5 mins

De Upcycle

recensie

Elf jaar na hun trendsettende boek Cradle to cradle is er een nieuw boek van William McDonough en Michael Braungart: De Upcycle. Hun eerste boek is met zoveel enthousiasme onthaald dat talrijke producenten intussen proberen om op een ‘cradle to cradle’-manier te produceren en de slogan ‘afval is voedsel’ gemeengoed is geworden. Zal De Upcycle ons wereldbeeld wederom opschudden?

De filosofie in een notendop

Cradle to cradle was een goed geschreven, inspirerend en vernieuwend boek, dat ons perspectief heeft verruimd. Braungart en McDonough lieten zien dat vergroening steeds maar een verplicht nummer was, een bittere noodzaak, met een soort Calvinistisch zondedenken als ondertoon: minder uitstoten, minder consumeren, minder kinderen krijgen. Tegelijkertijd zit de wereld vast in een industrieel systeem dat producten ontwerpt voor éénmalig gebruik. Recycling is dan wel tot de nieuwe standaard verheven, maar veel materialen zijn helemaal niet geschikt gemaakt om ze opnieuw te gebruiken. Daarom zijn allerlei schadelijke oplosmiddelen, lijmstoffen en chemische additieven nodig om er toch nog wat van te maken. (U zult het niet hebben vermoed, maar zelfs voor de vervaardiging van ons wc-papier worden zo'n dertig onaangename chemicaliën gebruikt.) Terwijl die materialen tijdens het gebruik langzamerhand richting een eindstadium slijten, lekken die stoffen weg en dwarrelen onze luchtwegen binnen of belanden in het oppervlaktewater.

Na het geven van die verontrustende schets van onze economie, zetten de auteurs een overtuigend raamwerk neer om ons industrieel systeem en het productontwerp zodanig vorm te geven dat we louter positieve dingen bijdragen aan de wereld. Een kernbegrip van Braungart en McDonough daarbij is ‘eco-effectiviteit’. Het huidige duurzaamheidsdenken in markt en bestuur richt zich met nadruk op ‘eco-efficiëntie’: het verbeteren van productieprocessen zodat ze minder grondstoffen en energie gebruiken, maar wel net zoveel spullen opleveren. Daar hebben de auteurs niks mee. Het gaat ze om het realiseren van positieve zaken, waarbij het streven niet is om minder energie te gebruiken, maar om zoveel mogelijk goede dingen te halen uit wat er om ons heen is. Recent heb ik nog in dergelijke bewoordingen geschreven over de Chocolatemakers in Amsterdam, die daar in mijn ogen goed in slagen.

‘Cradle to cradle’ verbreed

De Upcycle is geschreven als een update en verbreding van Cradle to cradle. Het is – net als z’n voorganger – een ontwerpmanifest, met een optimistisch, positief paradigma. De nadruk ligt wel minder op producten en productieprocessen, en meer op het leven en de economie in het algemeen. Tijdens het lezen kwam het idee me meer en meer over als de technologische (en meer marktgerichte) tegenhanger van ‘permacultuur’: een handvest voor ontwerp van de leefomgeving, gericht op symbiose en de kracht van ‘lokaal’. Maar hoewel er vaak wordt gewezen op de voordelen van een lokaal gerichte aanpak, springen Braungart en McDonough net zo makkelijk naar het niveau van transnationaal opererende bedrijven. De auteurs willen vooral zeggen dat er op elke plek wel een bruikbare combinatie van natuurlijke producten en diensten aanwezig is. 

Braungart en McDonough zich net zo hard af tegen eco-hardliners als tegen het falende industriële model. Wat opvalt is dat het die extremen allebei in de hoek zet van zuurpruimen en doemdenkers, terwijl de markt in mijn ogen juist vaak wordt gedomineerd door techno-optimisten, die soms iets te makkelijk roepen dat technologie en economische groei het wel gaan oplossen. Hoewel het bedrijfsleven het milieu inderdaad als kostenpost neerzet, straalt die negativiteit niet zichtbaar af op het optimisme van de ondernemer. Aangezien Braungart en McDonough zelf ook optimistisch zijn over de mogelijkheden van technologie, hapert de analyse hier een beetje. Ze geven niets prijs over hun visie op de geschiktheid van de markt als beslissende kracht in de samenleving. Ook de aard van hun belangstelling voor het lokale blijft onduidelijk. Ze verbinden hun principes niet met de vraag welke machtsstructuren en organisatievormen daar beter dienstbaar aan zijn – wat voor een politiek georiënteerd lezer een gemis kan zijn.

Verdere ontwikkeling van de ideeën?

De grote waarde van Cradle to cradle als vernieuwend ontwerpmanifest maakte het wat mij betreft onschendbaar voor de kritiek dat de reikwijdte van het model te beperkt is om in praktische zin de hele industrie te verduurzamen. Het optimisme van Braungart en McDonough gaat niet zozeer over de haalbaarheid van een groene economie, maar putten ze uit de positiviteit van hun idee. Cradle to cradle is duidelijk een manifest, een boek dat wil inspireren, en geen handleiding die een realistische transitie uitstippelt. Het verschijnen van De Upcycle maakte me wel benieuwd naar de wijsheden van elf jaar experimenteermogelijkheid met het concept. Intussen is de economische realiteit op z’n kop gezet door de crisis, met alle implicaties voor concepten op het gebied van productie, consumptie en industrie. De tijd leek dus rijp voor een vervolgboek, met concretisering van de ideeën en misschien toch nog een beetje politiek.

Dat is waar De Upcycle wat mij betreft helaas de plank misslaat. Zoals de oplettende lezer misschien al opmerkte, heb ik het tot dusver vrijwel alleen over Cradle to cradle gehad. Nieuwe concepten komen in De Upcycle in feite niet voor. Er wordt in het nieuwe boek dan ook uitentreuren terugverwezen naar het eerste boek. Waar heeft De Upcycle het dan wel over? In de inleiding lezen we: “De Upcycle vraagt je om bredere aspecten van de wereld te herontwerpen, met het Cradle-to-cradle-ontwerp als basis. Het wordt tijd dat we een nieuwe strategie gaan bepalen voor het ontwerp van de maatschappij als geheel.” In plaats van concreter te worden, zijn Braungart en McDonough algemener geworden, en ontsporen daarbij. Alles forceren ze in het opgewekte Upcycle-plaatje, van bevolkingsgroei (“waarom hebben we het niet over bevolkingsbloei?”) tot het meditatief (en niet efficiënt) bijhouden van een Japanse tuin. In de loop van het boek wekt de wolligheid soms zelfs irritatie op. Ze gebruiken voorbeelden uit de natuur die niet zomaar naar de menselijke situatie zijn te kopiëren. De voorbeelden uit de industrie zelf zijn dan weer niet zo heel indrukwekkend. Het laatste hoofdstuk, dat de bevindingen samenbalt tot tien speerpunten, slaagt er helaas niet in om de inhoud alsnog op te tillen.

Het is een gemiste kans dat Braungart en McDonough hun geesteskind, het Cradle-to-cradle-idee, niet een daadwerkelijke ontwikkelingsslag hebben kunnen geven. Tussen de regels van De Upcycle door ontwaar ik namelijk een ultieme wens van de auteurs om de aanstichters te zijn van een wereldverbeterende, noem het een liefdevolle economie. Ze hebben het echter niet uit hun pen weten te krijgen – zodat we blijven zitten met een bloemlezing die niet echt vernieuwend is, niet echt inspireert, niet bijster goed geschreven is, en al met al weinig relevantie heeft voor de grote vragen waar we nu voor staan.

Reactie toevoegen