6 minuten

De basisbaan

Baangarantie voor iedereen

Ieder mens heeft recht op zinvol werk met een fatsoenlijke beloning. Dat is het uitgangspunt van ons pleidooi voor een baangarantie voor iedereen in de vorm van een basisbaan. Dit voorstel is een alternatief voor het veelgehoorde idee om iedere burger een basisinkomen te garanderen.

Wat is een basisbaan?
Een basisbaan is een (voltijds)baan tegen het minimumloon bij een gemeentelijk werkbedrijf. Er zijn verschillende organisatievormen mogelijk, maar hier beperken we ons tot gemeentelijke werkbedrijven als werkgevers.

Voor wie zijn deze banen?
In beginsel voor iedereen die kan werken, maar geen voor hem of haar aanvaardbaar werk kan vinden tegen ten minste het minimumloon. De basisbaan zou gestart kunnen worden voor mensen die langdurig in de bijstand zitten, maar uiteindelijk zijn de basisbanen er voor iedereen.

Aan wat voor soort banen denken jullie?
Wij denken aan banen die passen bij de capaciteiten van de werkzoekenden. Mogelijke basisbanen zijn: assisteren in de zorg of onderwijs; ondersteunen van patiënten in ziekenhuizen bij het vinden van de weg in het gebouw, vervoer, bedienen van computers; assisteren bij bibliotheken, sportverenigingen en buurthuizen; bewaking en onderhoud van de openbare ruimte; het regelen van verkeer bij scholen en evenementen; en het uitvoeren van kleine reparaties. Per wijk zouden teams gevormd kunnen worden van mensen die voor al deze werkzaamheden beschikbaar zijn en die vanuit de wijk direct aangesproken kunnen worden. Te denken valt ook aan nieuwe werkzaamheden die het gevolg zijn van verduurzaming, zoals het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten in wijken die van het gas af gaan. Het is daarbij belangrijk om bij het ‘matchen’ van basisbaan en werkzoekende uit te gaan van de achtergrond en ambities van mensen zelf. Daarnaast moeten de werkzaamheden ook maatschappelijk nuttig zijn. Veel werk dat nu enkel als vrijwilligerswerk wordt gedaan kan dus komen te vallen onder de baangarantie, net als mantelzorgtaken.
Het is te overwegen om te experimenteren met banen die door mensen zelf worden voorgesteld, waarbij zij wel moeten aangeven wat het maatschappelijk nut zou zijn. Natuurlijk moet bij alle basisbanen worden vastgesteld of ze voldoende omvang hebben en of ze naar behoren worden uitgevoerd.

Kunnen mensen met een basisbaan ook tegen gunstige voorwaarden gedetacheerd worden in de private sector?
Dat is niet de bedoeling. De mensen met basisbanen werken in de publieke sector en de non-profit sector. Commerciële bedrijven kunnen zich richten tot uitzendbureaus waarbij alle personen met basisbanen staan ingeschreven. Uitgangspunt bij de basisbanen is dat de betrokken werknemers beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt tegen minimumloon. Dat is een verschil met mensen die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn verklaard. Deze mensen kunnen aan de slag bij speciale bedrijven of met een loonsubsidie geplaatst worden bij commerciële bedrijven.

Hoe bevorder je de doorstroming van werknemers van een basisbaan naar een ‘gewone’ baan?
Basisbanen zijn gewone banen. Het gemeentelijk bedrijf is er primair op gericht om alle werknemers een zinvolle taak te geven die waarde oplevert voor de gemeenschap. Het bedrijf heeft niet als doel om medewerkers zo snel mogelijk weer kwijt te raken. Wel worden alle medewerkers in de gelegenheid gesteld zich bij een uitzendbureau naar keuze in te schrijven, dat voor hen zoekt naar beter betaald werk. Wie wil overstappen naar een baan in de private sector, kan in beginsel binnen bijvoorbeeld twee weken vertrekken en weer terugkomen als het niets wordt met die baan. Het gemeentelijk bedrijf zelf biedt private bedrijven de mogelijkheid om personeel in basisbanen te attenderen op vacatures.
Een basisbaan zal nooit meer betalen dan het wettelijk minimumloon. Daardoor blijft er een aansporing voor medewerkers om zelf ook te blijven zoeken naar een beter betaalde baan.

Hoe voorkom je dat basisbanen reguliere banen verdringen?
Enige verdringing is wellicht onvermijdelijk, maar die zal zeer beperkt blijven en gemakkelijk zichtbaar (en dus te bestrijden) zijn - juist omdat basisbanen geen gesubsidieerde banen in de commerciële sector zijn. Het gevolg is eerder dat basisbanen ervoor zorgen dat mensen die vergelijkbaar werk doen in de commerciële sector, maar onder slechtere omstandigheden, beter betaald zullen worden om te voorkomen dat zij overstappen naar een basisbaan.

