5 mins

De hypochondrische democratie

De politiek boeit niemand meer, kiezers gaan niet meer naar de stembus, de ledenaantallen van politieke partijen zijn historisch laag en de legitimiteit van ons democratisch systeem erodeert. In andere woorden: de Nederlandse democratie wankelt. Maar is dat wel zo?

Om dat te onderzoeken schreven de politicologen Rudy Andeweg (Universiteit Leiden), Jacques Thomassen (emeritus hoogleraar Universiteit Twente) en Carolien van Ham (Universiteit Twente) een boek over de staat van de Nederlandse democratie: De Wankele Democratie.Het boek, waarvan de totstandkoming mede mogelijk werd gemaakt door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, werd op 17 april gepresenteerd in het Trippenhuis in Amsterdam. Na een toelichting op het boek door Thomassen, kregen David Van Reybrouck en James Kennedy de ruimte om op het werk te reflecteren. Na die bespiegelingen mocht minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk het boek in ontvangst nemen. De middag eindigde met een debat tussen de sprekers, onder leiding van Wouke van Scherrenburg.

De Nederlandse democratie staat er eigenlijk heel goed voor, aldus Jacques Thomassen. Het vertrouwen van Nederlanders in de democratie is heel hoog en lijkt de laatste jaren zelfs te stijgen. Daarnaast lijkt het vertrouwen van Nederlanders in de politieke partijen met 40% schrikbarend laag, maar vergeleken met andere West-Europese landen doet Nederland het daarmee meer dan prima. Ook de Nederlandse politiek scoort hoog op het gebied van vertrouwen. De stembus wordt in secundaire verkiezingen zoals voor de gemeenteraad, Provinciale Staten of Europees Parlement minder vaak gevonden, maar de Tweede Kamerverkiezingen zijn nog altijd populair. Wel gaan hogeropgeleiden vaker naar de stembus dan lageropgeleiden. Bovendien lijken kiezers hun stem steeds meer te zien als middel om politieke partijen te belonen of af te straffen voor de afgelopen periode.

Met deze positieve bevindingen wijkt De wankele democratie duidelijk af van de bundel die twee weken eerder gepresenteerd werd door de Raad voor het openbaar bestuur, Politieke partijen: overbodig of nodig?. De democratie is volgens de auteurs van De wankele democratie wel aan een renovatie toe, omdat de consensusdemocratie in Nederland de bestuurlijke slagvaardigheid volgens hen hindert – en dus de democratische legitimiteit in gevaar zou kunnen brengen. Zo zou de Eerste Kamer wetten niet meer mogen afwijzen, maar enkel nog terug mogen sturen naar de Tweede Kamer. Daarnaast willen de wetenschappers een constructieve oppositie. Zij vinden dat de versplintering van het partijlandschap grote problemen met zich meebrengt, niet alleen voor de kiezer, maar vooral voor het kabinet. Een manier om de versplintering tegen te gaan, is de kiesdrempel te verhogen, waardoor het moeilijker wordt voor kleine politieke partijen om de Tweede Kamer binnen te komen.

