5 mins

Expertmeeting internationale werkgroepen (30 oktober 2014)

Tijdens het lopende partijgesprek over Militaire Interventies volgt Bureau de Helling de ontwikkelingen op de voet, zo ook de inspanningen van de internationale werkgroepen van GroenLinks om bij te dragen aan de kennisontwikkeling en meningsvorming van GroenLinks over dit thema.

Donderdag 30 oktober vindt op het Landelijk Bureau in Utrecht een expertmeeting militaire interventies plaats, georganiseerd door de drie internationale werkgroepen Europa, Internationale Samenwerking en Midden-Oosten. Het programma is opgebouwd aan de hand van vragen die zijn voortgekomen uit de eerdere provinciale discussiebijeenkomsten voor leden. Een militaire interventie is politiek voortgezet met andere middelen. Die conclusie, vrij naar de bekende oorlogsdefinitie van Von Clausewitz, komt duidelijk naar voren bij de expertmeeting.

V.l.n.r. Georg Frerks, Pepijn Gerrits en Peter Wijninga

Tijdens de bijeenkomst gaan experts op het gebied van defensie, diplomatie, ontwikkeling en de samenhang daartussen in gesprek met elkaar en met zo’n vijftig belangstellenden. Het geeft een levendige discussie, onder leiding van Marjolein Meijer, internationaal secretaris van GroenLinks. Aan het eind reflecteert Europarlementariër Judith Sargentini op de uitkomsten. De experts weten zeker nieuwe inzichten te geven, maar kunnen niet alle dilemma’s oplossen. Het uitzenden van militairen blijft uiteindelijk een politieke keuze.

Handelingsvrijheid en criteria vooraf

Kolonel b.d. Peter Wijninga van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) brengt in zijn inbreng de militaire praktijk naar voren. Die vaak op gespannen voet staat met wat de politiek vooraf had bedacht. Een conflictsituatie is altijd onvoorspelbaar en heeft zijn eigen dynamiek. Van 'Kunduz' hebben we geleerd dat teveel criteria de handelingsvrijheid zo sterk kunnen beperken, dat er een onwerkbare situatie ontstaat. Tot op zekere hoogte moeten we vertrouwen op de professionaliteit, het politiek bewustzijn en de ethische vorming van onze militairen.

Tegelijkertijd moet de politiek wel duidelijk aangeven wat er van uitgezonden militairen wordt verwacht en wat de randvoorwaarden zijn van een missie. Het internationaal recht staat daarbij voorop. Een goed evenwicht tussen criteria vooraf en handelingsvrijheid ter plekke is nodig. Dat moet zich door ervaring vormen. Dat politiek en defensieapparaat goed samenwerken bij het ontwerpen van missies (in de strategic design phase) is essentieel.

Geen ‘quick make-over’

Het is lastig om recente voorbeelden van geslaagde militaire interventies te geven, omdat je eigenlijk pas na een aantal generaties kunt zeggen of een missie echt succesvol is geweest. Het werken aan een vreedzame samenleving met sterke democratische instituties in post-conflict landen is een langdurig en dynamisch proces. Pepijn Gerrits, hoofd van het programmateam van het Netherlands Institute for Multi-Party Democracy (NIMD), bespreekt de succesfactoren voor dat proces.

Een eerste stap is investeren in de opbouw van vertrouwen; persoonlijk vertrouwen tussen leiders van verschillende betrokken partijen is daarbij belangrijk. Verder moeten gewapende groepen omgevormd worden naar maatschappelijke bewegingen en politieke actoren. Uiteindelijk moet er een ‘inclusief’ akkoord komen: niet alleen tussen de voormalige strijdende partijen, maar met alle betrokkenen. Vrouwen, jongeren en etnische minderheden moeten daarbij zeker niet vergeten worden. Ondersteuning door de internationale gemeenschappelijk is nodig bij het hele proces. Helaas is de coördinatie tussen verschillende donorlanden daarbij vaak nog gebrekkig.

Wie zit er aan het stuur?

