4 mins

'The Utopia of Rules'

recensie

Antropoloog David Graeber veegt de vloer aan met mythes over bureaucratie. Links moet zich meer tegen de controlezucht van rechts verzetten.

Van de 45 dagen durende bezetting van het Maagdenhuis besteedde de gemiddelde wetenschapper er vijftien aan het aanvragen van onderzoeksgeld.[1] Het overgrote deel van al dat werk was voor niets, want veruit de meeste verzoeken worden afgewezen.

David Graeber zou dit bericht een doorn in het oog zijn. De antropoloog was eerder aanjager van Occupy, schreef een bestseller over schuld en heeft in The Utopia of Rules zijn pijlen gericht op de veelkoppige draak van de bureaucratie. Want zo’n monster is het: hak een kop af, en je krijgt er twee voor terug.

De geschiedenis leert dan ook dat de strijd tegen reglementen, formulieren en loketten vrijwel altijd op niets uitloopt. “Meer markt, minder overheid” (Lubbers), “meer werk, minder regels” (Balkenende), of simpelweg “minder regeldruk” (Rutte): kabinet na kabinet beloofde een paradijs van vrijheid en efficiëntie, geen wist het te verwerkelijken.

Een blik in een willekeurige krant lijkt Graeber gelijk te geven. Niet alleen wetenschappers, maar ook artsen, psychologen en docenten dreigen te verdrinken in het papierwerk, om over de PGB-chaos nog maar te zwijgen. Ondanks alle kritiek en oorlogsverklaringen, is het einde nog lang niet in zicht.

Naast alle verspilling van tijd en geld voorziet Graeber nog andere problemen. De bureaucratisering van het dagelijks leven ontmoedigt zelfstandig denken en werpt een barrière tussen mensen op. Vroeger letterlijk, in de vorm van een glazen wand, tegenwoordig vooral met nodeloos ingewikkelde procedures. Open vragen en oprechte interesse zijn zo overbodig gemaakt. Elke vorm van individualisme en improvisatie wordt platgewalst onder de druk van doelmatigheid.

Op dit punt zaagt het betoog van dik hout planken, maar de kern blijft overeind. Racisme, nepotisme en groeiende ongelijkheid ten spijt, kloppen de regels en kunnen we alle vinkjes netjes blijven zetten. Deze façade van neutraliteit wordt echter alleen in stand gehouden dankzij de directe dreiging van geweld. Dat wordt duidelijk zodra er aan de ijzeren regels van het spel getoornd wordt. Denk aan de ontruiming van het Maagdenhuis of aan de verdediging van fort Europa. Van hoog tot laag wordt de aanval op de gevestigde orde afgeslagen met de wet in de ene en een wapen in de andere hand. Graeber: “politieagenten zijn bureaucraten met wapens.”

In de strijd tegen bureaucratie wordt vaak de schuld gelegd bij de overheid en wordt marktwerking als alternatief aangewezen. Dit onderscheid tussen markt en staat berust echter op een drogreden. Neem de banken. ‘Deregulering’ klinkt goed. Minder regels, meer vrijheid, en geen fantasieloze ambtenaren die de vrije jongens in de wielen komen rijden.

Maar uiteindelijk is het resultaat nog meer managers en nog meer formulieren. Tot op het punt dat de winst louter voortkomt uit rechtszaken of het verkopen van leningen aan mensen die de ingewikkelde regels niet begrijpen. Betere service door de privatisering van de telecommarkt? Minder formulieren dankzij de zorgverzekeraars? Bel Ziggo eens, of vraag het aan je huisarts.

Naar hartenlust veegt Graeber de vloer aan met wijdverspreide mythes over bureaucratie en laat hij zien hoe de mantra van marktwerking alleen heeft geleid tot het onderdrukken van creativiteit en vrijheid. Ook in Nederland zou links zich deze les aan moeten trekken. De manier waarop het de rechtse kritiek op de overheid gepareerd heeft, is mede debet aan haar huidige deplorabele staat. Schuldbewust doet links mee aan de uitverkoop van de publieke sector en aan de toenemende controlezucht op de burger. Ondertussen sleept het deemoedig het hele uitdijende rataplan als een drooggevallen boot door de geprivatiseerde woestijn achter zich aan, met als enige verdediging dat het nu eenmaal niet anders kan.

Het kan wel anders. Volgens Graeber is een verklaring voor de veerkracht van bureaucratie dat we er ondanks alles stiekem van houden. Het geeft een gevoel van veiligheid en het belooft een rechtvaardigere wereld. Dat gevoel is vals en de wereld wordt er niet beter op. Het is juist het rechtse wantrouwen dat regels zich laat vermenigvuldigen als konijnen in de lente. Het wantrouwen van de staat die, in de woorden van Tommy Wieringa, “met de vanzelfsprekendheid van een natuurwet en de brutaliteit van een gangster” steeds verder het leven van burgers binnendringt.[2]

Links kan en moet daar een ander, positiever mensbeeld tegenover stellen. Bepaalde risico's accepteren en de heiligverklaring van rendement ongedaan maken is het enige juiste antwoord op controlezucht en reglementen. Bureaucratie is geen oplossing en zal dat nooit worden.

 David Graeber: The Utopia of Rules: On Technology, Stupidity and the Secret Joys of Bureaucracy (Melville House)

 

[1]             Dit valt te op te maken aan de hand van cijfers uit een enquête die de Volkskrant hield onder 500 academici.

[2]              Wieringa zei dit tijdens de Kousbroeklezing "Niemands meester, niemands knecht" die hij begin april hield.

