Een paar jaar geleden stond ik tussen enkele honderden andere mensen in het Westerpark in Amsterdam. Tussen bakfietskinderen met zelfgemaakte bordjes, strijdlustige grootouders en allerhande andere bezorgde burgers. Het was in de periode van het binnenblijven en virus vermijden. De CO2-uitstoot leek even iets verminderd, maar klimaatgerelateerde rampen grepen nog steeds om zich heen. 

De aarde heeft de vorm van een tekstballon en staat op een stok. De stok met de aarde wordt rechtop gezet door vier personen. Daarvoor zit iemand met handen die het hoofd laat steunen op de handen.
Illustratie: Daniel Garcia

Met de lockdowns was er tastbaar bewijs dat overheden wel degelijk in staat waren tot interventie. Maar ze gebruikten dit vermogen voor surveillance en controle: de armste mensen mochten nog steeds flitsbezorgen en de klimaatramp die zich al decennia voltrekt ten behoeve van aandeelhouderswinsten zou gewoon door rampeneren. In het park waren speeches, liederen, honderden gelijkgestemden. 

Er werd benadrukt, door een jongen in een hesje, dat we een positief verhaal moesten vertellen. Ik stond in het daarvoor aangewezen vak met mijn bordje en een hoofd nog bij mijn filosofisch onderzoek over klimaatontwrichting. Iemand op het podium stelde dat ‘Den Haag dit niet kon negeren’. 

Er brak iets in me dat al langer gebroken was. Het naïeve begrip van macht, de leegte van de hoop dat ‘Den Haag’ niet in staat zal zijn een groep demonstranten te negeren. Zeker – samenkomen maakt verschil, samenkomen geeft een signaal. En langzaam, beetje bij beetje, kantelt er een beeld, verandert beleid, gedrag, en misschien verandert de wereld.

Maar in het toegewezen vak staan en hoopvol het alarm luiden is niet afdoende. Net zoals alleen de eigen consumptie veranderen dat niet is, petities tekenen dat niet is, de snelweg bezetten dat niet is. Iedereen moet een steentje bijdragen en al die beetjes helpen – maar laat niemand naïef hoopvol zijn over kleine steentjes.

Taal roept emoties op 

De manier waarop een verhaal verteld wordt, heeft invloed op de emoties die het oproept. Vaak sturen de verhalenvertellers daar ook op – ze vermoeden bijvoorbeeld dat boosheid opwekken contraproductief werkt, of dat te pijnlijke feiten mensen demotiveren. Binnen de klimaatcommunicatie is het tegengaan van apathie vaak een hoofddoel, om te voorkomen dat mensen klimaatontwrichting als zo’n groot, allesomvattend probleem zien dat ze niet meer weten waar te beginnen en zich moedeloos terugtrekken. 

“ Juist weggaan van de platte hoop kan motiverend werken ”

Daarom mag een verhaal niemand tegen het zere been schoppen. De boodschap wordt voorzichtig ingemasseerd met een nadruk op dat het nog goed kan komen – als je deze petitie maar tekent of klein begint. Mijn onderzoek wijst er echter op dat juist boosheid, juist de pijnlijke ongelijkheden benoemen en juist weggaan van de platte hoop niet alleen eerlijk, maar ook motiverend kan werken.

Mensen beïnvloeden elkaar. De mensen die verhalen kunnen vertellen en daar een podium voor hebben, hebben een uitzonderlijke invloed. Door hun woorden achter elkaar te rijgen, doen ze letterlijk aan zingeving. Ze geven betekenis aan gebeurtenissen of verhullen juist betekenissen. Sociale bewegingen zoals Extinction Rebellion, Reclame Fossielvrij, Milieudefensie, Greenpeace, GroenFront, Wij Stoppen Steenkool, Kappen Met Kolen, Fossil Free Culture NL en vele kleine autonome groepen, vormen samen een deel van het verhaal over klimaatontwrichting en de mensen die daartegen strijden.

Taal doet ertoe. Daarom gebruik ik bewust het woord ‘klimaatontwrichting’ en niet ‘crisis’ of ‘verandering’. Verandering is te neutraal. Crisis heeft te veel connotaties met een omslagpunt in plaats van met een steeds erger wordend proces dat al langer aan de gang is en vele slachtoffers heeft gemaakt. Klimaatverandering is een woord dat expres emoties op afstand houdt met haar neutraliteit. De ontwrichtende effecten van handelingen die specifieke mensen in specifieke machtsposities verrichten, worden er niet genoeg door onderkend. Taal geeft betekenis aan de gevoelens die mensen hebben.

Zweethanden en een verhoogde hartslag kunnen geïnterpreteerd worden als angst – maar met andere woorden en betekenissen kunnen we ze ook herkennen als schaamte, of zelfs boosheid.

