12 minuten

‘We zijn meer vastberaden dan ooit om te regeren’

Interview Paul Rosenmöller

De afgelopen dertig jaar heeft GroenLinks het nodige bereikt, maar niet dat ene: regeren. De partij is dan ook meer vastberaden dan ooit om daar verandering in te brengen, zegt Paul Rosenmöller, fractieleider van de Eerste Kamer, in een gesprek met de Helling. Samenwerking (‘geen fusie’) met de PvdA is daarvoor van het grootste belang, meent Rosenmöller. ‘Wij hebben de PvdA nodig, en zij ons.’

Als u met de blik van nu naar GroenLinks kijkt, hoe ‘groen’ en ‘links’ vindt u de partij dan?

‘Toen ik terugkeerde in de politiek als Eerste Kamerlid herkende ik veel, ook al was ik jaren weggeweest. Wat me vooral opviel was dat de thema’s waarbij we indertijd moesten vechten voor aandacht, nu urgente onderwerpen zijn geworden die bij bijna alle partijen in de top drie staan.

Het loopt je bijna over de voeten; je kan geen krant meer openslaan of het gaat over de natuur of de stikstofcrisis. In verkiezingscampagnes draait het om het klimaat en andere groene thema’s, zoals de energietransitie. Dat is enorme winst. GroenLinks kan daar goed gebruik van maken. Maar bij alle thema’s moet wat mij betreft ook het verdelingsvraagstuk meespelen, dat is het linkse aspect van de partij.’ (Meteen er achteraan:) ‘Maar dat doet Jesse heel goed hoor. Hij komt tenslotte ook uit de vakbeweging.’

Rosenmöller zegt het in het gesprek nadrukkelijk een paar keer: ‘We hebben enorme rugwind met onze thema’s die nu spelen, en die rugwind moeten we proberen te verzilveren.’ Wat hem betreft mag de stap naar het kabinet nu echt gezet worden. Want regeren: dat is er in dertig jaar tijd niet van gekomen.

GroenLinks heeft enkele keren aan de onderhandelingstafel plaatsgenomen op het moment dat de coalitie gesmeed werd, maar haakte om verschillende redenen af. Voorjaar 2021 dient de volgende kans zich aan: dan zijn er weer Tweede Kamerverkiezingen. ‘We zijn meer vastberaden dan ooit om regeringsdeelname te laten lukken. Dat voel ik wel. Het moet nu gebeuren en het moet zo progressief mogelijk. Al moeten we niet in de valkuil trappen dat we te veel weggeven en onze leden en kiezers vinden dat we, eenmaal in een kabinet, onvoldoende hebben binnengehaald.’

GroenLinks heeft wel geprobeerd om landelijk aan de macht te komen: in 2006, 2010 en 2017 is er onderhandeld over regeringsdeelname.

‘Al eerder zaten we er dichtbij. Ik weet dat we in de aanloop naar de verkiezingen van 2002 al intensief op weg waren naar regeringsdeelname. We voerden gesprekken met PvdA en CDA over het vormen van een coalitie na de verkiezingen. Daar kom je nu bij lange niet meer aan met die drie partijen, maar in die tijd was het zeker een optie. Toen kwam Fortuyn er tussendoor en die ging er met een hele hoop zetels vandoor. Ik denk dat veel mensen nu zouden willen dat GroenLinks gaat regeren.’

In 2017 liepen de onderhandelingen mis op het thema migratie. Wordt migratie weer een moeilijk punt bij eventuele coalitieonderhandelingen?

‘Dat zou kunnen, het is een lastig thema en voor veel GroenLinksers een belangrijk onderwerp. We hebben voor een heldere lijn gekozen met een ondergrens - Nederland moet zich houden aan het Vluchtelingenverdrag - en aan dat verhaal willen we vasthouden. We moeten ons realiseren dat we op dit terrein in een minderheidspositie zitten.’

Dus daar kan het weer op klappen?

‘Die kans is er, maar zo ver zijn we nog niet. Op andere onderwerpen zie ik duidelijk dat wat GroenLinks vindt, meer in de lijn is met andere partijen, zoals het maken van een omslag naar een groene, duurzame economie en een andere publieke sector.’

