8 minuten

Umicore, een groene kapitalist?

Reportage over een recyclereus

Het Belgische metaalbedrijf Umicore veranderde van ernstige milieuvervuiler naar koploper in de duurzaamheidsranglijsten. Wat motiveerde het bedrijf hierbij? En wat kunnen de activiteiten van Umicore betekenen voor een toekomstige groene economie?

Umicore werd begin 2013 uitgeroepen tot het meest duurzame bedrijf ter wereld in de Global 100 annual clean capitalism ranking. Umicore is namelijk een pionier op het gebied van metaalrecycling en bezit de grootste installatie ter wereld om dit te bewerkstelligen. Deze staat in Hoboken, aan de rand van Antwerpen, een plek waar de omwonenden in het verleden kampten met de gevolgen van lucht- en bodemvervuiling van de oude raffinaderij. Een andere voorloper van het huidige bedrijf was innig verweven met het Belgische koloniale bewind in Congo, waar uitbuiting en roofbouw de toon zetten. Voor Umicore is dit nu verleden tijd: sinds de eeuwwisseling zet de metaalmultinational in op duurzaamheid. Maar zo’n omslag is niet zomaar gemaakt.

Succesverhaal

Marc Grynberg, CEO van de multinational, stelde in een interview met het Britse dagblad The Guardian (19.8.2013) dat Umicore "afstand wilde nemen van het bedrijf dat het in het verleden was – een bedrijf dat om geldige redenen werd gezien als een vervuiler." In plaats daarvan wilden Grynberg en zijn collega’s "bedrijvigheid creëren die duurzaam is en geen negatieve erfenis achterlaat in het milieu". Het bedrijf investeerde in 2004 dan ook 77 miljoen euro om het omliggende gebied van de raffinaderijen in Hoboken en het eveneens in België gelegen Olen te saneren, waarmee het een van de eerste multinationals was die zijn ecologische schuld op zo’n grote schaal erkende. Tegenwoordig is het bedrijf opgesplitst in vier eenheden, te weten ‘Catalysis’ (o.a. autokatalysatoren), 'Energy Materials' (o.a. oplaadbare batterijen en kobalt) , 'Performance Materials' (o.a. bouwmaterialen) en 'Recycling'. Voor 500 miljoen euro werd de raffinaderij in Hoboken verbouwd om de grootschalige omsmelting van zeventien verschillende soorten gebruikte metalen aan te kunnen. Hier vinden metalen afkomstig uit met name industrieel afval een tweede leven, evenals, zij het in mindere mate, afgedankte elektronische apparaten.

“De omschakeling die Umicore maakte getuigt van gedurfd management”, vertelt woordvoerder van Umicore Elcke Vercruysse. “De nieuwe raffinaderij moest keer op keer getest worden op veiligheid. Hoewel riskant, kwam deze stap tegelijkertijd voort uit bezorgdheid om het milieu en de behoefte om de toekomst van het bedrijf veilig te stellen”, vervolgt Vercruysse. Metaal zal in de toekomst namelijk steeds schaarser worden, onder meer door toenemend gebruik in opkomende economieën. Een rapport van het United Nations Environment Programme dat in 2013 uitkwam, stelt dat de wereldwijde vraag naar metaal drie tot negen keer groter zou worden in vergelijking met het huidige gebruik als mensen in opkomende economieën technologieën en leefstijlen uit Westerse landen overnemen. Daarnaast zorgen technologische ontwikkelingen voor meer vraag, denk aan tablets die de plek van laptops gaan innemen en het toenemende gebruik van smartphones. Veertig procent van de wereldmijnproductie van koper, tin en andere metalen wordt verwerkt in elektrische en elektronische apparaten. De toenemende schaarste aan metalen maakt het een lucratieve bezigheid om het materiaal te recyclen.

Umicore heeft een vooruitziende blik: het bedrijf maakt producten die onmisbaar zijn in een groene economie, waaronder onderdelen voor zonnepanelen en windmolens, oplaadbare batterijen voor bijvoorbeeld elektrische auto's en roetfilters. Sommige van de metalen die hiervoor nodig zijn, zoals kobalt of aluminium, staan op de lijst van ‘kritieke grondstoffen’ van de Europese Commissie. Umicore was bij het opstellen van deze lijst betrokken; het bedrijf stuurde een lobbyist naar de expertgroep die de lijst opstelde. De schaarste aan metalen in Europa en de rest van de wereld is niet alleen het gevolg van een groeiende vraag, maar ook van het protectionisme van staten met  bodemschatten, zoals China, dat zijn zeldzame aardmetalen liever niet exporteert. Recycling brengt dus geopolitieke voordelen met zich mee voor Europa. Daarnaast is recycling schoner dan ‘gewone’ mijnbouw. Vooral open pit mining is schadelijk, omdat hiervoor de bodem tot ontploffing moet worden gebracht, wat funest is voor de biodiversiteit. Vaak bedraagt het beoogde metaal maar een klein percentage van de totaal gewonnen massa.

Recycling bood het bedrijf de mogelijkheid om het thema duurzaamheid in te zetten als marketingtool. De verschillende documenten die Umicore publiceerde in het kader hiervan illustreren dit. In de handleiding voor werknemers, The Umicore Way – “de hoeksteen van alles wat we doen” –, staat: “In het kader van ons engagement voor duurzaamheid houden we rekening met de milieu-impact van onze activiteiten”. Het bedrijf moedigt in Hanau (Duitsland) zelfs zijn werknemers aan te gaan carpoolen door middel van een internetservice en een mobiele app. De bereidheid tot een duurzaam imago vindt zijn weerklank in de jaarverslagen van de multinational. Hierin doet het uitvoerig verslag van zijn emissies van metalen en CO2. Umicore heeft in zijn vierjarenplan van 2011 het voornemen kenbaar gemaakt om zijn “CO2-equivalente emissies tegen 2015 met twintig procent te verminderen”. Daarnaast is het zich ervan bewust dat het niet daadwerkelijk duurzaam is als het milieuvervuilende praktijken hoger in de productieketen blijft ondersteunen door zijn inkoopgedrag. Dat blijkt uit het Sustainable Procurement Charter (Handvest Duurzaam Inkopen) die het opstelde voor zijn samenwerkingspartners.

Sociale en ecologische erfenis

Ondanks zijn huidige duurzaamheidsbeleid wordt Umicore af en toe nog steeds geconfronteerd met de praktijken van zijn voorgangers. Zo schrijft historicus David van Reybrouck onlangs in zijn boek Congo. Een geschiedenis over de Union Minière du Haut Katanga, opgericht in 1906. Politiek en metaalwinning waren in die tijd ook al nauw met elkaar verbonden. Deze voorloper van Umicore zag toe op de exploitatie van de minerale rijkdommen in de Belgische kolonie Congo. Het bedrijf vertoonde totalitaire trekken: de omstandigheden waaronder de arbeiders werkten doen denken aan slavernij.

Een andere confrontatie werd in gang gezet door de Belgische journalist en activist Nick Meynen die zich afvroeg of het bedrag van 77 miljoen euro dat Umicore investeerde in bodemsaneringen in België wel genoeg was. Hij rekende de ecologische schuld uit van de bedrijven die de oude, vervuilende raffinaderij in Hoboken beheerden. “De uitstoot van de raffinaderij zorgde in de jaren zestig voor toenemende bijensterfte en in de jaren zeventig merkten boeren dat hun vee sneller stierf dan normaal. Ten slotte bleken ook mensen getroffen door de emissies”, vertelt Meynen. De gezondheidsklachten van dieren en mensen kwamen door een verhoogd loodgehalte in hun bloed. De loodvervuiling van de bodem werd zo ernstig dat het Ministerie van Gezondheid inwoners van de regio-Hoboken afraadde om groenten en fruit te verbouwen. In zijn berekening nam Meynen de medische behandeling van mensen met een verhoogd loodgehalte in hun bloed op, de misgelopen oogsten uit moestuinen, maar ook de behandeling van mensen met kanker die door de uitstoot van de raffinaderij was ontstaan: de rekening bedroeg 310 miljoen euro. Umicore beschouwde de studie als niet-wetenschappelijk.

Toen Umicore in de jaren negentig de bedrijfsonderdelen die toezagen op mijnbouw verkocht, zorgde het tegelijkertijd dat het juridisch niet aansprakelijk kon worden gesteld voor ecologische schade die in het verleden is aangericht. “Het bedrijf investeerde alleen in bodemsanering op plekken waar het zijn activiteiten voortzette, maar niet rondom verkochte onderdelen in bijvoorbeeld Saint-Felix in Frankrijk en Katanga in Congo”, stelt Romain Gelin, onderzoeker bij de Belgische organisatie Gresea. “In de koopcontracten staat een clausule die zegt dat de volgende eigenaren niet in staat zijn om schadevergoedingen te eisen.” De Belgische journalist Raf Custers maakte de documentaire Avec le vent over de gevolgen van mijnbouw in Penga Penga, een mijnbouwgebied in Congo, en sprak met een onderzoeker van de universiteit van Lubumbashi, Ngoy Shutcha, die de plek "één van de tien meest met koper vervuilde plekken ter wereld" noemt. Shutcha houdt Union Minière en andere mijnbouwbedrijven verantwoordelijk voor de schade.

Intrinsiek vervuilend

Zij het in mindere mate dan in het verleden, vandaag de dag is milieuvervuiling als gevolg van Umicores activiteiten nog steeds aan de orde, zo valt op te maken uit de publicaties van het bedrijf. Recycling heeft de naam milieuvriendelijk te zijn, maar het complex in Hoboken, waar de grootste metaalrecyclinginstallatie ter wereld staat, had met 41 procent de hoogste CO2-emissies van alle eenheden van het bedrijf in het jaar 2012. De totale metaalemissies stegen dat jaar 22 procent ten opzichte van 2011 als gevolg van hogere zinkemissies.

In hoeverre de grondstoffen die Umicore inkoopt op een milieuvriendelijke wijze gewonnen zijn, is minder duidelijk. Hoewel de afdeling recycling een steeds groter aandeel krijgt in de totale omzet, zijn lang niet alle metalen die het bedrijf gebruikt afkomstig uit recycling. In 2007 gebruikte het bedrijf 38 procent primaire materialen, 37 procent secundaire materialen, dat wil zeggen restproducten die vrijkomen in mijnen en raffinaderijen elders, en 25 procent gerecyclede materialen van ‘end-of-life-producten’. In 2012 bedroegen deze aantallen respectievelijk 44, 37 en 19 procent; dat betekent minder input van grondstoffen afkomstig uit recycling. Het feit dat consumentenproducten vaak verscheept worden naar ontwikkelingslanden waar ze worden hergebruikt en vervolgens op de vuilnisbelt belanden, is hier waarschijnlijk een oorzaak van.

In zijn jaarverslag van 2012 meldt Umicore dat het nog steeds metalen in Congo koopt, waaronder kobalt. Doordat Umicore niet de bezitter is van deze mijnbouwbedrijven, is het officieel niet verantwoordelijk voor de impact op het milieu. Bij de evaluatie van de toepassing van het Sustainable Procurement Charter richt het jaarverslag zich vooral op de indirecte aankopen, "dit omvat meestal niet de inkoop van grondstoffen". Romain Gelin, onderzoeker bij de Belgische organisatie Gresea, bevestigt dat er "totale ondoorzichtigheid" heerst met betrekking tot Umicores leveranciers. Bedrijven zijn juridisch niet verplicht om informatie hierover openbaar te maken.

"Hoewel het Sustainable Procurement Charter zegt dat leveranciers zich aan de wet moeten houden in landen waar ze actief zijn, is dat zeker geen bewijs van respect voor het milieu in gebieden met zwakke wetgeving, zoals in Afrika en China", aldus Gelin.

Hij ziet de voor- en nadelen van hetgeen Umicore doet. In met name Europa doet het bedrijf zijn best om zijn impact op het milieu te reduceren - voor zover dat gaat, “want metaalbewerking is intrinsiek een milieuvervuilende activiteit, omdat er altijd sprake is van metaaluitstoot en gebruik van giftige producten.” Sterker nog, naast de groeiende markt voor smartphones en andere ICT-producten staat er ook nog een schone-energierevolutie voor de deur. De technologie daarvoor, zoals windmolens, zonnecellen en accu’s voor elektrische auto’s leunt zwaar op metaalvoorraden. Zelfs met duurzame stroom kunnen we het milieu vervuilen: dat is de paradox van een groene economie.

Literatuur

David Cronin, ‘Belgium still calls the shots in Congo’, 26 mei 2013.

Christian Hagelüken, Recycling of technology metals from electronics, 2 oktober 2013.

Nick Meynen en Lea Sébastien, ‘Environmental Justice and Ecological Debt in Belgium. The Umicore Case’, in: Hali Healy e.a. (red.), Ecological Economics from the Ground up, CEECEC 2013, 430-464.

David van Reybrouck, Congo. Een geschiedenis, De Bezige Bij, Amsterdam 2010.

Tim Steinweg, A Sputtering Process. An Overview of the Platinum Group Metals Supply Chain, SOMO Amsterdam 2008.

United Nations Environmental Programme, Metal Recycling: Opportunities, Limits, Infrastructure, UNEP 2013.

Gerelateerde artikelen