4 mins

Regeren is halveren?

In de landelijke politiek is het een bekend en regelmatig terugkerende term: wie regeert halveert. Vooral bij de kleine coalitiepartijen wordt kabinetsdeelname vrijwel altijd door kiezers afgestraft. Ook grote coalitiepartijen hebben pijnlijke ervaringen met het deelnemen aan coalities. Hoe zit dit eigenlijk op lokaal niveau? Hebben colleges van 2010 na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 nog een meerderheid? Betekent regeren inderdaad halveren?

Om dit te onderzoeken heb ik de gegevens van de 25 grootste steden in Nederland opgezocht. Dit behelst zowel de verkiezingsuitslagen van 2010 en 2014, plus de coalities die in 2010 zijn geformeerd. Vanwege de coalitievormingen die in de meeste grote steden nog aan de gang is, is het onmogelijk de coalities van 2014 mee te nemen. Bij de duiding van mogelijke resultaten van de lokale coalities zal ik niet inzoomen op de context, omdat anders de resultaten niet meer te vergelijken zullen zijn. Van de 25 geselecteerde steden kon alleen Den Bosch niet worden meegenomen in de gegevens: wegens een gemeentelijke herindeling zullen daar in november 2014 verlate gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.

Verliezen

De landelijke trends zijn ook in de 25 grootste steden duidelijk zichtbaar. De grootste verliezen zijn voor de regeringspartijen VVD en PvdA. Waar de VVD en PvdA in 2010 153 en 195 raadszetels hadden, hielden zij er in 2014 nog maar 114 en 128 van over. De VVD verloor iets meer dan 25 procent, de PvdA zelfs bijna 35 procent. De grootste winnaars zijn D66 en de SP. D66 won 62 zetels en groeide met meer dan 52 procent uit naar 180 volksvertegenwoordigers. De SP kwam van 68 op 99 uit en won daarmee 45,6 procent. Ook de ChristenUnie en de SGP groeiden. Het groeipercentage van de kleine christelijke partijen kwam uit op bijna 35 procent. Met een toename van negentien procent viel de groei van de lokalen minder groot uit dan te verwachten viel op basis van de landelijke trend, waar de lokalen in totaal dertig procent scoorden.

Kijkend naar de resultaten van de lokale coalities, kan ik concluderen dat het credo ‘wie regeert halveert’ niet opgaat. De conclusies is wel dat het merendeel van de coalities een verlies heeft moeten incasseren, maar geen halvering. Het verlies schommelt over het algemeen tussen de drie en elf procent. In slechts vijf gemeentes werd een (kleine) winst geboekt. De echt zware klappen vielen in Amsterdam (18 procent), Enschede (13 procent), Zaanstad (23 procent) en Emmen (28 procent).

Voortzetting mogelijk?

Ironisch genoeg zouden in de meeste gemeenten toch gewoon weer dezelfde coalities gevormd kunnen worden. In maar liefst zestien gemeentes heeft de huidige coalitie nog steeds een meerderheid. Voor twee van de acht coalities die verliezen hebben geleden, is het verlies meer dan tien procent. Niet verrassend zijn dit Zaanstad en Emmen. Het verlies in Drentse gemeente is wel heel pijnlijk: het college kon in 2010 sowieso nog bogen op 62 procent van de raad: in 2014 was dit gehalveerd.

Ongetwijfeld zullen de verliezen terug te leiden zijn tot lokale thema’s, waar ik me niet op zal richten. Maar, zouden de uitslagen op basis van partijdeelnames te verklaren kunnen zijn? Het antwoord is ja: zowel de VVD als de PvdA namen deel aan meer dan twintig coalities, waarvan het overgrote deel samen. Beide partijen verloren zwaar. De winst van D66 (bestuurt in zestien gemeentes), compenseerde deze forse verliezen. In sommige gevallen zouden bepaalde huidige coalities verder kunnen besturen dankzij D66. De winst van de SP komt nauwelijks tot uiting, aangezien de Socialistische Partij aan maar drie stadsbesturen deelnam. De besturen waar de partij aan bijdroeg leverden haar wel winst op.

GroenLinks

Hoe zit het met GroenLinks? GroenLinks behoorde in 10 van de 25 grote steden tot de coalitie (waaronder in Amsterdam, Utrecht en Eindhoven). Helaas heeft GroenLinks in geen van deze 25 steden zetelwinst kunnen boeken. Het zetelaantal bleef gelijk of daalde met één zetel. Alleen in Haarlem kwam GroenLinks in 2014 met twee raadsleden minder in de raad. In de meeste gevallen nam GroenLinks deel aan een stadsbestuur met de VVD (negen keer), PvdA (acht keer) en D66 (acht keer).

De term ‘regeren is halveren’ gaat niet op voor de coalities in de 25 grootste steden van Nederland. Twee derde van deze coalities hebben inderdaad verloren, maar slechts in enkele gevallen waren dit zware verliezen, oplopend tot soms wel 33 procent, zoals in Zaanstad en Emmen. De deelname van de VVD en PvdA aan deze coalities (meestal nog samen ook) is waarschijnlijk een belangrijke factor. De meeste coalities zouden echter door kunnen gaan, zeker als nog een extra partij bij de coalitie wordt betrokken. Dit is vooral te danken aan de grote winst van D66. In de 25 grootste steden deed GroenLinks het niet slecht, maar nergens heeft de partij zetelwinst geboekt. De coalities kregen het bij de gemeenteraadsverkiezingen niet makkelijk, maar negeren is zelden halveren.

Reacties

Even een kleine, niet ter

Even een kleine, niet ter zake doende correctie: de gemeenteraadsverkiezingen in 's-Hertogenbosch zijn niet in 2015, maar in november van dit jaar.

Het 'regeren is halveren'

Het 'regeren is halveren' gaat ook landelijk niet op. Alleen D66 komt daar in de buurt, andere partijen verliezen wel vaak als ze in de regering zitten (in het bijzonder als ze niet de premier leveren), maar (meer dan) halveren na kabinetsdeelname heeft volgensmij alleen de LPF gedaan.

Hallo Reinier, Leuk onderzoek

Hallo Reinier,

Leuk onderzoek maar je had je tijd echte beter kunnen besteden. Op lokaal niveau spelen er hele andere aspecten een rol. Om te beginnen zijn lokale overheden veel meer uitvoerende organen en ze maken ook geen wetten. Vandaar dus dat de VVD zonder problemen met de SP in een coalitie kan zitten. Op landelijk niveau is dat een stuk lastiger. Verder speelt ook de landelijke politiek een grote rol bij de lokale verkiezingen. Deze aspecten komen niet terug in dit onderzoek. Zou je ze wel in overweging hebben genomen dan zou je vooraf al tot de conclusie zijn gekomen dat het geen zin heeft om dit te onderzoeken. Wel interessant is om te kijken of, en in welke mate zich dit landelijk voordoet. Over het algemeen scoren linkse partijen goed in economisch voorspoedige tijden.

Dat werkt zo. Veel geld uitgeven lijkt geen probleem in economische voorspoed en alle volzinnen over private rijkdom en publieke armoede komen lekker binnen. Helaas is de druk om dan van overheidswege veel geld uit te geven groot terwijl juist dan de schuld verlaagt kan worden. Als het economisch dan weer tegen zit hoef je niet te bezuinigen maar kan je de economie aanjagen met overheidsuitgaven. Het draagvlak voor bezuinigingen is helaas alleen aanwezig in economisch mindere tijden. Economen begrijpen maar niet waarom de overheid juist dan gaat bezuinigen. Tja, vanachter de studieboeken hoef je geen rekening te houden met politieke verhoudingen en draagvlak.

John van Paassen

Reactie toevoegen