Hoogleraar conflictpreventie en -management Georg Frerks, verbonden aan het Centre for Conflict Studies van de Universiteit Utrecht, en de Nederlandse Defensie Academie, gaat nader in op civiel-militaire samenwerking. Daarbij is het de vraag wie er aan het stuur zit. Wat hem betreft moeten dat de civiele autoriteiten zijn; politieke aansturing is nodig. Het uitgangspunt bij missies moet zijn: zo militair als noodzakelijk, zo civiel als mogelijk.

Het beschermen van burgers moet altijd centraal staan, vanuit een breder veiligheidsbegrip dan alleen fysieke veiligheid; aspecten als economische ontwikkeling, gezondheid en gendergelijkheid zijn evenzeer belangrijk (de zogenoemde human security benadering). Dat vraagt om een meer lokale, context-specifieke aanpak, waarbij goed wordt samengewerkt met lokale niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). En dan niet alleen de ‘lokale’ ngo’s met kantoren in de hoofdstad, maar echt lokale ngo’s ter plekke.

De experts zijn voorstander van verdergaande defensiesamenwerking binnen de Europese Unie, of eerst met een kleiner aantal Europese landen als koplopers. Een goed gemeenschappelijk buitenlandbeleid is daarvoor belangrijk als kader. Verdergaande Europese samenwerking zal de vraag wie aan het stuur zit alleen nog maar meer prangend maken. Als GroenLinks zijn we op termijn voorstander van een echt Europees leger, maar als Nederland willen we zelf de controle houden over wanneer en hoe we onze militairen inzetten; dat blijft een lastige discussie.

Vragen uit het publiek

Evenals Gerrits benadrukt Frerks het belang van een ‘inclusief’ proces bij het oplossen van conflicten. Op de vraag of we moeten onderhandelen met groepen als Hamas, antwoordt hij dan ook dat we niet te selectief moeten zijn, waar het gaat om onze gesprekspartners. Hoezeer je bepaalde groepen en de (terroristische) methodes die ze gebruiken ook afkeurt, je hebt ze toch nodig aan de onderhandelingstafel om tot een echt structurele oplossing te komen.

Er wordt stilgestaan bij de vraag of we bij (militaire) interventies en wederopbouw niet teveel onze eigen, westerse visie over democratie opdringen. Gerrits benadrukt dat er niet één model is van democratie; er zijn vele vormen mogelijk, waarbij er altijd oog moet zijn voor de specifieke context. Hier doet Nederland het gelukkig al beter dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Betrokken partijen moeten niet zozeer naar westerse voorbeelden kijken, maar vooral ook naar goede voorbeelden uit de betreffende regio.

Vanuit de zaal komt nog een hartenkreet om als we militairen uitzenden, dan in ieder geval de nazorg goed te regelen als ze terugkeren. Wijninga en de andere deskundigen onderschrijven die oproep van harte.

Preventie de oplossing?

Uit het gesprek tussen experts en publiek komt duidelijk naar voren, dat meer aandacht voor conflictpreventie nodig is. GroenLinks kan zich daar volgens de deskundigen nog sterker op profileren. Om gewapende conflicten te voorkomen moeten militairen, civiele autoriteiten en ngo’s meer samenwerken, zeker waar het gaat om het verzamelen van inlichtingen voor een ‘early warning system’, ook al zijn ngo’s daar soms huiverig voor vanwege hun onafhankelijkheid. Uitbreiding van de capaciteit kan daarvoor nodig zijn, bijvoorbeeld met eigen satellieten (eventueel samen met andere Europese landen), zodat we minder afhankelijk worden van Amerikaanse informatie.

Sargentini reflecteert kritisch op de discussie. Meer aandacht voor conflictpreventie en wederopbouw is zeker goed, maar daarmee wordt het grootste dilemma wel enigszins ontweken: zenden we onze militairen wel of niet uit naar een bepaalde conflictsituatie? Er had altijd meer gedaan kunnen worden om conflicten te voorkomen, maar als ze er eenmaal zijn, moeten we toch een antwoord kunnen geven op die moeilijke vraag.