Rosenmöller is de man bij uitstek om zowel terug te kijken op drie decennia GroenLinks als het vizier te richten op de toekomst. Als eerste onafhankelijke kandidaat in 1989 maakte Paul Rosenmöller het fusiejaar van GroenLinks ten volle mee. In die beginjaren van de partij waren er moeizame fractiedebatten over gezamenlijke standpunten en moest uitgevonden worden wat Groen Links (toen nog niet aan elkaar geschreven) definieerde.Het mág ook moeite kosten om tot overeenstemming te komen

‘In die eerste maanden na de fusie zat het journaille te wachten op het uiteenspatten van deze onmogelijke coalitie van groene radicalen, communisten, pacifisten en evangelisten. Tot teleurstelling van sommigen is dat niet gebeurd. De verschillende ‘bloedgroepen’ waren zeker merkbaar, ik herinner me emotionele debatten over het wel of niet steunen van vredesmissies. Maar het mág ook moeite kosten om tot overeenstemming te komen, het zijn politieke beslissingen over leven en dood.’

Als fractievoorzitter beleefde hij vanaf de jaren negentig wat hij zijn ‘politieke hoogtepunt’ noemt. ‘We vierden in 1998 een verkiezingsoverwinning van vijf naar elf zetels. De partij brak onder mijn leiding door naar dubbele cijfers, alles zat mee, we werden steeds meer gehoord.’ Tot aan het begin van deze eeuw Pim Fortuyn werd vermoord, vlak voor de verkiezingen van 2002.  

Toenmalig LPF-voorzitter Peter Langendam beweerde dat ‘de kogel van links kwam’, het politieke tij kantelde geheel voor GroenLinks en de PvdA. Rosenmöller en zijn gezin kregen te maken met ernstige bedreigingen, linkse politici kwamen in het beklaagdenbankje terecht. Hij trad in 2002 af als fractievoorzitter, Femke Halsema volgde hem op.

Na jaren van politieke luwte is Rosenmöller sinds juni 2019 terug: hij is fractievoorzitter van de GroenLinks-senatoren. Energiek beent hij door de gangen van het 17de-eeuwse gebouw van de Eerste Kamer aan het Binnenhof, op zoek naar een rustige plek. Het wordt de zolder, omringd door boekenkasten vol wetboeken en met uitzicht op de Ridderzaal.

Paul RosenmöllerEen kop groene thee, een zekere woordenstroom die even stokt op het moment dat het gaat over zijn persoonlijke politieke dieptepunt: ‘Dat was zonder twijfel de maand mei 2002, een moeilijke, nare periode. Het was de drukke tijd vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen, we voeren met alle lijsttrekkers campagne, kwamen elkaar steeds tegen. De moord op Pim Fortuyn was verschrikkelijk. Hij was een aankomend collega.

En dat was niet de enige schok. Een paar dagen na de moord overleed Ab Harrewijn, mijn zeer gewaardeerde collega uit de fractie en een goede vriend. Zijn dood is toen in de pers een beetje ondergesneeuwd geraakt door alle commotie rondom Fortuyn.

Maar voor ons, voor de partij, was Ab een boegbeeld, 100 kilo strijdbaarheid. Ik trok vaak met hem op en heb veel van hem geleerd. Hij was een man van wie je kon houden. Ik kijk op die maand terug als een buitengewoon verdrietige tijd.’

Wat betekent het voor GroenLinks als klimaatthema’s mainstream-issues worden en andere partijen dit onderwerp integraal overnemen?

‘Misschien is dit iets in de categorie: ‘Elk voordeel heb zijn nadeel’. Uiteindelijk willen we allemaal een kwalitatief goede samenleving overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen. Je kunt niet overal politiek naar kijken. Ik leerde in de vakbeweging dat je toch moet gaan voor het resultaat, en soms voor het compromis. Binnen GroenLinks zijn veel mensen inhoudelijk gedreven en geëngageerd, ze willen verandering en ze willen verantwoordelijkheid nemen.’

Een politiek woord dat aan Paul Rosenmöller kleeft is ‘kwaliteitsoppositie’. ‘Dat woord ontstond al hardlopend’, vertelt hij, ‘op zo’n moment dat ik even kan nadenken over waar ik mee bezig ben. Goed oppositie voeren is niet makkelijk, realiseerde ik me toen. Goed regeren is moeilijker, dat denk ik wel. Ik heb toen gezegd tegen de fractie: ‘Wij stemmen alleen tegen als we een geloofwaardig en betaalbaar alternatief hebben.’ We gingen dus investeren in een solide programma met financiële degelijkheid en met realistische voorstellen.’

