4 mins

Een zoektocht naar verbinding

Maandag 7 april presenteerde de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) bij ProDemos, op een steenworp afstand van het Binnenhof, haar nieuwste bundel ‘Politieke partijen: overbodig of nodig?’. De Helling was aanwezig en doet verslag.

Jacques Wallage verzorgde een introductiepraatje: “Politieke partijen moeten blijven, maar daar moet wel wat voor gebeuren”, viel hij met de deur in huis. In de bundel valt te lezen dat zijn organisatie zich zorgen maakt in hoeverre partijen erin slagen verbinding te maken met burgers. Een teruglopend ledenaantal en de moeite die partijen ondervinden om – vooral op lokaal niveau – voldoende capabele politici aan te trekken zijn slechts twee voorbeelden van dit probleem. Partijen vallen voor burgers steeds meer samen met de overheid en politiek versmalt tot partijpolitiek. De bundel van de Rob onderzoekt dit probleem en doet suggesties voor nieuwe mogelijkheden tot verbinding. Na Wallage verzorgde het hoofd van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen Voerman een eerste beschouwing op de bundel. In zijn verhaal en het gesprek met partijvoorzitters Fleur Graeper-van Koolwijk (D66), Ruth Peetoom (CDA) en Rik Grashoff (GroenLinks) wat volgde, vielen drie aspecten en mogelijke oplossingen ons op. Deze willen wij hier toelichten.

Het eerste probleem is een gebrek aan ideologisering van politieke partijen. De partijen in het midden onderscheiden zichzelf te weinig, wat leidt tot ‘tegenstemmers’ op de flanken. Door het vormen van coalities worden compromissen gesloten, die leiden tot vervaging van ideologie. Kiezers zien de politieke partijen steeds meer als ‘één pot nat’. Dit wordt versterkt doordat er minder speelruimte is (meer beslissingen worden tegenwoordig in Brussel genomen) en door de zogenoemde ‘diplomademocratie’. Volgens deze theorie wordt politiek steeds meer gevolgd en bedreven door hogeropgeleiden, wat de politiek steeds minder toegankelijk zou maken voor de hele bevolking. Een verdere ideologisering van politieke partijen werd dan ook aangemoedigd. Tegenwoordig zijn politieke partijen voor de beeldbepaling steeds meer afhankelijk van hun kopstukken, waardoor zij zich steeds meer met een regerings- of fractiebeleid vereenzelvigen. Politieke partijen moeten onafhankelijker van hun kopstukken worden, waardoor ze hun ideologische standpunten kunnen blijven uitdragen. Zo kan de partij weer worden waarvoor zij ooit is bedoeld: de verbindende schakel tussen burgers en politici.

De hierboven genoemde ‘diplomademocratie’ werkt verticalisering in de hand en dat brengt ons bij het tweede probleem, een gebrek aan democratisering. Nederlandse burgers hebben een groot vertrouwen in de democratie, maar niet in politieke partijen. Ook zijn ze niet snel geneigd lid te worden van een partij. Politieke partijen moeten in Nederland met zeer weinig geld een professionele en inclusieve organisatie vormgeven, wat op zijn zachtst gezegd een uitdaging is. Interne democratisering kan partijlidmaatschap weer meer betekenis geven. Social media zouden hierin een belangrijke rol kunnen spelen, omdat deze de drempel voor leden en kiezers om actief te worden kunnen verlagen. Dan moeten partijen daar wel voor open staan. Partijen ‘zenden’ nu vooral hun boodschap uit via de sociale media, terwijl echt ‘communiceren’ de participatie en betrokkenheid enorm kunnen verhogen. Door te ‘communiceren’ geven partijen aan dat er naar de leden geluisterd wordt. De bij de presentatie aanwezigen kondigden ook aan meer samen te willen werken om leden te werven. Politieke partijen zijn en blijven een onmisbare schakel in de democratie, maar zonder leden zal deze schakel uiteindelijk niet meer worden dan een lege huls.

Het derde aspect hangt nauw samen met de hierboven genoemde behoefte aan ideologisering en democratisering. Er is wel degelijk belangstelling voor politiek, maar dit gaat meestal via de politieke verslaggeving in de media, waarin vooral verslag wordt gedaan van conflicten. Een werkelijk debat in partijen wordt daardoor vaak gevreesd, uit angst dat de media dit zullen interpreteren als een negatieve vorm van interne verdeeldheid, met alle gevolgen van dien. Conflict is toe aan een herwaardering, zowel intern als tussen partijen. Intern zal ruimte voor botsende standpunten bijdragen aan de hierboven genoemde democratisering van een partij. Extern maakt conflict de scheidslijnen van de verschillende ideologieën duidelijk en draagt het zo bij aan ideologisering. “Er moet veel aandacht zijn voor de wijze waarop je debat organiseert. Zorg voor je eigen tegenmacht, creëer een flow waarin het interne debat vorm kan krijgen”, stelt Graeper-van Koolwijk. Grashoff: “‘Geen gedonder onder je leden is geen gedonder onder je kiezers’ is het adagium geworden. Dat moet veranderen. Open discussie moet terugkomen binnen partijen”.

“Revitalisering van politieke partijen is een goede keuze, een nieuw ontwerp is er niet” aldus Grashoff. Dit lijkt ons een reële stellingname en de bundel van de Rob vormt een welkome aanvulling op de zoektocht naar verbinding. De tijdens de presentatie van de bundel aangedragen analyses en oplossingen vulden elkaar niet altijd aan, soms waren ze ronduit tegenstrijdig. Wij zijn er van overtuigd geraakt dat dit niet erg is. Met een zekere mate van speelse creativiteit het conflict omarmen, zou wel eens kunnen leiden tot die zo verlangde verbinding met de burger.

Bent u benieuwd geworden naar ‘Politieke partijen: overbodig of nodig?’, klik dan hier om de bundel te downloaden (in .pdf).

Reactie toevoegen