling altijd autonome praktijken en dragen dus bij aan de ontwikkeling van individuen tot autonome, geëmancipeerde burgers. Het laat een grote mate van sociaaleconomische solidariteit binnen het liberalisme toe door de nadruk te leggen op gelijkheid van (positieve) vrijheid, zonder dat dit het liberale concept van autonomie en de hiermee verbonden waardering binnen GroenLinks voor vrijzinnigheid en emancipatie in gevaar brengt.

De markt als uitgangspunt van economische ordening is dus geen vies woord. Integendeel, het is een krachtig fenomeen dat op onvergelijkbare wijze in staat is voor mensen ontplooiingsmogelijkheden te scheppen, hen welvaart te brengen en in staat te stellen hun eigen leven vorm te geven. Het gezonde wantrouwen jegens staatspaternalisme maakt een open en vrije markt het middel bij uitstek voor een partij met een licht anarchistisch vrijzinnigheidsbeginsel, en opent deuren voor allerlei vormen van sociaaleconomische emancipatie.

Sociaal-cultureel

Dan de sociaal-culturele dimensie. De uitdaging voor GroenLinks ligt hier bij het verenigen van het vrijzinnigheidsideaal met de traditionele nadruk op gemeenschapszin. Ook hierbij vormen het liberaal paradigma in combinatie met de waardering voor positieve vrijheid het juiste recept. Want wie hier vasthoudt aan negatieve vrijheden, stelt zich niet ten doel om burgers vrij te maken. Feitelijk worden met de keuze voor negatieve vrijheid grote groepen mensen in de steek gelaten omdat ze niet 'geholpen worden zichzelf te helpen' in onze samenleving.

Om in onze politieke cultuur succesvol te kunnen functioneren, is het autonoom kunnen participeren een belangrijke voorwaarde. Zogenaamde 'omvattende doctrines van het goede leven' dienen daarom geweerd te worden. Vanuit het besef dat autonomie een bijzondere deugd is, is een benadering volgens het positieve vrijheidsbeginsel in het sociaal-culturele domein toegestaan. Daarmee wordt geen notie van het goede leven opgelegd, maar worden mensen juist gestimuleerd over zulke noties na te denken en gestimuleerd een autonome keuze in dit kader te kunnen maken.

Binnen GroenLinks vormt de veranderde mentaliteit ten opzichte van de integratiepolitiek in de afgelopen jaren een goed voorbeeld van een actievere houding in dergelijke zaken. Waar het motto hier eerder 'integratie met behoud van eigen identiteit' was, is dit geworden tot 'integratie door emancipatie'. Dit liberale emancipatie ideaal geeft GroenLinks het gereedschap zich te kunnen ontfermen over sociaal zwakke of moeilijk te bereiken groepen binnen de samenleving, en opent zo binnen het liberalisme de deuren naar nieuwe en grotere vormen van solidariteit.4

Liberalisme nu!

Welnu, uit het voorgaande moge duidelijk zijn: GroenLinks heeft niets van het liberalisme te vrezen. Integendeel; een karakterisering als links-liberaal of progressief liberaal is meer dan ooit toepasselijk voor GroenLinks. Zoals ik heb willen laten zien, biedt het omarmen van het liberale paradigma GroenLinks het juiste theoretische gereedschap haar principes en wortels trouw te blijven, ook in de huidige maatschappelijke omstandigheden.

Het zijn de huidige maatschappelijke omstandigheden en de verschuivingen op het politieke speelveld die deze kwestie dringender maken. Zowel traditioneel linkse als rechtse partijen omarmen politieke visies waarin een sterke nadruk ligt op autoriteit en op een substantiële set van gedeelde waarden die 'het Nederlandse volk' tot eenheid zouden scheppen. GroenLinks is de partij die vanwege haar emancipatoire gedachtegoed een hoeder is van het liberale paradigma. Zonder dergelijke partijen loopt Nederland het risico de ambitie van een open samenleving in te ruilen voor een bekrompen en naar binnen gerichte politieke cultuur. Met andere woorden: een gesloten samenleving.

GroenLinks moet dus durven kiezen voor een conceptie waarin positieve én negatieve vrijheid centraal staan. Daarmee werpt zij zich niet alleen op als hoeder van het liberale, progressieve gedachtengoed, maar kiest zij hiermee ook nog eens voor een uitleg van vrijheid die grotere vormen van solidariteit binnen het liberalisme toestaat. Zij blijft daarmee haar wortels van gemeenschapszin en solidariteit trouw. Deze keuze betekent dat de partij een visie blijft uitdragen die individuele rechten, vrijheden en emancipatie, alsmede vrijzinnigheid, tolerantie én solidariteit centraal heeft staan, zonder dat zij enerzijds de burger in de steek laat door een te minimaal vrijheidsbegrip te hanteren, of anderzijds een gesloten samenleving nastreeft waarin de burger een bepaalde conceptie van het goede leven opgelegd wordt.

Kortom, liberalisme is niet eng. Voor GroenLinksers die nog steeds bezorgd zijn na het lezen van dit essay: dit is zeker geen verrechtsing, en zelfs een koerswijziging vind ik hier een groot woord. Tegen hen zou ik willen zeggen: wake up and smell the coffee.

Dit artikel is een ingekorte versie van het essay Liberalisme nu! (2007) 

Voetnoten 
  1. Rawls, John, A Theory of Justice (Oxford University Press: Oxford 1972)
  2. Berlin, Isaiah, Two Concepts of Liberty, in: Four Essays on Liberty (Oxford University Press: London 1969)
  3. Van den Brink, Bert, Vrijheid heeft geen politieke kleur, in: Snels, Bart (ed.), Vrijheid als Ideaal (Uitgeverij SUN:. Amsterdam 2005)
  4. Van den Brink, Bert, Liberalisme als perfectionisme, in: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, jaargang 99, nr. 1 (2007) pp.3-15 

Gerelateerde artikelen