6 mins

Geweld

Besluiten over het inzetten van geweld, vergt laveren tussen moraal en politiek. Daarbij moet Nederland niet blind varen op het vermeende morele kompas van de VN, maar zelf een afweging maken. 

Hoe meer ik mij in het fenomeen 'geweld' verdiep, hoe meer ik mij ervan bewust wordt dat geweld een eigen dynamiek heeft, die het in zeer korte tijd onbeheersbaar maakt. We controleren niet wat er gebeurt wanneer de deur voor ook maar het kleinste geweld op een kier wordt gezet; wanneer we de morele teugels even laten vieren; wanneer oorlogsretoriek ongemerkt onze taal insluipt of wanneer gestandaardiseerde processen ons ontslaan van eigen verantwoordelijkheid. We controleren het geweld niet en het geweld kan daardoor iedereen overvallen: degene aan wie het in eerste instantie gericht was; de stichter zelf; omstanders of buitenstanders. Als een snel muterend virus grijpt het om zich heen en slechts weinig behandelingen ervan zijn effectief gebleken.

Ik had deze blog willen schrijven over 'humanitaire interventies', in opmaat van een discussie die het bestuur van GroenLinks hierover met leden wil gaan voeren. Afgelopen week werd ik echter overvallen door de actualiteiten. Het neergehaalde vliegtuig boven Oekraïne... Te vers om er over te schrijven. Maar ook de Gazastrook: juichende Israëliërs bij het zien vallen van bommen op een van de meest dichtbevolkte gebieden op aarde. Geweld ook in Irak, waar ISIS een eigen kalifaat uitriep en bevecht; in Zuid-Soedan, het jongste land op aarde dat nu in brand staat; in Syrië, waar de wereld al meer dan twee jaar toekijkt; etc, etc, etc. De lijst is te lang om hem compleet te kunnen maken.

De neiging bestaat bij ieder conflict om er kunstmatig 'helderheid' in te brengen. Welke partijen (liefst 2) staan er tegenover elkaar? Wie is goed en wie is slecht? Wie gaf het bevel en wie volgde deze op? Wie maakte het mogelijk? Maar een conflict is geen Cluedo. Partijen zijn niet statisch, maar veranderen constant. Wie goed is kan slecht doen en wie slecht is kan goed doen. Een bevel kan soms volgen om hetgeen aan het gebeuren is, in plaats van andersom. Niet één dader; niet één kamer; niet één wapen en niet één werkelijkheid. Er volgt geen gerechtigheid. Want geweld is geen diefstal die gecompenseerd kan worden, maar een politiek onomkeerbaar feit, een historisch gebeuren, dat de werkelijkheid herdefinieert. Op geweld kunnen twee zaken volgen: nieuw geweld of berusting.

Wie dit leest kan cynisch worden. Dat cynisme kan volgens mij twee vormen aannemen: de zogenaamde 'real politiek' en het bloedneus-cynisme. Degenen die de real politiek aanhangen zullen stellen dat morele waarden er in geval van conflict niet toe doen. We moeten ons eigenbelang dienen: economisch en machtspolitiek. Meer kunnen we niet doen, want de wereld verander je niet. Het proberen in onnozel. Wie het bloedneus-cynisme (een beter woord weet ik even niet) aanhangt trekt zich terug. De wereld is slecht en ik (achter een hoge schutting bij wijze van spreken), wil er niets mee van doen hebben. Doen alsof je neus bloed.

Ik geloof dat we steeds opnieuw op zoek moeten naar de middenweg. Reëel zijn in wat kan, maar niet iedere ambitie om geweld te stoppen laten varen. Weten dat we niet ieder probleem kunnen oplossen, maar ook niet onze ogen sluiten voor de noden van anderen. Kortom: laveren tussen moraal en politiek.

Met betrekking tot humanitaire interventies betekent dit dat je sowieso geen vaste criteria kunt stellen. Daarvoor is ieder conflict te complex en te zeer verschillend van ieder ander conflict. Je kunt in een notitie of verkiezingsprogramma geen criteria vaststellen, hooguit jezelf committeren aan een houding die je wil aannemen. Wat mij betreft moet onze houding er een zijn van terughoudendheid. Andere interventies, zoals diplomatie en humanitair werk (medisch, onderwijs, economisch) zijn dikwijls meer gepast. Deze staan in slecht daglicht, door de soms langzame, onzichtbare resultaten en de soms juist zeer zichtbare corruptie. Desalniettemin denk ik dat de voordelen opwegen tegen zowel het wegkijken, waarmee we mijns inziens ons geweten zouden tarten, of fysieke inmenging met een door politie/militairen te adviseren, trainen of maatregelen die nog verder gaan. Een voorwaarde is wel dat we dit niet op projectbasis doen, maar structureel aanpakken. Een toekomstperspectief bouw je niet op in een missie van een paar jaar. Dat betekent ook tegenslagen accepteren, want als we drie stappen vooruit gaan en twee stappen terug mogen we al van een succes spreken. En soms zal het niet succesvol zijn. Wij moeten het lef opbrengen om risico te nemen en deze in de publieke opinie te verdedigen.