Alle experts waren het erover eens, dat het goed is dat GroenLinks deze discussie nu zo breed oppakt. Met hun inbreng hebben de drie externe deskundigen zeker nieuwe ideeën en waardevolle inzichten toegevoegd aan dit partijdebat.

Reacties

Matthieu

“Het is lastig om recente voorbeelden van geslaagde militaire interventies te geven, omdat je eigenlijk pas na een aantal generaties kunt zeggen of een missie echt succesvol is geweest”, vindt Pepijn Gerrits. Bram van Oijk zei eerder dit jaar iets vergelijkbaars.

Ik heb mijn oordeel over de meest prominente recente missies al wel klaar. De inval in Irak was gebaseerd op leugens, hij leidde net als de missie in Afghanistan tot onacceptabel veel burgerdoden, er is door de Amerikanen gemarteld en Nederland had deze beide oorlogen om die reden nooit mogen steunen.

Hoe voorkomen we dat we deze fouten in de toekomst weer maken? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de tot nu toe ongebreidelde macht van de VS wat wordt ingetoomd?

Met deze zorgen hoef ik bij GroenLinks niet aan te komen, blijkt uit de hele discussie over militaire interventies. Kunduz wordt het liefst doodgezwegen. Slechts één argument tegen deze missie ben ik al een tiental keren in deze discussie tegengekomen en ook hier weer: “Van 'Kunduz' hebben we geleerd dat teveel criteria de handelingsvrijheid zo sterk kunnen beperken, dat er een onwerkbare situatie ontstaat.”

Dat is dus de belangrijkste les die we moeten trekken uit recente missies? Er zijn teveel voorwaarden aan gesteld? Minder eisen stellen dus en maar een paar generaties wachten met een oordeel?

Er is veel aandacht voor conflictpreventie in de discussie. Maar Sargentini nuanceert: “Er had altijd meer gedaan kunnen worden om conflicten te voorkomen, maar als ze er eenmaal zijn, moeten we toch een antwoord kunnen geven op die moeilijke vraag.”

Zo gaat het inderdaad altijd. Het westen steunt als het zo uitkomt dictators als Sadam Hoesein, GroenLinks heeft daar kritiek op maar daar wordt nooit naar geluisterd. En als dan ooit het moment komt dat GroenLinks nodig is, om een militaire interventie te steunen, is het natuurlijk niet het moment om dat beleid ter discussie te stellen. En zo modderen we maar voort met een totaal falend buitenlands beleid.

Ik had gehoopt dat de discussie over militaire interventies GroenLinks en degenen die vanwege Kunduz afscheid van deze partij hebben genomen dichter bij elkaar zou brengen. Het tegendeel is helaas het geval.

Aart Lips

In het referendum over de voorwaarden voor militaire interventies mis ik de noodzaak tot goede nazorg voor de uigezonden functionarissen( militairen / diplomaten etc.).

Uit het verslag van de Expertmeeting: "Vanuit de zaal komt nog een hartenkreet om als we militairen uitzenden, dan in ieder geval de nazorg goed te regelen als ze terugkeren. Wijninga en de andere deskundigen onderschrijven die oproep van harte."

John van Paassen

GroenLinks draait om de hete brij heen tot ze duizelig en tureluurs wordt. Geef nou gewoon eens ruiterlijk toe dat militair ingrijpen soms nodig is en dat alle kritiek in het verleden op de uitgaven voor defensie gewoon fout waren. Maak schoon schip en maak nu eindelijk die draai. Al die popi jopie prietpraat en tegenwerking m.b.t. de vervanging van de F16 is roekeloos en gevaarlijk.

De VVD is al vele tientallen jaren verder in het denken en komt nu ook tot de conclusie dat de grenzen dicht moeten voor gelukzoekers. Ook Khadaffi had men gewoon moeten laten zitten net als Assad en Moebarak. Ik heb dit al jaren geleden op de site van de SP betoogd en nu is dat inzicht eindelijk bij de VVD aangekomen. Het zal nog lang duren voordat GroenLinks dit ook eindelijk gaat inzien.

Met vriendelijke groet,
John van Paassen

Reactie toevoegen