 

 

 

Reacties

John van Paassen

Mocht deze Davis ooit iets krijgen wat lijkt op invloed in het beleid van een land is het zaak om de stormbal te hijsen. Dit is een recept voor chaos en ellende. Natuurlijk moet je kijken naar de regels en of die niet overbodig zijn. Ooit zijn die regels met een reden bedacht en zomaar afschaffen zonder na te denken kan grote gevolgen hebben. Naar aanleiding van de cafébrand in Volendam werden er allerlei regels ingesteld en de verontwaardiging is groot als de regels niet worden gevolgd als er een ongeluk is gebeurd.

Risico's nemen en accepteren kan volop in dit land. Maar die risico's moeten niet worden afgewenteld op de samenleving en de belastingbetaler. En dat is wel wat hier wordt geprobeerd. Vertrouwen is mooi maar controle is een stuk beter. Oplichters zijn er al genoeg. Ik wantrouw iedereen die probeert te verkopen dat regels belangrijker zijn dan mensen en dat er sprake is van georganiseerd wantrouwen. Leuke volzinnen maar wat men slinks hier probeert voor elkaar te krijgen dat men de risico's en de gevolgen van het eigen onvermogen op anderen wil afwentelen. Als wetenschappers geen budget kunnen krijgen is hun plan niet goed of het rendement is onder de maat. Zo werkt het bedrijfsleven en zo werkt het ook bij universiteiten. En zo moet het ook blijven.

De bezetters van het Maagdenhuis moeten goed beseffen dat al het geld wordt opgebracht door hardwerkende mensen die graag belasting betalen maar niet om de hobby's van anderen te betalen. Rendement is een vereiste voor het draagvlak en men dient zich daarvan goed rekenschap te geven. Zinloze en onrendabele studierichtingen moeten worden geschrapt en het geld moet worden ingezet voor studies waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft. Dat betekend dat er veel meer geld moet naar technisch onderwijs en dat allerlei media en cultuurstudies moeten inleveren. Onderwijs staat in dienst van de maatschappij en is geen dagbesteding voor studenten. Ook tante Annie van driehoog achter betaald hieraan mee en ook die heeft er recht op dat het geld goed wordt besteed.

Met vriendelijke groet,
John van Paassen

John van Paassen

Herstel, ik wantrouw iedereen die MENSEN belangrijker vind dan REGELS. Dit soort valse vergelijkingen zijn gevaarlijk en leiden tot veel ellende.

Anoniem

John van Paassen verstaat de kunst om stellingen totaal uit verband te rukken, vervolgens te reageren op de zelf opgeworpen karikatuur en èn passant, onwetend, Stalin citerend.
Debat a la NuJij.nl dus.

Anoniem

laten we de bijdrage van John eens analyseren.
"Natuurlijk moet je kijken naar..." - interne tegenspraak
"Volendam" - Plattitude; Karikatuur
"risico's .. belastingbetaler" - niet onderbouwd
"Vertrouwen is mooi..." - Citaat Stalin
"Als wetenschappers" - pareert zelf verzonnen stelling
"studies waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft"; "Onderwijs staat in dienste van de maatschappij" - ergo, aanname maatschappij = bedrijfsleven

John van Paassen

Goed idee "anoniem" om mijn bijdragen te analyseren. Waarom dat allemaal anoniem moet weet ik niet maar het begint al niet erg sterk. Gefeliciteerd dat u een "interne tegenspraak" hebt gevonden. Ik zie die tegenspraak en overigens de zelfverzonnen stelling niet maar die conclusie zal u ongetwijfeld deugt doen en u zult zich verkneukelen om zoveel onkunde.

Jammer dat ik dan toch de risico's in relatie tot de belastingbetaler moet gaan onderbouwen. Dit verraad toch een zekere mate van wereldvreemdheid.

Mooi dat Volendam een karikatuur is. Daar zullen veel Volendammers blij mee zijn.

Zoals u wellicht weet is Stalin in het verleden veelvuldig geciteerd en gesteund door de CPN nog ver voordat die opging in GroenLinks dus als dat mij wordt verweten komt het wel van een onverwachte hoek. Wel positief dat u de uitspraken van een groot dictator heeft bestudeerd maar ik denk dat Stalin een geheel eigen bedoeling heeft met zijn uitspraken.

Het bedrijfsleven zoals ik die zie is inclusief kunst en cultuur bedrijven, de hulpindustrie, museumbedrijven en zorginstellingen. Kortom alle organisaties die een product leveren en meerwaarde toevoegen zijn bedrijven. Het is daarbij niet van belang of er een winstoogmerk is Het is jammer dat de belastingdienst niet inziet dat de overheid niet moet discrimineren en alle bedrijven gelijk moet belasten.

Je hebt dus de overheid en het bedrijfsleven en verder niets. De maatschappij is dus gebaat bij een gezond bedrijfsleven aangezien die het geld opbrengt om het onderwijs te financieren. Dit onderwijs zou dus beter in zijn geheel geprivatiseerd kunnen worden maar dat geheel terzijde. Ik hoef dan niet meer mee te betalen aan een hobby studie zoals Slavische talen of volkenkunde.

Wat wel opvalt is dat de strekking van mijn betoog geheel overeind blijft. Er zijn kennelijk geen argumenten voorhanden om die in twijfel te trekken en dat begint een constante te worden in discussies met linkse mensen. Geconfronteerd met de realiteit blijft er van alle frames en volzinnen weinig meer over.

Met vriendelijke groet,
John van Paassen

Reactie toevoegen