4 mins

Mijn vriendschap met ergernis

Filosofe Claire Polders doet niet aan politiek. GroenLinkser Hagar Roijackers des te meer. Ze mailen elkaar over hun positie aan de zijlijn of in het veld. Deze week: Hagar Roijackers over de ergenissen en compromissen.

Vragen die pijn doen zijn de beste vragen. Jij vroeg me hoe ik omga met het politieke compromis, met de wrijving tussen mijn persoonlijke overtuigingen en die van de groep? Laat ik eerst eens toegeven aan de defensieve reflex die volgt op een pijnlijke vraag. Ik vind GroenLinks namelijk niet zo'n dichtgemetselde partij als pak-'m-beet het CDA. Verschillen mogen er zijn en worden gerespecteerd. Stemde Kamerlid Ineke van Gent bijvoorbeeld niet openlijk tegen de steun aan de Kunduz-missie (over pijnlijke compromissen gesproken...)? Ook op het Brabantse niveau, waar ik actief ben, loopt bij mijn weten geen Verhagense machtspolitiker rond. GroenLinksers zijn open-minded, onafhankelijk en vriendelijk.

Maar ook onze partij kent mechanismes die de kudde mennen. Zo is elke benoeming van een nieuwe bestuurder of volksvertegenwoordiger omgeven door reuring en machtsstrijd. Al gauw tekenen zich de contouren af van ´de favoriet´. En dan kun je ook maar beter uit de buurt blijven van de andere kandidaten. Politici denken in termen van winnaars en verliezers. Als je je schaart achter iemand die gerede kans maakt om een verliezer te zijn – ook al zijn je redenen inhoudelijk - dan ben je besmet. Het scharen achter de leider begint dus vaak al voor de (eind)strijd.

Een ander voorbeeld: ik houd van 'practice what you preach'. Iedereen heeft een schaduwkant en valkuilen, maar grosso modo leven GroenLinksers liefst bewust en in verbinding met hun omgeving. Zou je denken. Maar in de zeventien jaar dat ik in de partij rondloop, heb ik toch al heel wat gedrag gezien waar mijn maag zich van omdraait. Ik aarzel nu om voorbeelden te noemen, omdat beschuldigingen – terecht - als een boemerang terugkomen. Ik ben immers zelf geen heilig boontje. Mijn oude huis vreet energie en mijn geld verdien ik deels bij een oliemaatschappij. Laten we het erop houden dat het evenwicht tussen people, planet en profit ook binnen onze partij nog niet altijd helemaal optimaal lijkt te zijn. Om er maar eens een lelijke politieke zin tegenaan te gooien.

Nog steeds ben ik lid van GroenLinks. Blijkbaar til ik niet te zwaar aan deze zaken? Die conclusie is niet helemaal gerechtvaardigd. Tien jaar geleden kwam ik in botsing met de toenmalige partijvoorzitter over iets wat ik wezenlijk vond (luisteren naar je kiezers) en toen heb ik even afstand genomen van de partij; 'ze bekijken het maar'. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Via vriendschap en mijn werk kreeg ik contact met GroenLinksers die zó integer, talentvol en gedreven waren, dat ik weer zin kreeg in de politieke toekomst. Bovendien zag ik hoe ik mijn steentje bij kon dragen, omdat heldere communicatie nog niet altijd vanzelfsprekend is bij het vertegenwoordigen van het volk. Hoe fijn het ook was om nieuwe GroenLinkse vriendschappen te sluiten en oude aan te halen, al snel stak ook de ergernis de kop op. Irritatie, onbegrip, frustratie en onmacht over 'foute' beslissingen, gedraal en flauwekul. Wat ermee te doen?

Ergernis heb ik tot mijn vriend gemaakt. Ik kan inmiddels niet anders beweren. En wat geeft het een rust en mogelijkheden. Op het moment dat ik irritatie voel groeien over gebrek aan ruggengraat, daadkracht, moed of helderheid, dan stel ik me een vraag: wat kan ik zelf doen? Wat je mist, dat houd je vaak zelf achter. Dus als een vergadering me te sloom en stroperig gaat, dan bied ik mezelf aan als voorzitter. Waar tekst te wollig wordt, herschrijf ik 'm graag. Als zaken me teveel tijd kosten, kies ik ervoor ze niet meer te doen. Als principes in het geding komen, wind ik me niet meer zo op maar laat ik andere mogelijkheden zien. Een ander overtuig je niet door het tegendeel te beweren, maar door het alternatief te leven. Daarin sta ik zeker niet alleen. Ik voel me gesterkt door een grote groep doeners die windmolens bouwen, stadsmoestuinen aanleggen, buurtnetwerken vormen, eerlijke banken oprichten en praktische hulp bieden aan wie het tijdelijk nodig heeft. Het zal mijn idealisme wel weer zijn, maar ik heb stellig de indruk dat de onderstroom groeit en bloeit. Zolang ik daarop in kan intappen en daaraan kan bijdragen, voelen politieke compromissen als een tijdelijke realiteit; een tussenstop en geen fait accompli.

En nu een vraag voor jou, Claire. Je beweert ongeduldig te zijn in het bestrijden van wereldleed. Maar we horen alleen je pen en personages, niet jouzelf. Als revolutie is wat je wilt, waarom kies je dan voor een relatief klein boekenpubliek, terwijl de politiek je een groter podium geeft? En als revolutie is wat je wilt, wie moet het dan gaan doen – en hoe? 

Reactie toevoegen