4 minuten

Redefining Growth

Verslag van de conferentie in Pakhuis de Zwijger

De participatiesamenleving was het woord van Prinsjesdag: de tijd van de verzorgingsstaat is voorbij, burgers moeten zelf de handen uit de mouwen steken. Maar hier en daar anticiperen burgers al lang op dit vooruitzicht. Idealisten die lokale projecten realiseren zonder hulp van de overheid. Stadslandbouwers, kledingruilers of mensen die om de beurt op elkaars kinderen passen. Deze participatiemaatschappij vraagt om een andere manier om naar de economie te kijken, een andere definitie van economische groei. Tijdens de conferentie Redefining Growth in Pakhuis de Zwijger stond deze andere kijk centraal.

De sprekers kwamen eigenlijk nauwelijks met een andere definitie van economische groei, maar gingen vooral in op een nog groter vraagstuk: hoe we de omslag kunnen maken naar een economie die mens en aarde respecteert? Tijdens deze conferentie ging het niet over het begrotingstekort of koopkrachtplaatjes, zoals op Prinsjesdag, maar gaven de sprekers handvaten voor structurele veranderingen in ons economische systeem.

Econome en voormalig onderzoeker bij Oxfam Novib, Kate Raworth, stelt dat we vast zijn gelopen in een narratief over economische groei. Raworth schetst eerst het klassieke economische model, als een kringloop tussen bedrijven en consumenten die steeds omvangrijker wordt. Bedrijven produceren producten die consumenten kunnen kopen. De consumenten leveren op hun beurt werk zodat bedrijven kunnen produceren. Deze activiteiten moeten steeds omvangrijker worden, om de economie te laten groeien. Dat is economie volgens de schoolboeken. En omdat elke middelbare scholier en alle eerstejaars economiestudenten onderwijs krijgen op basis van dit model, is het narratief over economische groei zo hardnekkig.

Dit economische model klopt echter niet, zegt Raworth. Het milieu komt er niet in voor, terwijl die de grondstoffen biedt voor economische groei. Bovendien vergeet het klassieke economische verhaal nog iets essentieels: onbetaalde zorgtaken, moeders die hun kinderen opvoeden en zo de volgende generatie arbeiders creëren. Het huidige economische model leidt uiteindelijk tot roofbouw, achteruitgang en ongelijkheid.

Het oude economische model wordt vaak vergeleken met een steeds groter wordende taart, die oneerlijk is verdeeld. In plaats daarvan heeft Raworth doughnut economics bedacht. De donut is een schema, eigenlijk een ring, die de aarde voorstelt, waarbinnen economische activiteiten kunnen plaatsvinden. Deze donut kan niet groter worden: de buitenkant van de donut zijn de grenzen aan de groei: klimaatverandering, verlies van biodiversiteit of watervervuiling om wat voorbeelden te noemen. Groei kan dus alleen binnen de grenzen van wat het milieu kan verdragen. We moeten er echter niet naar streven in het midden van de donut uit te komen. Met andere worden, dan is er geen economische activiteiten. 'Dan zijn we dood', aldus Raworth. In dat stadium kunnen sociale en economische mensenrechten niet gehandhaafd worden.

Economische activiteiten zijn dus wenselijk voor een goede kwaliteit van leven. Nu profiteert slechts een selecte groep mensen van economische welvaart: vijftig procent van de emissies is afkomstig van elf procent van de wereldbevolking, 33 procent van de wereldvoorraad nitrogeen gaat naar de vleesproductie voor de mensen binnen de Europese Unie. Raworth is ervan overtuigd dat we een einde aan armoede kunnen maken zonder meer druk op de aarde uit te oefenen. Ze heeft haar hoop gevestigd op innovatieve bedrijven en nieuwe regelgeving voor het bedrijfsleven.

Een andere spreker, Ross Ashcroft, de maker van de documentaire Four Horsemen, ging vervolgens dieper in op wat nodig is om deze omslag plaats te laten vinden. Hij pleit voor een nieuwe stijl van leiderschap waarin niet 'ego' maar 'eco' centraal staat. De mannelijk mentaliteit van 'get stuff done' moet plaatsmaken voor een feministische wijze van leidinggeven. Zorgende kwaliteiten gaan de wereld veranderen.

Maar zover is het nog lang niet. Neoliberale politici verkeren in een staat van ontkenning wat blijkt uit het feit dat ze op dezelfde manier doorgaan als voor de economische en financiële crisis. Ze zijn bezig om weer nieuwe lucht te blazen in de bubbel op de woningmarkt. Banken gaan door met het verstrekken van hypotheken waarbij ze geld uit het niets creëren. Burgers zijn consumenten geworden. Mensen voeden hun kinderen niet meer zelf op, maar besteden dit uit om zelf meer te kunnen werken, verdienen en kopen. Een dienstenmentaliteit voert de boventoon. Ondertussen vergeten mensen dat ze de aarde structureel vernietigen. Ze zijn hun verbondenheid met de aarde kwijtgeraakt.

Toch is Ashcroft ook positief. Hij ziet al tekenen van verandering. Mensen gaan aan de slag om op een nieuwe manier betekenis te geven aan hun burgerschap. Denk aan de stadslandbouwers en de mensen die op elkaars kinderen passen. Deze mensen willen diepte in plaats van groei. Zij vormen de avant-garde van een nieuw soort samenleving waarin niet 'ego' maar 'eco' centraal staat.

De participatiesamenleving waar tijdens Prinsjesdag over gesproken werd hoeft geen ramp te zijn, als deze maar met de juiste visie wordt vormgegeven. Een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van burgers betekent niet automatisch dat zij die niet zo sterk zijn aan hun lot worden overgelaten. De lezingen van Raworth en Ashcroft kunnen gezien worden als een oproep tot zorgzaam leiderschap, zowel voor politici in Den Haag als voor de burgers die het aankunnen om zelf problemen op te lossen. 

Gerelateerde artikelen