7 minuten

Rekenrente pensioenen moet in 2020 omhoog

Opinie pensioenen: Theo Bouwman

Er is nog altijd veel onvrede en onrecht als het om pensioenen gaat. Ondanks het pensioenakkoord uit 2019 waarmee werkgevers, werknemers en overheid kortingen op pensioenen voor velen hebben voorkomen. Al jarenlang wordt de rekenrente kunstmatig te laag gehouden en worden de pensioenen uitgehold. Pensioengerechtigden én pensioenopbouwers zijn daar de dupe van.

De achterbannen van vakbonden hebben het pensioenakkoord uit 2019 geaccepteerd, soms met veel scepsis. Dit jaar stijgt door dit akkoord de AOW-gerechtigde leeftijd al minder snel dan voorheen was vastgesteld. De levensverwachting stijgt immers ook minder snel.

Pas in 2022 zullen de andere afspraken uitgewerkt worden in een nieuwe pensioenwet. Daarbij gaat het onder andere om betere afspraken voor zware beroepen, een flexibeler en persoonlijker pensioenstelsel en een verplichte verzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. Met meer persoonlijke vrijheden, maar toch een collectief stelsel voor de uitvoering en risico’s.

Welke maatschappelijke groep accepteert zo’n inkomensklap?

Het nieuwe pensioenstelsel gaat meer meebewegen met de economische conjunctuur. Dat betekent geen levenslange welvaartsvaste uitkering van een pensioen, maar naast de mogelijkheid van kortingen bij tegenspoed, toch ook pensioenstijgingen bij voorspoed.

Dat wenkend perspectief werd positief bejegend, zeker als men de opgelopen inflatieachterstand van de afgelopen jaren in ogenschouw neemt.

De opgelopen inflatieachterstand betekent al gauw 15 tot 20 procent inkomensachteruitgang voor de pensioengerechtigden. Maar ook de pensioenopbouw van werkenden liep flinke schade op. En dat alles in de periode na de crisis waarin de economie zich enorm herstelde. De pensioenpot verdubbelde in die periode tot bijna 1.500 miljard euro. Welke maatschappelijke groepen accepteren zo’n inkomensklap? Geen enkele, toch?

Rekenrente en Dijsselbloem

De reden waarom pensioenfondsen al jaren geen inflatiecorrectie kunnen uitkeren, maar hooguit kortingen kunnen voorkomen, is de gehanteerde rekenrente. Die rekenrente is gekoppeld aan de marktrente, de rente van staatsleningen in het bijzonder. De rekenrente is niet aan zomaar de marktrente gekoppeld, maar aan een ‘risicovrije’ marktrente. Recent heeft de adviescommissie Parameters (Dijsselbloem) dit opnieuw geadviseerd.

Mede dankzij de gigantische opkoopprogramma’s van leningen door de ECB, verwacht men dat op langere termijn de rente nauwelijks boven de 0 procent zal blijven. De pensioenfondsen moeten voor hun héle vermogen verplicht met de risicovrije marktrente rekenen om aan hun uitkeringsverplichtingen op lange termijn te kunnen voldoen.

De vermogensopbouw van pensioenfondsen wordt echter niet weerspiegeld in deze verplichting. Pensioenfondsen beleggen immers een klein deel in staatsleningen en verreweg het grootste deel in aandelen en obligaties van bedrijven. Sinds begin jaren negentig leverde dat een gemiddeld rendement op van 7 procent. Daarom groeien de pensioenpotten als kool.

Een voorbeeld. In de eerste helft van 2019 steeg het vermogen van de pensioenfondsen met 161 miljard euro, meer dan 12 procent winst op beleggingen (cijfers DNB). De uitgekeerde pensioenen in 2018 aan 3,3 miljoen mensen bedroeg 31 miljard, terwijl de inkomsten uit premies 33 miljard waren. Kortom, de hele vermogenswinst kan worden toegevoegd aan de algehele pensioenpot.

