4 mins

Kronkelen met gelijkheid

'De filosofie van Simon Otjes is volledig ongeschikt om problemen met ongelijkheid in de samenleving aan te pakken', aldus Tamar de Waal in reactie op de laatste blog van Otjes.

Gelijke kansen

Gelijke uitkomsten zijn niet belangrijk, schreef Simon Otjes op 20 november in een blog voor deze website. De huidige regering heeft het mis, Diederik Samsom heeft het mis. Ook al zijn mensen gelukkiger, gezonder en minder crimineel in een samenleving die genivelleerd is – de oogkleppen moeten op! Er is maar één ding van belang. Gelijke kansen! Otjes:

Als de beginposities gelijk zijn en de transacties in vrijheid genomen zijn, dan is iedere uitkomst rechtvaardig. Herverdeling is rechtvaardig om verschillen in inkomen die komen door verschillen in beginposities te vereffenen. Ik heb recht op het inkomen dat ik verdien door hard te werken, maar niet door het inkomen dat ik heb door mijn intelligentie, die ik bij toeval heb gekregen. Dat is geen diefstal omdat dat niet mijn bezit is, immers ik heb er niets voor gedaan. En als gelijke kansen ook een mooiere, gezondere, gelukkigere samenleving oplevert is dat een mooi bijproduct, maar dat kan het doel nooit zijn.

Interessante stelling hoor: een florerende samenleving zou nooit het doel van de politiek moeten zijn. Wat wordt dan de functie van de politici en ambtenaren in Den Haag? Als ik het goed begrijp, is de enige taak die hen nog rest het opmeten van 'de omstandigheden' en 'de keuzes' van mensen. Ben jij een knappe kop? Herverdelen! Werk je op vrijdag een uurtje langer door? Een bonusje voor jou!

Geluksegalitarisme 

Er valt veel af te dingen op deze filosofie, die sterk overeenkomt met het zogeheten "geluksegalitarisme" van politiek filosoof John Rawls, zoals Otjes zelf ook aangeeft. Ten eerste is de theorie onredelijk veel gericht op de beginposities van mensen, en niet op latere tegenvallers die hen ten deel kunnen vallen. Ofwel, als u lelijk en ongetalenteerd geboren wordt heeft u recht op een deel van het salaris van de frisse en intelligente Otjes, maar als u een ongelukkig carrièrepad kiest hoeft u niets van hem te verwachten. Vreemd. Wat als iemand door zijn slechte keuzes ligt te creperen? Ik vind dat een rechtvaardigheidstheorie die zo weinig ruimte biedt voor tweede kansen aan geloofwaardigheid inboet.

Ten tweede lijkt het mij onmogelijk om daadwerkelijk uit te knobbelen wat individuele personen overhouden aan hun 'omstandigheden' en wat aan hun 'keuzes'. Bijvoorbeeld: is de kracht om ambitieus door te werken tot in de late uurtjes, ook niet een talent? Ik meen mij te herinneren dat oud-D'66 leider Hans van Mierlo ooit zei: 'Willen moet je ook maar kunnen.' Ik zeg niet dat daarmee de kous volledig af is, maar complex is het zeker.

What is the point?

Veel filosofen willen rechtvaardigheid dan ook niet reduceren tot het afvlakken van gelukkige beginposities. Zo schreef Elizabeth Anderson het invloedrijke artikel What is the Point of Equality?, waarin zij betoogde dat het tijd werd weer na te denken over fenomenen als onderdrukking, uitbuiting en marginalisatie van sommige rassen, seksen en politieke groepen. Verbolgen was ze, over de mate waarin zogenaamde gelijkheidsdenkers waren afgedreven met hun geluksegalitarisme. Immers, what is the point om over gelijkheid na te denken, als we niet kijken naar structurele ongelijke uitkomsten tussen groepen met betrekking tot gezondheid, criminaliteit en algemeen levensgeluk?

Anderson heeft gelijk. We moeten terug naar filosofische ideeën waar we iets aan hebben. De obsessie met het onderscheid tussen 'keuzen' en 'omstandigheden' was een vreemde, intellectuele en onbruikbare kronkel. Belangrijker is om eerst naar de wereld te kijken. Wie worden er uitgebuit? Hoe kunnen we sociale structuren achter marginalisatie begrijpen? Wat zijn de kenmerken van stigmatisering? En tot slot, natuurlijk, wat kunnen we aan deze patronen van onderdrukking doen?

Kortom, op naar een herwaardering van een brede conceptie van gelijkheid. Eentje die recht doet aan de democratische idealen die ons ooit motiveerden om de aristocratie en oligarchie af te wijzen. Begrijp me goed, in een democratie hoeft niet iedereen hetzelfde te zijn, of hetzelfde te bezitten. Integendeel. Maar bij bepaalde excessieve en hardnekkige ongelijkheden – in inkomen, opleiding, gezondheid, erkenning, etc. – komt de gelijkwaardigheid van burgers in het geding. En dan maakt het niet uit wanneer of waarom de ongelijkheid optrad. Wat deze 'gelijkwaardigheid' precies inhoudt, vraagt om een nieuwe blog van mijn hand. Voor nu volstaat de conclusie dat de filosofie van Otjes volledig ongeschikt is om problemen met ongelijkheid in de samenleving aan te pakken. 

Reactie toevoegen