‘De auteurs moeten de teleurgestelden teleurstellen’, begint wetenschapper en schrijver Van Reybrouck (bekend van Tegen verkiezingen) zijn beschouwing. Ze hebben de vermeende vertrouwenscrisis in hun boek ontward en wat daaruit naar voren kwam is een burger die door toegenomen individualisering zijn autonome keuzevrijheid gevonden heeft en toepast. De kiezer is ‘niet wispelturig en redeloos’. Van Reybrouck looft het boek als ‘onmisbaar (…) en broodnodig, maar niet voldoende’. De meeste kritiek heeft hij op de te rationele opvatting van de auteurs aangaande het stemgedrag. Het optimisme van de auteurs ‘gaat voorbij aan emoties’ en heeft te weinig oog voor de rol van de media: ‘met de traditionele opvatting van democratie gaat het voorbij aan de mediacratie’ van vandaag de dag. Want, ‘wie zo gelooft in de rationele burger, heeft weinig aandacht voor de noden van die burger’ en voor nieuwe ontwikkelingen zoals participatieve processen. Daarnaast waarschuwt Van Reybrouck voor de beperkte institutionele en nationale insteek van het boek. De macht van vandaag verschuift in toenemende mate naar hogerop en naar de markt. Daarom zijn de nationale oplossingen die in het boek aangedragen worden niet voldoende. De Belgische Van Reybrouck noemt het typisch Nederlands dat de stand van de democratie zo ernstig gewantrouwd wordt. 'De hypochondrische democratie' had hem dan ook een goede alternatieve titel voor de publicatie geleken. Dit is een gezond verschijnsel, nee, zelfs een vereiste voor een functionerende democratie: ‘een democratie zonder wantrouwen wantrouw ik’, aldus Van Reybrouck.

Ook historicus James Kennedy signaleert dat Nederlanders zich buitengewoon veel zorgen lijken te maken over de stand van de democratie. Met name wat betreft democratisch burgerschap – ‘de kleine hoffelijkheden in de maatschappij’ – maken Nederlanders meer dan welke andere bevolking ter wereld zich zorgen over de ‘verhuftering’ van hun samenleving. ‘Nederlanders vinden goed gedrag een essentieel element van democratie’. Kennedy bespreekt dat de kwaliteit van de democratie mede wordt bepaald door drie zaken: democratische waarden (integriteit en het afleggen van verantwoording), democratische dynamiek buiten de overheid en burgerschapsvorming.

Democratie vertoont een sterke correlatie met andere belangrijke zaken, zoals het corruptieniveau. Nederland behoort tot de tien minst corrupte landen in de wereld. Ook de lidmaatschappen van verenigingen lijken te correleren met de staat van de democratie in een land. Kennedy geeft ook aan dat democratie veel meer is dan eens in de vier jaar stemmen. De betekenis van de term democratie is door de jaren drastisch veranderd: burgers willen niet meer alleen een volksvertegenwoordiger kunnen kiezen, zoals vijftig jaar geleden. Zij willen meer te zeggen hebben dan dat. Democratie speelt ook een grotere rol in het maatschappelijke middenveld, omdat ook de verenigingen, kerken en buurthuizen door de jaren heen – ongemerkt – zijn gedemocratiseerd.

Ook het publiek plaatst kritische kanttekeningen bij de conclusies van de drie auteurs. Het debat richtte zich vooral op het wantrouwen van de politiek richting de kiezer en het betrekken van lageropgeleiden bij de democratie en de politiek. De belangrijkste zorg is dat onze maatschappij verandert in een ‘diplomademocratie’. Oud-Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet stelt daarover: ‘U neemt de gefrustreerde kiezer niet serieus genoeg. Ik heb een andere waarneming. Het vertrouwen van de politiek in mensen neemt nog meer af dan het vertrouwen van de mensen in de politiek.’

Volgens De wankele democratie hebben Nederlanders volop vertrouwen in hun democratische systeem. Ook vergeleken met andere Europese landen doet de Nederlandse democratie het uitstekend. Desondanks zullen de klachten over ons democratische en politieke stelsel aan blijven houden. Dat maakt onze democratie niet wankel, maar voornamelijk hypochondrisch (wat dan weer heel gezond schijnt te zijn). Bij de presentatie van De wankele democratie werd al duidelijk dat niet iedereen deze interpretatie deelt, ook wij kregen onze twijfels. Een teken van gezond democratisch denken, of is er meer reden tot zorg? Binnenkort verschijnt er een dubbele De Helling Leest over Politieke partijen: overbodig of nodig? en De wankele democratie op deze website, waarin we de verschillende bevindingen van beide publicaties proberen te duiden.

 

Bent u benieuwd geworden naar De wankele democratie dan kunt u het boek hier bestellen.

Reacties

Reactie toevoegen