Emoties cultiveren 

Met het luiden van het klimaatalarm riep de coalitie van klimaatgroepen onbedoeld een gevoel van eenzaamheid en wanhoop bij me op, terwijl het juist een positief verhaal was dat ze vertelden, over impact, samenkomen, niet alleen zijn.

Groepen vertellen verhalen door middel van hun sociale media, uitingen in talkshows, de manier waarop ze hun vergaderingen vormgeven, de teksten die ze schrijven en publiceren, de acties die ze organiseren en de manier waarop ze met elkaar omgaan. Die verhalen vormen de manier waarop mensen de wereld ervaren. Eén van de manieren waarop ze dat doen, is door bepaalde emoties voor te schrijven of voor te leven. In sommige sociale groepen is het gepast om te zuchten als het over Palestina gaat, te benoemen dat het ‘inderdaad heel erg is, maar er twee kanten zijn aan een conflict’, en zich er daarna weer voor af te sluiten. 

In andere groepen is het gepast om het heel erg te vinden dat in de HEMA geen onderscheid gemaakt wordt tussen meisjeskinderkleding en jongenskinderkleding, of dat er veganistische rookworsten of modellen met hoofddoeken zijn. En in deze groepen is het misschien zelfs wel gepast om dat briesend en met consumptie te delen op het familiefeest of schoolplein. Mensen worden gestimuleerd bepaalde dingen die ze voelen onder woorden te brengen – al was het maar omdat ze er woorden voor geleerd hebben en ze zonder die woorden niet de nuance tussen irritatie en frustratie, of tussen geluk en tevredenheid, hadden kunnen benoemen.

De Amerikaanse antropoloog en activist Deborah Gould beargumenteert dat sociale groepen een ‘emotionele habitus’ kunnen cultiveren. Dit doet ze in de voetsporen van Pierre Bourdieu, een Franse socioloog die het concept ‘habitus’ (leefwereld) introduceerde. Een emotionele habitus is de set aan emoties die passend zijn, waar men zich in herkent, waar men zich thuis bij voelt. De cultuur binnen een sociale groep of activistische beweging draagt bij aan de emotionele leefwereld van haar deelnemers. Maar ook mensen buiten die groep kunnen beïnvloed raken door ideeën over welke emoties gepast zijn en welke niet.

Sociale bewegingen hebben intern een bepaalde cultuur. Beginnen de vergaderingen met excuses en irritatie over de late start? Met een ‘check-in’ waar iedereen kort vertelt hoe het gaat? Is het gepast te vertellen als het slecht gaat? En mag men gefrustreerd zijn over tegenslag of vormen tegenslagen uitdagingen en kansen? Taal reflecteert niet alleen een bepaalde cultuur, maar construeert die ook. Door haar doen en laten, waar ze de aandacht op richt, wat ze vertelt, heeft de klimaatbeweging impact op de rest van de wereld. Ook in termen van wat ervaren wordt als een passende respons. 

“ Liefst geen bloed en het liefst andermans zweet en tranen ”

Ik voelde dat mijn wanhoop geen passende respons was. Sterker nog, ik voelde me eenzamer dan eerst. En ik ben niet de enige. Klimaatangst, klimaatdepressie – die termen komen steeds meer voorbij. Net als vliegschaamte. De emotionele habitus die een groot deel van de verschillende groepen in de klimaatbeweging cultiveert, voelt soms als een mix van giftige positiviteit en individueel schuldgevoel. Als hoop dat het tegengaan van klimaatontwrichting mogelijk is zonder ongemak, strijd en frictie. Als hoop dat het ongemak, de strijd en de frictie niet jou of mij treffen, maar alleen mensen elders, die het met bloed, zweet en tranen voor elkaar knokken. Maar zonder geweld, toch alsjeblieft zonder geweld – metaforisch ‘knokken’. En liefst geen bloed en het liefst andermans zweet en tranen. Zachte heelmeesters, stinkende wonden.

Naïef optimisme of actieve hoop? 

Als filosoof, trainer en activist die zich vooral verdiept in klimaatontwrichting, wordt me met enige regelmaat gevraagd wat me hoopvol stemt. Misschien dat de jongeren de straat op gaan, of dat fossiele subsidies nu ferm op de agenda staan? Ik kom verschillende mensen tegen die elk op hun manier (niet) omgaan met de realiteit van klimaatontwrichting. 

Als filosoof zie ik het als mijn taak om woorden te vinden, om zodoende betekenis te geven aan de dingen die we meemaken, zodat we de wereld ten goede mede vorm kunnen geven. En, altijd, om scherp te zijn op wie die ‘we’ dan precies zijn. Het woord waar ik op uitkwam is boosheid. 

Specifiek ‘Lordean Rage’, een concept gemunt door filosofe Myisha Cherry, gebaseerd op het werk van dichter en activiste Audre Lorde. Deze Lordeaanse woede is erop gericht dat onrecht plaatsvindt en heeft een antiracistisch, inclusief perspectief. Het is een boosheid die start bij het ‘zelf’, maar vervolgens (h)erkent dat onrecht meerdere mensen treft – wiens lijden net zo goed boosheid opwekt.

Een verhaal zonder hoop, een reeks confronterende feiten zonder mooi einde, zou demotiverend werken. Ik denk van niet. Het gevoel dat ik had tijdens het klimaatalarm ervaren activisten en wetenschappers vaker. Een confrontatie met naïef optimisme of holle marketingfrases tegenover een diep, existentieel besef van wat er al verloren is gegaan en gaat. Soms wordt er beweerd dat het nooit gaat lukken veel mensen mee te krijgen met alleen een pessimistisch verhaal. Ik denk andersom juist dat met giftig optimisme het brede midden ook niet voldoende aan de slag zal gaan.

Tussen klimaatwetenschappers is het gesprek gaande of huilen of woede tonen tijdens interviews over hun werk afbreuk doet aan hun professionaliteit of objectiviteit. Ik denk van niet. Het serieus nemen van iets betekent ook het volledige emotionele gewicht daarvan voelen. En dat betekent tranen, moedeloosheid en wanhoop. 

“ Handelingsperspectief, actie en motivatie kunnen ook voortkomen uit boosheid ”

Actie en een handelingsperspectief moeten niet per se komen vanuit het idee dat het beter kan, dat het opgelost kan worden, dat wonden verzorgd worden en het de glooiende heuvels verlicht met op de achtergrond een ondergaande zon. 

Handelingsperspectief, actie en motivatie kunnen ook voortkomen uit boosheid. Uit het idee dat iets onacceptabel is, dat het ieder idee van menselijke rechtvaardigheid en waardigheid tart, en dat het anders moet. Dat plichtsbesef en verontwaardiging over hoe het nu gaat, ons verder drijven.

Niet omdat die betere wereld het niet waard is om voor te strijden, maar omdat een strijd voor rechtvaardigheid niet gedicteerd dient te worden door uitkomsten alleen. Omdat we terecht niet weten wat de gevolgen van ons handelen zijn en dat een kosten-batenanalyse nooit de doorslag zal geven. Actie en een handelingsperspectief komen dan niet voort uit de belofte van glooiende heuvels in de toekomst, maar uit de woede over het heden, over de – veelal – mannen in stropdassen die met een handtekening de strop bij anderen verder aantrekken.

Het ‘wit’ in witheet 

Met de komst van Sylvana Simons in de Tweede Kamer viel op dat wat bij sommige mensen als assertief gedrag wordt gezien – of überhaupt niet opgemerkt – bij anderen wordt weggezet als gevaarlijk. De gedragingen van sommigen worden scherper in de gaten gehouden en sneller negatief geïnterpreteerd dan die van anderen. Dat hangt deels samen met of die persoon blijft binnen het vak dat voor hen bedacht is. Voor mensen van kleur zijn de gevolgen van getypeerd worden als boos vaak groter dan die voor mensen met wit privilege – en ze worden sneller getypeerd als boos. Als woorden uitgesproken worden door een witte man met geld en vinkjes worden ze anders geïnterpreteerd dan wanneer diezelfde woorden uit de mond van een zwarte vrouw komen – ongeacht haar andere privileges.

In Nederland polderland wordt woede niet gezien als gepaste emotie. Ik verbond boosheid vaak met woede van mensen in dominante posities. Mannen met macht die roekeloos meer eisen dan terecht, die hun redelijkheid verliezen, gevaarlijk om zich heen zouden kunnen slaan. In woede zit gevaar en machtsmisbruik, geen trots of een beweging naar rechtvaardigheid. 

Om het beeld van de boze activist te wijzigen moeten we niet de boosheid wijzigen, maar de beeldvorming. Vrouwen, mannen, cisgenders, transgenders en alles en iedereen ertussen in en bovenlangs, mensen van alle achtergronden en etniciteiten, verschillende soorten lichamen en breinen, rijke mensen, mensen met cultureel kapitaal en de mensen waar nooit mee gepraat wordt – het onrecht van klimaatontwrichting en de inadequate respons van machthebbers zou iedereen woest moeten maken. Ik betoog dat de klimaatbeweging weg moet van het ongefundeerd spreken over hoop en weg moet van in het aangewezen vak staan. Het is tijd voor wanhoop. En daaropvolgend: woede.