Zie hier het bizarre effect van het hanteren van een ‘politiek’ bepaalde rekenrente, die totaal los staat van de werkelijkheid. Dat blijkt ook uit het feit dat Duitsland en België een andere rekenrente gebruiken, namelijk rond de 3 procent. Als we die in Nederland toepassen kan de inflatie gecorrigeerd worden en de inkomensderving langzaam worden ingelopen. Kortingen zijn dan verleden tijd, ook als het een tijdje niet goed gaat met de economie.

Pensioenbrief: jong ook de dupe

Bovengenoemde voorbeelden komen uit de ‘Pensioenbrief’ die ruim vijftig deskundigen in oktober 2019 aan de Tweede kamer stuurden. In het memo bepleiten zij om de huidige rekenregels voor pensioenen aan te passen. Het is een ‘pleidooi voor een rekensystematiek die meer aansluit bij de werkelijkheid, zoals dat ook expliciet door de Europese Pensioenrichtlijn (IORP II) mogelijk wordt gemaakt’.

Als die rekenrente niet de nu gehanteerde risicovrije marktrente zou zijn, maar een (minimale) marktconforme rente, dan springen de dekkingsgraden met 10 tot 30 procent omhoog. Zelfs als die marktconforme rente onder de 3 procent van onze buurlanden blijft. Daarmee zijn de pensioengerechtigden uit de brand. Maar hoe zit dat dan met de jongeren, de pensioenopbouwers? Zijn de pensioenpotten op lange termijn dan leeg?

Voor de pensioenopbouwers geldt eigenlijk hetzelfde als voor de gepensioneerden. De onzekerheid over de toekomstige uitkeringen neemt toe. Om aan de ‘strenge’ rekensystematiek te voldoen, worden niet alleen uitkeringen gekort, maar moeten ook de pensioenpremies voor jongere pensioendeelnemers en werkgevers omhoog. Naar verwachting zelfs zeer fors, mogelijk tussen de 10 en 30 procent.

Pensioendeelname is nu voor jongeren onaantrekkelijk, terwijl de kracht van het stelsel ligt in collectiviteit

De kans dat die premies zo sterk kunnen stijgen, is klein. ‘Dat betekent dat de doelstelling uit het Pensioenakkoord dat deelnemers na veertig dienstjaren een pensioen van 70 procent middelloon hebben opgebouwd, bij lange na niet wordt gehaald.’ Aldus de deskundigen in de Pensioenbrief, die verwachten dat jonge deelnemers wellicht zelfs tussen de 30 en 35 procent van het eindloon uitkomen.

Dat ondergraaft ook bij jongere deelnemers de aantrekkelijkheid van deelname aan dit pensioenstelsel, terwijl de kracht daarvan nu net ligt in de collectiviteit van uitvoering en risico’s. Individuele beleggingen zullen de hiervoor genoemde rendementen nooit halen.

Oplossing: rekenrente met twee componenten

De oplossing van de vijftig ondertekenaars van de pensioenbrief ligt in het verlengde van voorgaande analyse. Kort samengevat: de rekenrente moet uit twee componenten bestaan. Enerzijds een risicovrije rente, anderzijds een deel gebaseerd op gerealiseerde rendementen. Bij dit laatste denkt men aan het voortschrijdend gemiddelde rendement per pensioenfonds van de laatste tien jaar.

Over de verhouding tussen de componenten, de bandbreedtes, risicoprofielen, en dergelijke zou een commissie van deskundigen uitsluitsel moeten geven. Deze mag kortom het huiswerk van de adviescommissie Parameters (Dijsselbloem) eens stevig overdoen.

Bij deze benadering zullen de pensioenpotten absoluut niet leeg zijn, maar zijn de pensioenen op lange termijn geborgd. Een prima balans tussen jong en oud!

