4 minuten

Een beter milieu begint lang niet alléén bij jezelf

Opinie: Heleen de Coninck en Suzanne van den Eynden

Linnen tasjes, korter douchen, minder vlees eten: het klinkt nobel maar haalt weinig uit. Klimaatverandering is in de eerste plaats een kwestie van politiek. Dat is althans de stelling van Jaap Tielbeke in een opiniestuk dat hij onlangs publiceerde in de Volkskrant, naar aanleiding van zijn boek Een beter milieu begint niet bij jezelf dat deze week verschijnt bij uitgeverij Das Mag. Terwijl bewuste consumenten braaf hun best doen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, doet de fossiele industrie haar uiterste best om verduurzaming tegen te werken. Terwijl burgers elkaar de les lezen over ‘vliegschaamte’, houden politici vol dat Schiphol moet blijven groeien. Zij zijn degenen die zich zouden moeten schamen, schrijft Tielbeke, en niet individuen die biefstuk eten en het vliegtuig pakken. Als het toch de industrie is die het meeste vervuilt en de verandering van de politiek moet komen, dan kan ik mijn linnen tasje toch net zo goed aan de wilgen hangen?

Ecologische noodtoestand

Tielbeke heeft natuurlijk volkomen gelijk wanneer hij zegt dat de politiek de ecologische noodtoestand net zo serieus moet nemen als de coronacrisis en vandaag nog stevig moet ingrijpen. Zolang de fossiele industrie en de luchtvaart niet veranderen, zullen we de doelen van het Parijs-akkoord nooit halen. Maar met zijn stelling dat een beter milieu niet bij jezelf begint, doet hij de invloed van individuen tekort op een manier die een oplossing voor het vraagstuk hoe we de opwarming van de aarde onder de anderhalve graad houden, niet dichterbij brengt.

Schijntegenstelling

Tielbeke lijkt individuele inzet en collectieve actie tegenover elkaar te zetten als elkaar bijna uitsluitende mechanismen. Daarmee creëert hij een schijntegenstelling. Allerlei wetenschappelijke onderzoeken, onder meer samengevat in het rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) over het beperken van de opwarming tot 1.5C, laten zien dat zowel individuele actie als collectief beleid noodzakelijk zijn voor het halen van klimaatdoelen. Mensen die individueel actie ondernemen, ook als het niet primair uit milieuoverwegingen is (bijvoorbeeld een elektrische auto nemen omdat hij zo lekker snel optrekt, of zonnepanelen omdat het een investering met een goed rendement is), zijn meer geneigd om groene collectieve actie te steunen: een zonnepaneel op het dak vergroent ook de politiek. Als ieder van ons overmatig vlees blijft eten en voor elk bezoekje aan de supermarkt de auto pakt, zal onze bereidheid om de politiek ter verantwoording te roepen niet groter worden. En de politiek zal eerder tot stevig klimaatbeleid overgaan als ze zich gesteund weet door een achterban die het goede voorbeeld geeft.

Sleutelposities

Juist uit die interactie is hoop te putten. En die interactie gaat verder dan alleen tussen ‘politiek’ en ‘individu’. Mensen praten over hun duurzame gedrag, en steken anderen aan. Een deel van die mensen werkt bij een pensioenfonds, een bank of een oliebedrijf - misschien zelfs op een sleutelpositie. De gevoelde noodzaak bij het bedrijfsleven en de financiële sector om te verduurzamen kan daardoor groeien. Dit kan leiden tot meer toekomstbestendige investeringen die broeikasgasemissies kunnen reduceren, maar ook tot groene innovatie, wat leidt tot betere en goedkopere groene producten en meer mensen die voor dergelijke producten kiezen. Dat geeft weer ruimte aan de politiek om nog scherpere keuzes te maken.

Positieve dynamiek

Het is niet alleen individuele actie vanuit een gevoelde noodzaak om de planeet te beschermen die collectieve, politieke actie mogelijk maakt, en collectieve actie die individuele actie genereert. Gezamenlijk vormen individu en collectief, bedrijf en bank, een complex systeem dat moet veranderen willen we de doelen van Parijs halen. Die positieve dynamiek heeft de afgelopen decennia maar beperkt gewerkt, mede doordat de overheid het naliet er gebruik van te maken. De actie van welwillende burgers werd meer dan teniet gedaan door bijvoorbeeld fossiele bedrijven vrij spel te geven. Veel mensen zijn daardoor ontmoedigd geraakt en dreigen de handdoek in de ring gooien – een gevoel dat Tielbeke terecht niet vreemd is. Weliswaar schrijft Tielbeke dat zijn boektitel geen vrijbrief is om achterover te leunen, maar defaitisme ligt wel op de loer. Voor het beperken van de opwarming tot 1,5 graad is het juist van belang dat iedereen op zijn eigen manier bijdraagt. Hoe wij wonen, hoe we ons vervoeren, wat we kopen en wat we eten bepaalt net zo goed de haalbaarheid van de Parijs-doelen. Jouw kortere douche en vegetarische maaltijd zijn net zo onmisbaar als overheidsbeleid dat investeerders overtuigt over te stappen van fossiele naar duurzame energie, landbouw en infrastructuur. Echt: het heeft zin.

Heleen de Coninck is hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, IPCC-auteur, en lid van de Raad van Advies van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Suzanne van den Eynden is hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.

Gerelateerde artikelen