GroenLinks anno 2020, zo luidt de kritiek, dat zijn de bakfietsouders, de stedelijke, hoogopgeleide well-to-do burgers die de luxe hebben om zich te bekommeren om het klimaat.

‘Dat vind ik nogal gemakkelijke kritiek. Ik heb het in de campagne voor de Eerste Kamer gemerkt: het was niet alleen een klimaatcampagne, maar ook een linkse campagne. Van GroenLinks, zonder spatie hè. Ik ben nog uit de tijd dat die spatie weggehaald werd. Het weghalen van die spatie staat voor het werkelijk samengaan van het groene en het linkse gedachtegoed. Die gedachte vind ik nog steeds terug.’

Is er onder Jesse Klaver een linksere koers gaande dan onder zijn voorgangers, met meer aandacht voor ‘linkse’ thema’s als armoede, herverdelingsvraagstukken, de rol van de publieke sector?

Behoedzaam: ‘Hmm ja, het past me niet om daar een oordeel over te vellen. Ik heb destijds niet voor niets afstand genomen. Weg is weg. ‘Van mij zul je geen last hebben’, zei ik tegen Femke [Halsema] toen ik vertrok uit de politiek. Met Kees [Vendrik], Marijke [Vos] en Femke overlegde ik in 2002, de vraag was: wie neemt het van me over? Toen Femke besloot me op te volgen, heb ik tegen haar gezegd: ‘Ik ben dolblij dat je het onder deze omstandigheden wilt overnemen.’

Femke heeft in een heel roerige, politieke tijd jarenlang de fractie geleid en dat heeft zij heel goed gedaan. Daar neem ik mijn pet diep voor af. Dat zij het overnam, gaf me veel rust. Het was één van de betere besluiten uit mijn leven om te stoppen als fractieleider. Je kunt beter de kiezer verrassen met je vertrek dan dat je weg móet.

Ik weet niet per se of je het ‘links’ moet noemen, maar ik kan me heel goed vinden in de drie kernthema’s die nu zijn gekozen als de belangrijkste campagne-onderwerpen. Zij vormen voor mij het DNA van GroenLinks: klimaat en energietransitie, het vraagstuk van de crisis in de publieke sector en het thema van omgangsvormen en empathie, de zogenaamde ‘scorebordpolitiek’ waar Jesse het in de laatste Algemene Beschouwingen over had. We hebben daaraan meegedaan en ikzelf ook. Maar laten we proberen op een andere manier politiek te bedrijven, elkaar minder vliegen af te vangen.’

De overheid moet een schild zijn voor de zwakken, geen vergiet

In zijn Algemene Beschouwingen als senator pleitte Rosenmöller voor een herwaardering van de rol van de publieke sector. ‘We moeten toe naar een overheid die vooral presteert en die een schild is voor de zwakken, en geen vergiet. Een overheid die de regie neemt bij de energietransitie, die voor burgers een aantrekkelijke werkgever is en die een goede uitvoerder is.

Als de overheid niet levert – zie de jeugdzorg, het CBR, de Belastingdienst - hebben we een groot probleem. Mensen in de zorg en het onderwijs staken, het ambulancepersoneel schreeuwt om aandacht, de politie is ontevreden: er gaat echt wat mis in de werkgeversrol van de overheid. We hebben de publieke sector verwaarloosd, er is dringend een andere aanpak nodig.’

Toch weer even terugkomend op de ‘regeringskwestie’: je kunt pas echt iets veranderen als je in het kabinet zit. Raar dat dat ondanks de kwaliteitsoppositie nooit is gebeurd.

‘Ja, en ook jammer. We zijn niet de enigen, de SP en sommige andere partijen zaten ook nooit in de regering. Maar het is waar, het is in al die tijd niet gelukt.’

Er leiden twee paden naar macht, analyseerde politicoloog Simon Otjes onlangs in de Helling. De één is het matigen van standpunten, de ander is samenwerking. Wat vindt u de beste weg voor GroenLinks?

‘We moeten ons realiseren dat we uiteindelijk een fusiepartij zijn. Er waren vier partijen die voor zichzelf nauwelijks meer overlevingskansen zagen. Klein Links heette dat toen. Wat ik toen merkte: soms kenden ze elkaars verschillen beter dan die met de VVD. Dat geldt ook nu met het versnipperde landschap. We moeten meer samenwerken, het kan zomaar dat er straks vier of vijf partijen nodig zijn om een tot een bestuurlijke meerderheid te komen.

