4 mins

Handle with care

Bij de Monki-winkel aan de Steenweg staat de verkoopster haar best te doen mijn cadeautje mooi in te pakken. Een paar sokken met giraffes erop, voor een vriendin die mijn kat verzorgde terwijl ik laatst in het ziekenhuis lag. De sokken gaan in een mooi bedrukt zakje van dik papier. Na het dichtvouwen plakt de verkoopster het pakje dicht met een grote oranje sticker. ‘Handle with care’ staat daarop. Optimaal beschermd.

Natuurlijk is de sticker niet serieus bedoeld. Monki is een kledingwinkel en ongeveer 99% van het assortiment bestaat daardoor überhaupt uit onbreekbare artikelen. Toch zet de sticker mij aan het denken. ‘Pas op: breekbaar’. Het staat regelmatig op postpakketten en enveloppen. Bij een verhuizing schrijven we het moeiteloos op alle dozen waarin glas- en serviesgoed gepakt wordt. Voor het beschermen van onze spullen durven we best proactief te zijn. Maar hoe zit dat eigenlijk met onszelf? Ik heb nog nooit iemand met een ‘handle with care-button’ gezien op een dag dat het niet meezat. Of een week. Een maand. Een jaar. Vroeger was het bijvoorbeeld niet ongewoon om in een periode van rouw in het zwart gekleed te gaan. Tegenwoordig doet bijna niemand dat meer. Best lastig soms voor onvermoede medeburgers.

Soms kun je het wél zien. Zoals in de strenge winter van 2010-2011 toen ik met een vriend van mij door het dicht besneeuwde Wilhelminapark liep. Op het fietspad parallel aan het wandelpad schuifelde heel zachtjes een oudere man ons in tegenovergestelde richting tegemoet, zijn jas hing open. ‘Gaat het goed?’, vroeg ik de man bij passeren. Hij kon geen verstaanbaar woord meer uitbrengen, helemaal verkleumd. Wriemelend aan de uiteinden van zijn jas gebaarde hij die dicht te willen hebben, maar dat lukte hem niet. Ik hielp hem prutsen en het lukte. ‘Waar gaat u naartoe?’. ‘Weet niet?’. ‘Waar komt u vandaan?’. Twijfelachtige blikken volgden en een onverstaanbaar gemompel. Gelukkig was de eerste de beste voorbijganger tot hulp bereid, en vriend en voorbijganger tilden de oude man naar de kroeg aan de rand van het park. Ook daar hadden ze het goed begrepen en werd de man met gratis mokken thee en tosti’s opgelapt. Na een half uurtje kreeg hij weer praatjes en begon mij geamuseerd te versieren. Hij wilde wel graag kinderen met me, vertrouwde hij mij toe na een zin of vijf.

De man bleek dementerend en behoorlijk ver van huis. Gokkend waar hij vandaan was komen lopen belde ik een verzorgingshuis. Na een spel van drie keer aandringen en ontkennen, bleken ze toch iemand kwijt te zijn en kreeg ik het nummer van de zoon van de man, die het maar op moest lossen. De oude man woonde immers nog in de aanleun. De zoon die buiten de stad woonde haastte zich naar de voor hem onbekende kroeg en nam zijn vader dankbaar in ontvangst, zich verontschuldigend voor de eventuele seksuele toespelingen die in de lijn der verwachting lagen sinds zijn vader dementeerde. Natuurlijk hadden wij hem opgevangen, dat was toch logisch?

Achteraf zat ik met mijn vriend na te praten en gaf hij aan dat hij het eigenlijk niet zo logisch vond. Foeterend deed ik mijn beklag dat zoveel mensen die zondagmiddag de oude man - met zijn jas open - gepasseerd hadden in de sneeuw. Ruim anderhalve kilometer moest hij al gelopen hebben voor wij hem uit het park plukten, en erg snel ging hij niet. ‘Stoer hoe je op die oude man afstapte, dat had ik nooit gedurfd. Ik begrijp wel dat veel mensen dat niet doen. Ik zou bang zijn hem te beledigen.’ Zo had ik het nog nooit bekeken. Misschien komt het door mijn achtergrond in de zorg, het opgroeien in een dorp, en vast ook door mijn behulpzame moeder, maar in mijn familie stappen we vrij makkelijk op iemand af als we twijfelen of diegene wel wat hulp kan gebruiken. Soms krijg ik inderdaad een grote mond, zoals die ene keer van die Utrechtse dame op leeftijd die met haar rollator stilstond op de uitrit van een parkeergarage. Maar de meeste mensen reageren positief, ook als er niks aan de hand blijkt te zijn. En die grote mond was typisch Utrechts, wat ook wel weer z´n charme heeft.

‘Handle with care-buttons’. Ik geloof niet dat ik écht vind dat ze nodig zijn. Hoewel het verfrissend zou zijn als mensen soms durfden te zeggen: ‘Ik ben een beetje breekbaar vandaag, wil je rekening met me houden?’. Ondertussen zoek ik denk ik vooral een basishouding in de maatschappij die verder gaat dan ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Wederzijdse zorgzaamheid en solidariteit maken de samenleving mooi. Het is een van de redenen waarom ik me na een paar maanden werken bij GroenLinks al zo thuis voel. ‘Gaat het goed?’ is een doodnormale vraag hier.

Reactie toevoegen