5 mins

'Energy and the wealth of nations'

recensie

Het boek van Hall & Klitgaard is een goed leesbaar boek over economie zonder al te veel formules. 

Het is een aanrader voor GroenLinks politici, omdat het inzicht geeft in het ontstaan van het huidige denken over de economie en aantoont waar de theorie in haar kern faalt.

Energy and the wealth of nations is geschreven in de nadagen van onze grote recessie en zet een stap in de wetenschappelijke dialoog naar wat zij een bio-fysisch (de processen in de natuur en in de technologische samenleving) onderbouwde theorie noemen. Dr. Hall is een systeem-ecoloog die bekend is van de ontwikkeling van het EROI concept (energie overschot na energie-investering). Professor Klitgaard doceert in diverse economische disciplines waaronder ecologische economie.  

Energy and the Wealth of Nations

De titel van het boek is een directe verwijzing naar het invloedrijke werk van Adam Smith uit 1776: Wealth of nations. De introductie zet direct de toon, Hall en Klitgaard kwalificeren, het ontwerp en gebruik van een economische theorie zonder enige relatie met de fysieke wereld als een grote misvatting. De eerste tweehonderd bladzijden (deel I en deel II) beschrijven de historie van de economische theorie en betogen dat energie een belangrijke maar totaal genegeerde factor was en is voor het ontstaan van welvaart. In deze tijd van snelle informatie en soundbites, wat langdradig maar zeker aan te raden, omdat het de argumenten geeft om een diepgeworteld denkpatroon te ontmantelen. 

Hall en Klitgaard worden tekort gedaan, maar een korte samenvatting is op zijn plaats. De ideeën kapitaal en arbeid stammen uit het begin van de 19e eeuw. Voordien bestonden er andere ideeën over welvaart, o.a. een op (landbouw)grond of handel gebaseerd model. Gedurende de industriële revolutie werd welvaart echter gerelateerd aan bedrijvigheid. In bedrijven waren arbeid en later kapitaal een vanzelfsprekendheid. Die twee beschikbare kandidaten werden vervolgens ingezet voor het maken van analyses ter bevordering van de bedrijfsvoering. De zogenaamde Cobb-Douglas productiefunctie is een eenvoudige vermenigvuldiging van kapitaal en arbeid met een correctiefactor voor productiviteit: Cobb-Douglas: P=A*L*K. 

Solow en Swan hebben vervolgens in 1956 deze bedrijfsgerichte calculatie omgewerkt tot een macro-economisch model om daarmee de welvaartsgroei van naties te kunnen verklaren. Arbeid maal Kapitaal vormt daarbij nog steeds de basis. 

Onverklaarbaar 'residu'

Dit idee stamt echter uit dezelfde tijd dat Pasteur de ziektekiemen nog niet had ontdekt. Er is in het verleden al veel kritiek geuit op het model van Solow. Het model kan eigenlijk maar een klein gedeelte van onze welvaart verklaren. Er was altijd een onverklaarbaar ‘residu’. De formule is daarom aangevuld met een constante, die veelzeggend door Abramovitz de ‘indicator van onze onwetendheid’ werd genoemd. Economen zien in die constante echter het menselijk vernuft en innovatie. Energie werd totaal genegeerd; diverse periodes van groei uit het verleden blijken telkens gerelateerd te kunnen worden aan het beschikbaar komen van een nieuwe energiebron. Een bekende valkuil, die we uit de wetenschap kennen, is die van het schijnbare oorzakelijke verband. Als er één of twee variabelen zijn die correleren met een uitkomst, betekent dat nog niet dat zij de oorzaak zijn van die uitkomst. Dit valt het beste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Zo is er een 'onomstotelijk' verband aangetoond tussen het eten van schepijs en het aantal doden door verdrinking in zee. Het is nauwelijks voor te stellen dat door het eten van schepijs die kans toeneemt, en dat is ook niet zo. 

In werkelijkheid is er een derde variabele in het spel die beide variabelen tegelijkertijd beïnvloedt, namelijk de temperatuur. Als het warm is, eten mensen meer ijs en gaan ze ook vaker zwemmen in zee. Hall & Klitgaard tonen een dergelijke verborgen variabele aan voor de economie, namelijk energie. Door de overvloedigheid van beschikbare energie in het verleden was de misvatting van de schijnbare relatie echter niet zichtbaar. In Deel I en II onderbouwen Hall en Klitgaard hun betoog met een historische studie. Daarnaast baseren Hall en Klitgaard zich ook op statistische analyse. Fysicus Reiner Kummel heeft in 1989 energie aan de Cobb-Douglas functie toegevoegd, waaruit bleek dat energie zelfs een grotere ‘verklarende waarde’ heeft dan kapitaal en arbeid samen. 

Toen de auteurs enkele economen confronteerden met deze en hun eigen bevindingen over de grote verklarende kracht van energie in de economische modellen, bleken die dit vriendelijk terzijde te leggen. De geschiedenis leert dat achterhaalde theorieën hardnekkig kunnen zijn, maar dat heeft consequenties. De formules van Newton kunnen we na Einstein nog steeds goed gebruiken voor praktische zaken omdat zij nauwkeurig zijn maar dat geldt niet voor onze economische formules uit de 19e eeuw. Als de theorie faalt leidt dit tot falende analyses en falend beleid.

