3 mins

Andrée van Es: 'Ik vind de overheid nog te krampachtig'

Op de vierde etage van de Stopera is het kantoor van wethouder Andrée van Es. Uitzicht op een mooi Amsterdams grachtentafereel. Van Es is een elegante vrouw, vriendelijk. Ze straalt een natuurlijk gezag uit dat schaars is in de politiek. 

Van Es begon haar politieke carrière als fractiemedewerker bij de PSP, die onder haar leiding opging in GroenLinks. Tot 1990 was ze lid van de Tweede Kamer. ‘Ik voelde me erg op mijn plek in de parlementaire democratie. Ook al was er niemand met me eens, ik kon wel zeggen wat ik wilde en het werd besproken. Ik ben erg verslingerd aan door te praten samen beslissen wat er moet gebeuren.’

Het voormalige PSP-boegbeeld, dat na twintig jaar in 2010 haar politieke comeback maakte als wethouder Werk en Burgerschap in Amsterdam, heeft als belangrijkste doel mensen uit de bijstand te bevrijden. Ze is een politieke vernieuwer, bezig met het heruitvinden van wat sociaal lijkt en wat sociaal ís.

De samenleving verandert fors. Hoe moet de overheid meeveranderen?

Ik vind de overheid nog te krampachtig. Het is een gekke combinatie van politiek en ambtenarij, een institutioneel belang. Daardoor is er wantrouwen tegen burgers.

We staan aan de vooravond van een grote verandering waarbij burgers veel meer creativiteit en vernieuwing inbrengen. Burgers nemen geen genoegen meer met dat sommige dingen alleen binnen die regels kunnen of niet kunnen. Ze willen meer ruimte om te experimenteren. Het is de kunst, vooral van het lokaal bestuur, om daar vormen voor te vinden. Dat is razend ingewikkeld. Stadsdeelbestuurders die laten zien hoe het is als je op een veel gelijkwaardiger manier met burgers overlegt inspireren mij. 

Behalve het lokaal bestuur denk ik dat Europa veel belangrijker gaat worden. De nationale overheid wordt minder belangrijk en daar maken we nu de nare stuiptrekkingen van mee. Ik heb vaak meningsverschillen met het Rijksoverheid over regelgeving en wetten die steeds meer dichtgeregeld worden. De Rijksoverheid moet meer vertrouwen hebben in het lokaal bestuur, zaken aan ons overlaten en durven toestaan dat er verschillen zijn. De lokale democratie versterken.

In de lokale campagne staat werk bovenaan het GroenLinks-lijstje. Andere partijen hebben werk ook tot topprioriteit uitgeroepen. Hoe onderscheidt een GroenLinkser zich daarop?

Toch door zich in te zetten om mensen aan het werk te krijgen. Door jongeren uit te dagen de beste te willen zijn en eigen initiatieven van jongeren te ondersteunen. En wat ik zelf heel belangrijk vind is het tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt. Onder migrantenjongeren is de werkloosheid twee keer zo hoog. Misschien moeten we anoniem solliciteren introduceren. En meer goede voorbeelden laten zien, bijvoorbeeld internationale organisaties met een diverse samenstelling.’

Amsterdam staat in de top drie van beste sociale diensten. Een spectaculaire stijging van plaats 34 naar 3. Wat is de geheime formule?

Het belangrijkste is dat het veel beter lukt om mensen aan de slag te krijgen. Met een derde van de middelen hebben we twee keer zoveel mensen aan het werk gekregen. We hebben ook veel energie gestoken in het sneller beslissingen nemen.

Welke gedeelte van het succes draagt echt een Andrée van Es-handtekening?

(Zonder aarzeling) Mensen uit de bijstand naar werk helpen! Niemand zit voor zijn plezier in de bijstand. Daarnaast hebben we veel geïnvesteerd in mensen die onvoldoende Nederlands spraken. En we laten vluchtelingen met behoud van bijstand een opleiding volgen. Daarmee rekken we de landelijke regels behoorlijk op. Vluchtelingenwerk Nederland heeft Amsterdam uitgeroepen tot de ‘beste gemeente voor vluchtelingen’. Daar ben ik heel erg trots op'.

Probeert Amsterdam nieuwe dingen om de jeugdwerkloosheid te bestrijden?

We richten ons op die groep jongeren die net van hun opleiding afkomen en een kans moeten krijgen. Sinds januari zijn we begonnen met startersbanen. De werkgever betaalt 250 euro en de gemeente ook. Dat is geen écht inkomen, maar meer dan een stagevergoeding, mét ziektekostenverzekering en sociale lasten. Op die manier kunnen jongeren werkervaring opdoen. Daarnaast bel ik elke week zelf met werkgevers en vraag wat ik voor ze kan doen zodat ze jonge mensen in dienst nemen. Dat maakt een verschil.