6 minuten

Toekomst voor links

Linkse samenwerking moet streven naar een ander economisch systeem, want solidariteit zonder verduurzaming wordt onhoudbaar. Speech bij het Baliedebat van 24 april.

Als we het hebben over samenwerken aan de toekomst van links, dan moet het allereerst  gaan over de inhoud van linkse politiek. Daar wil ik een paar dingen over zeggen. Om te beginnen een heel belangrijk punt: de toekomst van links is groen. Dit is niet slechts een sausje, en dat is ook niet iets wat toevallig wel plezierig met elkaar samen gaat, maar het is  fundamenteel. Het kernpunt van links is namelijk solidariteit, en daar is anno nu geen zinnige invulling aan te geven als je dat niet inbedt in een nieuwe visie op een economie die draait om verduurzaming, de circulaire economie. 

Als je dat niet doet, kom je  klem te zitten en kun je het solidariteitsbegrip alleen nog maar heel nauw, in het hier en nu van het kleine Nederland invullen. En dan nog met het risico dat voor de komende generaties de koek alleen maar kleiner wordt zodat de solidariteit nog verder op de proef gesteld zal worden. Dus: de toekomst van links is groen. Gelukkig kom ik veel mensen tegen bij de SP en de PvdA die deze mening in meer of mindere mate wel delen. Is het een “open deur”? Zeker niet.  Zo  is het opvallend dat in het prachtige document Politiek van waarde van de PvdA de hele notie van duurzaamheid niet voorkomt. Het wordt niet  ontkend, het wordt gewoonweg niet genoemd. Het bewijst eens te meer dat we het hier met elkaar goed over moeten hebben.  Want wanneer we met elkaar verder willen is groen de essentie waar het om draait.

Dat impliceert ook ondubbelzinnig afscheid nemen van het oude economische rendementsdenken. Van de klassieke groei waarbij de economie eerst moet aantrekken zodat de koek groter wordt voor iedereen, wellicht in de hoop dat we ook nog wat geld overhouden om te vergroenen. Maar dat is dé valkuil van traditioneel links, want zo zal het nooit gaan. Als oplossing moeten we toe naar een ander economisch model dat herstel van werkgelegenheid en opheffen van energieafhankelijkheid met elkaar verbindt. Als we dat niet kunnen ziet het er slecht uit. Niet alleen voor links, maar voor de hele wereld.

Wel typisch links is het idee van een ondernemende en interveniërende overheid. We moeten weer onvoorwaardelijk kiezen voor een overheid die zelf iets doet, in plaats van een die, als puntje bij paaltje komt, zegt dat het probleem eigenlijk door anderen opgelost moet worden en hooguit bereid is daarbij een beetje te  faciliteren.

Een heel mooi voorbeeld hiervan is de Warmtevisie van minister Kamp: een goede analyse, maar uiteindelijk ontbreekt elk middel tot actie. Waarom? Omdat het dogma van de huidige politiek is dat zij zich de mogelijkheden voor effectief interveniëren  wel kan, maar niet wil toe-eigenen. Dat moet anders. We moeten juist weg bij het dogma van een kleinere, terugtredende overheid. Weg van dat dogma van steeds lagere lasten en kleinere publieke sector. Dat is vooral belangrijk voor links, want alleen als je die overtuiging loslaat kun je er een andere filosofie tegenover zetten. Pas dan kun je als overheid weer echt dingen gaan veranderen en kun je daarmee kiezers weer overtuigen. Dat gebeurt echter alleen als we daadwerkelijk de werkgelegenheid laten groeien, in plaats van meebuigen met het neoliberale “echte banen komen uit de markt”.

Als alternatief moet links vernieuwend durven zijn. We zijn een beweging die de samenleving wil veranderen, die niet alleen maar wil behouden wat we al hebben. De oude arrangementen van de verzorgingsstaat werken soms immer nog best wel aardig, maar niet meer goed genoeg, en niet meer voor iedereen. Als je dat wilt veranderen moet je het lef hebben om met nieuwe concepten te komen, om nieuwe zekerheden te stellen tegenover oude. Opnieuw geldt dat we niet slechts een linkse draai aan rechtse recepten moeten geven, maar dat we moeten komen met nieuwe, concrete oplossingen. Dat vraagt  veel zelfvertrouwen en overtuigingskracht, want mensen weten wat ze hebben, maar niet wat ze ervoor terug krijgen.

Ten slotte moeten we die linkse stip op de horizon overtuigend kunnen koppelen aan de noden van het hier en nu. Dat betekent wars zijn van de rechtse “eigen schuld, dikke bult” retoriek. En ook solidariteit invullen op een eigentijdse manier: we moeten niet alleen solidair zijn met mensen die we al kennen, maar ook met hen die niet zo dichtbij ons staan en die we minder goed kennen. Met mensen die vanuit een andere culturele achtergrond evengoed hun bestaan hier op proberen te bouwen, dát is echte solidariteit. Ook met het echte “proletariaat”, omdat oude begrip maar eens uit de kast te halen, en dat zijn op dit moment onze illegalen.

Is er kans dat er zo een gedeelde linkse toekomstagenda ontstaat? Laten we hier op drie niveaus naar kijken:

-                       In abstracto. Op het niveau van waarden denk ik dat het kan. Ik heb onder andere als wethouder de afgelopen jaren al veel samengewerkt met  de PvdA. Bijna altijd blijkt dat we  elkaar op het gebied van waarden, moraliteit, goed kunnen vinden. Los van het ontbrekende groene aspect, kan ik mij in het Van waarde-project heel goed vinden.

-                     Programmatisch. Dat ligt ingewikkelder. Iedereen die zegt dat de verschillen klein zijn en we wel kunnen fuseren: forget it. Er is geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt, want de verschillen zijn  stevig. Daarom zal het programmatisch best lastig zijn, maar dat betekent wat mij betreft dat we daar juist in moeten investeren als we verder willen.

-                     Praktisch. Ook dat is niet gemakkelijk. Toen ik het hier met Bram van Ojik over had, zei hij dat we eerst maar eens moesten kijken of het  misschien wat vaker lukt om  in het parlement samen te werken. Soms lukt dat. Meer geld voor kinderopvang, bijvoorbeeld, of het schaliegasmoratorium. Maar “the proof of the pudding is in the eating.” Want praktische samenwerking wordt momenteel vaak gedwarsboomd door de spagaat waar de PvdA zich in bevindt. Wat dat betreft is de crisis van links vooral de crisis van de geloofwaardigheid van de PvdA, waarbij aan de ene kant opgeroepen wordt om samen tegen het grootkapitaal te strijden, maar waar aan de andere kant je eigen minister er niet in slaagt om een salarisverhoging van een ton  bij de ABN-bankiers weg te houden.

Om samen te werken moeten we dus vooral investeren op programmatisch niveau. Daar liggen de kansen. En laten we wel wezen: dat kabinet valt  toch. Zo heel lang duurt dat niet meer. Daarna komen er nog heel veel nieuwe rondes en nieuwe kansen met veel toekomst voor links. Laten we dan ook duurzaam in die kansen investeren. Dank u wel.

 

Deze speech werd op 24 april 2015 gehouden in de Balie te Amsterdam als onderdeel van het debat De Toekomst van Links. De hele bijeenkomst is hier in zijn geheel terug te zien. 

Reacties

Matthieu

In zijn speech over de toekomst van links heeft Rik Grashoff het over duurzaamheid, economie en solidariteit. Wat opvallend ontbreekt is een visie op een ander thema dat juist voor veel linkse stemmers belangrijk is: buitenlands beleid. Blijven we doorgaan de door de VS gedomineerde militaire missies te steunen? Hand in hand met bijvoorbeeld het dictatoriale regime van Saoedie Arabië?
GroenLinks hield vorig jaar een discussie over militaire interventies. Mijn indruk ervan was dat de weerstand tegen deelname binnen de partij nagenoeg verdampt is. Groot is het geloof dat je ook met dubieuze bondgenoten heel wat kunt doen om burgers te beschermen.
Jazeker, ‘Militair optreden blijft slechts een laatste redmiddel dat alleen ingezet mag worden als alle andere middelen gefaald hebben’, luidt het standpunt van GroenLinks. De partij gaf toestemming voor het inzetten van dit ‘laatste redmiddel’ in Kunduz, Libië en Syrië. Ik vind het hoog tijd worden nu eens vol in te zetten op die andere middelen die er ook volgens GroenLinks dus moeten zijn. Alleen maar instemmen met dit soort missies zonder dat je ook maar iets van je eigen visie in het Nederlandse buitenlands beleid terugziet, is een politiek die ik niet begrijp.
En die veel linkse kiezers niet begrijpen. Typisch een onderwerp dus om aan de orde te stellen als je wilt spreken over meer samenwerking op links.

