4 mins

Provinciale bijeenkomst Overijssel (18 oktober 2014)

Tijdens het lopende partijgesprek over Militaire Interventies volgt Bureau de Helling de ontwikkelingen op de voet. De komende periode zal na de bijeenkomsten een sfeerverslag geplaatst worden op de website van Bureau de Helling, waarin een of enkele opvallende punten die aan de orde werden gesteld besproken worden.

Zaterdagochtend 18 oktober vond het achtste GroenLinksgesprek over militaire interventies plaats met de provinciale afdeling Overijssel, in het Ontmoetingscentrum Gereformeerde Kerk Wierden. Een gesprek over wisselende mogelijkheden van de Tweede Kamerfractie en de leden van de partij; een brede en lange termijn visie; en tijd om na te denken over een artikel 100-brief.

In het gesprek werd onder andere stilgestaan bij de diversiteit aan meningen onder de leden, allen met de beste bedoelingen voor GroenLinks. ‘Je wilt de Tweede Kamerfractie steunen en tegelijk uitdragen dat je een diverse groep leden bent met verschillende inzichten’. Die diversiteit omarmen en aanwenden voor het ontwikkelen van doordachte, afgewogen partijstandpunten (zoals in het lopende gesprek over militaire interventies) zonder dat de media dit uitleggen als onwenselijke verdeeldheid is soms een uitdaging. Het partijbestuur heeft met de keuze voor militaire interventies als pilot voor de open debatpartij laten zien echt debat binnen de partij niet te schuwen, juist aan te moedigen. Daarbij wijkt zij af van het huidige beleid binnen de meeste Nederlandse politieke partijen, en dit kan allicht weer bevestigen dat GroenLinks nu eenmaal een debatpartij is – wat iets anders als een verdeelde partij is. Een deelnemer voegde hier aan toe: ‘Het echte gezicht van GroenLinks dat moeten wij zelf zijn, niet de Tweede Kamerfractie’. Kamerleden kunnen niet alles wat wij vinden als leden tot bloei laten komen in elke beslissing en zullen vaak politieke compromissen moeten sluiten. De partij kan meer idealisme uitdragen en de leden kunnen zelf een actieve bijdrage leveren aan vredespolitiek.

Want, ‘Vrede is meer dan geen oorlog, daar moet je aan blijven werken’ sprak een deelnemer. Ook in Wierden pleitten de leden voor de aanpak van structurele problemen naast de aanpak van urgente crisissituaties. Er is een brede, lange termijn visie nodig en de bijbehorende investeringen om die visie te realiseren. ‘Het is je plicht om zelf te helpen als je zo welvarend bent’ stelde een deelneemster. Een andere aanwezige bekritiseerde het gebrek aan brede commitment in Nederland: ‘Waar ik moeite mee heb is: wel die Jezidis van de berg willen halen, maar vervolgens geen vluchtelingen Nederland binnen willen laten’. Aanwezigen gaven aan bezorgd te zijn dat andere oorzaken die bijdragen aan conflict over het hoofd worden gezien, zoals corruptie en wapenhandel. Daarbij bestaat het risico dat conflicten oplaaien mede door ons toedoen en/of dat militair ingrijpen tegen die conflicten deels gemotiveerd wordt door commerciële eigenbelangen.

Een ander onderwerp dat ter sprake kwam in Wierden was het nut van een geweldmonopolie in handen van de politie en leger. Een deelnemer was daar heel stellig in: ‘Niemand is tegen geweld námens ons, om te voorkomen dat wij iets doen wat erger is’. Hij doelde daarmee op de emoties die mensen ervaren wanneer er tegen hen of naasten misdaden begaan worden. ‘Je hebt recht op emoties, maar we gaan beschermend om je heen staan’. Of zoals een oud gezegde gaat: ‘Hou me vast of ik bega een ongeluk’. Het is belangrijk dat er een systeem is waarin bescherming en vergelding gereguleerd worden, anders gaan meer mensen voor eigen rechter spelen, leek het standpunt van de meeste aanwezigen.

Namens het partijbestuur was in Wierden partijvoorzitter Rik Grashoff aanwezig. Hij gaf aan blij te zijn met alle inbreng en uit te kijken naar het afwegingskader. Om het belang van een afwegingskader te illustreren vertelde hij een anekdote over de besluitvorming over de laatste Nederlandse militaire interventie, die in Irak. Toen de artikel 100-brief over deelname aan de internationale strijd tegen ISIS uitkwam, brachten de meeste fracties binnen een kwartier hun standpunt naar buiten, dat was amper genoeg tijd om de brief überhaupt aandachtig te lezen. De GroenLinksfractie heeft bewust langer de tijd genomen om de brief te lezen en na te denken over de consequenties van wel of niet instemmen. Dat hield ze ongeveer 24 uur vol, toen kwam de eerste journalist naar Bram van Ojik toe met de vraag of er misschien gedonder was binnen de partij. Grashoff zei daarover: ‘Ik zou bijna in de grondwet willen vastleggen dat er verplicht minimaal een week bedenktijd tussen een artikel 100-brief en de beslissing daarover moet zitten’. Het onderstreept het belang dat er een breed gedragen afwegingskader voor de Fracties klaarligt, om in de hectiek van de besluitvorming zeker de stem van de leden door te laten klinken.

Wilt u verder meepraten? Dat kan op deze website of tijdens de komende bijeenkomsten van provinciale afdelingen. Klik hier voor meer informatie.

Reactie toevoegen