12 minuten

Wat te doen met Friedrich Von Hayek?

Een poging tot een antwoord op het radicale neoliberalisme

Een halfjaar geleden constateerde Koen Haegens in de Groene Amsterdammer dat het neoliberale gedachtegoed bij lange na niet dood is. Sterker nog, het is springlevend. The Road to Serfdom van Friedrich Von Hayek, dat het neoliberalisme vanaf de jaren zeventig inspireerde, is opnieuw in de belangstelling komen te staan. De economische crisis is volgens Hayek niet het gevolg van te veel, maar van te weinig vrijemarkt. Reden genoeg om zijn werk er eens bij te pakken in een poging tot een tegenoffensief.

Samen met het werk van Ayn Rand wordt Hayek veelvuldig aangehaald door Amerikaanse neoliberalen als Ron Paul en Glenn Beck. Ook bij de Tea Party zijn zij populair. Enkele jaren geleden waaide de cultus ook over naar het oude continent, waar ze werd opgezogen van Frits Bolkestein tot Anders Behring Breivik, van Martin Bosma tot de Teldersstichting, de liberale denktank gelieerd aan de VVD. Inmiddels hangen niet alleen dergelijke ‘opinieleiders’ Hayeks denkbeelden aan. Radicaal libertarisme is populair bij grote delen van de bevolking. Vooral Ayn Rands Atlas Shrugged heeft – ook in Nederland – bij vele heel of half politiek geëngageerden een cultstatus.

Ikzelf kwam voor het eerst met dit radicale libertarisme in aanraking op een verjaardagsfeestje in Utrecht, waar er onverwacht op opgewonden toon over politiek werd gepraat. En dan niet over het kapsel van toenmalig premier Balkenende, maar over Ayn Rands maatschappelijke visie. Onder het genot van de crisis werd ongebreidelde vrije markt niet voorgesteld als het probleem maar als de oplossing.

Zoals Wilders en de adepten van Rand dat momenteel doen, gooit ook Hayek socialisme en fascisme op één hoop. Deze politieke stromingen vertegenwoordigen volgens hem een ‘entire abandonment of the individualist tradition which has created Westerns civilization’. Het probleem is het streven naar sociaaleconomische gelijkheid en gemeenschapszin. Nationaliseringen en centrale planning zijn nodig om deze te bewerkstelligen, zo stelt Hayek, maar zelfs als het de post of ziekenhuizen betreft, zetten we daarmee onvermijdelijk stappen op een road to serfdom; richting een nationaalpopulistische dan wel socialistische dictatuur. Om die af te wenden stelt Hayek een zo afwezig mogelijke overheid voor. 

Rationele vrijheid als illusie...

Van het kunstmatig in leven houden van een gecorrumpeerde banksector of bedrijven als Nedcar, kan inderdaad weinig heil worden verwacht. Al was het maar omdat er de facto geen nationale economieën meer bestaan. Dus daarin heeft Hayek zeker gelijk – laat deze bedrijven maar ten onder gaan in de vrije markt. Het bijna deerniswekkende, cruciale probleem met Hayek en zijn navolgers zit ‘m niet in de weerstand tegen staatssteun voor onrendabele ondernemingen. Het zit 'm in het idee dat de vrijheid gegarandeerd wordt of zelfs identitiek wordt verklaard met een rationeel, zelfregulerend vrijemarktsysteem.

Daar gaat het mis, want in de dagelijkse praktijk is zowel de vrijheid als de markt allesbehalve rationeel. Alleen het ideaalbeeld van de heilzame markt is rationeel. Hiervoor kan onder meer verwezen worden naar John Gray die deze ‘utopie van de mondiale laissez-faire’ genadeloos ontmaskert, in False dawn en Straw dogs. ‘Vrijemarkteconomie is het product van kunstmatigheid, ontwerp en politieke dwang. Laisser faire moet centraal geregeld worden; gereguleerde markten zijn er gewoon.’ Net als het socialistische paradijs is het vrijemarktparadijs nooit realiteit maar een utopische projectie. Het blindelings doorvoeren van een projectie heeft altijd zeer kwalijke gevolgen. 

In het artikel van Haegens wordt Hans Achterhuis aangehaald, die dit thema in zijn boek De utopie van de vrije markt behandelt. ‘In de jaren zestig en zeventig had ik studenten die naar Albanië gingen’, vertelt Achterhuis. ‘Ze kwamen terug met juichende verhalen. Eenzelfde absolute geloof, zie je ook bij de aanhangers van neoliberalisme. Kijk naar de memoires van Alan Greenspan. Hij zag dat er iets misging in de economie. Maar hij weigerde in te grijpen. De markt zou het wel oplossen.’ In plaats van socialisme en fascisme lijkt het zinvoller socialisme en neoliberalisme op één hoop te gooien.

Enver Hoxha (1908-1985), genietend van de vestiging van de ideale samenleving in AlbaniëNet als de fans van Hoxha propageren de fans van Hayek het paradijs, maar verwordt de burger in hun utopieën tot een radar in een mechanische machinerie. Niet dat we in een dictatuur leven, maar vergelijkbaar is dat onze maatschappij op rationalistische wijze construeerbaar wordt geacht, en daardoor juist bekneld raakt.

De eerste voorbeelden daarvan uit het alledaagse leven schijnen aanvankelijk de vooruitgang zelve – maar tonen bij nadere inspectie het angstwekkende prometheïsche monster.

De ongebonden Prometheus verbeeld in 'The Curse of Frankenstein' uit 1957.Zo is er de illusoire gedachte dat den burger verenigbaar is met het logisch zo uitstekend uitgedachte OV-chipsysteem. Hij hoeft geen kaartje meer te kopen! Leve de bewegingsvrijheid! Niettemin blijft hij vergeten zijn kaart op te laden of uit te checken. Hij laat het invullen en opsturen van het declaratieformulier voor de vier euro, die hem vanwege een fout in het computersysteem wel toekomt, gemakshalve achterwege. Zo laat dezelfde burger ook zijn ongewenste abonnementen doorlopen, en zoekt niet elk jaar uit welke zorgaanbieder voor hem de meest voordelige is. Kortom, ‘efficiënte’ marktwerking werkt niet altijd; het rationele compartiment van de mens is met de hulp van Hayeks utopie in hoge mate overschat en overbelast geraakt. De werkelijk beleefde, gevoelde vrijheid is ondertussen ver te zoeken.

...met grote maatschappelijke problemen tot gevolg...

De dagelijkse frustraties van den burger zijn nog relatief onschuldig, maar niettemin een goede indicator voor de huidige maatschappelijke problemen. Want het blinde geloof in de rationaliteit van de markt leidt niet alleen tot dagelijkse frustraties bij den burger. Zij leidt ook tot de ontkenning van de wezenlijke aard van sommige economische sectoren. Zorg, onderwijs en infrastructuur behoren vanuit hun eerste oorsprong toe aan de gemeenschap en niet aan de marktplaats.

De gevolgen van de ontkenning daarvan – in de vorm van de bedrijfsmatige aanpak en de privatiseringen van de afgelopen dertig jaar – zijn desastreus, ook voor de economie zelf, die niet correct wordt begrepen. Universiteiten verworden tot bedrijven waar het ideaal van onafhankelijke kennisgaring geen leidende rol meer speelt in de besluitvorming en organisatiestructuur. Niemand schijnt te begrijpen dat deze gang van zaken niet vruchtbaar is, maar juist schadelijk voor een goed functionerende economie, waarin kennis zo van zo belang is. Sinds de invoering van marktprikkels in de zorg voelen veel mensen, met mogelijk serieuze klachten, zich bezwaard een arts te raadplegen. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars letten in de eerste plaats op de winstmarge en dan pas op de patiënt. Wederom is dat schadelijk voor de economie, die gezonde werknemers nodig heeft. En waar is hier de beleefde, gevoelde vrijheid gebleven?

Naast de ziekenhuizen en universiteiten zijn er onder de motto’s van ‘efficiency’, winstdoelstelling en marktwerking tal van problemen met tal van enorme, vaak gefuseerde instellingen, bedrijven en banken ontstaan – van InHolland tot Dexia, van de ROC's tot de NS. Onder de vrijemarktdoctrine is men zich in al deze instellingen gaan bezig houden met misleiding, wanbeleid en frauduleuze praktijken in plaats van met de oorspronkelijke taakstelling. Een gevoel van vrijheid hebben deze praktijken niet tot gevolg gehad. Of althans, niet voor anderen dan voor de fraudeurs in het management.

...in Europa

Dat de ware crisis een crisis van het dominante politieke idee is, is met name in Europa evident. Het is de leiders van EU onder de maar doorwaaiende neoliberale wind tot nog toe onmogelijk geweest een passend antwoord te formuleren op de problemen. Zoals iedereen weet is het primaat van kredietbeoordelaars over de politiek passief geaccepteerd. Rücksichtslos zijn almaar meer privatiseringen en austerity measures doorgevoerd. Tot de machtsovername van Mario Monti in Rome was er bij de regeringsleiders geen enkele aandacht voor het sociale aspect van de crisis, die vooral Zuid-Europa parten speelt. Ook Hayek geeft in The Road to Serfdom nergens enige oplossing voor de ‘sociale kwestie’. Evenmin doen zijn navolgers dat. Wat te doen met de verliezers binnen een systeem van ‘rationele’ marktwerking? Doordat er geen antwoord geformuleerd kan worden op die vraag, toont de koppeling van vrijheid aan de vrijemarktutopie ook op Europees vlak zijn faillissement.

Het verenigd Europa is vanaf zijn ontstaan gepind geweest op het idee dat vrijheid en vrede in de ‘common market’ zijn gelegen. In dit misverstand toont zich de ware aard, de diepte, maar vooral ook de dreiging van de huidige crisis in Europa en het historische belang van een verandering van die benadering. Gemeenschapszin als op zichzelf staande waarde – bijvoorbeeld in de vorm van Eurobonds, kwijtschelding van de schulden of gemeenschappelijk sociaal beleid – wordt momenteel nog steeds afgewezen als antwoord op de crisis in de EU. Daarmee wordt, net als bij de invoering van de OV-chipklacht, een essentieel onderdeel van de menselijke natuur ontkend. Zo lang het neoliberale gedachtegoed Brussel blijft beheersen, vermenigvuldigt het wantrouwen jegens de vrijheid en de democratie zich op de flanken, waar de sociale leemte wordt opgevuld. Zo toont Hayeks radicale laissez-faire zich in zijn ware gedaante; ze is zelf een road to serfdom

De destructieve Frankenstein wordt door rationeel utopisme tot leven gewekt

...in de wereld

Waar Hayeks koppeling van vrijemarkt en vrijheid op Europees niveau levensgevaarlijk is, daar is zij op mondiaal niveau al decennia lang van dodelijke aard. Het is werkelijk waanzinnig om te beweren dat de vrijheid van de mens is gegarandeerd door de vrijhandelsdoctrine, die de huidige ordening en mores van de wereldeconomie bepaald, afgedwongen door de WTO, het IMF en de Wereldbank. Onder begeleiding van deze vrijhandelsdoctrine én op één met grote, multinationale ondernemingen en investeringsfondsen. Onderwijl is de vernietiging van lokale economieën in de hand gewerkt. Waar schuilt de vrijheid?

Niet alleen de corrupte elites, ook de grote multinationals onderdrukken juist de individuele vrijheid, als zij daartoe de kans krijgen. Dat gaat van Microsoft tot H&M en van Koninklijke Shell tot Ahold. O ja, en Monsanto. Ethische principes zijn voor hen interessant als verkooptechniek, maar nooit als bottom line. Mits hun imago niet in het geding komt, lappen zij onder begeleiding van de vrijhandelsdoctrine de rechten van de mens aan hun laars. Zij tasten natuur en milieu aan, onderbetalen waar mogelijk en bepalen graag het hele leven van hun werknemers. Meer kan ook niet van hen verwacht worden; bedrijven gaan nu eenmaal voor gewin en niet voor vrijheid. Maar om dat moreel te rechtvaardigen als zijnde ‘rationeel’, en daarmee als vrijheidslievend, gaat wel erg ver.

Blind geloof in de vrije markt en het uitblijven van kritiek daarop

Verrassend genoeg is Hayek het zelf soms eens met sommige van bovenstaande kritiekpunten. In weerwil van zijn huidige adepten schrijft hij aan het einde van hoofdstuk negen van The Road to Serfdom: ‘there can be no question that adequate security against severe privatization ... will have to be one of the main goals of policy.’ Toch wordt het nergens duidelijk hoe hij deze ‘adequate security against privatization’ wil bereiken. Of hoe hij ‘the supremely important problem of combatting general fluctuations of economic activity’ wil aanpakken.

Net als zijn adepten blijft hij emotioneel en ongemeen fel uithalen tegen voorstanders van politiek op basis van solidariteit of andere ethische grondbeginselen – als een dreigende smet op de prachtig schone tabula rasa van de ‘zelfregulerende’ vrije markt. Aan het einde van hoofdstuk negen van The road to serfdom refereert Hayek bijvoorbeeld aan een uitspraak van de Britse marxist Harold Laski.

Volgens Laski: ‘those who know the normal life of the poor, its haunting sense of impeding disaster, its fitful search for beauty which perpetually eludes, will realise well enough that, without economic security, liberty is not worth having.’ Wat ook het antwoord van Laski moge zijn, het punt is dat Hayek de hele vraagstelling negeert. Dat komt omdat de vraag, naar wat te doen met sociaaleconomische onzekerheid en armoede, niet binnen Hayeks systeem past. Deze vraag veronderstelt namelijk een oplossing buiten de vrije markt.

De koppeling van vrijheid en vrijemarkt blijft bij de neoliberalen en Friedrich Von Hayek uiteindelijk op niets anders gebaseerd dan blind geloof. Na de ondergang van het socialistische experiment in 1989 heeft dit geloof niettemin als enige de claim kunnen leggen op 'wetenschappelijke' onontkoombaarheid. Daardoor is het moelijk geworden de vreemde combinatie van geloof in een rationeel geachte vrije markt met een constructieve progressieve kritiek tegemoet te treden – zowel op persoonlijk, nationaal, Europees en mondiaal vlak. De meeste mensen hebben weinig anders te belijden dan een koppeling van vrije markt aan vrijheid – en wie is er tegen de vrijheid? Meer vrije markt in plaats van minder is derhalve het adagium.

Gemeenschapszin als doorbraak van de impasse

Het propageren van gemeenschapszin als basis voor vrijheid, en als politiek en bestuurlijk uitgangspunt, is vloeken in de neoliberale kerk. Niemand durft het meer uit te dragen; bang als men is om voor ketter, mietje of linkse opportunist te worden uitgemaakt. Of erger nog, een echte ouderwetse socialist! Ondertussen is het zover gekomen dat zelfs uitingen van vriendschap of liefde door de dwepers met neoliberaal radicalisme worden gereduceerd tot strategieën binnen een ‘rationeel’ geordende vrije markt van sociaal succes. 

Daarmee is de belangrijkste opgave des tijds, zo zou ik willen stellen, de heruitvinding van de vrijheid als gekoppeld aan nieuwe vormen van solidariteit, saamhorigheid en gemeenschapszin. Evenmin als op een geloof in de vrije markt, kan dat project kan nog op ouderwetse socialistische gelijkheidsidealen worden gebaseerd. In plaats van op socialistisch utopisme of vrijemarktutopisme, zou de heruitvinding van de vrijheid in gemeenschapszin daarom gebaseerd moeten worden op dat derde, ondergewaardeerde ideaal van de Franse Revolutie. Niet vrijheid, niet gelijkheid, maar (zuster- en) broederschap zou het eerste uitgangspunt en streven van een nieuwe politiek moeten zijn. 

Dat derde, overkoepelende en overstijgende ideaal biedt een buffer tegen de gevaren van rationalistisch utopiën, die ons in naam van de vrijheid en de gelijkheid in de maag zijn gesplitst. Het repressieve socialisme is inmiddels verdampt, en nu is het de beurt aan het beknellende vrijemarktidealisme. One down, one to go. De vrije markt moet natuurlijk blijven bestaan als realiteit, maar moet verdwijnen als ideaalbeeld. Zij dient gebonden te worden aan de gemeenschap, in plaats van andersom.