Geen trainingsmissies meer? Geen militaire interventies? Dat uitspreken vind ik niet verstandig. In het oog van een onacceptabele situatie, denk aan daar waar de veiligheid van onze eigen burgers in gevaar is of de mensenrechten van anderen met voeten wordt getreden, kan ook het gebruik van geweld een noodzaak, of morele plicht zijn. Natuurlijk gaat dan de voorkeur uit naar een optreden in internationaal verband, zoals de VN. Maar ons standpunt daaraan onderwerpen, zoals tot nu toe vaak genoemd wordt in het GroenLinks programma, wil ik niet. Nederland voert haar eigen beleid. De morele autoriteit die we de VN soms toebedelen is een fabel. De VN is een black box waarin lidstaten hun belangen verdedigen en tevens een zelfstandige organisatie die ook laveert tussen moraal (missiestatement) en politiek. Ik hoop dat we geen waslijst aan voorwaarden opstellen, maar zeker ook geen scenario's gaan schrijven waarin gewelddadige interventies al dan niet gepast zijn. De complexiteit is alleen te vatten in een houding en cultuur, vanuit waar je conflicten benaderd. Wij moeten op zoek naar die houding en de woorden die hierin een houvast kunnen bieden.

Geweld stelt ons altijd voor een paradox. Morele motieven vallen samen met immorele handelingen. Eer valt samen met de grootste schande. Succesvol zijn op één vlak betekent verliezen op het andere, want moraal en politiek zijn kun je nooit helemaal samenbrengen. Ook voor de buitenstaander is er een paradox; je wilt je niet met geweld bezig houden, maar ook wil je niet machteloos toekijken. Een paradox is altijd moeilijk te vatten en onbevredigend. Een paradox is echter ook niet op te lossen. Laten we ons in ieder geval niet schuldig maken aan schijnoplossingen, maar de paradox accepteren zoals deze ons voorligt. Dat maakt het standpunt dat je inneemt niet zwak, maar juist sterker.

Geweld is ook het onderwerp van gesprek nu 298 mensen vermoord zijn in een oorlog waarmee ze niets van doen hadden. Waarmee wij naar ons gevoel misschien niets van doen hadden. Nu voelt het als onze oorlog. Oekraïne zal vanaf nu het conflictgebied zijn waar 193 Nederlanders omkwamen. Nogmaals, het is te vers om er iets zinnigs over te schrijven. Maar deze achtergrond is ook te prominent in mijn gedachte aanwezig om het niet te noemen. Mijn gedachte gaan uit naar de slachtoffers en nabestaanden van deze vreselijke gebeurtenis.

Reacties

Er komt een moment dat het

Er komt een moment dat het nemen van een beslissing niet meer kan worden uitgesteld en de discussie moet worden gesloten. Hoe krijg je het voor elkaar om de kwetsbare balans tussen moraal en politiek te verwoorden in een eindconclusie die door eenieder gedragen wordt. Dat vraagt niet alleen leiderschap maar ook bereidheid van de deelnemers om zich hierbij neer te leggen zonder, al dan niet vanuit de loopgraven, de strijd om het eigen gelijk vrolijk door te zetten. Het verleden van Groen Links laat wat dat betreft voorbeelden zien die me niet optimistisch stemmen. Het aanroepen van Mahatma Gandhi als oplossing is in mijn optiek dan ook meer een bezwering tegen beter weten in dan een oplossing. En vergeet in een open discussie ook nooit dat de schrijvende en filmende pers meer geïnteresseerd is in het uitvergroten van de verschillen dan in het presenteren van de eindconclusie. Kortom, discussie voeren en je bek houden als gemeenschappelijk een standpunt is bepaald. Het schijnt gedrag te zijn dat eenvoudig kan worden aangeleerd. Maar wie gaat dat Groen Links leren?

A. De wetten van geweld: 1.

A. De wetten van geweld:

1. Waar geweld niet helpt, dient méér geweld te worden toegepast.

Daaruitvolgend:

2. Op de weg van geweld wint hij die bereid en in staat is om het meeste geweld toe te passen.

B. Verschijningsvormen van geweld:

1. Subjectief geweld = is geweld in dienst van één partij. Voorbeeld: militair geweld. Militair geweld is ultiem geweld in de zin dat het gehoorzaamd aan wet 2(invers): verliezer is hij die bij het toepassen van geweld niet meer kan (of durft te) escaleren.

2. Objectief geweld = is geweld dat door beide partijen, voorafgaand aan een fase van conflict, is afgesproken door middel van regels (wetten) en dat door een onafhankelijke macht op basis van die regels wordt ingezet ter beëndiging van een conflict. Voorbeeld: politie geweld.

Objectief geweld wordt altijd belachelijk gemaakt door de voorstanders van Subjectief geweld. De voorstanders van subjectief geweld zijn altijd degenen die denken dat ze méér geweld kunnen en durven toe te passen dan hun tegenstanders.
Voorbeeld: De USA over het Internationaal gerechtshof.

Voorbeelden van Soorten van Geweld:

1. Fystiek geweld (lichaam tegen lichaam)
2. Natuurkundig geweld (wapens tegen wapens)
3. Economisch geweld (kapitaal tegen inkomen)
4. Intellectueel geweld (schaker tegen schaker)
5. Psychologisch geweld (Minachting tegen denken)

C. De wet van winnen:

Er bestaat geen winnen, er bestaat alleen verlies.

Hieruit volgt dat winnaars het begrip 'genoeg' niet kennen.