Ik zie de logica om met de PvdA in gesprek te gaan

Het is je dure plicht om strategisch na te denken over de vraag: ‘Hoe kunnen wij dan die stap naar regeren zo succesvol mogelijk maken?’ In eerste instantie kijk je dan naar partijen die het dichtst naast je staan. Als ik lees dat PvdA’ers en GroenLinksers bij een vragenlijst over de Europese verkiezingen veel vragen hetzelfde hebben beantwoord, dan zie ik de logica om met elkaar in gesprek te gaan.

Volgens mij hebben zowel de PvdA als GroenLinks erbij te winnen als we de contacten intensiveren. Nee, geen fusie. We hebben ieder onze eigen rol. De roots van de PvdA zitten in een breder deel van de samenleving dan GroenLinks, maar Jesse lukt het weer om veel jonge mensen naar de stembus te krijgen. Wij hebben de PvdA nodig, en zij ons.’

Dat is wat Otjes ook stelt: meestal sluit een groene partij een pre-electoraal pact met een sociaaldemocratische partij, en gaan ze na de verkiezingen met elkaar door.

‘Ja, al zeg ik er wel bij: je kunt veel leren van het buitenland, maar moet nooit kopiëren. Laten we eerst maar eens de eerste stap zetten: kijken of het lukt om na de verkiezingen samen in zo’n kabinet te komen en elkaar daar een beetje vast te houden. We moeten reëel zijn: er zullen maar weinig partijen bereid zijn om ons een aanbod te doen tot een coalitie. Zo werkt het in Den Haag niet: je moet het op eigen kracht doen. We opereren toch op of tegen een flank. Je moet je realiseren dat in the end de VVD toch liever zakendoet met de PvdA dan met GroenLinks.’

Hoe zou die samenwerking met de PvdA eruit moeten zien? Op welke thema’s?

‘Dat vind ik een zaak van Jesse. Ik heb te lang op die stoel gezeten om te weten hoe vervelend het is als ik daar nu iets over zeg.’

Zijn Eerste Kamerwerk noemt Rosenmöller vergeleken met zijn Tweede Kamertijd ‘meer ontspannen, meer op afstand, prettige omgangsvormen. Er is meer een wij-gevoel tussen de senatoren, er zijn veel minder camera’s, er wordt wat meer gerelativeerd’. Hij is weer terug op het politieke nest, ‘en dat was geen vanzelfsprekendheid’.

‘Ik heb er lang over nagedacht, want ik ben nu toch weer partijpoliticus - ook al is het maar voor één dag per week. Maar deze meer reflectieve rol past me nu. En GroenLinks is nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer, een interessante strategische positie. Ik denk daarnaast met Jesse en anderen na over de strategie van GroenLinks, over de toekomst. Naarmate de tijd vordert is het voor het voortbestaan van GroenLinks belangrijk om een keer landelijke bestuursverantwoordelijkheid te nemen. Al het is geen doel op zich. We moeten altijd scherp voor ogen houden: wat willen we per se binnenhalen?’

Minister Rosenmöller?

‘Nee, dat niet. (Stilte) Nou, laat dat maar zitten.’

Echt geen ambitie?

(Lachend:) ‘Ik kan de ambitie voor het ministerschap met gemak onderdrukken.’
 

CV Paul Rosenmöller

Geboren
Den Helder, 11 mei 1956

Politieke loopbaan
Rosenmöller was van 1976 tot 1982 lid van de maoïstische Groep Marxisten-Leninisten/Rode Morgen en leidde onder meer stakingen in de Rotterdamse haven. In 1989 werd hij Tweede Kamerlid voor het toen gloednieuwe GroenLinks. Hij zat niet in één van de vier ‘bloedgroepen’ CPN, EVP, PSP en PPR. Van 1994 tot en met 2002 was Rosenmöller fractievoorzitter. In november 2002 verliet hij de politiek, om in 2019 terug te keren als fractievoorzitter van de Eerste Kamer.

Overige functies
Bestuurder bij het Nederlandse Rode Kruis, lid van de Raad van Advies van het UWV, lid van het Comité van Aanbeveling van Peace Brigades International, lid van de Raad van Commissarissen van pensioenfonds APG, voorzitter van het Convenant Gezond Gewicht en ambassadeur van Jongeren Op Gezond Gewicht, voorzitter van de VO-raad en voorzitter van de Raad van Toezicht van de AFM.


Dit artikel staat in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen