3 mins

Big Yellow Taxi

Kan muziek de wereld veranderen? Het is al meer dan veertig jaar geleden dat de maatschappijkritische single Big yellow taxi van Joni Mitchell uitkwam. ‘They paved paradise and put up a parking lot’, luidden de eerste woorden.

Joni was in Hawaii toen ze het nummer schreef waar ze in haar hotel aan was gekomen toen het al donker was. ’s Ochtends deed ze de gordijnen open en zag ze prachtige groene bergen in de verte, maar het grootste deel van haar uitzicht werd in beslag genomen door een parkeerplaats. Ze was zo aangedaan dat ze geïnspireerd raakte om Big yellow taxi te schrijven.

Natuur die plaats moeten maken voor een parkeerplaats, snelwegverbreding of vinex-wijk. Het is met het vervliegen van de decennia een actueel thema gebleven. Hoewel het liedje van Joni Mitchell niks aan deze praktijken heeft kunnen veranderen, kennen mensen Big yellow taxi vandaag de dag nog steeds. Joni’s woorden leven voort in het collectieve geheugen van dromers, wereldverbeteraars, groene activisten en muziekliefhebbers. Dat is mede te danken aan de cover van de Counting Crows die hier in 2002 een hit mee scoorden. De kracht van het liedje ligt niet alleen in het prettige geluid, maar ook in de combinatie van lichtheid, humor en ernst:    

They took all the trees
And put them in a tree museum
Then they charged the people
A dollar and a half just to see 'em

Joni Mitchell en Big yellow taxi maakten deel uit van een wereldwijde protestgeneratie die zich afzette tegen bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam en het gebruik van het bestrijdingsmiddel DDT. Enkele academici breken hun hoofd over de vraag in hoeverre de erfenis van diverse tegenculturen uit de jaren zestig en zeventig nog levend is. Zie bijvoorbeeld deze boekbespreking die eerder op de website van Bureau de Helling verscheen. Een van de boeken die besproken wordt is Nederland en de jaren zeventig van Duco Hellema die concludeert dat vanaf de jaren tachtig de invloed van nieuwe sociale bewegingen als de milieu- en de vredesbeweging verdween terwijl het kapitalisme steeds meer een vanzelfsprekend gegeven werd.

Voor mij is de erfenis uit de jaren zestig en zeventig echter springlevend. Vrienden aan mijn keukentafel begonnen vorige week spontaan Big yellow taxi te zingen. Vrienden die niet blij zijn met deze consumptiemaatschappij, de collectieve verslaving aan olie of de aanhoudende dominantie van witte mannen. Protestliederen, zowel uit vervlogen jaren als meer recente liedjes, hebben de wereld misschien niet veranderd, maar inspireren mensen wel om te blijven dromen en hopen.

Maar wordt het inmiddels niet tijd voor een nieuwe generatie protestliederen? De tijd lijkt er rijp voor: de jeugdwerkloosheid groeit nog steeds. Jongeren protesteren misschien wel niet zo hevig als in de jaren zestig en zeventig, maar lijken eerder te geloven in stadslandbouw, vintagekleding en ambachtelijk bereide kaas, ofwel onafhankelijkheid van de overheid of multinationals. Wat worden de kunstzinnige attributen van de huidige ‘do-it-yourself’-generatie?