4 mins

Te veel, te vroeg, te hard

Daar heb je ze weer, hoorde je sommige mensen verzuchten. En inderdaad: vorige week ging het weer heel even over vuurwerk. 

Het eindrapport 'Te veel, te vroeg, te hard', waarin verslag wordt gedaan van de website vuurwerkoverlast.nl werd overhandigd aan de burgemeesters van Rotterdam en Den Haag.

Met de website vuurwerkoverlast.nl werd het eerste lustrum gevierd van discussie over de Nederlandse vuurwerktraditie. Die begon vijf jaar geleden met een opinieartikel in NRC. Sindsdien hoort de discussie óver vuurwerk net zo bij de jaarwisseling als het vuurwerk zelf. Een bijzonder aspect van die discussie heb ik altijd het 'betuttelargument' gevonden. Ook binnen GroenLinks zijn er nog steeds mensen die het betuttelend vinden als een overheid consumenten zou verbieden vuurwerk af te steken. En betuttelen mag niet, want we zijn vrijzinnig.

Ik heb dat altijd wat vreemd gevonden. Niet alleen omdat het de rol en positie van de overheid volstrekt miskend. Ik heb de GroenLinkse variant van vrijzinnigheid nooit zo opgevat dat we moeten streven naar een zo afwezig mogelijke overheid. Ik geloof ook niet dat binnen GroenLinks de libertaire stroming op veel bijval kan rekenen. Waarom dan wel als het over vuurwerk gaat?

Toch kan ik me iets voorstellen bij het gebruik van dit argument. Ten tijde van het opinieartikel speelde ook de discussie over roken in de horeca, en was het CDA/PvdA-kabinet door tegenstanders succesvol gelabeld als betuttelkabinet. En als GroenLinks hadden we natuurlijk al een 'betutteltrackrecord' met in het oog springende verboden: tegen terrasverwarmers, tegen grote auto's. En dan heb ik het niet eens over onze pleidooien voor verboden op kolencentrales, scooters, bestrijdingsmiddelen, plezierjacht enzovoort.

Maar verbieden botst lang niet altijd met vrijzinnigheid. Het hoort nu eenmaal bij een politieke partij om opvattingen te hebben over hoe de samenleving er uit zou moeten zien, en langs welke weg je dat wil bereiken. De overheid - één van de grootste uitvindingen van de afgelopen eeuwen - is daarbij als enige in staat om met wet- en regelgeving te sturen. Dat is in de meeste gevallen geen enkel punt van discussie, maar zo af en toe wel. Belangrijkste drager voor het betuttelargument is dat de overheid te diep zou ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer.

Na vijf jaar in het middelpunt van de vuurwerkdiscussie te hebben gestaan, en elk jaar ook honderden mails en reacties te hebben doorgelezen, kom ik tot de conclusie dat het betuttelargument op alle gronden faalt. Sterker nog: ik wordt elk jaar nijdiger wanneer het wordt gebruikt. De reden is simpel: de vele voorbeelden van mensen die rond de jaarwisseling op geen enkele manier vrijheid ervaren en verwachten dat de overheid ze beschermt in plaats van kleineert. Laat ik de belangrijkste groepen eens langs gaan:

  • Mensen die afhankelijk zijn van een geleidehond: de laatste dagen van het jaar kunnen ze niet goed over straat. Soms wordt expres vuurwerk naar de honden gegooid.
  • Mensen met een luchtwegaandoening. Afhankelijk van de ernst moet al weken vantevoren zware medicatie worden gebruikt om de vuurwerkdampen (letterlijk!) te overleven.
  • Kinderen met autisme en hun ouders: harde knallen roepen zware schrikreacties op, en kunnen leiden tot een epileptische aanval. De laatste dagen van het jaar staan dan volledig in het teken van het beheersbaar houden van de situatie.
  • Veteranen of mensen met oorlogstrauma's.

Dit zijn mensen die aantoonbaar te lijden hebben onder onze vuurwerktraditie. Daarnaast is er nog een hele grote groep van mensen die het gewoon onveilig vindt om over straat te gaan. De publieke ruimte wordt in feite geannexeerd. In mijn ogen is het niet meer dan normaal dat er dan een beroep op de overheid wordt gedaan. Die moet er voor zorgen dat iedereen zich veilig voelt in de publieke ruimte. Dat is geen betuttelen, maar gewoon een overheidstaak. Voor de mensen die de laatste dagen van het jaar opgesloten zijn in hun eigen huis - of dat bewust ontvluchten - moet het betuttelargument trouwens helemáál bizar overkomen. In welke levenssfeer wordt er nou eigenlijk het hardst ingegrepen?

Voor mij is het geen vraag voor welke groep ik op wil komen. De belangenafweging tussen knalplezier en vuurwerkleed heb ik snel gemaakt. Een verbod op consumentenvuurwerk is naar mijn stellige overtuiging een vrijheidsbevorderende maatregel. Anders gezegd, het Bruto Nationaal Geluk neemt erdoor toe: minder milieuvervuiling, minder gewonden en meer vrijheid voor meer mensen. Dat is Groen, Sociaal en Vrijzinnig. Geen wonder dat het GroenLinks-congres zich vorig jaar in ruime meerderheid uitsprak voor het verbod op consumentenvuurwerk.

Reactie toevoegen