Politiek aan zet

De reactie in juni van de vakbeweging en politieke partijen (waaronder de SP, PVV, 50PLUS, DENK en GroenLinks) op het advies van de commissie Dijsselbloem voor een risicovrije rente was helder. Een ‘minimale rekenrente’ vinden zij beter - ook al gaven PvdA en GroenLinks in januari 2019 geen steun aan het voorstel van 50PLUS om de rekenrente aan te passen. In oktober kwam de Pensioenbrief naar de Kamer met bovengenoemd voorstel.

Het CDA reageerde tijdens het partijcongres in november op de Pensioenbrief met voorstellen aan het congres om een onderzoek in te stellen. CDA-leden stelden voor de ‘mogelijkheid te onderzoeken om een nieuwe, prudente rekenrente methodiek vast te stellen.’ Daarbij moet rekening gehouden worden met de werkelijk behaalde rendementen. Duidelijker is het CDA nooit geweest.

De PvdA moet toch over de streep te trekken zijn

Tegen deze achtergrond is het van belang om het politieke draagvlak voor zo’n onderzoek door een nieuwe commissie Parameters te vergroten. D66 is vooralsnog niet zover. Minister Koolmees heeft een voorstel daartoe afgewezen bij de Algemene Financiële Beschouwingen. Maar de PvdA moet toch over de streep te trekken zijn. De PvdA was samen met GroenLinks al tegen korten. En daarna de rest van de politieke schapen. Dit vraagstuk reikt immers verder dan alleen de 3,3 miljoen uitkeringsgerechtigden. Het raakt ook werkenden en werkgevers. Dus VVD?

Een noodwet om de rekenrente snel aan te passen, zou het passende slot kunnen worden op basis van dit onderzoek. De nieuwe Pensioenwet volgt waarschijnlijk pas twee jaar later.

Druk vergroten

Om de politiek te stimuleren, is het nodig om acties te voeren. Oud-vakbondsbestuurder Henk van Rees liet zich recent in het Eindhovens Dagblad ontvallen dat het ‘na het boerenprotest hoog tijd is voor pensioenacties’. Ouderen en hun werkende kinderen moeten hand in hand op weg naar Den Haag. Solidair tegen kortingen en premiestijgingen.

Het zal duidelijk zijn dat vakbonden samen met politieke partijen acties moeten gaan voeren. Daarbij is het van belang dat de ouderenorganisaties zoals KBO, ANBO en PVGE nog verder uit hun schulp kruipen. De online handtekeningenactie in december 2019 van KBO e.a. met 70.000 ondertekenaars voor aanpassing van de rekenrente is een leuk begin, maar zet waarschijnlijk weinig zoden aan de dijk. Dat geldt eveneens voor de handtekeningenactie van de ANBO.

Basisrechten uit de Europese Pensioenrichtlijn worden met voeten getreden

Ook rechtszaken tegen de Staat wegens in gebreke blijven, zijn een noodzakelijke weg om de druk te vergroten. Immers, basisrechten worden met voeten getreden. Die staan in artikel 45 van de Europese Pensioenrichtlijn ‘Het beschermen van de rechten van deelnemers en pensioengerechtigden en het garanderen van de stabiliteit en soliditeit van de pensioenfondsen’.

Recent hebben de KBO-Brabant en Stichting Pensioenbehoud die stap gezet. De Vereniging Pensioenverlies is zich ook aan het voorbereiden om de Staat voor de rechter te dagen, omdat zij het ABP jaren geleden (onder de kabinetten Lubbers) premies heeft onthouden.

Als dat nog niet genoeg is, dan zijn er voldoende caravannetjes om héél, héél langzaam naar het Malieveld op te trekken. En daar wekenlang te blijven. Het is mooie camping, de kampeerders hebben tijd zat.

Reacties

Joop Böhm

Zouden burgers niet beter beschermd moeten zijn tegen dergelijke politieke willekeur? Politieke partijen worden geacht de belangen van de burger te behartigen, maar in plaats daarvan wordt hen geld afhandig gemaakt.
Wetten in het strafrecht geven wel bescherming tegen personen die je beroven, maar nota bene de rijksoverheid kan willens en wetens haar eigen burgers straffeloos geld ontnemen.
Dan is het toch logisch dat de burger het vertrouwen in die overheid volkomen kwijt is!

Henk Daalder

De auteur van dit artikel snapt niet wat er aan de hand is
Er is een pensioenakkoord
Nu wordt er onderhandeld over de uitwerking daarvan.

De rekenrente speelt daar geen rol meer in
Er wordt gewerkt aan een nieuw pensioencontract, gebaseerd op de beschikbare hoeveelheid kapitaal. Er is veel meer kapitaal dan nu nodig is.
Dus komt er een pensioen, waarbij elk jaar een aanvulling gegeven wordt, op basis van de verwachte rendementen, dit is wel een risico voor de deelnemer, maar beter dan de zekerheid van een gesloopt pensioen, zoals in het huidige stelsel

loes butter

Het nieuwe pensioenakkoord heeft 1 gegeven waar daar minister Koolmees halstarrig aan vastgehouden wordt: de huidige rekenregels. Jouw verwachting dat er een pensioen komt met een jaarlijkse aanvulling van de verwachte rendementen lijkt me daarom te rooskleurig. Wat betreft het gesloopte pensioen van nu, dit wordt kunstmatig als gesloopt voorgesteld. Indien er met een reële rekenrente was gewerkt, dan was er nog steeds sprake van het beste pensioenstelsel.

Theo Bouwman

Er worden nu allerlei modellen doorgerekend en hoe meer het pensioencontract solidair is, des te meer zal de rekenrente een rol spelen! En ik ben - net als de vakbonden - voor een systeem gebaseerd op solidariteit met enkele vrijheden!
De risicoloze rekenrente moet daarbij op de schop en de volledige beleggingsresultaten weerspiegelen. Goed voor jong én oud!

Harry Bollema

EIOPA - de Europese toezichthouder op verzekeringen en bedrijfspensioenen - hanteert zuiver actuariële uitgangspunten voor de vaststelling van zowel de pensioenpremie als voor de berekening van de pensioenverplichtingen. De ontvangen pensioenpremies worden omgezet in renderende beleggingen en verschijnen als Financiële Activa op de debetzijde van de pensioenbalans. De tegenhanger ervan – de uit de ontvangen pensioenpremies voortvloeiende pensioenverplichtingen staan als Technische Voorzieningen op de creditzijde van de pensioenbalans.

Door zowel voor de pensioenpremies als voor de pensioenverplichtingen dezelfde rekenrente te hanteren, is in principe sprake van evenwicht in de pensioenbalans. Immers: de premies worden belegd, en maken als financiële activa deel uit van de debetzijde van de balans. De tegenhanger - de pensioenverplichtingen (technische voorzieningen) - staan op de creditzojde van de balans.

De Nederlandse overheid heeft in 2005 ervoor gekozen om vrijelijk te ‘winkelen’ in de EU-pensioenrichtlijn IORP I, later opgevolgd door IORP II. Zo zijn de bepalingen aangaande de Technische voorzieningen (art. 15), het Voorgeschreven eigen vermogen (art. 17) en de Beleggingsvoorschriften (art. 18) onjuist in de Nederlandse pensioen wet- en regelgeving omgezet.

Tegelijkertijd heeft de overheid verzuimd om in de art. 10 van de Pensioenwet (Karakter pensioenovereenkomst) de collectief beschikbare premieregeling (CDC-regeling) op te nemen. De meeste pensioenregelingen in ons land worden CDC gefinancierd.

Bij een CDC-pensioenregeling staan voor een werkgever de kosten vast. De werkgever verplicht zich er uitsluitend toe een vaste premie te betalen.
Bij deze vorm van pensioen wordt de precieze hoogte van het pensioen pas bepaald wanneer de deelnemer met pensioen gaat. De hoogte is afhankelijk van de betaalde premie en de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten.

Kortom: bij CDC-pensioenregelingen liggen alle risico’s (lang leven, beleggingsrisico) bij de collectiviteit van de deelnemers.

Gevolg van deze nalatigheid: CDC-regelingen wordt – tegen beter weten in – aangemerkt als een uitkeringsovereenkomst; ook wel Defined Benefit (DB-) regeling genaamd. Bij DB-regelingen staat de pensioenuitkering vooraf vast (in de volksmond: het gegarandeerde pensioen, dat overigens nooit heeft bestaan)

En ook: voor CDC-regelingen zijn de strenge eisen van de EU-pensioenrichtlijnen IORP I en II NIET van toepassing.

De dekkingstekorten bij de Nederlandse pensioenfondsen zijn het logische uitvloeisel van art. 123 lid 2 en 3 van de Pensioenwet. Daarin wordt bepaald dat de pensioenpremies ‘gedempt’ mogen worden.

In rond Hollands: er mogen lagere dan kostendekkende premies bij de werkgevers in rekening gebracht worden, door bij de vaststelling ervan rekening te houden met toekomstige rendementen op de belegde activa.

Echter: voor de vaststelling van de pensioenverplichtingen heeft de overheid ervoor gekozen de pensioenfondsen op te zadelen met de zgn. risicovrije rente (DNB-RTS). In art. 126 lid 2a Pensioenwet moeten de pensioenverplichtingen worden berekend op basis van marktwaardering. Daarbij worden pensioenverplichtingen impliciet beschouwd als verhandelbare financiële producten, wat volkomen onzin is.

Als de rekenrente voor zowel de premies – thans ca. 2,5% - als voor de verplichtingen gelijk is, dan is er voor de dekkingsgraden van de pensioenfondsen weinig tot niets aan de hand.

Uitgaande van de huidige ca. 0,8% risicovrije rekenrente voor de vaststelling van de VPV zou de daarmee vast te stellen pensioenpremie richting de 45% tot wel 55% stijgen. Dat is slecht nieuws voor zowel werkgevers als de werknemers.

En wie maken bij de pensioenfondsen de dienst uit? De werkgevers(organisaties) en de vakbonden. Zij bepalen de facto de door werkgevers te betalen pensioenpremies. Werkgevers zijn tegen omdat daardoor de personeelslasten enorm stijgen; de vakbonden zijn tegen want die hoge pensioenpremies gaan ten koste van de netto lonen.

Kortom: kansloos dat de risicovrije rekenrente ook gaat gelden voor de berekening van de pensioenpremie.

Beter is dan ook om voor de vaststelling van de rekenrente voor de pensioenverplichtingen eveneens rekening te houden met de toekomstige rendementen. Zo was dat in de voorganger van de Pensioenwet, de Pensioen en Spaarfondsen wet, en zo zou het ook weer moeten worden. Daarmee worden de klassieke actuariële uitgangspunten voor zowel de premies als de verplichtingen in ere hersteld.

Een Europese richtlijn moet binnen 2 jaar in de wetgeving van de lidstaten zijn verwerkt. Indien een Europese richtlijn niet of niet tijdig in de nationale wetgeving is verwerkt, krijgt deze richtlijn een rechtstreekse werking.

De Stichting Pensioenbehoud en de KBO Brabant hebben vanwege die onrechtmatige - want incorrecte - implementatie van voornoemde bepalingen in de EU-pensioenrichtlijnen een procedure tegen de Staat aangespannen.

Cas Tuyn

We kunnen vaststellen dat het pensioenakkoord heeft gefaald om gepensioneerden te behoeden voor korten, en eindelijk wel te indexeren.
We kunnen vaststellen dat de idioot lage 0,6% rekenrente van Koolmees heeft gefaald.
We kunnen vaststellen dat Koolmees heeft gefaald.
Koolmees heeft dit ook toegegeven door afgelopen week plotseling de rekenrente los te willen laten en een compleet nieuw spel te bedenken waarmee hij de gepensioneerden nog langer kan sarren en beroven. Nu is het genoeg.