Want ook voor degenen die zichzelf nog steeds liberaal willen blijven noemen, is het toch niet meer mogelijk in een man te blijven geloven die ‘social liberalism’ omschrijft als een contradictio in terminis? Bij zoveel vrijheidsbeperkende gevolgen van het geloof in de vrije markt? Het neoliberalisme is ten hoogste begrijpelijk als een vorm van verdediging tegenover de uitdijende twintigste eeuwse overheid, maar op geen enkele wijze meer van toepassing nu de staat zich voor het eerst sinds de Middeleeuwen daadwerkelijk aan het terugtrekken is.

Voor goedhartige en zinnige liberalen zou het niet verkeerd zijn eens te kijken naar een 19e eeuwse liberaal als François Guizot, zoals Frank Ankersmit al jaren verkondigt. Guizot herdefinieerde het utopische liberalisme van de 18e eeuw tot praktisch beleid voor de 19e eeuw. Het liberalisme stond volgens hem niet voor vrijemarktidealisme, maar voor een poging tot acceptatie van onderling concurrerende en botsende opinies, principes en tendensen. Dat tolerante streven, heel netjes op broeder- en zusterschap gebaseerd, is volgens Guizot de drijvende kracht achter datgene dat wij beschaving noemen. Precies voor die open houding is bij de missionarissen van Rand en Hayek geen enkele ruimte.

Problemen met de OV-Chipkaart meldt u hier en hier. Dankuwel.

François Pierre Guillaume Guizot (1787–1874)

Reacties

Koos van der Wilt

Excuses, ik vind de inhoud van dit stuk slecht. Ten eerste, en dat lijkt misschien makkelijk om te zeggen, en een laffe kritiek, maar Groen Links is de partij waarin de CPN is opgegaan. Je hoeft maar een beetje te studeren op de geschiedenis van de USSR om te beseffen hoe gewelddadig het communisme is geweest, en in welke mate Nederlandse intellectuelen zich hieraan moreel mede-schuldig hebben gemaakt. Voor mij persoonlijk zal ik nooit, maar dan ook nooit meer iets uit linkse hoek aannemen. Later hebben mijn ervaringen - als student tot politiek bewustzijn gekomen in de jaren 70 - vorm gekregen door het bladeren door Popper en het (iets) lezen van Hayek.

Den Uyl, Tien Over Rood, het waren allemaal apologeten voor het Communisme, dat alleen in Oost-Duitsland al 100.000 levens heeft gekost. Een hartekreet: iedereen die toen communist of socialist was was een boef in mijn ogen. Ik zit vol met anekdotes, die ik natuurlijk niet allemaal hier kan opschrijven. Zo had een CPN stemmende studiegenoot een reis door de USSR gemaakt met zijn VW-tje. Hij kwam terug en stemde VVD.

Dit artikel jammert over het neoliberalisme dat in Nederland zou heersen, en, o jee, het gebrek aan gemeenschapszin. Klinkt goed, alleen 'gemeenschapszin' wordt blijkbaar uitegedrukt in belastingdruk. Die belastingdruk bedraagt door de bank genomen 50%. En is de hoogste ter wereld. Dan heb ik het hier over inkomstenbelasting, en reken de BTW en voeretuigenbelasting even niet mee. En u beweert met droge ogen dat het neoliberalisme heerst in Nederland?

Nee, een liberaal beleid zou niet tot uitdrukking komen in BTW verhoging en inkomensnivellering zoals in 2013 in Nederland het geval is. Ik ben geen Ayn Rand-fan, maar Nederland zou wel eens wat Liberale filosofen kunnen gebruiken, in plaats van dat gehinnek van Hans Achterhuis, Francisco van Jole en andere smaakmakers over het beo-liberalisme.

Siebren Boschma

Een prima analyse, gemeenschapszin als tegenhanger van het ongebreidelde neoliberalisme. Iets wat veel breder aandacht zou moeten krijgen.

Siebren.

Gerelateerde artikelen