4 mins

Ontspannen op vakantie

Het woord 'vakantie' komt van het Latijnse werkwoord vacare, wat 'vrij zijn van verplichtingen' betekent. In de vakantie willen we ons vooral vrij voelen en ontspannen, in contrast tot ons dagelijkse, opgejaagde leventje.

Toch lukt het ons vaak niet om tijdens vakantie tot rust te komen. Hoe komt dat? Is vakantie niet tegennatuurlijk, een geforceerde onderbreking van een actief bestaan?

Op 27 mei gaf filosoof en hoogleraar Paul van Tongeren Tongeren een filosofieworkshop aan de Nijmeegse Radboud universiteit  over het fenomeen vakantie, als onderdeel van het Soeterbeeck Programma. Hierbij waren zo'n 15 deelnemers aanwezig, van studenten tot senioren. Van Tongeren schreef het boek Over het verstrijken van de tijd (Nijmegen: Valhof Pers 2007, viedre druk), over het lijden onder het gevoel dat tijd te snel of te langzaam lijkt te gaan. We zijn altijd bij de toekomst, bij morgen, of in het verleden door ons geheugen. We zijn daar waar we niet meer of nog niet zijn en daardoor altijd weg van onszelf. Dit gevoel is vaak ook een oorzaak van vakantiestress. Tijdens de workshop vroeg de hoogleraar ons na te denken over ons begrip van vakantie, en hoe het komt dat die soms tegenvalt.

Een probleem met vakantie is dat we vaak het gevoel hebben te ‘moeten’, terwijl we juist niks willen dat moet. We ‘moeten’ nu opeens ontspannen, op reis, of aan verwachtingen van anderen voldoen. Ook de tijd speelt een rol, hoe gaan we die invullen? Bij een beperkte hoeveelheid voelen we keuzestress: er is zoveel wat we zouden willen doen. Maar het omgekeerde kan ook: doordat we ineens zoveel vrijheid hebben, kan een gevoel van leegte ontstaan. Hoe vul je al die tijd, als je ineens niks te doen hebt? Zo maakt het problematische aan vakantie onderdeel uit van het begrip.

Onze tijdelijkheid is volgens Van Tongeren een probleem waar we niet alleen op vakantie maar gedurende ons hele leven mee te kampen hebben. We ervaren niet alleen een gebrek aan tijd, maar zijn continue met onze gedachten in een andere tijd. We denken aan wat we allemaal nog moeten doen in de toekomst, of aan alles wat er gebeurd is in het verleden. Dit is een typisch menselijke eigenschap. Dieren leven alleen in het heden, ze handelen op basis van instinct en kijken niet verder of terug. Het is een misvatting dat we daarom in het nu zouden moeten leven, want dan zouden we weer een soort dieren worden, meent Van Tongeren. De grote opgave van het menselijk bestaan is om zoveel mogelijk aanwezig te zijn, maar aan het feit dat we naast een ‘nu’ ook een vroeger en later hebben, moeten we ook recht doen. Dat wil Van Tongeren ‘gelijktijdigheid’ noemen, het besef dat tijd niet stilstaat. Je moet bij het verleden kunnen zijn op een manier waarop je er niet aan vastgeketend wordt. Je moet de herinnering kunnen meenemen op een manier die je niet verhindert nu aanwezig te zijn. Overmatig plannen is de toekomst van zijn toekomstigheid ontdoen. De toekomst moet de mogelijkheid hebben op ons 'toe te komen'.

Vakantie wordt alleen al door de workshopdeelnemers heel verschillende gedefinieerd. Voor de één betekent het ontspanning (in de zon liggen), voor de ander juist inspanning (fietsen). Belangrijk lijkt het vooral om weer ‘op te laden’, of dat nu fysiek of psychisch is. Het zelf kunnen kiezen van de invulling van je activiteiten, geeft een gevoel van vrijheid, en iets doen in een andere omgeving of het doen van activiteiten die je normaal niet onderneemt, geeft opvulling van de leegte. 

Paul van Tongeren valt het op, dat de algemene opvatting negatief is. Vakantie is niet doen wat je normaal doet. Je weet dus niet wat je dan wel doet. Een tweede gevaar is dat we vakantie zien als gelukzalige tegenhanger van het dagelijks leven, wat bestaat uit gezwoeg. Dit is dus een negatieve veroordeling van wat we normaal doen. In onze manier van denken over vakantie zit die dubbele negatie: het mooie van werken is het verlangen naar de rustdag, het niet werken.

De vraag die hiermee rijst is: moeten we werken om op vakantie te kunnen gaan, of gaan we op vakantie om daarna weer te kunnen werken? Is het niet beter om vakantie helemaal niet nodig te hebben, door een gezond levensritme aan te wennen? Een leven waarin zoveel rust zit dat het gewoon door kan gaan? Of hebben we toch liever een leven dat zo intens en veelomvattend is, waardoor we af en toe een time-out nodig hebben? De meningen hierover zijn verdeeld. Van Tongeren concludeert: “ons leven is geen middel voor een of ander doel, we moeten af van die gedachte. Idealiter kunnen we zowel rust als intensiteit integreren in ons leven.”

Vakantiestress: we krijgen de schok van ons leven. Van het besef dat we normaal dingen doen die we niet willen doen, en van tijd, de eindigheid of oneindigheid ervan. Echt in in vakantietijd zitten en “opeens” genieten, wordt daarmee een hele kunst. Hoe harder we werken, des te meer we het vermogen verliezen om tot rust te komen. Eigenlijk is het enorm moeilijk om  op vakantie te gaan.

 

Reactie toevoegen