8 minuten

Tussen feiten en verhalen

Feiten zijn onmisbaar voor een democratisch politiek debat, schrijven Kathalijne Buitenweg en Richard Wouters. In een tijd waarin informatie en desinformatie zich gemakkelijk online verspreiden, moeten we inzetten op het beschermen en toegankelijk houden van journalistiek. Het is tijd voor een herwaardering van de vrij pers, betogen zij, omdat die tegenwicht kan bieden aan de algoritmen, bots en deep fakes die op social media te gemakkelijk hun podium verkrijgen.

De positie van de feiten wordt bedreigd, is de stelling van de auteurs. Hoewel ik de lijnen van hun betoog grotendeels onderschrijf, zijn bij deze stelling een aantal interessante vragen te stellen. ‘De positie van de feiten wordt bedreigd.’ Wat is dan die positie? Waarom hebben feiten überhaupt een positie, en wat maakt dat deze het verdedigen waard is?

Het stellen van deze vragen, en het zoeken naar de antwoorden erop, biedt mogelijk zicht op de weg uit de paradox van de platformdemocratie: de paradox dat juist de vrijwel grenzeloze vrijheid op sociale platforms ertoe leidt dat de vrijheden van de democratie in het geding komen door onjuiste feiten. De paradox dat de vrije pers wordt bedreigd door de ongebreidelde vrijheid van het debat online.

De positie van feiten

Positie: in eerste instantie suggereert ‘positie’ een vorm van autoriteit. Een positie wil zeggen, ertoe doen, belangrijk zijn. Dat belang wordt duidelijk in het citaat van Timothy Snyder dat Buitenweg en Wouters aanhalen: “Wie afstand doet van de feiten, doet afstand van de vrijheid.” Immers, zo is de gedachte: zonder feiten is er geen kritiek mogelijk op de macht. Elke kritiek is even zinloos of zinvol, verschillende meningen onderling inwisselbaar.

De positie van de feiten is er dus één van autoriteit die de meningen en interpretaties van beide partijen overstijgt. Dat social media een belangrijke nieuwsbron geworden zijn, staat buiten kijf: verschillende partijen mogen vervolgens op basis van dit gegeven twisten of dat een goede of een slechte ontwikkeling is.

Op basis van dit gegeven: “Een democratie kan niet zonder gedeelde feiten.” Gedeeld, dat zien de auteurs als ‘erkend door beide partijen’: “Zo ontstaan gedeelde feiten. De waarheid komt tot stand in dialoog.” Dat is niet niets: in de discussie rond de platformdemocratie staat nu de waarheid op het spel.

Feitenpolitiek

Het zegt veel over het belang dat we aan feiten hechten. Van evidence based politics tot data driven policy, maar ook de populariteit van non-fictie is veelzeggend. Als de positie van feiten wordt bedreigd, dan zeker niet in de zin dat het belang ervan niet wordt onderkend. Meer dan ooit lijken we houvast te zoeken bij de feiten.

Je kan erover twisten of de feiten deze positie, aan de basis van ons handelen, het startpunt van ons denken, wel verdienen. Let wel, dat is geen feitelijke discussie. Zijn grote en monumentale bewegingen ooit geïnspireerd geweest door feiten? Draaide de Franse Revolutie of de Amerikaanse Civil Rights Movement om feiten? Gelijkwaardigheid, solidariteit en vrijheid zijn geen feitelijke categorieën. De discussie over vrijheid tegenover veiligheid, bijvoorbeeld, is los van feitelijkheden over camera’s en trackers te voeren.

Sterker nog, het verwijzen naar feiten kan in zulke discussies de blik vertroebelen. Het gaat immers om principes, om waarden en normen. Sterker nog, vaak is het zinvoller om op basis van hypothetische situaties te discussiëren. Stel dat het kon: zou jij je voorzien van een chip die Alzheimer tegengaat, maar waarmee artsen je gedachten zouden kunnen achterhalen?

Gedeelde feiten

‘Een democratie kan niet zonder gedeelde feiten’: als we de nadruk in die frase verschuiven, komt er iets belangrijks in het zicht. De houvast die we zoeken bij de feiten komt voort uit het feit dat we tasten in het duister. Er gebeurt zoveel in de wereld, en meer dan ooit weten we daarvan. Van alle kanten komen de feiten op ons af.

Feiten an sich zeggen ons niets, net als data zonder interpretatie, of bewijs zonder hypothese.

Maar feiten an sich zeggen ons niets, net als data zonder interpretatie, of bewijs zonder hypothese. Feiten vergen interpretatie, het toedichten van belang. Dat gebeurt juist zonder feiten, maar op basis van waarden en prioriteit. Andersom heb je geen gedeelde feiten nodig om het oneens te zijn, zoveel blijkt wel uit de felle discussies rond de coronamaatregelen.

Precies dat is waar social media in het spel komen. Natuurlijk wordt er ook daadwerkelijke desinformatie verspreid, en deepfakes zijn een beangstigend fenomeen. Maar wezenlijker is het dat feiten worden gedeeld en verspreid binnen groepen op basis van hun gedeelde waarden, prioriteiten en uiteindelijk, hun gedeelde waarheid.

Tussen feiten en waarheden

Die feiten zijn geselecteerd omdat ze passen binnen die waarheid. Soms vertekend of uit context gehaald, natuurlijk. Maar niet altijd is dat kwade opzet: het is moeilijk om feiten ‘juist’ te interpreteren, en voor elke overtuiging is wel een wetenschappelijk onderzoek te vinden dat het steunt.

