4 mins

Ons Europa voor iedereen?

Als we de huidige peilingen doortrekken naar een Europees resultaat, halen we met moeite de kiesdrempel. Nu hebben we met Bas Eickhout als lijsttrekker iemand die veel kan bereiken samen met de andere Europese Groenen, maar het is natuurlijk essentieel dat we met minimaal twee en het liefst weer drie parlementariërs in Brussel zitten.

 

Dat geeft al aan hoe groot het belang van deze verkiezingen is voor ons. En gaat het nieuwe programma ons helpen om een klinkend resultaat te halen? Ik denk van wel. Er ligt namelijk een uitstekend verhaal waarmee we zowel bestaande als nieuwe kiezers naar ons toe kunnen trekken. Maar dan moeten we wel in staat zijn de discussie naar een ander niveau te brengen.

Er valt veel op te merken over de lengte. Houden we de hoofdlijnen wel voldoende in de gaten? Maken we het niet weer typisch Groenlinks door zeer gedetailleerd onze punten te noemen? En vergeten we hierbij de polemiek die ongetwijfeld gaat ontstaan tijdens de laatste weken van de campagne: zijn we voor of tegen Europa?

Het voorwoord is veelbelovend als het gaat om de integratie van alle politieke niveau’s tot een eenduidig verhaal over waar we als Groenlinks voor staan en gaan. Maar het is een lijn die we verder in het programma nog beter hadden kunnen doortrekken, want het is een kans om echt onderscheidend te zijn ten opzicht van andere partijen. Nu wordt Europa nog teveel als aparte entiteit behandeld. Natuurlijk zijn er specifieke aandachtspunten die met deze bestuurslaag te maken hebben, maar in de basis gaat het er om dat we als partij doelen willen verwezenlijken. Soms is dat op het niveau van de gemeente, een enkele keer de provincie, regelmatig het nationale en steeds vaker, zo niet meestal, het supranationale niveau. Door vanuit doelen te kijken naar de bijbehorende problemen die we willen oplossen, kunnen we de discussie wellicht ook een ander frame mee geven. Dat maakt de verleiding om te vervallen in een discussie voor of tegen Europa wellicht makkelijker te weerstaan.

Dan het onderwerp democratie. Hoe zien we nu precies de verhouding met de nationale parlementen? Onze regering praat als ‘Nederland’, maar is feitelijk alleen ‘VVD / PvdA’ – met af en toe wat andere partijtjes in de zijspan. De meerderheid die ze daarmee in de Tweede Kamer hebben, ligt in het Europees Parlement heel anders. Die kent vier grote blokken, waarbij bijvoorbeeld D66 en VVD in hetzelfde blok zitten, die weer andere afwegingen maken. Sla de ideeën van D66 en VVD er maar op na om te zien dat er soms wel erg grote verschillen zitten tussen hun visies op Europa. Zouden we niet in analogie met het Nederlandse systeem dat de gekozen leden in de Provinciale Staten de Eerste Kamer kiezen, de nationale regeringen een ‘Europese eerste kamer’ laten kiezen die de wetgeving van het Europees Parlement controleert?

De financiële crisis mag natuurlijk ook niet ontbreken in ons programma. Vóór de crisis hebben we enorm geprofiteerd van de mede door ons aangejaagde groei in de zuidelijke lidstaten. Nu het daar misgaat, profiteren we er ook van dankzij de historisch lage rente op onze staatsleningen. Dat schept verantwoordelijkheid om dit gezamenlijk op te lossen. We moeten ruimhartig zijn en een deel van het op deze manier verdiende geld terug moeten geven. Hoe zorgen we dat GroenLinks niet in het defensief valt ten opzichte van partijen die graag de populaire slogan ‘geen cent meer naar de Grieken! ’ bezigen? Zoeken we hiervoor aansluiting bij het CDA die pleit voor ‘Europa als waardengemeenschap: bouwen op waarden en waardering; solidariteit als basis van Europese samenwerking en niet enkel een vrijhandelszone’? En wat zouden die waarden dan moeten zijn? Een open uitnodiging aan alle Groenlinksers om hier over mee te denken!

Nu we het toch hebben over onze concurrenten: zijn we voldoende onderscheidend? Als we het manifest van een voormalig kandidaat-lijsttrekker van het CDA mogen geloven, gaan zij ook voor ‘Groen, Groei en Banen’. En met de eerder genoemde aandacht voor Europa als waardengemeenschap, zouden we zo een lijstverbinding met ze aan kunnen gaan. Ook de VVD biedt met hun slogan ‘Europa waar nodig’ een opening om te komen tot een echte stap vooruit. Althans, als ze het woordje ‘waar’ veranderen in ‘is’. Want deze slogan is natuurlijk erg hypocriet als je bedenkt dat er bijna geen partij is die zoveel extra regels aan Brussel heeft gevraagd om de financiële crisis te bedwingen.  

Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de invulling van de campagne. En dan moeten we echt vertrouwen op onze eigen kwaliteiten. De Europawerkgroep is bezig met het opstellen van een aantal factsheets die de campagnevoerders kunnen ondersteunen bij de gesprekken op straat. Daarnaast zullen we een lijst maken met de tien lastigste vragen die aan ons gesteld kunnen worden en wat vervolgens ons antwoord erop is. Niet alleen in relatie tot Europa, maar ook in relatie tot lokale onderwerpen die in de gemeenteraadsverkiezingen een rol spelen. Hiermee laten we zien dat Europa niet alleen van ons is, maar van iedereen.

Reactie toevoegen