4 mins

Handel als genezing?

Cassandra tegen wil en dank. Zo heten de memoires van VVD-coryfee Frits Bolkestein (2013). Op zich is het een aardig boekje van iets meer dan tweehonderd pagina’s. Bolkestein laat uitgebreid merken dat hij uiterst belezen is en vele plekken heeft bezocht. Op veel pareltjes van gedachten valt hij echter niet te betrappen.

 Slechts bij één zin bleven mijn gedachten hangen. In deze zin citeert Bolkestein Charles Montesquieu: ‘Handel is een genezing voor de meest destructieve neigingen.’ Is dat eigenlijk wel zo? Voordat ik op deze vraag inga geef ik eerst de context van de zin en een raamwerk van waaruit ik zal proberen antwoord te geven op de bewuste vraag. Bolkestein gebruikte dit citaat in 1978, tijdens een debat met toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid Jan Pronk, over het regime van Jorge Videla in Argentinië. Pronk vond dat Nederland het niet kon maken handel te drijven met de Argentijnse dictatuur. Bolkestein was het hier pertinent mee oneens en verweerde zich met de bewuste zin.   ‘Handel is een genezing voor de meest destructieve neigingen.’ Gezien de context slaat het woord ‘neigingen’ dus op een regime (een negatief bestuur). Mijn vraag – buiten ‘is dat wel zo?‘ – is toch vooral: wat voor soort regimes (niet-democratisch of niet-zuiver bewind) bestaan er? Ik onderscheid drie soorten regimes: het dictatoriale regime (denk aan nazi-Duitsland, het bewind van Videla, enzovoort); het democratisch regime met ‘foute trekjes’ (denk aan Rusland rondom de Olympische Winterspelen) en het chaotische regime, waar de regering nauwelijks controle heeft. Hierbij valt te denken aan landen als Libië.

Bolkestein beargumenteert dat het beter is om de dialoog aan te gaan met regimes door middel van handel dan een boycot tegen hen in te stellen. Premier Mark Rutte gebruikt dezelfde redenering met betrekking tot de Olympische Winterspelen in Sochi. Laten we een aantal scenario’s op een rijtje zetten.

Door middel van handel kan een dictator de economie (re)vitaliseren of zichzelf of zijn familie verrijken. Denk hierbij aan staatsbedrijven of grote bedrijven in de handen van familieleden. Videla kreeg de Argentijnse economie uit het slop door middel van vrije handel, zonder dat de bevolking daar daadwerkelijk van profiteerde. Deze handel, ook in de vorm van sportevenementen, kan positieve reclame voor een land opleveren. Voorbeelden genoeg, zoals de Olympische Zomerspelen van 1936 in Berlijn, het Wereldkampioenschap voetbal van 1978 in Argentinië en de Olympische Winterspelen in Sochi. Handel met dictaturen bevordert dus alleen maar de rijkdom van deze regimes.

Er zijn twee belangrijke argumenten voor de stelling van Montesquieu te bedenken: de eerste is de positieve beïnvloeding van beleid door het aangaan van de dialoog tijdens het bedrijven van handel. Ten tweede zou economische groei uiteindelijk leiden tot een hoger opgeleide beroepsbevolking, waardoor een regime uiteindelijk toch zou vallen. Uit de dialoog met Rusland kan voorlopig één conclusie worden getrokken: de dialoog aangaan werkt niet. Regimes zijn alleen geïnteresseerd in handel; gaat die handel gepaard met een opgeheven vingertje, dan moet dat maar zo zijn. Eén keer ‘ja en amen’ zeggen doet wonderen. Ook het argument van de economische groei lijkt heel wat sterker dan het in feite is. Hoogopgeleiden ontvluchten meestal – als ze de kans daartoe krijgen – een dictatoriaal regime. Bekende voorbeelden zijn gevluchte Duitse wetenschappers en intellectuelen uit de Sovjet-Unie. Een groeiende hoger opgeleide beroepsbevolking leidt dus tot meer politieke vluchtelingen in plaats van meer economische groei.

Handel zou vrede en veiligheid brengen. Chaotische regimes zullen echter weinig aan handel hebben, op een heel selecte groep belanghebbenden na. Waarom zou een multinational zich vestigen in een chaotisch land als de (politieke) infrastructuur niet goed is? Enkel als dat land grondstoffen bezit die schaars zijn. In zo’n geval gaat de multinational dus puur voor de grondstoffen en de winst, ten koste van de dialoog en de mensenrechten.

Handel heeft inderdaad vrede en veiligheid gebracht, bijvoorbeeld in de Europese Unie. Het Nobelcomité is dit gelukkig ook opgevallen, met de Nobelprijs voor de Vrede in 2012 tot gevolg. Al zijn er bij de vergelijking tussen de EU en de hierboven beschreven handelsbetrekkingen een aantal kanttekeningen te plaatsen. Europa zat in de fase van de wederopbouw. Daarnaast werden de zes beginnende landen min of meer gedwongen om samen te werken. Bovendien waren de lidstaten allemaal al democratisch, waardoor de Europese integratie makkelijker was en geen opgeheven vingertjes nodig waren. Al met al toch een heel andere situatie.

‘Handel is een genezing voor de meest destructieve neigingen.’ Dat beweerde Montesquieu. Later nam Frits Bolkestein deze zin in de mond. De voor- en nadelen van handel met negatieve regimes tegen elkaar afwegende kom ik tot de conclusie dat handel in regimes enkel zal worden gebruikt voor het eigenbelang. Het opgeheven vingertje in de dialoog tijdens de handel kan simpelweg worden afgedaan met een ‘ja en amen’.
 

 

Reacties

henk daalder

Reinier
Kun je met jouw redenering over handel met foute regimes, ook concluderen dat in onze nationale politiek, welwillende politici geen zaken moeten doen met partijen als de pvv?

Reactie toevoegen