In een wereld vol feiten is cherrypicking nauwelijks een zonde te noemen. Niet voor niets is het een lang traject voor je jezelf wetenschapper mag noemen, en als wetenschapper word je geacht beter te weten hoe je je feiten selecteert. Maar als leek op internet, een feitelijke wereld zonder waarheid, is tast je in het duister. Waarheid vind je bij anderen, en die zoek je op basis van wat jij al als waar zag en erkende.

Precies dat gebeurt op social media: handen reiken in het duister en vinden elkaar in een gedeelde waarheid, ondersteund door gedeelde feiten. De positie van de feiten is niet hetgeen dat bedreigd wordt, feiten worden gezocht en gewaardeerd als nooit tevoren. Gedeelde waarheden die de filterbubbels overstijgen, dát is waar het ons aan ontbreekt.

Gedeelde verhalen

Het pleidooi voor een sterke publieke omroep past hierbij, maar om een andere reden dan die van Buitenweg en Wouters. Voor hen ligt de kracht van kwaliteitsjournalistiek in feitelijke juistheid en integriteit. Geheel in die geest is hun oplossing voor online fake news dan ook het plaatsen van fact checks: de nadruk ligt op feiten. Als we maar zoveel mogelijk feiten verspreiden, is de gedachte, dan delen mensen die basis, en start van daaruit het gesprek.

In een gesprek vinden mensen een gedeelde basis.

Maar draai dat eens om: in een gesprek vinden mensen een gedeelde basis. In veel gevallen zal die niet feitelijk zijn. Mensen vinden elkaar niet in het feit dat water kookt bij 100 graden Celcius, en evenmin in een procentuele stijging van de werkeloosheid. Ze vinden elkaar in bepaalde waarden en normen, verhalen, hobby’s en sentimenten.

Dat is een onderbelichte rol van de publieke omroep, maar wel een belangrijke. Van links tot rechts, van oud tot jong, van voetbalsupporters en metalheads tot bibliothecarissen en koordirigenten, mensen kunnen elkaar vinden in Heel Holland Bakt en Wie is de Mol? Hoe banaal dit ook mag klinken, dit schept een band. Ik denk aan mijn grootouders die met de hele buurt naar dezelfde radiozender luisterden. Gedeelde verhalen, veel meer dan feiten, is waar de publieke omroep zijn bijdrage aan sociale cohesie levert.

Online vertrouwen?

Het vertrouwen in de journalistiek dat uit het betoog van Buitenweg en Wouters spreekt, wijst in dezelfde richting. Let op: zij hebben dat vertrouwen, en geven daarom de journalistiek en de feiten een bepaalde autoriteit en positie. Precies aan dat vertrouwen echter ontbreekt het bij de mensen die ‘alternative facts’ verspreiden. Om die reden is het maar de vraag of het verspreiden van fact checks helpt: breng je daarmee gedeelde feiten, of zaait die benadering juist verdeeldheid?

Vertrouwen. Als social media ons iets leren, is dat mensen autoriteit en vertrouwen niet verlenen op basis van feiten, maar op basis van reputatie. Je belandt in een bubbel, een videoreeks of een thread op een forum op basis van wat je al kent, weet en onderkent. Met andere woorden, op basis van wat je al vertrouwt. Je vindt daar exact de feiten, al dan niet juist, die passen bij de vertrouwde waarheid. Het vertrouwen dat de auteurs in wet- en regelgeving stellen is niet terecht: regels kunnen dit mechanisme maar zeer ten dele voorkomen. Belangrijker is, denk ik, zonder mij op feiten te kunnen beroepen, het vertrouwen van mensen herwinnen. En dat gebeurt, is mijn stellige overtuiging, niet online.

Offline delen

Met een platformdemocratie wordt een online platform bedoeld: je zou het haast vergeten, maar mensen zijn online echt iemand anders dan offline. Ik kan offline met veel mensen praten, en met de meeste mensen wel door één deur. Online, daarentegen, kunnen volslagen onbekenden mij met één zin deprimeren, boos maken, van zich afdrijven zonder dat ik ze ooit gezien of gesproken heb.

Mensen worden online gemanipuleerd door bots en algoritmes, maar dat is slechts een deel van het probleem. Het voornaamste probleem is dat je online zelden een echt gesprek krijgt. Het ontbreekt niet aan gedeelde feiten, de positie van feiten wordt eerder bedreigd door het vele delen. Belangrijker is het gebrek aan gedeelde waarheden en gedeelde verhalen.

Gedeelde verhalen hoeven geen sprookjes te zijn, en evenmin een samenzang van het Wilhelmus, noch in Heel Holland Bakt. Maar dat kan wel, want het gaat niet om wat er wordt gedeeld. Vertrouwen win je persoonlijk, niet via een scherm. Delen doe je niet online, maar in een echt gesprek. Delen is een werkwoord: het vereist naar buiten gaan en je onder de mensen begeven.

Hoewel een platform zeker baat heeft bij de voorgestelde keurmeesters en poortwachters, journalisten en factcheckers, denk ik dat een online wereld vooral gebaat is bij een gezonde portie offline tegenwicht. “Neem een krant,” besluiten Buitenweg en Wouters. Ik zou daaraan toevoegen: maak een praatje.

 

 

Het artikel 'Red de feiten, versterk de vrije pers' staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

 

Reactie toevoegen

Gerelateerde artikelen