Netty Weijenberg

Rik gaat er stevig in met als uitgangspunt GROEN. Hij illustreert goed wat dat inhoudt voor de economie (circulair), de overheid (meer inzet) en de maatschappij (solidair).
Ik ben het met hem eens dat er wat dat betreft forse verschillen zijn en je moet beginnen bij je visie en dus programma.
Mijn indruk na het debat en referendum was juist veel terughoudendheid voor deelname aan militaire interventies. Maar ik ben het wel met Matthieu eens dat het nog scherper zou moeten: met militair ingrijpen is nooit een oplossing gebleken op de lange termijn.

Leon Segers

Enthousiast was ik over de titel van Riks bijdrage. Maar de uitwerking stelt mij te leur en wel in die sin dat zij teveel blijft hangen in linkse dogma's, van de overheid die ons beschermen moet en de "ideologen" die minder moeten kiezen voor neoliberale oplossingen. Enigerlei nieuw denken zie ik niet....Wel valt het woord circulaire economie, waar we het van zouden moeten hebben..., maar verder dan dat woord komt hij niet, het is overigens wel een "in"-woord.
Wat verder nadelen over het economisch systeem is er blijkbaar niet bij want "wij weten het wel": minder liberalisme en meer overheid, die de burger beschermd (!?). Wat is dat dan voor een overheid ? Is het soms zo'n democratisch gekozen "puinhoop van paars"?
Het wordt de hoogste tijd om echt vernieuwend te gaan denken en zich rekeningschap te geven van het feit dat de wereld niet meer de wereld van de klassenstrijd is. Zeker is overigens dat de (de via het geld uitgedrukte) vermogens steeds ongelijker verdeeld zijn en dat dat transmissie proces versneld verder gaat....onder de huidige verhoudingen. Moeten we dan iets veranderen aan die verhoudingen, of moeten we misschien de dingen eens vanuit een ander perspectief te bekijken? Maakt het immers wat uit dat Kok Commissaris van ING is, of dat ING al of niet in staatshanden is? Er is wezenlijk een andere strijd dan de klassenstrijd die nu gevoerd zou moeten worden, nl de strijd om de aarde zelf, zoals de titel van Grashof m.i. suggereerde. De aarde wordt bedreigt door het kapitalisme, ja, maar niet door het kapitalisme van de kapitaaleigenaren, maar door dat van het kapitaal zelf (zie overigens "Marx"). De regie van de samenleving is niet (meer) in handen van mensen, maar "onderworpen" aan een systeem een systeem van "winst" maken in de zin van "kapitaal"-winst en dat terwijl de aarde (is dat misschien ook kapitaal?) daaraan wordt opgeofferd! Het wordt hoog tijd dat deze overheersing van mensen c.q. de samenleving, door systemen c.q. kapitaalfracties wordt gestopt. Wij zouden absolute prioriteit moeten geven aan het (blote) menselijke bestaan, zeker nu bewezen is dat we meer dan voldoende voedsel produceren om heel de wereldbevolking te voeden. Het is de hoogste tijd voor de invoering van een (wereldwijd) basisinkomen waardoor ieders bestaan ten principale verzekerd is.... Daarna kunnen "we" verder zien. In ieder geval zal een dergelijke bestaansvoorwaarde voor iedereen ervoor zorgen dat de "loonkosten" die nu immers exclusief de kosten van levensonderhoud zullen zijn gedefinieerd, over de hele wereld veel dichter bij elkaar komen hetgeen op zowel globalisering als wereldmigratie zullen tegengaan in plaats van bevorderen zoals nu gebeurt. Ook de democratie zal in essentie daarbij wel varen nu immers iedereen "zonder last van hongerdreiging" zijn eigen prioriteiten kan bepalen; het zou niet alleen voor de arbeider een gevoel van werkelijke vrijheid betekenen en pas onder zulk soort voorwaarden kan van circulaire economie iets terechtkomen.
Zulk soort denken is echter schijnbaar nog ver weg, jammer...

Theo Verstrael

Beste Rik,

Een goede, bondige analyse met een conclusie die ik grotendeels met je deel, hoe jammer het ook is dat de linkse samenwerking niet veel verder kan reiken dan nu het geval is. En kijkend naar de algemene sfeer in Nederland, waar het ik-denken en vooral het geld steeds dominanter worden, verwacht ik weinig heil van het vallen van dit kabinet. Dan zullen we het waarschijnlijk moeten gaan doen met rechts, rechts-light en christelijk rechts en dat brengt ons heel, heel erg weinig goeds.
Maar er moet toch ook een hand in eigen boezem worden gestoken. Met de nadruk op milieu, mensenrechten, sociaal bewustzijn en - handelen, rechtvaardigheid etc vertegenwoordigt GL normen en waarden die ik zeer onderschrijf.Wat ik maar niet kan en wil begrijpen is waarom GL zo ongelooflijk afwezig lijkt in de debatten over de toekomst van het echte groen in Nederland, oftewel de natuur. Met jouw prachtige wetsvoorstel Mooi Nederland, die gelukkig wél invloed heeft gehad op wat er nu aan voorstel voorligt voor de nieuwe wet Natuurbescherming, heeft GL zich een goede positie verschaft als partij die weet waar het om draait in het natuurdebat. Maar ik zie daar veel te weinig van terug in Kamervragen e.d. Ik zie wel D66 (stelt goede vragen), SP (idem). CDA (vreselijk, alleen maar jagers- en boerenbelang), VVD (idem, met daarbij geneuzel over regeldruk) en SGP (Nog vreselijker, maar dat is geen verrassing). Waar is GL? Waarom slaagt GL er niet in de stem te zijn van natuurbeschermend NL? En dan niet door de strijd aan te gaan op links om die profilering, maar door de agenda meer te gaan bepalen, meer de lead te nemen. Er zijn nog steeds 4 miljoen leden van groene organisaties en die horen GL veel en veel te weinig. Jij bent in de positie dat te veranderen bij Bram en de anderen. Die doen heel goed werk, kunnen natuurlijk niet alles maar lijken wel erg afwezig in het natuurdebat. Ook daar liggen de kansen op hechtere samenwerking, je hebt het zelf bewezen!

Succes en groet,
Theo Verstrael

Cor Groenendijk

Neo-miljardairs in kunst

Kunst en cultuur

beeld Christie’s
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

16 mei 2015, 03:00

Rien van den Berg

Share on twitter Share on facebook Share on google_plusone_share More Sharing Services

New York

Veilinghuis Christie’s in New York boekte deze week een recordomzet van 1,4 miljard dollar. Oorzaak: de wereld telt steeds meer miljardairs.

Christie’s verwachtte vooraf 659 miljoen dollar om te zetten bij deze veiling. Maar kunstliefhebbers trokken de beurs grif, vooral voor werken van Pablo ­Picasso, Mark Rothko, Piet Mondriaan en Lucian Freud. De vrouwen van Algiers van de Spaanse schilder Pablo Picasso (1881-1973) werd met $179,4 miljoen het duurste schilderij ooit op een openbare veiling verkocht.

Frappant is dat hetzelfde werk 18 jaar geleden ook onder de hamer kwam, ook toen bij Christie’s in New York. Destijds, in 1997, ging het weg voor 28 miljoen dollar. Het veilinghuis heeft z’n toen­malige klant zelf benaderd en geopperd zijn stuk weer op de markt te brengen.

Van de aangeboden kunstwerken, veelal afkomstig uit de collectie van een voormalige topadviseur van de Amerikaanse president Ronald Reagan, werd 93 procent verkocht. In 42 procent van de gevallen overtrof de verkoopprijs de hoogste verwachting van het veilinghuis.

Neil Irwin, econoom en journalist van de New York Times, verklaart de recordprijzen uit de toenemende ongelijkheid in de wereld. Steeds meer mensen worden extreem rijk. ‘Het is het eenvoudigste economische rekensommetje: de voorraad schilderijen van Picasso neemt niet toe, terwijl het aantal mensen met de wil en het geld om dit soort top-kunst te kopen wel groeit.’

Het veilingrecord van deze week is volgens Irwin een teken dat de rijken steeds rijker worden. ‘De partner van een groot advocatenkantoor, die al tot de 1 procent allerrijksten behoorde, is de afgelopen tijd veel rijker geworden dan bijvoorbeeld de top-tandarts die tot de rijkste 10 procent behoorde. En het soort mensen dat eenvoudig een bedrag van negen cijfers kan betalen voor een Picasso – zeg de bovenste 0,001 procent van grootverdieners – zijn relatief nog meer in inkomen vooruitgegaan.’

Forbes

Volgens Irwin kun je die conclusie trekken door het werk van de Franse topeconomen Piketty en Saez te lezen, maar ook door de markt voor het werk van ‘een zekere Spaanse schilder’ te observeren. De econoom rekent voor: ‘Stel dat men bereid is ongeveer 1 procent van z’n ­bezit te betalen voor een kunstwerk. Dan moet de koper van de record-­Picasso minstens 17,9 miljard dollar bezitten. Volgens de miljardairslijst van het blad Forbes blijven er dan vijftig kandidaten over.’ Irwin laat dezelfde rekensom los op het nu voordelig ogende bedrag van 28 miljoen dollar, dat hetzelfde schilderij in 1997 opbracht. Dan blijkt dat er in 1997 slechts 12 mensen in staat waren om voor minder dan één procent van hun vermogen (toen 2,8 miljard dollar) het doek te kopen. <

Femmes d’Alger (version 0)

Kunstenaar: Pablo Picasso, 1956

Geschatte opbrengst: $140 miljoen

Opbrengst: $179,4 miljoen

Koper: telefonische bieder (particulier)

Het ontbrak Christie’s niet aan zelfvertrouwen. Het duurste schilderij ooit op een veiling verkocht tot dan toe was Three studies of Lucian Freud van Francis Bacon. Een drieluik dus, dat in 2013 142 miljoen dollar opbracht. Overigens is de duurste deal ooit de aanschaf van Les Joueurs de Cartes (De Kaartspelers) van Paul Cézanne, door een sjeikenfamilie in Quatar, voor 284 miljoen dollar. Het doek hangt nu in hun privémuseum. Maar hier was sprake van een privédeal, er kwam dus geen veiling aan te pas.

No. 10

Kunstenaar: Mark Rothko, 1958

Geschatte opbrengst: $45 miljoen

Opbrengst: $82 miljoen

Koper: telefonische bieder (part.)

Veilinghuis Sotheby’s verkocht deze week een Rothko voor 46,5 miljoen dollar, maar werd een dag later afgetroefd door aartsrivaal Christie’s, die No. 10 verkocht voor meer dan tachtig miljoen.

De Rothko van Sotheby’s was vrolijker van kleur, en juist daarom deed het schilderij No. 10 meer opgeld: het zou in zijn sombere mix van bruinen en zwarten een afspiegeling zijn van de gemoedsgesteldheid van kunstenaar Mark Rothko zelf, in de late jaren vijftig van de vorige eeuw.

Compositie nr. 3

Kunstenaar: Piet Mondriaan (1929)

Geschatte opbrengst: $25 miljoen

Opbrengst: $50,6 miljoen

Koper: telefonische bieder (part.)

Dit was het openingsstuk van de veiling, en leidde tot een zenuwenkraker. Een verhitte biedronde leidde tot minutenlange telefonische overleggen, en uiteindelijk een recordbedrag voor het kunstwerk, dat op een veiling in 1997, ook al bij Christie’s, $3,8 miljoen opbracht. Ook in 1997 kocht het Gemeentemuseum in Den Haag Mondriaans laatste kunstwerk, Victory Boogie Woogie, voor 82 miljoen gulden, omgerekend 42 miljoen dollar.

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's

Hans Potters

Niet schelden op miljardairs. Ga er gewoon omheen met alternatief geld, waarmee je noch kunt woekeren, noch speculeren. Scheelt zeker 30% in de kapitaalkosten waar we anders de 'grootrenteniers' rijk mee maken. We hebben dan ook geen 'eeuwig groeiende' economie meer nodig. Zie bv het boekje van STRO 'Een @nder soort geld', maar ook aan de Radboud Universiteit zijn ze bezig met alternatieve geldsoorten. Als met geld geen macht meer kan worden verworven, wordt democratisering van de economie mogelijk,

Reactie toevoegen

Gerelateerde artikelen