3 minuten

Opwaaiende toga’s

Een straatschoffie staat voor de rechter op verdenking van mishandeling. En een Surinaamse dame is één van de velen die vanwege het slikken van bolletjes de rechtbank op Schiphol van binnen ziet. Zelden zitten er bij dit soort zittingen niet-betrokkenen in de zaal, terwijl de zittingen openbaar toegankelijk zijn. 

Uit onderzoek blijkt dat burgers vaak meer begrip hebben voor een rechterlijke beslissing als ze de zitting hebben bijgewoond of als ze alle feiten van een zaak kennen. De roep om “zwaarder te straffen” zwakt dan af. Het boek Opwaaiende toga’s, geschreven door Jelle van der Meer, oud-hoofdredacteur van De Helling en Hella Rottenberg, geeft heel veel rijk geïllustreerde voorbeelden van concrete strafzaken. Kleine en grote zaken, van mishandeling, winkeldiefstal en bolletjesslikkers tot moord.

Zo beschrijft het boek zittingen bij de politierechter en bij de meervoudige kamer, maar ook zaken die de rechter nooit halen. Bijzonder is het kijkje in de weekdienst die officieren van justitie draaien. Zij moeten snel beslissen over bijvoorbeeld aanhoudingen of voorgeleidingen bij de rechter-commissaris, terwijl de individuele zaak vaak ingewikkeld is en het juridische kader nog complexer. Uit het boek rijst het beeld op dat het eigenlijk een wonder is dat er niet meer rechterlijke dwalingen zijn.

De schrijvers interviewen rechters en officieren die op Schiphol werken, waar ze aan de lopende band wanhopige mensen zien die bolletjes hebben geslikt. Ze beschrijven hoe de Haarlemse rechtbank lange tijd probeerde de straffen te matigen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de slikkers, maar door het OM en het gerechtshof uiteindelijk gedwongen werd om zich aan de landelijke richtlijnen te houden. 

Duidelijk wordt dat het hele strafrechtsysteem kraakt in zijn voegen. De werkdruk onder rechters en officieren is hoog. Er is amper voldoende tijd om de zittingen voor te bereiden, laat staan om de vakliteratuur en jurisprudentie bij te houden. En doordat een hoop taken zijn uitbesteed aan administratief personeel, gaat er ook nog capaciteit verloren aan ‘flutzaken’ of zaken die op zitting moeten worden aangehouden. Daar komt bij dat er perverse financieringsprikkels in het systeem zitten waarmee de rechtspraak wordt gefinancierd: rechtbanken worden betaald per uitspraak en niet financieel beoordeeld op kwaliteit. De lange doorlooptijden zijn eerder regel dan uitzondering.

Het boek besteedt ruimschoots aandacht aan de gevolgen van de media-aandacht voor individuele strafzaken. Zo wordt haarfijn beschreven hoe de media hun eigen werkelijkheid soms creëren en hoe die werkelijkheid vervolgens de politieke werkelijkheid wordt. Tegen dit soort beeldvorming valt alleen met tegengestelde beeldvorming te vechten, iets wat het OM meer dan de rechtspraak doet, maar waarbij zij beide altijd op eieren moeten lopen. Er mag immers geen sprake zijn van trial by media en de magistraten dienen altijd rekening te houden met de belangen van de verdachte en van het eventuele slachtoffer.

Hoewel dit boek voor de professional die werkzaam is in het strafrecht weinig nieuws te bieden heeft, biedt het misschien daarom juist wel een goed inkijkje in die kleine wereld. Over die wereld wordt heel veel geschreven en gesproken in de media, maar zelden zo genuanceerd en zo helder uitgelegd als hier. In die opzet zijn de schrijvers goed geslaagd. Het boek is zeer beschouwend van aard en dat is de kracht van het boek, maar meteen ook de zwakte: meer duiding, analyse en diepgang is niet te vinden. Voor de leek is het daarom juist een goede kennismaking en een prachtig kijkje achter de schermen. 

Reactie toevoegen