5 mins

Aan de slag met de nieuwe ontwikkelingsdoelen

verslag van een conferentie

Weinig mensen zullen de Millenniumdoelen (MDGs) van de Verenigde Naties uit hun hoofd kennen. Maar als je vraagt wat er nodig is om de wereldwijde armoede te verminderen, kan men ze met een beetje fantasie wel raden.

Zorgen dat iedereen genoeg te eten, te drinken en onderwijs heeft? Drie punten. Dodelijke ziektes bestrijden, kindsterfte uitbannen en zorgen dat moeders de zwangerschap overleven? Gelijke rechten voor man en vrouw? Check. Oja, en iets met duurzaamheid en internationale samenwerking bevorderen misschien? Kijk, dan ben je er al. Dit waren de topprioriteiten op de mondiale ontwikkelingsagenda voor de eerste vijftien jaar van het nieuwe millennium.

Zo'n bucketlist om de wereld te redden kan dan snel gemaakt zijn, het afstrepen van de 21 subdoelen, afgemeten aan 58 indicatoren, is een heel ander verhaal. De globale armoede is weliswaar gehalveerd sinds 1990 (voor de meeste MDGs het peiljaar), maar nog steeds gaan er veel mensen dood van de honger, malaria, een zwangerschapscomplicatie of door hun verziekte leefomgeving. Toen de VN er in 2012 op de Rio+20-top voor duurzame ontwikkeling achter kwamen dat er toch nog nog wel wat werk te verzetten valt om deze ellende de wereld uit te helpen, leek het ze verstandig om in de agenda's van na 2015 nog steeds wat ruimte te bewaren.

Dit jaar wordt daarom druk onderhandeld over wat er allemaal op het takenlijstje blijft staan en wat er bovendien nog bij komt. De bedoeling is dat de drie dimensies van duurzaamheid, de sociale, ecologische en economische dimensie (denk aan people, planet, profit) er op een gebalanceerde manier in geïntegreerd worden. Op dit moment ligt er een voorstel van de VN-werkgroep met zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's genoemd), met 169 subdoelen, die de leidraad zullen vormen voor de periode tot 2030. Er kan echter nog veel veranderen totdat wereldleiders in september 2015 de uiteindelijke set doelen zullen vaststellen. Zo hebben NGO's formeel niets in te brengen bij de totstandkoming, maar als stakeholders kunnen ze wel om input worden gevraagd.

Maar als de nieuwe doelen eenmaal vastliggen, hoe moeten we er dan mee aan de slag? Waar ligt de rol van het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de overheid? Daarover organiseerde Hellingproef op zaterdag 4 oktober 2014 samen met de werkgroepen Internationale Samenwerking, Landbouw en het Milieunetwerk een conferentie in Utrecht. Op deze middag werd gekeken naar de doelen voor voedselzekerheid, schoon water en vrede en veiligheid. Gesproken werd vooral over de mogelijkheden voor GroenLinks om aan de nieuwe doelstellingen bij te dragen.

 

Keuzes maken

"Choose your battles, GroenLinks," raadde Koos de Bruijn van Partos ons aan, en ook partijleider Bram van Ojik leek het verstandig om bij de uitvoering specifieke doelen te kiezen om op te focussen. "Nu we van acht naar zeventien doelen gaan moeten we oppassen dat we het niet te breed maken," waarschuwde hij. Ook vond hij het zorgelijk dat het Nederlandse ontwikkelingsbeleid de afgelopen jaren steeds minder is geworden en steeds meer op de eigen belangen gericht. In plaats van geld sturen we liever een paar experts om onze kennis van landbouw en watertechniek te etaleren. "Nederland is van voorloper een achterloper geworden," constateerde Van Ojik. Er is volgens hem een "nieuw politiek commitment" nodig, waarbij allianties en samenwerking met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven onontbeerlijk zijn. GroenLinks kan hierin richting geven, en wie weet haar bondgenoten, te vinden bij middenpartijen als PvdA en CDA, dacht hij. Toch heeft het bedrijfsleven vaak weinig vertrouwen in de politiek, zoals Piet Sprengers van de ASN bank opbiechtte. “Oké, in GroenLinks nog wel een beetje hoor!”.

Om de ontwikkeling in een land te stimuleren, is vertrouwen in de overheid echter van essentieel belang volgens Europarlementariër Judith Sargentini, omdat de vrede en stabiliteit anders slecht te bewaren zijn. Ook haar collega Bas Eickhout beaamde dat duurzame verandering zowel vanuit de samenleving moet komen als van bovenaf gereguleerd moet worden: de sandwichmethode is het meest effectief. Van PvdA'er Timmermans verwacht hij echter weinig op dit gebied. "Je zult zien dat hij de beschermingsregels voor drinkwater als een recht, en geen privaat goed, gaat gebruiken als typisch voorbeeld van kleine, bemoeizuchtige regelgeving. Terwijl deze juist zo belangrijk zijn. Nog steeds hebben dertig miljoen mensen op de wereld nauwelijks schoon water". Eickhout hoopt dan ook dat het huidige ontwikkelingsdoel voor water, waarin staat dat iedereen toegang moet hebben tot veilig en betaalbaar drinkwater, in ieder geval behouden blijft.

Sommige ontwikkelingsorganisaties vinden die formulering, evenals van andere doelen, veel te zwak. Zo vinden ze dat ‘toegang tot’ vervangen moet worden door ‘recht op’, en willen ze meer aandacht voor mensenrechten. Toch zijn er ook veel klimaatorganisaties die de doelen als een belangrijke stap vooruit beschouwen.

Toen het over voedsel ging, kwam er een groot enthousiasme uit de zaal om hier op lokaal niveau mee aan de slag te gaan. Veel mensen gaven aan er al mee bezig te zijn, van een bijenhotel in het centrum van Rotterdam tot ecologische gemeenschappen in Brazilië: om aan de immorele mondiale marktwerking van voedselprijzen te ontkomen, zou de oplossing liggen in het onafhankelijke en kleinschalige. "Er is genoeg voedsel in de wereld beschikbaar," toonde hoogleraar Pablo Tittonell. "We maken alleen de verkeerde keuzes in wat we produceren (teveel vlees, te weinig noten) en met welke methoden (olie, GMO’s, kunstmest)." Zo te zien was ook dit bij GroenLinks een belangrijke boodschap, aangezien de megastallendiscussie nog niet beslecht leek en zelfs de borrelhapjes doorspekt waren met betwistbare ingrediënten. Met een beetje fantasie was te concluderen dat over het aanpakken van het wereldvoedselprobleem er nog vele ontwikkelingsdebatten gevoerd kunnen worden.

Reacties

Hallo Silvia, Waar ik graag

Hallo Silvia,
Waar ik graag op wil aanvullen is de kwestie rond overbevolking. Immers, als de geboortecijfers gelijk blijven en de millennium doelen echt gehaald worden hebben een geheel nieuw probleem.

Als voorbeeld Ethiopië. De omvang van de bevolking van dat land was een duizelingwekkende 30 miljoen zielen in een arm land dat kwetsbaar is voor lange periodes van droogte. Door internationale hulp en betere gezondheidszorg is de infrastructuur sterk verbeterd maar de bevolking is geëxplodeerd tot 90 miljoen! Met andere woorden, door die hulp zal het aantal slachtoffers bij de volgende droogte een veelvoud zijn van begin jaren tachtig.

Structurele hulp zonder aandacht voor geboortebeperking is een recept voor onmenselijk drama. Zo ook biologische landbouw. Als de wereldbevolking massaal zou overschakelen op biologische landbouw gaat de wereld snel naar de knoppen. De milieubelasting en vooral het ruimtebeslag van al die scharrelede kippen en wroetende varkens is een veelvoud van de reguliere landbouw.

Alle financiële middelen moeten worden ingezet om de groei van de bevolking te stoppen. Daarbij moet de focus komen te liggen op sterilisatie in combinatie met reproductieve zorg. Ieder land (dus ook Nederland) moet een plan presenteren hoe men op termijn naar een veel lagere bevolkingsomvang wil gaan. Een aantal mensen per eenheid oppervlakte is dan een uitgangspunt. Immers, kan iemand mij het nut van een grote bevolking uitleggen? Behalve voor het bedrijfsleven dan. De overbevolking is het grootste probleem van de 21ste eeuw en je hoort er nooit iemand over. Wie durft?
Met vriendelijke groet,
John van Paassen

Reactie toevoegen