In Deel III en IV besteden Hall en Klitgaard aandacht aan de uitwerking van hun nieuwe theorie. Ze werken met begrippen uit de ecologie en fysica zoals ‘energie overschot‘, en EROI. Naarmate van overvloedigheid van energie geen sprake meer is gaat de kapitaal, arbeid relatie met welvaart steeds meer mank. Een artikel van Lambert, Hall et al. uit 2013 ‘Energy, EROI and quality of life’ dat waarschijnlijk te laat kwam voor opname in dit boek, maakt inzichtelijk hoe dit werkt (zie afbeelding). 

 

Quality of Life/EROI

Grote lijnen

Hall en Klitgaard kunnen de economische neergang, die volgens hen begonnen is vanaf de jaren ’70 en met enkele pieken en dalen gepaard gaat, verklaren. Onze huidige neoliberale economen kunnen dat niet en sturen aan op groei, vanuit de oude theorie; een recept dat volgens Hall en Klitgaard averechts werkt en gedoemd is te mislukken. 

Dit deel van het boek kan helpen om te leren de grote lijnen los te zien van kortetermijnzaken, zoals de huidige lage olieprijs. De nieuwe economische theorie is nog niet compleet maar heeft implicaties. Zij werpt bijvoorbeeld een heel ander licht op de discussie over groei versus milieu; die keus wordt al voor ons gemaakt, we hoeven geen groei te verwachten in de toekomst, de keuze is die voor een waardevolle omgeving en maatschappij of niet.

Pas in twee kleine hoofdstukken aan het einde van het boek schetsen Hall en Klitgaard enkele scenario’s voor de toekomst en gaan ze in op hoe dit nieuwe, biofysische begrip van de economie kan bijdragen aan de duurzaamheidstransitie. Wat teleurstellend voor lezers die in duurzame oplossingen geïnteresseerd zijn, maar hun bijdrage is het leggen van de theoretische basis en het is aan progressieve mensen en groene politici om een toekomst te maken die realistisch en menselijk is. Tijd voor Groen realisme.

Charles Hall & Kent Klitgaard, Energy and the Wealth of Nations (2012). Springer Publishing.

Reacties

Als linkse mensen iets over

Als linkse mensen iets over economie gaan zeggen loopt het meestal uit op een gênante woordenbrij en de onvermijdelijke conclusie dat het zelfbedachte Neo Liberalisme faalt. Economie is een veel te moeilijk onderwerp voor links simplisme. Bij links is er altijd de onzinnige tegenstelling tussen welvaart en ecologie. Welvaart zou ten koste gaan van ecologie en dat is lachwekkende onzin. Kapitalisme zou een monster zijn en marktwerking zou ten koste gaan van de menselijkheid en rechtvaardigheid. Ik heb een dagtaak om al deze onzin die ik constant om mij heen hoor te bestrijden.

Wat is kapitalisme en wat is marktwerking? De onzin die daarover geschreven wordt is stuitend. Deze begrippen hebben geen enkele relatie tot het begrip ecologie.

Kapitalisme is het systeem van geldwaarde en eigendomsrecht. Zonder dit is geen welvaart, mensenrechten en rechtstaat mogelijk. Martwerking betekend dat de macht om de samenleving vorm te geven bij het volk ligt en niet bij geestelijken, vorsten of bedrijven. Het is dus de ultieme vorm van democratie. Individuen bepalen met hun koopgedrag welke aanbieder recht van bestaan heeft. Marktwerking is er om het bedrijfsleven te dwingen naar de wensen en behoeften van de klanten te luisteren. Niets meer niets minder. Als klanten ecologische producten willen zullen bedrijven die gaan maken.

Dit systeem kan niet falen en heeft nooit gefaald. Het kan niet functioneren als de overheid ingrijpt met subsidies of als de overheid de toetreding van nieuwe marktpartijen frustreert. De bankencrisis is niet te wijten aan teveel marktwerking maar aan te weinig marktwerking. De falende banken waren te groot om failliet te kunnen gaan en konden daardoor onverantwoorde risico's nemen.

In de zorg is een weerzinwekkend systeem ontstaan doordat de patiënten niet meer als klanten werden gezien. Door de betaling van de factuur aan derden uit te besteden is de klant niet meer de belangrijkste pion in het economische verkeer. Doordat zorg in de ogen van velen een gratis recht is heeft het geen waarde meer en eist men de duurste behandelingen en medicatie. De afgelopen jaren heeft de regering de zorg gered van de ondergang en het is wel bizar om dan een actie te zien die "red de zorg" heet.

Kapitalisme en marktwerking zorgen niet voor een goede gezondheidszorg of een beter milieu. Marktwerking en kapitalisme zijn onmisbaar om het volk te laten bepalen wat ze wil met de samenleving, technologie en ecologie. Communisme, fascisme en religie maken mensen onmondig en berooft mensen van de mogelijkheid om hun wil tot uiting te brengen. In alle gevallen leid dit tot uitbuiting, schending van mensenrechten en economische neergang.

John van Paassen

Reactie toevoegen