Zoals in deze opinie ook al is aangestipt is de cashflow van alle pensioenfondsen dusdanig dat er elk jaar tegen de 100 miljard vermogenstoename is, en er is inmiddels zoveel vermogen dat de huidige gepensioneerden het niet opkrijgen. Dat is dus waardeoverdracht van oud naar jong. Niet andersom zoals Koolmees en Knot ons blijven voorliegen.

We kunnen niet in de toekomst kijken, maar omdat de pensioenroof door Koolmees en zijn voorgangers al 13 jaar plaatsvindt (na het in 2007 loslaten van de vaste rekenrente van 4,0%), kunnen we wel de Koolmees rekenrente en ons voorstel 3,5% toetsen aan de werkelijkheid sinds 2007. Dat heb ik verleden jaar gedaan op http://breedprotesttegendepensioenroof.nl/rekenrente.html Wie die grafiek van het pensioenvermogen daar ziet, merkt op dat de Koolmees-rekenrente ons arm rekent en voorspelt dat we nu minder dan 1000 miljard gespaard hebben, 800 miljard minder dan de werkelijkheid. Je ziet ook dat je slechts met een rekenrente van 3,5% rond de 1200 miljard uit zou komen, nog steeds met 600 miljard 'over' als buffer voor slechte beursjaren, en voor toekomstige deelnemers. Juist: waardeoverdracht van oud naar jong. Met die 3,5% rekenrente stijgen de dekkingsgraden tot boven de 150% en is het mogelijk om in 2020 al de niet-geindexeerde gepensioneerden er 19% inhaal-indexatie bij te geven, en de pensioenleeftijd terug te zetten op 65 jaar, nog steeds het hoogste van heel Europa.

De gevolgen:
- Als de gepensioneerden er 19% bijkrijgen, dan krijgt de overheid ook 19% meer inkomstenbelasting (van die groep).
- Het extra inkomen stelt de jarenlang afgeknepen gepensioneerden in staat om luxer te leven, dus hier profiteert de economie van, en de overheid dus opnieuw via de belastingen,
- Oudere werknemers krijgen weer zin in hun werk, want het pensioen komt dichterbij, en verhoging tot 71 jaar, wat Koolmees ons voorspiegelde voor de jongere werknemers, is ook van de baan.
- Het complete pensioenakkoord kan op de schroothoop. Het huidige systeem is het efficientst en sociaalst voor de werknemers. Alle winst blijft bij de deelnemers van het pensioenstelsel. Bij persoonlijke potjes en pensioen via verzekeraars verdwijnt de winst in de zakken van aandeelhouders.

Ik nodig GroenLinks van harte uit al onze eisen http://breedprotesttegendepensioenroof.nl/eisen.html in hun verkiezingsstandpunten op te nemen en vanaf vandaag ook zodanig te stemmen, want wij volgen de standpunten en kiesgedrag van alle politieke partijen in onze 'Kieswijzer tegen de Pensioenroof' op http://breedprotesttegendepensioenroof.nl/kieswijzer.html

51% van de kiezers is ouder dan 50 jaar, laat zien dat GroenLinks ook voor hen opkomt. Voor en na de verkiezingen.

Bert van Heeswijk

Prima verhaal Cas.
Ben blij dat de pensioenaffaire langzamerhand de goede richting opgaat en dat de duistere bedoelingen van Koolmees, Rutte, Dijsselbloem etc doordringen bij een groeiende groep.

M.Plasmeijer

Mijn werkgever belooft ik krijg een waardevast pensioen als ik werknemer bij zijn bedrijf word, op basis van deze belofte nam ik deze baan aan.,. als het pensioenfonds daar niet aan kan voldoen moet de werkgever bij passen uit de winst die al jaren 7% of meer was zodat ik een waardevast pensioen behoud. Belofte nakomen.

Jan Schut

Einde van Rutte drie en zeken geen Ruttevier, Excit!

Gerelateerde artikelen