3 minuten

We zijn één

Column Robbert Bodegraven

‘Ik ben omdat wij zijn, omdat wij zijn, ben ik.’ Dat is zo’n beetje de kern van de Afrikaanse filosofische stroming Ubuntu. In de westerse wereld laten we ons liever door een ander credo leiden. Het ‘Ik denk, dus ik ben’ van Verlichtingsgrondlegger Descartes bepaalt ons wereldbeeld. Rationeel individualisme tegenover metafysisch collectivisme. Om het maar even plat te slaan in een westers kader van dualiteit.

Ik moest hieraan denken toen ik een verslag van een UNESCO-bijeenkomst las. Het ging over de gevolgen van COVID-19 in Afrikaanse landen. In de aanbevelingen lees ik: ‘In de Afrikaanse context zijn de principes van het Ubuntu-denken extreem belangrijk’. Dat Ubuntu denken wordt vertaald in: ‘mensen in het hart van de medemenselijkheid plaatsen’. Wat dat laatste betekent is me niet helemaal duidelijk, maar de oproep om het Ubuntu gedachtegoed te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor de COVID-19-crisis is misschien niet zo’n gek idee.

In de race om het vaccin zien we immers waar het denken in tegenstellingen toe leidt. Landen steken elkaar de loef af en proberen als eerste een vaccin te bemachtigen. Prestige, geld en eigenbelang wegen daarbij zwaarder dan het vinden van een mondiale oplossing voor de gezondheidscrisis. De gevolgen laten zich raden: landen sluiten deals met bevriende naties, wie het meest te bieden heeft, krijgt als eerste een vaccin. Natuurlijk leidt dat tot achterstelling van landen die weinig financieel, politiek of economisch kapitaal hebben. Op die manier zullen de armste landen achter in de rij aan moeten sluiten.

Dat is oneerlijk, maar bovenal oliedom. Nationale of regionale oplossingen voor mondiale problemen bestaan alleen in de hoofden van populisten en andere angsthazen. Ze werken niet. Een wereldwijd verspreid virus kan alleen bestreden worden als we samenwerken en erkennen dat we met elkaar verbonden zijn. Kortom: als we ons egocentrisme overwinnen.

We zien er nog bar weinig van terug. Hoewel onze regering ons collectief aanspreekt – het ‘we kunnen dit alleen met 17 miljoen mensen oplossen’ van Rutte – viert eigenbelang hoogtij. We halen opgelucht adem als het aantal besmettingen in Nederland daalt en hebben nauwelijks aandacht voor stijgende cijfers elders. En binnen onze grenzen neemt de roep om kwetsbare groepen te isoleren toe, om zo anderen ruimte te geven. Het onvermogen om in termen van wij te denken, werkelijk solidair te zijn - nationaal en internationaal - speelt ons steeds weer parten.

Intussen luiden Afrikaanse landen de noodklok. VN-organisaties waarschuwen voor tienduizenden doden. De economie van landen in sub-Sahara Afrika stort in, de toch al zwakke gezondheidszorg is niet opgewassen tegen het virus en de preventieve maatregelen (handen wassen, afstand houden) zijn in veel Afrikaanse steden (armoede, informele economie) onmogelijk. Voedseltekorten dreigen en overheden zijn te zwak of hebben een te hoge schuldenlast om een sociaal vangnet te kunnen bieden.

Ondanks de oproep om minimaal 100 miljard vrij te maken voor hulp en samenwerking met het Afrikaanse continent, kijken we vooral naar onszelf. En zo zullen de armste landen het langste lijden onder deze crisis. En zullen de rijke landen zich verbeelden dat ze de gezondheidscrisis rationeel bestrijden. Ze vergissen zich. Afrika mag achterlopen in economische en politieke ontwikkeling. Maar als het om de bestrijding van mondiale crises gaat hebben we te leren van het Afrikaanse denken. Ubuntu. We zijn één.

Gerelateerde artikelen