Verschijningsvormen van verlies:

1. Verlies van fysieke integriteit
2. Verlies van mogelijkheden
3. Verlies van (zelf) respect
4. Verlies van denken
5. Verlies van leven

D. Moraliteit en Geweld

Er is geweld dat wij wel, en geweld dat wij niet in morele kaders beoordelen.
Voorbeeld van het eerste : natuurgeweld, de uitbarsting van een vulkaan.
Voorbeeld van het tweede : Een oorlog, de Tweede Wereldoorlog.

Bij beschouwing van geweld in termen van moraliteit kennen wij maar twee kwaliteiten: goed en kwaad. Deze kwaliteiten beheersen de taal waarin wij over geweld denken.
Onder 'goed' hoort het woord 'vrijheidsstrijder' en 'zelfopoffering'
Onder kwaad hoort het woord 'terrorist' en 'laffe aanslag'

De morele wet houdt verder in:

'Wij' zijn goed
'Zij' zijn slecht.

======================================================

Voordat wij het op zijn minst over een set uitgangspuntgen als de bovenstaande eens zijn, is het praten over de toepassing van geweld en eventuele alternatieven in politiek Nederland zinloos. Ook binnen GroenLinks is de discussie over geweld versoept - en daar zijn, mijns inziens, nogal dramatische redenen voor.

Met het uitkomen van Taleb’s ‘The impact of the highly improbable’ in 2008 en Piketty’s ‘Le capital au 21e siècle’ in 2013 zouden we echter weer voldoende grond onder de voelen moeten hebben om ons te hergroeperen en ons te bezinnen op de basis waarmee wij moeten werken om tot een correct standpunt te komen in de discussie die voor ons ligt.

Daarbij moet nog een andere vraag worden beantwoord, namelijk wat is het strategische doel van GroenLinks in de Nederlandse politiek:

a) het winnen van zoveel mogelijk stemmen bij verkiezingen
of
b) het vormen van een politieke kracht die specifieke inzichten vertegenwoordigt, om daarmee de mensen die die inzichten ontwikkelen en in de praktijk brengen tot steun te zijn (i.c. helpt om niet gek te worden).

In deze tweede bijdrage moet

In deze tweede bijdrage moet ik, naar aanleiding van discussies, mezelf even corrigeren en verduidelijken wat betreft de wet van het winnen; ik was daar te cryptisch:

Om te beginnen was de zin “Hieruit volgt dat winnaars het begrip 'genoeg' niet kennen.” Fout. Dat moet zijn: “Dit vloeit voort uit het feit dat winnaars het begrip ‘genoeg’ niet kennen.

Dan zou ik daaraan ter toelichting willen toevoegen:

De concepten ‘winnen’ en ‘winnaar’ kunnen alleen bestaan bij de gratie van het verliezen. Winnaars hebben verliezers nodig om winnaar te kunnen zijn, maar we kunnen heel goed verliezen zonder dat daar winnaars bij nodig zijn.

Waarom heb ik deze abstracte inleiding nodig? Omdat GroenLinks opereert, en – wat mij betreft - probeert na te denken, in een totaal vermodderde taal. We willen het bij voorbeeld gaan hebben over ‘humanitaire interventie’ of ‘militaire interventie’ , zoals Paul Fransen hierboven aangeeft, waarbij de termen inwisselbaar lijken te zijn.

Om ergens te komen, is het absoluut noodzakelijk om mijn eigen taal op te schonen, zodat ik kan beginnen met denken.

Waarom moeten we op dit moment nadenken over militaire interventies?

Omdat Nederland verwikkeld is geraakt in het drama Oekraine
Omdat Nederland verwikkeld is geraakt in het drama van de Islamitische staat
Omdat Nederland al sinds mensenheugenis verwikkeld is in het Drama Israel

Omdat er gezegd wordt “dat wij ‘toch’niet werkeloos kunnen toezien”, met dezelfde woorden die we gebruiken als we een jong verlaten zeehondje op het wad zien liggen, terwijl we in werkelijkheid al lang actief betrokken zijn, en mede-oorzaak van deze drama’s.

Ik wil denken over de absurditeit van de ophef over de IS-onthoofdingsfilmpjes op Youtube.

Wij zien hoe deze strijders (wij noemen ze terroristen) personen die willens en wetens het risico zijn aangegaan om het oorlogsgebied in te gaan, worden vermoord door een man in vrouwenkostuum.
Of liever, wij kiezen ervoor om dat te zien, of om dat niet te zien. De moordenaars hebben het filmpje op Youtube geplaatst, en het aan ons overgelaten om er naar te kijken. Wij noemen de als vrouw verkelde jongen ‘laf’, zijn daad gruwelijk en middeleeuws.

Aan de andere kant van het conflict, ‘onze kant’, zien we een soldaat ergens in een bunker die een drone bestuurt die ergens mensen bombardeert. Op gezag van de verenigde staten nemen we aan dat zich onder de omgekomenen een hooggeplaatste terrorist bevindt. Er heeft geen proces plaatsgevonden, onze kranten weten niets over de dode, maar nemen dit nieuws gewoon over. O, ja. Er zijn ook enkele kinderen omgekomen, collateral damage.

Wij noemen die bombardementen ‘humanitair ingrijpen’ en vinden de collateral damage ‘te betreuren.’ Wij krijgen niets te zien, zoals wij ook niet te zien krijgen hoe het vee on de slachthuizen gereed wordt gemaakt voor onze consumptie.

