6 minuten

Vrijheid van onderwijs belemmert het debat over gemeenschapszin

Nog nooit heeft Nederland zo'n seculiere volksvertegenwoordiging gekend als nu. Hoog tijd om een eind te maken aan de segregatie van jonge Nederlandse burgers. We moeten toe naar een burgerschapsideaal waarin verschillende levensbeschouwingen de kern vormen voor een levendig democratisch debat over een gezamenlijk moreel kader.

Bijzonder onderwijs

Nog nooit heeft Nederland zo'n seculiere volksvertegenwoordiging gekend als nu. De confessionele partijen – CDA, ChristenUnie en SGP – bekleden nog maar 21 zetels in het parlement, terwijl dit in de jaren vijftig, de hoogtijdagen van de verzuiling, nog ongeveer tachtig zetels waren. Alhoewel Nederland al sinds de jaren zestig een proces van ontzuiling doormaakt, hebben confessionele politieke partijen de secularisering van met name het onderwijs altijd tegengehouden. Het Nederlandse onderwijs is nog altijd onderverdeeld in bijzondere – katholieke, protestantse, islamitische en joodse – en openbare scholen.

In 1900 werd in Nederland de leerplichtwet ingevoerd. Deze maatregel moet worden geduid in de context van een veranderende samenleving. Urbanisatie leidde tot spanningen waardoor zowel confessionele als liberale politici het belang van opvoeding en disciplinering in gingen zien. Om de opkomende baldadigheid en criminaliteit onder jongeren te sussen moesten kinderen op school gemeenschapszin aangeleerd krijgen1. Onze samenleving bevindt zich, in de 21e eeuw, in een vergelijkbare situatie. Klassieke morele kaders zijn weggevaagd door de ontzuiling, gemeenschapszin is ver te zoeken en de individuele levensvisie is onaantastbaar geworden. De discussie over het goede leven en het gemeenschappelijk belang wordt op dit moment nauwelijks gevoerd. Een oproep tot zedelijkheid, zoals die aan het begin van de vorige eeuw werd gedaan, zal nu niet helpen. Hoe kunnen we op een vrijzinnige manier omgaan met deze problematiek?

Artikel 23

In artikel 23 staat dat men vrij is om onderwijs te organiseren op levensbeschouwelijke grondslag zolang het voldoet aan de onderwijseisen van de staat2. Een discussie over het schrappen van artikel 23 kwam op gang na de oprichting van de eerste Islamitische scholen in Nederland in 1988. Men maakte zich zorgen over de integratie van islamitische kinderen in de Nederlandse samenleving en vroeg zich af of de overheid de religieuze scholing van deze kinderen moest financieren. De discussie zou echter niet alleen moeten gaan over de segregatie van Islamitische kinderen, maar vooral over een burgerschapsideaal waarin verschillende levensbeschouwingen de kern vormen voor een levendig democratisch debat over een gezamenlijk moreel kader. Het huidige systeem gaat voorbij aan het belang van dit open contact tussen verschillende levensbeschouwingen. Niet alleen islamitische kinderen, maar ook kinderen met een joodse of gereformeerde levensbeschouwing worden belemmert om in contact te treden met andere levensvisies. Het nieuwe parlement heeft nu de mogelijkheid een einde te maken aan de segregatie van jonge Nederlandse burgers.

Public reasonableness

Een samenleving is gebaat bij burgers die op een redelijke manier om kunnen gaan met onderlinge verschillen. Het vermogen om in te zien dat de levensbeschouwing van de ander meestal net zo goed op redelijkheid is gestoeld als de eigen wordt ook wel 'public reasonableness'3 genoemd. Een dergelijke houding ten opzichte van de ander kan maar ten delen op scholen worden aangeleerd door middel van lesmateriaal. Het is veel belangrijker dat er in de praktijk wordt geoefend, door kinderen van verschillende klasse, religie of etniciteit in de klas naast elkaar te laten zitten, samen te laten werken aan projecten of in teamverband te laten sporten. Juist omdat het gezin of de buurt van een kind vaak een homogene omgeving is, vormt de school dé plaats om ze in aanraking te laten komen met andere levensbeschouwingen. In de interactie op school kunnen kinderen andere mensen leren kennen die redelijk en humaan zijn, maar een andere levensbeschouwing hebben dan zij zelf. Wanneer op dit niveau interactie plaatsvindt met 'de redelijke ander' wordt de ruimte voor stereotyperingen ingeperkt4.

Kritische houding

Een dergelijke heterogene omgeving is ook van groot belang voor de individuele ontplooiing van het kind. Contact met andere levensbeschouwingen leidt immers tot reflectie op de normen en waarden die het kind van huis uit heeft meegekregen. Deze kritische houding ten opzichte van zijn eigen achtergrond biedt een kind de mogelijkheid zijn individualiteit te ontplooien. Het kind kan op deze manier ontdekken dat er niet één waarheid bestaat, maar dat hij zelf invulling kan geven aan zijn levensvisie. In plaats van dogmatisme leren kinderen de waarde van twijfel. Door een vrijzinnige houding aan te moedigen, leren kinderen ook de relativiteit van hun eigen visie, waardoor ruimte ontstaat voor de ideeën van anderen. Waar dogmatisme het debat stillegt, kan twijfel zorgen voor een open democratisch debat5.

Uit sociaal wetenschappelijk onderzoek6 weten we dat het voor een individu erg moeilijk is af te wijken van de groep wanneer hij de enige is met een afwijkende mening. In een experiment waar aan een groep mensen een simpele kennisvraag wordt gesteld terwijl aan de meerderheid van te voren wordt gevraagd het verkeerde antwoord te geven, leidt er meestal toe dat de testpersoon, tegen beter weten in, het verkeerde antwoord kiest. In groepen komt het daardoor vaak voor dat zodra één iemand tegen de groep in gaat de drempel voor anderen verdwijnt om mee te gaan met het kritische geluid van de voorganger. Een kritische houding kan dus bevorderd worden door het creëren van een omgeving waarin verschillende opvattingen over het leven worden gebezigd en ruimte voor twijfel wordt geboden7.

Een nieuw moreel project

Bij veel religieuze mensen bestaat wellicht de angst dat een secularisering van het onderwijs zal leiden tot een demoralisering van de opvoeding van hun kinderen. Niets is echter minder waar. Religies hebben immers geen monopolie op moraal. Ook atheïsten hebben genoeg handvatten om een moreel kader op te bouwen op basis van vrijzinnige idealen. Deze kan christelijke, humanistische of verlichtingsaspecten bevatten zoals gelijkwaardigheid, vrijheid en naastenliefde. De secularisering van Nederland heeft misschien nog niet geleid tot een opleving van normen en waarden, ondanks de nobele pogingen daartoe van Jan Peter Balkenende. Een moreel tekort is echter niet zozeer te wijten aan de teloorgang van religieuze kaders, maar aan het gebrek aan open contact tussen verschillende levensvisies over een gezamenlijk moreel kader. Dit gesprek zal opleven op het moment dat onze kinderen allemaal naar een openbare school gaan. Want niet alleen de kinderen, maar ook hun ouders zullen dan het belang gaan inzien van een open debat over onze gedeelde morele waarden.

Het afschaffen van het bijzonder onderwijs zal ertoe leiden dat het Nederlandse onderwijs wordt georganiseerd op basis van een seculiere grondslag. Het staat ouders en kinderen vrij om na schooltijd religieuze lessen te volgen. Deze maatregel past in het proces van secularisering dat sinds de jaren zestig de Nederlandse samenleving verandert. Men hoeft niet bang te zijn dat een verdere secularisering de gemeenschapszin zal verslechteren. De open dialoog tussen mensen met een verschillende levensvisie zal immers leiden tot een nieuw maatschappelijk moreel project. 

Voetnoten 
  1. De Rooij, P. (2006) 'Dat de evenaar noch naar links, noch naar rechts doorzwikke' in: 'Politicologie: Basisthema's en Nederlandse politiek', ed. Uwe Becker en Philip van Praag, Het Spinhuis, Apeldoorn
  2. Artikel 23
  3. Kymlicka, W. (1990) 'Contemporary political philosophy: an introduction', Clarendon Press (p. 308)
  4. Hall, S. (1997) 'The spectacle of the 'Other'' in: 'Representation: Cultural representations and signifying practices', ed. Stuart Hall, The Open University
  5. Pels, D. (2009) 'Opium van het volk: over religie en politiek in seculier Nederland', De Bezig Bij, Amsterdam (p. 139-140)
  6. Asch, S. (1961) 'Effects of groep pressure upon the modification and distortion of judgement' in 'Documents of gestalt psychology' ed. Mary Henle, University of California Press
  7. Nussbaum, M. (2010) 'Not for profit: why democracy needs the humanities', Princeton University Press (p, 41-43) 

Gerelateerde artikelen