7 minuten

Parallelle arbeidsmarkt

Werk in plaats van uitkering

Ieder jaar besteden we in Nederland ruim 26 miljard euro aan uitkeringen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Uitkeringen die de afstand tot de arbeidsmarkt vaak verder vergroten. Een parallelle arbeidsmarkt biedt mensen loon en werk in plaats van een uitkering. Dit heeft niet alleen grote voordelen voor de werknemers zelf, maar ook voor de samenleving als geheel.

Wat is de parallelle arbeidsmarkt?
De parallelle arbeidsmarkt (P-markt) biedt werk aan mensen die door beperkingen of omstandigheden, of door gebrek aan beschikbare banen, niet of nauwelijks toegang hebben tot een reguliere baan. In plaats van een uitkering ontvangen mensen op de P-markt een salaris ter hoogte van maximaal het minimuminkomen.

Wie kunnen er op de parallelle arbeidsmarkt terecht?
De P-markt biedt drie soorten voorzieningen. Permanente aangepaste werkplekken voor mensen die blijvend zijn aangewezen op ondersteuning; transitieplekken die bedoeld zijn om mensen die nog niet productief of ervaren genoeg zijn ‘klaar te stomen’ voor de reguliere arbeidsmarkt, zoals vluchtelingen, schoolverlaters of mensen die langdurig werkloos zijn; en zogeheten schuilplekken waar mensen in tijden van grote werkloosheid hun vaardigheden op peil kunnen houden en contact kunnen houden met de reguliere arbeidsmarkt.

Wat voor soort banen biedt de parallelle arbeidsmarkt?
Het gaat om banen die niet als ‘volwaardig’ worden gezien om een plek te krijgen op de reguliere arbeidsmarkt en om banen die nu nog niet bestaan, maar die wel een grote maatschappelijke behoefte zouden kunnen vervullen. De P-markt wordt vormgegeven door maatschappelijke ‘stakeholders’- overheid, bedrijfsleven, vakbonden en maatschappelijke instellingen – die het belangrijk vinden om mensen perspectief te geven. Zij bieden banen die kunnen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals eenzaamheid, de klimaattransitie en het bevorderen van veiligheid. Bij banen op de P-markt gaat het dus niet om het maken van winst, maar spelen andere waarden een hoofdrol. Belangrijk is dat de samenleving er als geheel beter van wordt.

Aan wat voor banen moeten we denken?
Bij de Enschedese stichting Sheltersuits, waar water- en winddichte jassen annex slaapzakken voor daklozen worden gemaakt, werken mensen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt: vluchtelingen uit Syrië en Eritrea, mensen die langdurig werkloos zijn, schoolverlaters. De slaapzakken worden gemaakt uit restmaterialen van een textielfabrikant. Dit is een voorbeeld van een triple win situatie: Sheltersuits biedt werk aan mensen die op de reguliere arbeidsmarkt nog geen werk kunnen vinden, ze maken een product voor daklozen, en dit product is nog circulair ook. Op basis van puur de financiële kosten en baten zou geen commerciële fabrikant dit in zijn hoofd halen. Maar de maatschappelijke baten zijn enorm. Ander voorbeeld is een sociale onderneming waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op de koffie gaan bij ouderen of zelfs mantelzorg verrichten, en daarmee de eenzaamheid onder ouderen verminderen. Of bedrijven in Brabant die gevestigd zijn op een moeilijk bereikbaar industrieterrein, die via een sociale onderneming chauffeurs aan het werk zetten om personeel en klanten te vervoeren.

Wat is het verschil tussen banen op de P-markt en de Melkertbanen van weleer?
De enige overeenkomst is dat beide systemen oplossingen bieden of boden voor mensen die op de reguliere arbeidsmarkt niet of nauwelijks kans maken op werk. Melkertbanen waren puur bedoeld als werkverschaffing. Ze werden niet in een bredere context geplaatst door ook te kijken naar de maatschappelijke opbrengsten van de baan. De P-markt moet niet alleen voordelen bieden voor de individuele werknemer, maar ook voor de samenleving als geheel. Belangrijk verschil is ook dat Melkertbanen niet allemaal gericht waren op doorstroming, en de P-markt wél. We willen niemand in die arbeidsmarkt houden, behalve mensen voor wie een reguliere baan echt geen optie is.

Wat is het voordeel van de P-markt boven loonkostensubsidie?
Uit onderzoek blijkt dat loonkostensubsidies inderdaad goed kunnen werken. Alleen is dit niet het hele verhaal. Stel, iemand is vanwege langdurige werkloosheid maar voor maximaal 40 procent productief. Dan is de redenering dat je daar zestig procent loonkostensubsidie bovenop doet om die persoon aan het werk te kunnen laten gaan. Maar de gemiddelde werkgever zit helemaal niet te wachten op iemand die permanent loonkostensubsidie nodig heeft, met alle administratieve rompslomp die daarbij komt kijken. De P-markt gaat uit van progressieve subsidie: naarmate een werknemer productiever wordt, door gewenning en routine maar ook doordat diegene werk doet dat past bij zijn of haar kwaliteiten, krijgt de werknemer meer salaris en daalt de uitkering.