Gisteren riep Emiel Roemer de partijen in Oekraine op om met elkaar te gaan praten. Eergisteren weigerde Sybrand Buma om aan een tafel te zitten met een vertegenwoordiger van een organisatie die actief is in Irak, en zo deed Emiel Roemer dat gisteren zelf ook.

De vraag is: hoe krijg ik (hoe krijgen wij) ons denken om deze gebeurtenissen? Hoe zorgen wij dat ons denken, onze taal, ons niet bij voorbaat onmachtig maken, vooropgesteld dat wij enige vorm van macht zouden willen inbrengen?

Mijn eerste vraag is: hoe

Mijn eerste vraag is: hoe gaat Groenlinks een helder discussie over militair ingrijpen organiseren?

Aangezien ik niet op de site kan vinden waar kan worden gereageerd op de Startnotitie over Militair ingrijpen, bij deze hier even een begin van mijn input. Wat ik totaal mis in de overwegingen is een analyse van de DRIJFVEREN van de oorlogvoerenden, en daarmee van de aard van het conflict.

1. Poetins belangrijkste drijfveer is macht. Militaire en economische macht en (de reele dreiging van) geweld is het enige waarop hij reageert. Daarom is het cruciaal dat West Europe zich met de NAVO achter zich kan meten met zijn leger. Zo niet, dan walst hij voor we het weten zo weer naar binnen. Pacifisme vind ik hier geen gepaste filosofie. Het gaat om het verdedigen van de vrijheid in Europa.

2. De drijfveren van oorlogen in het Midden Oosten (Irak en Afghanistan) en Failed States zoals Somalie zijn vaak gerelateerd aan stammendenken en -oorlogen. Militair ingrijpen daarin levert doorgaans weinig op en lijkt daarom weinig zinvol. Ik ben daarom tegen vervolgmissies die kant op.

3. Islamic State (IS) is een radicale religieuze groepering. Hun keiharde executies laten zien dat macht een van hun centrale drijfveren is. Maar door het ontbreken van een staat (die ze juist willen oprichten) is geen sprake van een "normale" oorlog van het ene land tegen het andere. Hoe hiermee om te gaan? Dat vraagt om een nadere analyse van hun drijfveren. Bewapenen van groeperingen lijkt me op dit moment voorbarig en riskant.

Dit wordt mijn derde

Dit wordt mijn derde bijdrage; ik ga proberen stapje voor stapje te denken, want ik blijf het gevoel houden dat de discussie gevoerd wordt ob basis van ‘vervuilde taal’.

Ik wou nu het begrip ‘gerechtigheid’ , ‘rechtvaardig’, ‘gerechtvaardigd’ in verband met geweld tegen het licht houden. Deze begrippen hebben in de kern het woord ‘recht’, en veel deelnemers aan de discussie lijken er van uit te gaan dat ‘recht’ iets universeels is- maar dat is het niet.
‘Recht’ ìs, (en daar moeten we echt van uit blijven gaan) een stelsel van formeel vastgelegde afspraken die in een bepaald gebied vastliggen, een stelsel dat door iedereen in dat gebied worden erkend, en dat op een voor iedereen begrijpelijke wijze wordt aangevuld en onderhouden.

Dit ‘recht’ is een kernbegrip voor het onderscheid tussen de twee soorten van door mensen uitgeoefend geweld, objectief (politie) en subjectief (militair) geweld.

Politiegeweld wordt toegepast op basis van het recht, zonder aanziens des persoons, maar kan alleen toegepast worden op strijdende partijen die zichzelf binnen hetzelfde rechtssysteem bevinden en dat ook (formeel en of in feite) erkennen.

Militair geweld wordt toegepast tussen partijen die elkaars rechtssystem niet erkennen. Er is dus nooit een ‘rechtvaardiging’ voor militair geweld, anders dan ‘ik vindt dat wij beter zijn dan jullie’. Militair geweld is dus per definitie nooit ‘gerechtvaardigd’, want er is geen ‘recht’ dat beide partijen erkennen, dat het rechtvaardigt.

Als we dus lucide naar militair geweld kijken dat kunnen we alleen zeggen dat we (soms) militair geweld gebruiken voor doeleinden die wij, als één van de strijdende partijen, noodzakelijk vinden.
In de praktijk zien we dat een militair strijdende partij intern een taal ontwikkelt die schijnbaar rechtvaardiging verleent: de andere partij doet ‘gruwelijke’ dingen, maar wij betreuren wel eens ‘collateral damage’ als het militair geweld opeens blijkt een gevolg te hebben dat niet strookt met onze moraal. Zo was het neerschieten van een passagiersvliegtuig boven de oekraine vanuit Rusland gezien natuurlijk collateral damage, gewoon pech, terwijl wij aan onze kant de onmenselijkheid van deze alle verbeelding tartende gruwelijkheid vorm geven in een in de hele westerse wereld bewonderde rouw-ceremonie.

Wat wij uit het oog verliezen is dat militair geweld - zoals Paul Fransen hierboven zegt – een eigen dynamiek heeft , per definitie onbeheersbaar is. Zoals ik zeg: De eerste wet van geweld is, dat als geweld niet helpt, er méér geweld moet worden toegepast.