Is dat allermaal wel te betalen?
Wij pleiten voor een fasegewijze invoering van de baangarantie met experimenten. Wat de financiering betreft, zijn er drie opties die elkaar kunnen aanvullen: extra belastinginkomsten die niet ten laste gaan van arbeid (bijvoorbeeld CO2-heffingen); het pompen van extra geld in de economie om de baangarantie te financieren via de centrale bank (De Nederlandse Bank heeft de afgelopen vier jaar gemiddeld zes procent van het BBP per jaar in de economie gebracht, maar dat verdween in de financiële sector); en extra inkomsten dankzij directe stimulering van de economie en via een sterker ervaren sociale rechtvaardigheid. Daarnaast komt er natuurlijk ook geld vrij doordat minder mensen aanspraak maken op bijstandsuitkeringen en andere ondersteuning.

Wat zijn de verschillen met de parallelle arbeidsmarkt?
De Start Foundation en hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen pleiten voor de oprichting van een parallelle arbeidsmarkt (‘P-markt’). Mensen met een beperking, die blijvend zijn aangewezen op ondersteuning, krijgen vaste contracten aangeboden. Daarnaast kent de P-markt tijdelijke transitieplekken (waar mensen worden klaargestoomd voor de reguliere arbeidsmarkt) en schuilplekken (voor als de conjunctuur tegenzit). Er wordt een participatie-inkomen betaald, dat wordt gefinancierd uit vrijgekomen uitkeringen. De belangrijkste verschillen met de door ons voorgestelde basisbanen zijn:

  1. Je kunt geen blijvende baan krijgen op de parallelle arbeidsmarkt
    In beginsel worden er alleen tijdelijke contracten aangeboden (’transitiecontracten’) op de P-markt. Aangenomen wordt dat de meeste mensen die een beroep doen op de P-markt werkloos zijn omdat zij nog niet voldoende zijn toegerust voor een (r)entree op de arbeidsmarkt, óf in tijden van grote werkloosheid hun vaardigheden op peil willen houden. In het eerste geval zullen de mensen moeten doorstromen als zij voldoende zijn toegerust, in het tweede geval moeten de mensen weer uitstromen als de werkloosheid afneemt.
  2. Mensen in P-banen ontvangen geen minimumloon
    De P-werkers krijgen een ‘participatie-inkomen’ dat hoger is dan ‘leefgeld’, maar lager kan zijn dan het minimumloon. Daarmee leggen P-banen geen stabiele basis onder de arbeidsmarkt die alle werkenden fatsoenlijk werk voor ten minste het wettelijk minimumloon garandeert, zoals dat bij basisbanen wel het geval is. P-banen zijn geen ‘echte’ banen.
  3. P-werkers kunnen werkzaam zijn bij gewone ondernemingen
    Het zou gaan om werk ‘dat in de reguliere vorm niet rendabel is uit te voeren’. De vele ervaringen met onbedoeld gebruik van loonsubsidies door het bedrijfsleven en verdringing van net iets minder marginale arbeid maken dat wij geen basisbanen beschikbaar willen stellen voor het bedrijfsleven.

Een belangrijk verschil is bovendien dat mensen bij een participatiebaan duidelijke druk ervaren om door te stromen naar de ‘reguliere’ arbeidsmarkt. Bij de baangarantie krijgen werknemers meer de ruimte om dat zelf te bepalen. De uitgangspositie vanuit een basisbaan is daarbij veel gunstiger dan in het geval van een participatiebaan. Vanuit een participatiebaan mag iemand al blij zijn door te stromen naar een baan op de reguliere arbeidsmarkt met een minimumloon; bij een basisbaan is dat het uitgangspunt.

Een baangarantie lost niet alle problemen in de arbeidsmarkt op. Hoewel basisbanen zowel voor langdurig werklozen als voor de samenleving een duidelijke meerwaarde opleveren, is het wenselijk dat deze mensen ook zicht krijgen op werk tegen een hoger loon dan het wettelijk minimumloon.

Literatuur

  • Het eerste deel van dit artikel is uitgebreider weergegeven in: B. Dankbaar en J. Muysken, “Op weg naar een baangarantie voor iedereen”, in M. Somers (red), Fundamenten. Sociale zekerheid in onzekere tijden, Minerva, Antwerpen, 2019. blz. 262 – 277.
  • P. Brouwer, J. Verhoeven en T. Wilthagen, “Geen uitkeringen meer: van sociale naar participatiezekerheid”, Sociaal Bestek, zomer 2018.
  • A. Kleinknecht, “Kritische kanttekeningen bij basisinkomen en negatieve inkomensbelasting”, in M. Somers (red) op. cit., blz. 244 -261.

Dit artikel staat in het hefstnummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen