Een voorbeeld is de verandering van personages in sprookjes, waarbij een belangrijke actor Disney is. Met de live-action remake van The Little Mermaid (2023), waarvoor de zwarte actrice Halle Bailey werd gecast als prinses Ariel, doorbrak Disney het gebruik van uitsluitend witte actrices voor de rol van prinses. Dit leidde tot hevig verzet, maar resulteerde uiteindelijk in een positieve impact op kinderen van kleur. Na het verschijnen van de film raakte de kritiek op de keuze voor een zwarte actrice voor deze rol verstomd.
Men zou denken dat in het vervolg deze vorm van inclusieve casting geen verzet meer zou opleveren. Maar de casting van de latina-actrice Rachel Zegler voor de rol van Sneeuwwitje (die vanuit een traditionele kijk wordt gezien als een witte prinses, met huid ‘zo wit als sneeuw’, gebaseerd op de Europese oorsprong van het verhaal) in de nieuw uit te komen film van Disney roept wederom verzet op.
Een andere bron van verzet tegen de nieuwe Snow White film is de beslissing van de filmmakers om de prins in het verhaal niet langer als redder van Sneeuwwitje te portretteren; in plaats daarvan redt de prinses zichzelf. Deze keuzes spelen in op maatschappelijke discussies over ras, gender en inclusie, en veranderen de bestaande narratieven door een verhaal te vertellen waarin schoonheid niet per se wit is en waarin vrouwelijke personages meer autonomie van handelen hebben.
Naar alle waarschijnlijkheid verstomt de kritiek na de release van de film ook hier weer. Er is wel een nieuwe norm gesteld, dit keer niet alleen ten aanzien van huidskleur en etniciteit, zoals bij The Little Mermaid het geval was, maar nu ook ten aanzien van de genderrollen.
Disney sleutelt aan de normbeelden, waardoor er een maatschappelijke discussie ontstaat over de bestaande normen en waarden. Toch blijkt niet iedereen uit de gemarginaliseerde groepen blij dat er steeds minder sprake is van stereotype casting. In Snow White zijn deze keer acteurs met dwerggroei achterwege gelaten. Dit leidde tot kritiek vanuit deze gemeenschap; die stelt dat hun toch al beperkte kansen in Hollywood hierdoor verder zijn geminimaliseerd.
Dit legt bloot wie zichtbaar is, zichtbaar mag zijn en op welke manier. Ook toont dit aan dat het aanpassen van normbeelden gepaard gaat met veranderende discoursen, terwijl deze veranderingen vaak weer gepaard gaan met aanzienlijke weerstand en complexe maatschappelijke discussies.
Erkennen en transformeren
Een ander voorbeeld, dichter bij huis, laat zien dat veel meer actoren definitiemacht kunnen uitoefenen: de helper (voorheen knecht) van de Sint, die met kroeshaarpruiken, rode lippen en zwarte schmink werd afgebeeld, veelal gespeeld met een overdreven zwaar Surinaams accent.
Al sinds de jaren zestig werd door enkele intellectuelen en activisten gesteld dat zwarte piet racistische koloniale beelden opriep, wat kwetsend was voor mensen van kleur. De kritiek op deze karikatuur ontwikkelde zich geleidelijk en kreeg pas een hoogtepunt tussen 2013 en 2020. Gemarginaliseerde groepen organiseerden zichzelf steeds meer via eigen sociale media, stelden zwarte piet ter discussie, vergrootten bewustwording en mobiliseerden hun achterban. Pas daarna pikten de Nederlandse media dit steeds meer op. Door de media-aandacht werd de kwestie onderdeel van een bredere maatschappelijke discussie over racisme en inclusiviteit.
Het leidde tot meer bewustwording en een fel debat, waarin de politiek zich ook mengde. Soms met (inmiddels) controversiële uitspraken, zoals toenmalig premier Rutte die in eerste instantie zei: ‘Zwarte piet is nu eenmaal zwart.’ In 2020 sprak hij publiekelijk uit zijn standpunt te hebben herzien, door gesprekken met personen van kleur. In die herziening stond Rutte niet alleen; ook veel andere Nederlanders die aanvankelijk aan zwarte piet vasthielden, gaven aan hun standpunt te hebben bijgesteld. We zijn op een punt gekomen waarop geleidelijk een compromis is ontstaan: zwarte piet is getransformeerd tot roetveegpiet, geen hulpje maar een vriend van Sinterklaas.
Toch zijn er nog steeds politici en publieke figuren die vasthouden aan de traditionele zwarte piet, vaak met het argument dat dit een belangrijk onderdeel is van de Nederlandse cultuur. Deze weerstand vanuit bepaalde groepen vormt een grote belemmering voor verdere maatschappelijke verandering. De verdeeldheid toont aan hoe moeilijk het kan zijn om racistische en kwetsende elementen in culturele normbeelden en maatschappelijke discours te erkennen en te transformeren.
Benutten en naleven
Onze ideeën over de ‘ander’ (gender, ras, klasse, religie) zijn verweven met taal, beelden, tradities en gebruiken. Ze maken deel uit van bredere, discursieve praktijken. Deze praktijken, vaak geïnternaliseerd en genormaliseerd, worden versterkt door instituties zoals media, politiek en onderwijs, die ongelijkheid in stand kunnen houden. Het is belangrijk om te beseffen dat deze instituties geen logge, vaststaande machines zijn, maar worden gevormd door mensen – mensen met ideeën, overtuigingen en normen die voortdurend in wisselwerking staan met de samenleving.