Het is dan ook niet redelijk om te denken dat je op 10 km hoogte over een oorlogsgebied kan vliegen, tenzij je de tegenstander incapabel acht. Als je inschatting op dat gebied fout is, dan betaal je vroeger of later de prijs.

Dit heeft dan duidelijk de consequentie dat we er, hoe dan ook, naar moeten streven dat alle militair geweld wordt omgezet in politiegeweld en dat er dus een rechtssysteem moet komen dat wereldwijd wordt gerespecteerd.
De eerste tegenstander die we daarbij tegenkomen zijn niet de Russen of de Chinezen, maar at is de USA.
Het zijn de USA die elke ontwikkeling naar internationaal recht blokkeren omdat zij niet bereid zijn een hogere autoriteit te erkennen, een hoger recht waaraan zij zich onderwerpen.
Daar mee zorgen de USA keer op keer weer dat conflicten die zich best via een politioneel ingrijpen zouden laten oplossen, transformeren naar een militair conflict.
Een kernvoorbeeld daarvan is de reactie op de aanslag op 9/11, de Twin Towers.
In plaats van het starten van een jacht op de misdadige daders, (waar naar alle waarschijnlijkheid alle betrokken staten zouden hebben meegewerkt), wordt de wereld op een absurde manier een miltair conflict ingezogen tegen een illusoire vijand, en het is dit conflict dat ons nu parten speelt bij de manier waarop we met de IS worden geconfronteerd.

Als wij dus nu overwegen om partner te worden in het militaire conflict met IS, omdat IS ‘onmenselijke dingen doet’, dan zou GroenLinks in ieder geval de eis in de discussie moeten introduceren de USA zich gaan scharen onder het internationaal recht, zodat we op zijn minst kunnen werken aan een toekomst waarin dit soort conflicten niet meer militair hoeven te worden uitgevochten.

(In Nederland moeten we daarvoor ook over onze weerzin tegen het begrip ‘politioneel geweld’ laten varen. Ik weet niet of die weerzin er bij de jongere generatie nog is, maar de oudere generatie heeft nog hard in het geheugen dat de Nederlandse staat het militair ingrijpen in Indonesië indertijd ‘politioneel’ noemde, omdat de toen-kolonie formeel (volgens Nederland) onder het Nederlands recht viel).

Een tweede element is dat wij ècht moeten gaan werken aan een structuur waarin wij het internationaal recht ook voor anderen dan de westerse wereld toegankelijk maken.

Op dit moment baseren we dat internationaal recht o.a. op de ‘rechten van de mens’, maar er bestaat geen structuur waarin we deze ‘rechten’ kunnen actualiseren en wereldwijd aanvaardbaar maken. Dat is nodig, wat er zijn een paar van die rechten die niet meer te handhaven zijn, zoals bijvoorbeeld ret recht dat iedereen heeft op een nationaliteit, waarbij dan wordt gestipuleerd dat dat recht voortkomt uit de plaats van de geboorte. In de praktijk sluit dit recht een groot, zo niet het grootste deel van de mensen op in hokken (landen) waarin ze alleen door hun geboorte al, nagenoeg kansloos zijn.
Een ander ‘recht’ is het ongeclausuleerde recht op bezit, onafhankelijk van de herkomst daarvan.
Er is over de zogenaamde rechten van de mens nog veel meer te zeggen, maar het punt is hier dat we de discussie over de ontwikkeling van die rechten op de agenda moeten zetten, als we willen dat we ooit op een rationele manier kunnen gaan denken over het ‘rechtvaardig’ inzetten van geweld.

Tot die tijd moeten we onder ogen zien dat we misschien op strategische gronden. Kunnen besluiten tot meewerken aan een Nederlandse politiek op dit gebied, maar dat we daarbij lucide moeten blijven, en ons niet gaan verliezen in onzin-verhalen dat we dit op de een of andere rechtsbasis gaan doen.

De volgende vraag waar ik me mee wil gaan bezig hoeden is de vraag ‘aan welke kant staan wij eigenlijk?’, en, nauw verbonden daar mee: “Wie bedoelen wij met wij?” als we het over de conflicten hebben waar we in verzeild raken.

Wat betreft het

Wat betreft het Midden-Oosten-conflict ben ik van mening dat de beginsituatie in acht wordt genomen: Israel is geen staat maar een leefwijze. Zionisten vormen een bedreiging voor het jodendom.

Militaire interventies Het

Militaire interventies

Het lijkt mij niet mogelijk een sluitende regelgeving te maken waarop de Tweede kamer fractie van Groen Links haar standpunt kan/moet bepalen. Situationeel is het altijd weer net anders.
Beter zou zijn om een aantal (eventueel fictieve) voorbeelden als testcase te bespreken, wat de fractie zou zeggen, hoe de leden zouden reageren.
Uitgangspunt lijkt mij dat een militaire interventie nooit op voorstel van Groen Links aan de orde komt. Het gaat om de reactie van Groen Links als er een voorstel ter tafel komt.

Er speelt een aantal vragen waarop een overtuigend antwoord zou moeten zijn:
1. Wat is het onrecht/de gruwelijkheid waarop wordt ingegrepen.
2. Wat zijn de nevenbelangen, die in geding zijn bij het conflict.
3. Is er ‘een concrete vraag’ van de gedupeerden.
4. Het standpunt NL wordt mede bepaald door het standpunt GL.
5. Wie voelt zich geroepen om in te grijpen NL, EUR, USA, NATO, VN ?
6. Is er een internationaal mandaat ?
7. Tegen wie of wat is de interventie gericht.
8. Wat is er diplomatiek geprobeerd.
9. Wat is het minimale effect dat wordt verwacht (+ tijdspad)
10. Wat is het maximale effect waarop wordt gehoopt (+ tijdspad)
11. Wat is het perspectief na de militaire interventie.
12. Wat is de prognose t.a.v. het aantal mensenlevens dat het gaat kosten.

De fractie vraagt zo mogelijk via een e-mailreferendum aan de GL-achterban:

A. Rechtvaardigt het onrecht/de gruwelijkheid militair ingrijpen; ja of nee.

B. Stemt u in met de voorwaarden van de fractie GL; ja of nee.

In de overwegingen t.a.v. de noodzaak (vraagpunt A) geeft de fractie tevens aan wat de standpunten zijn van de zusterpartijen in de landen, die mede betrokken zijn bij de eventuele interventie.

Bij de toelichting op de voorwaarden geeft de fractie GL aan wat zij voorstelt als er al steun zou worden verleend op grond van uitspraak vraagpunt A. De voorwaarden waarover de fractie in ieder geval een uitspraak doet:
I. Het (internationale) mandaat t.a.v. de interventie.
II. De samenwerkingspartners direct in de actie.
III. De veiligheidsrisico’s voor de militairen (nooit 100% veilig!!!)
IV. Het tijdspad en de beoogde meetbare effecten
V. Het perspectief na de interventie.

Deze benadering probeert ook een aansluiting te zijn op de notitie ‘Versterking ledenparticipatie en wijziging van de interne partijstructuur’ mei 2013.

9-9-2014
Hans Stenfert Kroese
Rotterdam

Militaire interventies Het

Militaire interventies

Het lijkt mij niet mogelijk een sluitende regelgeving te maken waarop de Tweede kamer fractie van Groen Links haar standpunt kan/moet bepalen. Situationeel is het altijd weer net anders.
Beter zou zijn om een aantal (eventueel fictieve) voorbeelden als testcase te bespreken, wat de fractie zou zeggen, hoe de leden zouden reageren.
Uitgangspunt lijkt mij dat een militaire interventie nooit op voorstel van Groen Links aan de orde komt. Het gaat om de reactie van Groen Links als er een voorstel ter tafel komt.

Er speelt een aantal vragen waarop een overtuigend antwoord zou moeten zijn:
1. Wat is het onrecht/de gruwelijkheid waarop wordt ingegrepen.
2. Wat zijn de nevenbelangen, die in geding zijn bij het conflict.
3. Is er ‘een concrete vraag’ van de gedupeerden.
4. Het standpunt NL wordt mede bepaald door het standpunt GL.
5. Wie voelt zich geroepen om in te grijpen NL, EUR, USA, NATO, VN ?
6. Is er een internationaal mandaat ?
7. Tegen wie of wat is de interventie gericht.
8. Wat is er diplomatiek geprobeerd.
9. Wat is het minimale effect dat wordt verwacht (+ tijdspad)
10. Wat is het maximale effect waarop wordt gehoopt (+ tijdspad)
11. Wat is het perspectief na de militaire interventie.
12. Wat is de prognose t.a.v. het aantal mensenlevens dat het gaat kosten.

De fractie vraagt zo mogelijk via een e-mailreferendum aan de GL-achterban:

A. Rechtvaardigt het onrecht/de gruwelijkheid militair ingrijpen; ja of nee.

B. Stemt u in met de voorwaarden van de fractie GL; ja of nee.

In de overwegingen t.a.v. de noodzaak (vraagpunt A) geeft de fractie tevens aan wat de standpunten zijn van de zusterpartijen in de landen, die mede betrokken zijn bij de eventuele interventie.

Bij de toelichting op de voorwaarden geeft de fractie GL aan wat zij voorstelt als er al steun zou worden verleend op grond van uitspraak vraagpunt A. De voorwaarden waarover de fractie in ieder geval een uitspraak doet:
I. Het (internationale) mandaat t.a.v. de interventie.
II. De samenwerkingspartners direct in de actie.
III. De veiligheidsrisico’s voor de militairen (nooit 100% veilig!!!)
IV. Het tijdspad en de beoogde meetbare effecten
V. Het perspectief na de interventie.

Deze benadering probeert ook een aansluiting te zijn op de notitie ‘Versterking ledenparticipatie en wijziging van de interne partijstructuur’ mei 2013.

9-9-2014
Hans Stenfert Kroese
Rotterdam

Dit wordt mijn vierde

Dit wordt mijn vierde bijdrage.

Mijn vraag in deze bijdrage is: wie zijn ‘we’ in deze discussie, omdat dat ‘we’ zonder dat dat duidelijk is aangegeven, steeds van inhoud verandert.

Waarom is de vraag van belang? Omdat de subjectieve uitgangspunten, idealen, van de ‘we’ die militair gaan ingrijpen de basis vormen voor het ‘recht’ dat we onszelf toekennen, om militair in te grijpen. Zoals ik hier boven al aangaf; verder is er geen rechtvaardiging voor Militair geweld, dat is juist de essentie van militair geweld ten opzichte van politioneel geweld.

Laat ik beginnen met ‘we’ als GroenLinks stemmers/leden.

‘Wij, Groenlinks’ zijn samen één partij, omdat we een soort eensgezindheid voelen. Maar die eensgezindheid op zich is al complex, want we verenigen een aantal wortels :
- een vrijzinnig-religieuze,
- een mede vanuit de polemologie ontwikkelde pacifistische,
- een socialistische, en
- een ecologisch denkende.

In het algemeen zijn we het er over eens dat die wortels tot een consistent geheel leiden, maar in de discussie hier zien we dat dat toch nog niet altijd het geval is. Laten we er daarom op letten dat we in onze bijdragen alle wortels gelijkwaardig meenemen; dus bijdragen als ‘we zijn nu eenmaal tegen geweld, dus militair ingrijpen zijn we tegen’ zijn te eenzijdig om ons in deze discussie te helpen.

‘Wij’ als GroenLinks stemmers, en zelfs leden van deze partij, zijn degenen die hier, in deze discussies, tot een politiek-praktisch standpunt proberen te komen - tenminste dat heb ik begrepen.

Het tweede niveau van ‘we’ is het niveau van de Nederlandse politiek:
‘we gaan besluiten tot politiek ingrijpen’, betekent dan het besluit in de Tweede kamer, en eventueel ook in de eerste kamer – voor zover we die gepolitiseerd hebben. In eerste instantie lijkt de huidige discussie te gaan over de verhouding ‘We – GroenLinks’ binnen ‘We, de Tweede Kamer’.

Maar die discussie gaat NIET over gewapend ingrijpen; die discussie gaat over ‘Hoe gedraagt GL zich in het algemeen binnen de kamer? Welke coalities gaan we aan? Op welke manier kunnen we een betrouwbare partner zijn?’ De vraag hier is: “als wij tégen militair ingrijpen stemmen, marginaliseren wij ons dan niet (onnodig)?”

Het Derde niveau van ‘WE’ lijkt te zijn : De Nederlandse bevolking. Als ‘wij, als GroenLinks’ constateren dat ‘het Nederlandse volk (waar we deel van uitmaken)’ eenvoudig eist dat ‘we’ niet langer aan de kant blijven staan, kunnen ‘wij, als GroenLinks’ ons daar dan eventueel tegen verzetten als ‘wij, GroenLinks’ een andere opinie zouden blijken te hebben?

Het vierde niveau van ‘WE’ lijkt te zijn ‘Wij, het vrije westen’.
Onze ‘vrije, westerse’ waarden worden met de voeten getreden, door Putin, door de IS-aanhangers, en zo voort, dus mòeten we wel optreden; er is een grens overschreden, als we nu niets doen is het einde zoek, dan verliezen onze tegenstanders het respect voor ons, we moeten nu laten zien wie uiteindelijk de dienst uitmaakt in deze wereld, dat zijn namelijk WIJ, het vrije westen.

Het probleem met deze ‘Wij, het vrije westen’ is dat Wij,Groenlinks’ daar de grootst mogelijke reserves bij hebben. Wij weten namelijk al heel lang dat WIJ, Het vrije westen’ onze ‘vrijheid’ moeten gebruiken om de wereld leeg te zuigen, omdat wij alleen ‘vrij’ kunnen zijn als de rest van de wereld dat betaalt.
Het is al lang geleden dat ik in dit verband het woord ‘militair industrieel complex’ heb horen vallen, maar dat begrip moet hier helaas toch weer van stal worden gehaald, want hoe komt het dat ‘wij, het vrije westen’ ons steeds weer laten verleiden om dit soort conflicten te militairiseren? We zitten er de laatste weken met onze neus bovenop: Terwijl men aan de ene kant probeert te analyseren wie de jongen is die in het vrouwenkostuum in de onthoofdingsfilmpjes, om die voor het gerecht te slepen, verklaart Obama aan de andere kant IS ‘de Oorlog’, en sleept ‘Het Vrije Westen mee in een militair conflict, met voorbijgaan van de VN. Hij, of, de USA, willen niets te maken hebben met stappen tegen individuen, hij wil een Oorlog tussen Goed en Kwaad.

Obama, die nota bene op voet van oorlog verkeert met zijn eigen bevolking. Die afgedankt militair materiaal uit Irak verkoop aan zijn politie, omdat zijn bevolking zich vrij mag bewapenen uit de Wallmart online catalogus, tot aan de kinderen toe.
Een bevolking die, onder het gedachtengoed van Ayn Rand, eigenlijk maar één echte tegenstander kent, namelijk hun eigen federale regering. Een regering die wanhopig dollars bijdrukt om het eigen faillissement te maskeren en hun eigen superrijken tot mega-superrijken te maken.
Want ook de USA zijn dus niet één partij. Er is de USA van de kanslozen, en er is die andere 10 % , die overal geld aan verdient.

Als we die vier niveau’s van ‘wij’ uit elkaar trekken, dan zien we dat het probleem van GroenLinks in deze eigenlijk helemaal niets te maken meer heeft met de vraag ‘militair ingrijpen terecht of niet’, maar met de vraag of wij ons politieke standpunt willen onderwerpen aan de belangen van de tweede kamerfractie, aan de belangen van ‘wij, de Nederlanders’ , die onze footprint op de wereld niet willen inleveren, of “Wij, het Vrije westen” dat een overstretcht Imperium op de been moet zien te houden.

‘Wij, Groenlnks’ zien, vrij lucide, onder ogen dat de dobbelstenen geworpen zijn, de F-16’s draaien al warm. Wij gaan dus hoe dan ook achter de feiten aan lopen. In plaats van daarover moord en brand te schreeuwen, (“Dat kàn toch niet!!!”) moeten we ons rustig concentreren op de manier waaròp we dat gaan doen, om op termijn (meer) invloed te krijgen op de gang van zaken, en daarbij, ik kom er op terug, onze eigen geestelijke gezondheid te bewaken.

Great goods from you, man.

Great goods from you, man. I've understand your
stuff previous to and you are just too excellent.
I actually like what you've acquired here, certainly like what you're saying and the way
in which you say it. You make it enjoyable and you still
take care of to keep it sensible. I can not wait
to read far more from you. This is actually a great website.

Madam President, 13 years ago

Madam President,

13 years ago a group of criminals
attacked the World Trade Centre, being a symbol of the financial power that we, 'the Free West', as we call ourselves, deploy in the world.

Before that, radicals using Islam as their ideology were hardly a factor. At the contrary, we were witnessing that the ‘soft powers’ within Islam were slowly gaining force. I remember writers as Fatima Mernissi, for example, and many with her.

At that time, we, the Free West, supported governments in the Middle East and Africa that suppressed minorities, as we all have come to know now. Why did we support these governments? Because we, the Free world, need oil and other raw materials that are abundantly available in these countries. How did we support these Governments? By making available to
them, at a price, military equipment.

We also supported freedom fighters, as we called them at the time, in Afghanistan – because they were fighting our adversaries. These freedom fighters won their cause , to out great satisfaction, and started to exploit their natural resources to grow opium, and their ideology, Islam, to pursue
happiness as their human rights. In their middle we found some men who felt threatened by the many modernizations in Islam that were vigilant at the time, towards capitalism as well as towards a religion that would grant women equal respect.

In stead of fighting the developing forces within Islam directly, this group of
neo-conservative religious radicals choose to wake up an alien force, The Free West, by attacking its central symbol, to create a common enemy for all the people that were, at that time, suppressed in the Middle East and Africa.

I am sad tosay that the Free West swallowed this challenge, hook, line and sinker. In stead of using the international policing forces to chase the actual
criminals, as we did for instance in 1995 in Oklahoma, we, The Free West, choose to go to War against Islam. This, as we can easily see today, was an historic mistake.

In stead of uniting the world against a couple of criminals, we united the Islamic world against us, and we created therewith, the ideal enemy that forced Islam to radicalize towards orthodoxy. This, in turn, pushed
us to radicalization and orthodoxy as well, because we were never allowed to think and contemplate our mistakes, by the parties that thrived because of these new wars.

Madam President,

We all know, now, today, the staggering costs that gave been deployed in these wars.
At least, we know the figures, they amount to hundreds of thousand of human lives, and moreover, 10 trillion dollar at the least. Is say: we know these figures, I say not: we understand these figures, since the exceed by far the human capacity for understanding: they are figures for bookkeepers and nerds; they are scores in virtual games.

We all know now, that after twelve years of war against Islamic radicals, we have succeeded in transporting this small fire in the caves of Afghanistan, into a bushfire that is spreading all over the Middle east and the Nord and Centre of Africa, from the Far east, to right in the middle of our communities.

In my country,
Madam President, we have now raised a complete generation of young men that - since they became conscious - , have been living in a society
that openly describes their culture as ‘retarded’, and I, Madam President, was proud of this: it was the expression of our right wing liberal persuasion of superiority, that finally was allowed in the open.

It is this generation of young men that we have successfully outcasted that is now finding the dream of fighting for their cause, of finding self-respect, by joining this new fire that results from the image of ourselves that was created in the Middle East.

I stress these words, Madame President: the image of the Free West, as it is perceived in the Islamic world. Because at somewhere near or core we are not that image. We are in fact, peace-loving, law-abiding and respectful people as long as we are not threatened in our need for
oil and raw materials, as long as we are left free to pursue or happiness, and develop our capital as Thomas Piketty so justly described. With the glamour that he gives to the leaders of the Free West, we must now regain our own self respect, and calmly oversee the disastrous results of the war against Islam that we have waged until now.

Never was radicalism so rampant as today, never is was so successful, and never is was so attractive to a young generation all over the world, that until now we raised without a chance of ever growing out of the criminal caste that we had designed for them.

We need to analyze what success the use of military power brought
us today: a considerable percentage of the equipment that we sold to the region is now in the hands of our merciless opponents, and adds to their glamour.

We therefore stand, Madam President, to the first rule of violence in conflicts:

In case violence does not work, more violence must be applied.

We, the Netherlands, under my leadership, are proud to offer 6 F-16’s to the combat; they are old anyway, and their use in this kind of conflicts was, until today, widely discussed, and even, I am sorry to say, doubted.

With this effort, I am confident, that also in the Netherlands, we will now see that the coming purchase of the new generation of jet-fighters, the JSF as we know it, will be essential in the future of our country.

I conclude,
Madam President, with the expression of my confidence that you will acknowledge that my English is better than that of my colleague Timmermans, who recently used this very platform to raise to fame.

A man like me is willing, Madame President, to take your place at any time, with the deepest of respect for this auspicious gathering.

Madam President, Thank you.

Reactie toevoegen