Op de P-markt verdienen werknemers hooguit het minimumloon. Is het niet moreel problematisch om mensen tegen minder dan het minimumloon te laten werken?
Vooropgesteld: voor de groep die permanent is aangewezen op de P-markt, is een minimumloon gegarandeerd. Voor de andere groepen geldt dat zodra de productiviteit van een werknemer op de P-markt dusdanig groot wordt dat diegene in aanmerking komt voor het minimumloon, hij of zij doorstroomt naar de reguliere arbeidsmarkt. De keuze is vrij simpel. Momenteel ontvangen gehuwden of samenwonenden in de bijstand netto ongeveer 1400 euro, waarvoor overheid en samenleving niet altijd een tegenprestatie terugverwachten. Die tegenprestatie is afhankelijk van de persoonlijke situatie van mensen met een uitkering en het beleid van de betreffende gemeente. Zonder tegenprestatie wordt het isolement van de uitkeringsgerechtigde vergroot en neemt de kans af dat diegene ooit nog een baan vindt. Op de P-markt laten we mensen voor die 1400 euro naar eer en geweten meedraaien in de samenleving. Daar is de maatschappij mee gediend én de werknemer in kwestie krijgt zoveel meer dan alleen zijn uitkering. En nogmaals, het gaat hier om mensen voor wie de P-markt een tijdelijk station is en voor wie een reguliere baan met bijbehorend salaris in het verschiet ligt. Ik heb er veel minder moeite mee om die groep tegen minder dan het minimumloon te laten werken.

Hoe gaan we de P-markt betalen?
In de situatie van een P-markt bestaan geen uitkeringen meer. De ruim 26 miljard euro die nu aan uitkeringen wordt besteed, zou moeten worden geïnvesteerd in de P-markt. Het geld komt voornamelijk bij de mensen terecht in de vorm van loon. Het werk kan georganiseerd worden via detacheringsconstructies of bij ondernemingen die speciaal voor de P-markt zijn opgericht. 

Klopt het dat je op de P-markt geen blijvende baan kunt krijgen, zoals de auteurs van het artikel over de basisbaan stellen?
De P-markt biedt weliswaar ook tijdelijke contracten. Maar ‘tijdelijkheid’ heeft op de P-markt een andere betekenis dan gebruikelijk: zolang er geen ander perspectief is voor werknemers, blijven ze op de P-markt. Voor hen die min of meer permanent op deze alternatieve arbeidsmarkt zijn aangewezen, is wel degelijk sprake van contracten voor onbepaalde tijd. De mensen die nu het minst beschermd worden, moeten hier de meeste bescherming krijgen.

Wat zijn de verschillen met de basisbaan?
Op de volgende punten onderscheidt het initiatief van de P-markt zich van de basisbaan:

  1. Overheid als employer of last resort
    De basisbaan lijkt gekoppeld aan het idee van de overheid als employer of last resort. Wij willen juist dat alle spelers binnen de samenleving gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen, en niet dat alleen de overheid hiervoor opdraait. Bij maatschappelijk relevante banen is er daarbij geen sprake van verdringing, aangezien het gaat om maatschappelijk waardevol werk waar op de reguliere arbeidsmarkt nu juist geen plaats voor is.
  2. In beginsel iedereen op de reguliere arbeidsmarkt
    Ons streven blijft dat iedereen die daartoe in staat is, op de reguliere arbeidsmarkt thuishoort. Ik ben niet voor ‘pamperbanen’, maar wil een alternatief bieden voor mensen die op de reguliere arbeidsmarkt om wat voor reden dan ook niet welkom zijn. Mensen zelf laten bepalen of zij doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt, wat het uitgangspunt is bij de basisbaan, vind ik merkwaardig aangezien het hier om de besteding van gemeenschapsgeld gaat. De uitkering in de huidige vorm is ook geen basisinkomen. Het is wel de bedoeling dat mensen daar ooit weer uit komen.
  3. P-markt biedt meer perspectief
    In het feit dat bij een basisbaan een vaste baan tegen minimumloon het uitgangspunt is, zit het gevaar dat de basisbaan niets méér is dan de Melkertbaan waarin elk toekomstig perspectief ontbreekt. Het uitgangspunt op de P-markt is nuttig werk tegen minimumloon, met daarbij de volle inzet om waar mogelijk verder te komen dan dat minimumloon. Die P staat hier nadrukkelijk óók voor ‘perspectief’.

Dit artikel staat in het hefstnummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen